| Tram in Stad en Regio: Raden en Staten worden Vals Voorgelicht |
|
|
|
| maandag, 06 april 2009 01:00 |
|
De Stad Groningen trekt drie miljoen euro uit voor een projectbureau dat het plan voor een tram vanaf het Hoofdstation naar het universiteitscomplex Zernike moet uitwerken. De startnotitie waarin de principe beslissing tot aanleg wordt verdedigd is een ronkend verhaal met enkel aandacht voor de voordelen en een doemscenario voor als het plan niet door gaat. Op basis van deze voorstelling van zaken probeert de Stad, die zelf 50 miljoen wil bijdragen, rest van de 150 miljoen aan aanlegkosten los te pueteren bij andere gemeenten in de regio, bij de provincies Groningen en Drenthe en bij het Rijk. Het centrale argument voor die bijdragen is dat de stadstram in de toekomst eenvoudig kan worden doorgetrokken als regiotram naar Assen, Zuidhorn, Winsum, Delfzijl en Winschoten. Dat roept drie vragen op waarop de startnotitie geen fatsoenlijk antwoord geeft. (1) Welk probleem moet de stadstram eigenlijk oplossen? (2) Hoe reëel is het perspectief van het doortrekken van de stadstram naar de regio? (3) Kan het niet eenvoudiger en goedkoper? Dat economisch argument is zwaar overdreven, want als de stad het slecht doet, zoals bij het bouwen van woningen, dan neemt bijv. Assen dat makkelijk over. Hetzelfde geldt voor winkels en andere voorzieningen. De niet ideale autobereikbaarheid van de Groninger binnenstad is bovendien voor een belangrijk deel een gevolg van bewust beleid van de gemeente zelf: logische doorsteken in het stedelijke wegennet worden niet gemaakt, parkeren in en bij de binnenstad wordt bemoeilijkt en de Zuidtangent wordt afgewezen. Transferia aan de rand van de stad met overstappen op de stadstram bieden hiervoor maar zeer beperkt een alternatief. Ook de provincie Groningen gelooft niet in de tramoplossing van het autoprobleem, want in haar begeleidende brief aan de Staten schrijft zij terecht dat het openbaar vervoer en het autoverkeer “elkaars probleem niet kunnen oplossen”. Maar dat wordt als veel te eenvoudig voorgesteld. Het is niet alleen een kwestie van het bijbouwen van lage perrons op alle treinstations in de regio. Het is ook een kwestie van het harmoniseren van beveiligingseisen tussen trein en tram, van het overschakelen van elektrisch op diesel en van medewerking van Prorail. De gemeente zegt vanaf het begin deze interoperabiliteit van tram en trein in het systeem in te willen bouwen, maar in het feitelijke plan voor de stadtram HS-Zernike is vooralsnog voorzien in een eigen eindstation op het busplein bij het hoofdstation en in een eigen remise op het Zernike-complex. |
|
Partij voor het Noorden Secretariaat:
Vossenkamp 124
9675 CM Winschoten
T: 0597 880054
postgiro: 9477607 kvk:02078982 © 2003-2011 Partij voor het Noorden Perscontacten
Leendert van der Laan
06-40185410
|




