| Pekela na de Turf |
|
|
|
| maandag, 29 november 2010 17:44 |
|
Als landelijke kranten een groot verhaal over het Noorden plaatsen dan is dat meestal niet een verhaal om als noordeling trots op te zijn. Zo had de Volkskrant op woensdag 24 november maar liefst twee pagina’s over Pekela. Dat zou volgens een onderzoek van het Centraal Bureau voor Statistiek de armste gemeente van Nederland zijn. Dat leverde een sappige reportage op. Boven het artikel stond de schrijnende kop: ”Na de turfwinning rest de armoede”. De openingszin luidde dat de inwoners van de oude turfgemeente Pekela de armsten van Nederland zijn. Het was in maart van dit jaar ook de gemeente met het hoogste percentage PVV stemmen. Dat lijkt verband met elkaar te houden. Wel gek eigenlijk, die armoede. Want volgens cijfers van het Europese Bureau voor Statistiek behoort de provincie Groningen tot de topvijf van rijkste regio’s van de Europese Unie. Er zijn echter meer gemeenten in deze ”rijke provincie” met een hoog percentage werklozen en bijstandstrekkers dan gemiddeld. Hoe komt dat? Het antwoord is even simpel als verbijsterend. Dat komt omdat de Europese Unie de gehele toegevoegde waarde van het aardgas dat in de provincie Groningen gewonnen wordt aan het inkomen van de provincie Groningen toerekent. Zo zie je maar dat statistieken vaak erger zijn dan leugens. Want van deze hele toegevoegde waarde komt geen cent in de provincie Groningen terecht. Alles gaat naar de centrale regering in De Haag en die is bijzonder karig om er iets van aan de regio waar het verdiend wordt terug te doen vloeien. Van alle regio’s in het hele land krijgt het Noorden zelf het minst. Zegge en schrijve 1%. Ook dat is officieel vastgesteld. Zoiets wordt bijna nergens in de wereld vertoond. Bijna overal in de wereld waar veel bodemrijkdommen worden gevonden profiteert de lokale bevolking daar van. Soms nadat die lokale bevolking voor deze rechten met fysiek geweld heeft moeten vechten. Bijvoorbeeld in Nigeria, waar Shell bij voortduring geteisterd wordt door aanslagen op haar olievelden en –leidingen. Vroeger profiteerde de provincie Groningen en de gemeente Pekela ook van haar bodemrijkdommen. Toen werd er turf gewonnen. Daar is door alle lagen van de bevolking aan verdiend, een paar honderd jaar lang. Totdat steenkolen de turf verdrongen en de turfwinning een armoedige zaak werd. Maar voor die tijd zat Nederland bestuurlijk anders in elkaar. Er was geen centrale regering, maar een unie van autonome provincies. Toen Nederland in de Franse tijd een eenheidsstaat met een koning werd, was dat het begin van een relatieve achteruitgang van de verst weg gelegen provincies. Alle wegen en spoorwegen voerden naar de hoofdstad en Rotterdam werd de belangrijkste haven van het land. En aangezien een goede bereikbaarheid de belangrijkste voorwaarde voor economische groei en welvaart is werd het westen van het land de welvarendste regio. En het verschil is in de loop van de tijd alsmaar groter geworden. Het is merkwaardig dat het woord aardgas in het hele verhaal van de Volkskrant niet genoemd wordt en turf wel. Maar eigenlijk ook weer niet merkwaardig, want onze bodemrijkdommen hebben ons immers niets opgeleverd. Ja , een massa overlast in de vorm van bodemdaling, aardbevingen , laagfrequente trillingen en een hoop lege aardgasvelden waar de centrale regering allerlei troep in wil stoppen, zoals CO2 en kernafval, die ze in het westen zelf niet lusten. Als een boudeltje boze Barendrechtste burgers te hoop lopen tegen de opslag van Co2 onder hun gemeente trekt de centrale regering schielijk haar vieze keutel in en zegt dat de Barendrechters niet ongerust hoeven te zijn, want dat ze het dan wel in het noorden ergens in de grond zullen stoppen. Wat mij al vele jaren verbijstert is dat wij mensen in het noorden dit allemaal zo gelaten over ons heen laten komen. Waar is de ondernemende en af en toe ook wel opstandige veenkoloniale geest van vroeger gebleven? In de afgelopen 150 jaar zijn er in onze regio heuse veenopstanden geweest, waar marechaussees aan te pas zijn gekomen. Er was niet voor niets nog geen honderd jaar geleden een marechausseekazerne in Nieuwe Pekela. Maar na de laatste oprisping van strokartonarbeiders in de beginjaren zeventig van de afgelopen eeuw onder leiding van de communistische Fré Meis, die nog eens gedreigd heeft de gaskraan naar het westen dicht te draaien, is het stil geworden in Oost-Groningen. Hoe komt dat? Is men apathisch geworden? Of vindt men het leven er toch niet zo slecht? Maar waarom maken ze dan de PVV de grootste partij? Want het is toch duidelijk dat mensen in Groningen daar niets van te verwachten hebben? De PVV wil de taken van de provincie bijvoorbeeld sterk beperken. Dus dan wordt de centrale regering in Den Haag nog overheersender en daar hebben we in het Noorden zoals gebleken niets van te verwachten. De PVV is ook tegen Europa. Laat de bewoners in Oost-Groningen zich dan eens realiseren dat wij hier aan het belangrijkste land van Europa grenzen. Wij in het noorden hebben er juist belang bij om de contacten met Duitsland en met alles wat daar nog achter ligt te intensiveren. Als je alleen naar de kaart van Nederland kijkt, dan liggen Oost-Groningen, Zuid Limburg en Zeeuws Vlaanderen alle drie aan het voeteneind van Nederland. En zie eens hoeveel krimp op allerlei terreinen we daar hebben? Maar kijk nu eens naar de kaart van Europa. Dan ligt Oost-Groningen veel gunstiger. Gunstiger zelfs dan de Randstad. Vooral om die reden is de Partij voor het Noorden dan ook voorstander van een verdere Europese integratie. Kortom, de kiezers in Pekela stemmen precies op de verkeerde partij. Laten wij ze duidelijk maken dat een stem op de Partij voor het Noorden betekent dat ze iets te zeggen krijgen over de besteding van de aardgasbaten en dat het zich willen afsluiten van Europa voor provincies als Groningen en Drenthe waar het bedrijfsleven erg op Duitsland gericht is voor het Noorden de economische achterstand alleen nog maar groter zal maken. |



