|
Schotland wordt binnenkort onafhankelijk. Daarover schreven wij op deze website al eerder. De eenheidsstaat België lijkt ook haar langste tijd te hebben gehad. Het lijkt een kwestie van tijd voordat Vlaanderen en Wallonië gescheiden verder zullen gaan binnen Europa. Hoewel de Belgische bevolking hier niet gelukkig mee lijkt hoeft die scheiding volgens de correspondent van de Volkskrant in Midden-en Oost-Europa, Jan Hunin, helemaal niet slecht uit te pakken. Vlaanderen en Wallonië zouden als goede vrienden uit elkaar kunnen gaan. Hij wijst daarbij op het uiteen gaan van Tsjechië en Slowakije. Amper een jaar na de ”Fluwelen Revolutie” in 1999, waarbij Tsjecho-Slowakije zich ontdeed van het communistische regime, werd in goed onderling overleg het land ontbonden. Na deze ”fluwelen scheiding” zijn de onderlinge relaties tussen de nieuw ontstane onafhankelijke landen volgens Hunin aanmerkelijk verbeterd. Volgens Hunin zou dit een voorbeeld voor België kunnen zijn.
sterke centrifugale krachten binnen Europa We zien dus op verscheidene plaatsen in Europa binnen de nationale staten sterke centrifugale krachten. Dat heeft te maken met een toenemend zelfbewustzijn van burgers die zich realiseren dat de staat waarbinnen zij leven een gevolg is van het streven van vroegere absolute heersers naar een zo groot mogelijke nationale staat. Via huwelijken en oorlogen zijn vooral in de 16 e en 17e eeuw de nationale staten in Europa gesmeed en sindsdien hebben de heersers zich er om beijverd daar naties van te maken. Daarbij ging het om zoveel mogelijk eenheid van taal en cultuur. Vlag, volkslied en koningshuis vormden daar de symbolen van, waardoor de burgers zich gemakkelijker lieten verleiden om voor volk en vaderland het leven te geven, als dat de heersers zo uit kwam.
verschillen grotendeels kunstmatig Maar de verschillen tussen de Europese volkeren zijn grotendeels kunstmatig. Toen in Nederland een Nederlands geworden prinses uit een ver land het ding bij zijn naam noemde en sprak dat de Nederlander niet bestond leidde dat tot een tumult dat tot vandaag voortduurt. De belangrijkste reden voor dat tumult was dat in die tijd, ongeveer tien jaar geleden, een deel van de bevolking zich er van bewust begon te worden dat zich in ons land een zogeheten multicultureel drama aan het voltrekken was. Er huisden ongeveer een miljoen vreemdelingen in ons land die onze taal niet spraken, zich deels hulden in voor ons vreemde gewaden en die zich voor een klein deel niets aantrokken van onze verboden en geboden. In sommige steden voelden burgers zich een vreemde in eigen land. Daarop kwam een beweging op gang die de onlustgevoelens die dit opriep in politieke munt omzette en sindsdien voert Nederland zo wat het meest hardvochtige vreemdelingenbeleid van Europa.
Europese cultuur Het gaat hier om een ontmoeting tussen verschillende culturen. Aan de ene kant heb je de Europese cultuur, waarvan de bakermat ligt in Griekenland en die na de Middeleeuwen verder gevormd is door de Renaissance en daarna door de Verlichting. Belangrijkste kenmerk is het vooruitgangsgeloof, het individualisme en daarmee samenhangend het geloof in de burgerlijke vrijheden. Daarbij komt de invloed van het Christendom die er voor gezorgd heeft dat het individualisme niet te ver is door geschoten. Dat alles geldt voor het grootste deel van Noord-Midden en Zuid-Europa. Dus grotendeels het gebied dat nu onder de Europese Unie valt. Dank zij de welvaart en de gemiddeld hoge graad van onderwijs bestaat er in die Europese Unie een grote zelfbewuste en assertieve middenklasse. Daarmee hebben we de identiteit van de Europeaan voldoende geduid.
Natuurlijk zijn er binnen dat grote gebied graduele verschillen. Maar ten opzichte van de culturen om ons heen zijn die verwaarloosbaar en in ieder geval overbrugbaar.
