|
Hoorzitting nieuwe Europese partijen bij Binnenlandse Zaken |
|
|
|
|
donderdag, 09 september 2010 11:45 |
Hoorzitting nieuwe Europese partijen bij Binnenlandse Zaken
door Hilbert Koetsier
Maandag 20 december togen vijf leden van onze partij naar Den Haag voor een hoorzitting bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK). Een van hen was Teun Jan Zanen, die als woordvoerder optrad voor de zeven nieuwe partijen die afgelopen juni aan de Europese verkiezingen meededen – waaronder de Partij voor het Noorden. Deze partijen hebben gezamenlijk een klacht over het ministerie ingediend bij de Nationale Ombudsman.
De zeven partijen zijn boos op het ministerie, omdat die hen niet gelijk behandelde als de acht Tweede kamerpartijen CDA, PvdA, VVD, GroenLinks, D66, ChristenUni/SGP, SP en LPF. Zo mochten de nieuwe partijen geen speech houden bij de officiële opening van de landelijke campagne “Europese Verkiezing, u komt toch ook?” en werden zij niet opgenomen in de door het ministerie gepromote StemWijzer. De partijen vinden dat principieel in strijd met de regels voor de democratie – immer, het ministerie vertegenwoordigt de Nederlandse Staat – en die moet totaal onpartijdig zijn.
Teun Jan Zanen heeft op de hoorzitting een ‘pleitnota’ namens de zeven partijen voorgelezen. Daarin wordt het gedrag van het ministerie afgezet tegen internationale afspraken over hoe we ons democratisch bestel horen te organiseren. Deze afspraken zijn vastgelegd door de OVSE (Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa) in 1990 te Kopenhagen (zie hieronder). Volgens Zanen was er sprake van “discriminatie” van de nieuwe partijen en heeft het ministerie de gevolgen van zijn gedrag zwaar onderschat.
Tegenover Zanen zat tijdens de hoorzitting de organisator van de campagne van het ministerie, de relatief jonge heer De Boer. Deze bracht naar voren dat “de intentie” van de organisatie onmiskenbaar goed was, maar dat het organiseren bemoeilijkt werd doordat ze een “krap budget” hadden en bovendien dat ze “pas tien dagen van tevoren op het idee kwamen voor de startbijeenkomst” (!). Daardoor konden partijen pas op het “laatste moment” uitgenodigd worden. Voor een goed verloop van de bijeenkomst was het helaas niet mogelijk álle vijftien deelnemende partijen een speech van 90 seconden (!) te laten houden, aldus De Boer.
U begrijpt dat bij ons sterk de indruk is gewekt dat het ministerie uiterst amateuristisch heeft geopereerd bij deze verkiezingen en dat ze geen enkele notie hebben van de democratische grondslag van het bestuur van ons land. De Staat mag natuurlijk nooit als argumenten “goede intentie”, “krap budget”, “pas tien dagen van tevoren” en “laatste moment” hebben, als het gaat om de promotie van de democratische vertegenwoordiging van de Nederlandse burgers. Het is geen reclamebureautje, nee, het is nota bene de Staat!
We gaan natuurlijk door met dit gevecht. Het is nu eerst wachten op een officiële reactie van het ministerie, die vervolgens aan de Nationale Ombudsman wordt gezonden. Deze zal dan een onderzoek instellen. – Wordt vervolgd!
~|~|~|~|~|~|~|~
Uit: “the Document of the Copenhagen Meeting” van de OVSE op 29 juni 1990, over de organisatie van een democratie
Artikel 7.6 stelt dat: “(...) partijen met elkaar moeten kunnen wedijveren op basis van een gelijke behandeling van de kant van de wet en de autoriteiten”.
Artikel 7.7 stelt dat: “overheden moeten garanderen dat de wet en het openbaar bestuur eraan moeten meewerken dat de campagnes van politieke partijen gehouden kunnen worden in een eerlijke en vrije atmosfeer, waarbij noch administratieve maatregelen, noch geweld, noch intimidaties partijen en kandidaten hindert om vrijelijk hun inzichten en kwalificaties ten toon te spreiden, of de kiezers verhindert kennis van die opvattingen te nemen en die vrijelijk te kunnen bespreken”.
|