Terug naar nieuws uit De Provincie Groningen

Woordvoering WEC 21-10-2026

Eerste termijn WEC

Voorzitter,

“Het WEC laat je toch niet failliet gaan?” Die vraag van Jouke van Dijk begrijpen wij. De Partij voor het Noorden ziet de waarde van het Werelderfgoedcentrum. Maar om over de toekomst te beslissen, moeten we helder hebben wat we willen behouden en welk plan daarvoor perspectief biedt.

Het WEC is bedoeld als een plek waar natuur, wetenschap, educatie en beleving van het hele Waddengebied samenkomen. De zeehondenopvang is daarvan een belangrijk onderdeel. Het centrum moet bezoekers ook laten ontdekken hoe de Waddenzee werkt, waarom dit gebied bescherming verdient en wat het betekent voor de mensen langs de kust.

De Waddenzee is levend Werelderfgoed. Een landschap van getij, wadplaten, eilanden, vogels en zeeleven, verbonden met het wonen en werken langs de kust. Goede voorlichting en educatie horen bij de verantwoordelijkheid die we voor dat gebied dragen. Het WEC kan bovendien bezoekers naar onze kust trekken en de omgeving versterken.

Dat is voor de PvhN een reden om serieus naar een toekomst te zoeken. Maar maatschappelijke waarde is nog geen gezonde exploitatie.

De brief van gisteren maakt duidelijk dat provincie en gemeente onder voorwaarden gezamenlijk maximaal anderhalf miljoen euro aan steun beschikbaar wilden stellen. Het proces voor een crediteurenakkoord is gestopt. Directe steun zou volgens GS een Europese procedure vereisen waarvoor de tijd ontbreekt. Ook aankoop van het gebouw door de gemeente bood onvoldoende uitzicht op een gezonde exploitatie.

Dat zijn ernstige conclusies. Een schuldregeling lost een jaarlijks tekort niet vanzelf op. En we hebben bij Ring Zuid en het glasvezeldossier geleerd dat kosten, risico’s en verantwoordelijkheden vooraf helder moeten zijn. Eerder uitgegeven geld verplicht ons niet om zonder voldoende perspectief opnieuw geld uit te geven.

Maar de conclusie dat verdere steun onvoldoende perspectief biedt, moet wel navolgbaar zijn. Voor Statenleden én voor inwoners.

De rapporten en adviezen liggen onder geheimhouding in de statenkast. Daarmee kunnen inwoners de belangrijkste afwegingen niet volgen. Maak daarom de financiële hoofdlijnen, de onderzochte mogelijkheden en de redenen waarom die afvallen openbaar. Scherm gericht af wat werkelijk bescherming nodig heeft.

Dan de verantwoordelijkheid buiten Groningen. De PvhN vraagt van niemand om zomaar een verliesgevende exploitatie over te nemen. Er moet een uitvoerbaar plan liggen. Maar bij een voorziening voor het hele Waddengebied hoort ook een gezamenlijke verantwoordelijkheid.

Het WEC staat in Groningen. De betekenis ervan reikt verder. Dan mogen Fryslân, Noord-Holland en het Rijk niet langs de zijlijn blijven staan.

De Waddenzee is van ons allemaal, maar bij de rekening lijkt de provinciegrens ineens weer heilig.

Daarom verwachten wij dat GS die overheden aanspreekt op de publieke functies die zij willen helpen behouden en de bijdrage die zij daaraan willen leveren.

Ik leg GS drie concrete vragen voor.

Ten eerste: geef openbaar inzicht in het jaarlijkse exploitatietekort, de bezoekersaantallen en inkomsten die nodig zijn om rond te komen, en de aannames waarop uw oordeel rust. Neem daarin ook de resterende risico’s voor provincie en gemeente mee, waaronder de gevolgen van de gemeentelijke garantstelling bij een faillissement.

Ten tweede: welke andere opzetten zijn doorgerekend, wat waren de uitkomsten en waarom zijn die afgevallen? Laat daarbij zien welk perspectief er afzonderlijk is voor educatie, onderzoek, natuurvoorlichting en zeehondenzorg.

