| College van GS afschaffen? |
|
|
|
| donderdag, 19 mei 2011 11:44 |
|
Over Meerstad, Blauwe Stad en Duckstad Volgens enkele DvhN-journalisten zou de affaire Meerstad om een parlementaire enquête schreeuwen. (DvhN 18 mei 2011) Na het Icesaveschandaal kwam het verpatsen van de Essent-aandelen. En dan de blunders op vastgoedgebied: eerst de Blauwe Stad en dan nu ook Meerstad. Volgens Tjeerd hebben de Groninger Statenleden dit alles als Groninger koek geslikt. (Is die zo zoet dan?) Maar een beetje mensenkenner als Tjeerd kon het weten wat de gedeputeerden Mark Calon (PvdA) en Henk Bleker (CDA) zijn: ”overschatte praatjesmakers”. Oliemans stelt met andere worden de competentie van Groninger gedeputeerden, zowel als die van de Groninger Statenleden, ter discussie. Een beetje onder het motto dus van: De gedeputeerden zijn de bestuurders Afgezien van de vraag of alle kritiek even terecht is, is het jammer dat hij er geen conclusies aan verbindt of beter nog een alternatief schetst. Het College van GS dan maar afschaffen? De Partij voor het Noorden wil het middenbestuur meer bevoegdheden geven, ten koste van de Rijksoverheid. Maar dan moet dat middenbestuur natuurlijk wel voldoende competent zijn. Anders spannen we het paard er mee achter de wagen. Daar lijkt het in Groningen nu op, want de verspilling van gemeenschapsgeld begint de spuigaten uit te lopen. Dat zou zelfs een reden kunnen zijn dat bij verscheidene politieke partijen het middenbestuur onder vuur ligt. Dus niet alleen omdat de provincie niet erg leeft bij de kiezers, maar ook vanwege de inefficiency. Die twee redenen hebben echter met elkaar te maken. De geringe populariteit van de provincie maakt dat de lijst voor de provinciale Statenverkiezingen onvoldoende mensen van voldoende kaliber aantrekt. Maar dat laatste komt ook weer omdat het honorarium van een Statenlid het midden houdt tussen een vrijwilligersvergoeding en een normaal salaris. Het is te veel werk om het behoorlijk naast een gewone baan te doen, terwijl je van de vergoeding alleen niet fatsoenlijk kunt leven. Daarom zijn de staten veel te eenzijdig samengesteld. Maar die Staten kiezen uit hun midden wel het College van GS. Weliswaar biedt artikel 35 van de Provinciewet de mogelijkheid om gedeputeerden van buiten de provinciale staten aan te trekken, maar dit gebeurt maar weinig. Gelet echter op de vele bestuurlijke blunders en financiële misslagen is er echter alles voor te zeggen om gedeputeerden veel meer van buiten aan te trekken. Dat kan zonder wijziging van de provinciewet. Zakenkabinet op provinciaal niveau Vanuit democratisch oogpunt is dit zeker niet verwerpelijk. Zelfs op nationaal niveau is er veel voor te zeggen. Je zou er veel meer continuïteit in beleid mee verkrijgen. Mits je het goed opzet, kan het democratisch functioneren er juist door verbeteren. Om bij de provincie te blijven, de provinciale Statenverkiezingen kunnen op de zelfde wijze verlopen als nu. Het verschil komt na de verkiezingen. Op grond van de verkiezingsuitslag stelt het college van beroepsbestuurders een bestuursprogramma voor de eerstkomende vijf of tien jaar op. Dit wordt voorgelegd aan de nieuwe Staten en die is de enige beslissende instantie. Op grond van de amendementen uit de staten wordt het bestuursprogramma aangepast. Logisch is dat de grootste partijen de meeste amendementen kunnen aanbrengen. In een tijd dat het overgrote deel van de burgers niet meer warm loopt voor onze politieke partijen waardoor praatjesmakers, egotrippers en populisten te veel de ruimte krijgen, lijkt dit een goede maatregel om de portemonnaie van de burgers te beschermen. In ieder geval zouden we er een discussie over kunnen beginnen. Misschien dat de voorgestelde parlementaire enquête voedsel aan zo’n discussie kan bieden. Jan Lambers
|