Specifieke Nederlandse cultuur? Tot nu toe is nog niet erg duidelijk gemaakt waaruit de specifieke identiteit van de Nederlander bestaat. Sinds Fortuin de knuppel in het multiculturele hoenderhok heeft geworpen put men zich uit om dit met zogenaamde canons duidelijk te maken. Is de toenmalige premier Balkenende begonnen met een waarden- en normenoffensief. Daartoe bedacht hij onder andere de kreet van de ”VOC-mentaliteit”. En een andere politicus, een politica, vond dat men Trots op Nederland moest zijn. Nou, daar ontbrak het tot dan wel aan natuurlijk. Voor die tijd was het meer de ”wegmetonsmentaliteit”, wat goed te merken was in de manier waarop wij onze geschiedenis benaderden. Dat geldt ook de grote vaderlandse schrijvers. Zo was het een Duitser, Goethe, die het drama van de onthoofding van Egmond en Hoorne door Alva in 1568- de aanleiding voor onze onafhankelijkheidsstrijd- op drama heeft gezet. Daarna greep dat een andere Duitser, de componist Beethoven, zo aan, dat die er zijn ouverture Egmont voor heeft gecomponeerd.
Trots op Nederland? Waarop zouden wij als Nederlander zo trots moeten zijn? Is het onze koopmansgeest? Is dat echt iets om trots op te zijn? Daar kun je twee kanten mee op. Is het onze aversie tegen gezag? Daarin verschillen we natuurlijk met de Duitsers en de Belgen.
In zijn nota ”Integratie, binding, burgerschap”, van minister Donner heet het: ”Vrijheid, gelijkwaardigheid, verdraagzaamheid en solidariteit zijn de waarden die vanouds de Nederlandse samenleving hebben geschraagd”. Dat is mooi gezegd, maar dat geldt voor vrijwel alle landen die nu tot de Europese Unie behoren. Je zou kunnen zeggen dat Nederland daarmee de waarden van de Franse revolutie heeft overgenomen. Alleen de verdraagzaamheid zou meer specifiek Nederlands zijn. Maar daar zijn de laatste tijd nogal wat kanttekeningen bij te plaatsen. Binnen de EU heeft geen politieke partij die onverdraagzaamheid jegens een bepaalde bevolkingsgroep predikt zo veel aanhang verworven als in Nederland, op Oostenrijk en Finland na.
Toch zijn de overeenkomsten met onze mede-Europeanen veel groter zijn dan de verschillen, als we ons vergelijken met de culturen buiten Europa. Dat merk je het beste buiten Europa. Daar voel je je in contacten met mede-Europeanen Europeaan. Daarom zijn politieke bewegingen die aan de fundamenten van de nationale staten knabbelen, zeker niet verwerpelijk. Integendeel, doordat dit tot een machtsreductie van de nationale staat leidt, wordt het samenwerkingsverband Europa in beginsel sterker. Een bezwaar van de huidige Europese Unie is immers dat zij nog te veel gedomineerd wordt door een klein aantal grote nationale staten, die te weinig geneigd zijn een deel van hun soevereiniteit in te leveren.
Een sterk Europa is een federaal Europa Een sterk, lees federaal, Europa is in het voordeel van Nederland. Want Nederland is te klein om een eigen machtspolitiek te kunnen voeren en is vanwege haar overheersende handelsfunctie veel te afhankelijk van een open interne markt. Daarom is het zeer tegen het eigen Nederlandse been wat PVV en SP met hun anti-Europa houding voorstaan. Als zij daarmee hun zin krijgen zal het vooral hun eigen aanhang zijn die daarvoor het gelag zal moeten betalen. (Bijvoorbeeld door Griekenland failliet te laten gaan) Jean–Claude Trichet, de president van de Europese Centrale Bank, is hier heel duidelijk over. Onlangs heeft deze bepleit dat Brussel in het economische beleid van een lidstaat ingrijpt als het zich niet aan de regels houdt. Volgens Trichet moet de EU een echte Unie worden; met één munt, één markt, één centrale bank en ook één ministerie van Financiën. Het verlies aan soevereiniteit is volgens hem onvermijdelijk en onomkeerbaar. Het alternatief is dat populisten zoals Wilders in Nederland het gaan winnen en dat zal onvermijdelijk tot stagnatie leiden. De Griekse crisis zal of tot een versnelde uitbouw van de Europese Unie leiden of tot de verdwijning van de Euro en daarmee waarschijnlijk tot een nieuwe grote economische crisis in heel Europa en tot ver daarbuiten.
Het is te hopen dat de populisten niet hun zin zullen krijgen. In dat geval krijgt Europa , noodgedwongen, een flinke impuls op weg naar een federale unie. Met dank achteraf aan de Grieken.
Staatkundige herschikking binnen Europa Als het deze kant op gaat kan ook een zekere staatkundige herschikking binnen Europa, zoals in Groot-Brittannië en België, worden verwelkomd. Binnen zo’n nieuwe staatkundige context zou het voor Noord-Nederland misschien goed passen om samen met Neder-Saksen of een deel daarvan een eigen Europese regio te vormen. Op de voors en tegens hiervan zullen we apart ingaan. Maar laten we eerst de afloop van de Griekse crisis afwachten.
[1] Integratienota: Integratie, binding, burgerschap, 16 juni 2011. pag.2
|