Ten derde: welke concrete inzet brengt GS naar het gesprek met het Rijk, wat vraagt het van de andere Waddenprovincies en wanneer krijgen wij de uitkomsten? Maak ook duidelijk welke rol GS neemt bij de toekomst van het gebouw: het eigendom, de waardebepaling, de bestemming en de toekomstige lasten.

Voorzitter, medewerkers en vrijwilligers hebben hier hun werk en betrokkenheid in gestoken. Donateurs hebben bijgedragen vanuit vertrouwen. Zij verdienen duidelijkheid over de mogelijkheden die nog over zijn.

De PvhN wil een gezonde toekomst serieus een kans geven. Daar horen financiële grenzen en een gezamenlijke inzet bij. Wij accepteren niet dat het belang breed wordt uitgedragen, terwijl Groningen en Het Hogeland uiteindelijk alleen met het probleem en de rekening achterblijven.

 


 

Tweede termijn WEC

Voorzitter,

Ik wil terug naar de oorspronkelijke ambitie. Het Werelderfgoedcentrum moest mensen laten ontdekken wat de Waddenzee is, hoe dit gebied werkt en waarom het bescherming verdient. Met educatie, wetenschap en natuurbeleving.

In deze discussie gaat het veel over zeehonden. Begrijpelijk, die raken mensen. Maar we moeten het hele centrum beoordelen.

Bij de opening ging het over het hele Werelderfgoed. Dan mag het bij de financiële problemen niet alleen nog over zeehonden gaan.

Dat vraagt ook een eerlijke beoordeling van het WEC zelf. Wat maakt het centrum van die brede belofte waar? Welke onderdelen trekken bezoekers, waar blijft het aanbod achter en welke veranderingen zijn nodig?

Als we alleen bespreken wie het tekort betaalt, slaan we de vraag over welk centrum we eigenlijk overeind willen houden.

De PvhN neemt de financiële zorgen van GS serieus. Maar wij willen de afweging kunnen volgen. De mededeling dat mogelijkheden zorgvuldig zijn onderzocht, is daarvoor onvoldoende. Wij moeten horen welke mogelijkheden zijn afgevallen en waarom.

Daarbij wil ik de staatssteunregels en de exploitatie uit elkaar houden. De brief noemt een Europese procedure die te lang zou duren én onvoldoende uitzicht op een gezonde exploitatie. Dat zijn verschillende belemmeringen, die om verschillende antwoorden vragen.

Daarom vraag ik op drie punten duidelijkheid.

Eén: benoem per onderzochte steunvorm wat de doorslag gaf: de juridische regels, de benodigde tijd of het financiële tekort. Geef daarbij aan welke mogelijkheden de adviezen nog laten voor financiering van educatie, onderzoek en natuurvoorlichting in een andere opzet.

Twee: spreek uit welke publieke functies GS wil behouden en welke veranderingen daarvoor nodig zijn. Verbind daaraan een concrete inzet richting het Rijk, Fryslân en Noord-Holland. Gezamenlijke verantwoordelijkheid moet zichtbaar worden in afspraken en bijdragen.

Drie: geef aan wat GS doet als een faillissement onvermijdelijk blijkt. Welke inzet pleegt het college voor medewerkers, vrijwilligers, zeehondenzorg en educatie? En hoe worden de toekomstige bestemming en lasten van het gebouw betrokken bij die afweging?

Voorzitter, wij kunnen geen gezonde toekomst beloven als de cijfers die niet dragen. Maar we mogen wel verlangen dat alle betrokken overheden duidelijk maken wat zij willen behouden en wat zij daarvoor overhebben.

Een duur gebouw verdient geen blanco cheque. Een waardevolle publieke functie verdient wel meer dan een gesloten dossier.

Laat daarom openbaar zien wat financieel niet kan, wat juridisch niet mag en welke toekomst nog wél mogelijk is. Daarop wil de PvhN het college kunnen beoordelen.