Nieuwsbrief 15
Groningen, 23 september 2003

Het heeft even geduurd; maar hier is hij dan, de eerste Nieuwsbrief van het nieuwe politieke jaar. In de eerste weken daarvan is er alweer veel werk verzet. De inhoud van deze Nieuwsbrief getuigt hiervan.
Redactie:
Hilbert Koetsier en Dana Kamphorst, m.m.v. Teun Jan Zanen en Haarm Diek
Foto's:
Tjeerd Oliemans en Geert Staats
Hasselbramen 15
door Teun Jan Zanen
ICT en ‘social computer’
De eerste hasselbraam (!) betreft het idee om de computer en andere nieuwe technologieën veel meer voor sociale doeleinden te gaan benutten. Nu is het nog zo dat het informatie- en communicatiegebeuren (oftewel het ict-gebeuren) voornamelijk ingezet wordt ten gunste van het prestatievermogen van bedrijven. Het overheidsapparaat benut de nieuwe kansen ook al wel een beetje, maar dan alleen nog maar voor de eigen bedrijfsvoering. Wat nog niet gebeurt, is, dat de computer systematisch ingezet wordt voor het betrekken van de burgers bij de besluitvorming over hun eigen toekomst. En juist daar liggen veel kansen.
De Partij voor het Noorden zoekt naar mogelijkheden om de Noordelijke bedrijvigheid toekomstgericht verder te versterken. Een van de nieuwe sectoren van bedrijvigheid is de ict-sector. De stad Groningen laat zich er nu al op voorstaan dat zij een echte ‘ict-stad’ is. Met enige goede wil kan je inderdaad ontdekken dat er een flink aantal ict-bedrijven in Groningen gevestigd is (denk bijvoorbeeld aan Fundament All Media, Atos-Origin, TMLC en vele kleine ondernemers); al met al gaat om duizenden arbeidsplaatsen.
Deze sector begint, na de knauw van de afgelopen twee jaren (toen de ‘nieuwe’ economie ineenstortte), weer aardig overeind te krabbelen. Ondertussen is een nieuwe kabelverbinding tussen Amerika en Europa aangelegd voor dataverkeer via het internet (de TYCO-kabel). Die komt in Noord-Groningen aan land en wordt via Stad verbonden met de bestaande kabelinfra-structuur in Nederland en Europa (via de Groninger Internet Exchange). Dat biedt in principe vele nieuwe toepassings-mogelijkheden, vooral ook in deze regio.
Als nieuwe partij krijgt de Partij voor het Noorden vele contacten met mensen die nieuwe dingen willen en daarvoor een luisterend oor zoeken. Dat bieden wij ook zo goed mogelijk. Op het terrein van de ict zien wij kruisbestuivingmogelijkheden met moderne vormen van kunst en cultuur. Daar gloort een nieuw perspectief. Wij willen trachten deze ontwikkelingen de nodige vaart te geven. Uiteraard zou zeggenschap in de eigen regio over dit soort ontwikkelingen handig zijn. Daaraan moet dan ook hard gewerkt worden.
Eén van de zaken die de Partij voor het Noorden in verband de nieuwe toepassings-mogelijkheden van ict wil stimuleren, is het idee van de ‘Social Computer’; een moderne, interactieve manier om mensen te betrekken bij de besluitvorming rond allerlei vraagstukken. De Social Computer is een nieuw begrip. Het is een metafoor voor een ‘marktplaats’, een centrale plaats in een gemeenschap waar mensen bij elkaar kunnen komen om te discussiëren en ideeën uit te wisselen.
Wanneer het idee van de Social Computer in Noord-Nederland in de praktijk wordt gebracht, kan iedereen die dat maar wil betrokken worden bij de voorbereiding van en besluitvorming over bijvoorbeeld de zweeftrein of de inrichting van de Grote Markt in Groningen. Deze betrokkenheid en uitwisseling tussen mensen ‘in’ de Social Computer, heeft het karakter van een soort culturele manifestatie: er wordt gebruik gemaakt van media, internet, culturele- en onderwijsinstellingen, enz.
Eén of meerdere experimenten moeten de potenties van dit idee (dat afkomstig is van de jonge ondernemers / artiesten / wetenschappers Pras Anand en Karina Grubor Peirera) aantonen. De Partij voor het Noorden is hierbij betrokken en steunt dit initiatief.
Onafhankelijke, regionale partijen
De tweede hasselbraam betreft het kennismakingsrondje van De Partij voor het Noorden langs de ‘andere’ onafhankelijke regionale partijen in Noord Nederland. Dat betreft in de eerste plaats de Fryske Nasjonale Partij (FNP). Met dit succesvolle medelid van de OSF (zij veroverden zeven Statenzetels) voerden wij reeds vóór de zomer een eerste gesprek. Dat beviel wondergoed. In oktober volgt dan ook een tweede gesprek. Vervolgens richtten onze schreden zich naar Drenthe, waar wij nog voor de zomer met Drents Belang praatten en na de zomer met de Onafhankelijke Partij Drenthe (OPD). We maakten onlangs de ronde af door met Gemeentebelangen Friesland (GBF) te praten.
Hoewel het hier om allemaal leden van de OSF (de onafhankelijke senaatsfractie in de Eerste Kamer) gaat, blijken zij toch allemaal zeer verschillend te zijn.
De OPD, Drents Belang en Gemeente-belangen Friesland zijn typisch provinciale bundelingen van lokale partijen. Met verdergaande ideeën over Noord-Nederland in Europa houden die zich eigenlijk niet bezig. Wel staan zij sympathiek tegenover het streven van de Partij voor het Noorden. Het zou kunnen dat de OPD zich op termijn verder ontwikkelt tot een echte ongebonden provinciale partij (dat wil hier zeggen: los van de lokale, ‘onafhankelijke’ politieke groeperingen).
De FNP is een echte politieke partij in en voor Friesland, met een gedegen afdelings- en provinciale structuur en met een eigen partijfilosofie. Aanvankelijk lag die vooral op het vlak van de taalstrijd, vervolgens kreeg vooral hun federalistische positie (Friesland als een zelfstandige staatkundige eenheid binnen een Nederlandse federatie) nadruk.
Tegenwoordig staat men ook open voor ideeën omtrent de vorming van een landsdelig bestuur. Zeker als dat een sterke mate van decentralisatie van Den Haag naar het Noorden zou gaan inhouden.
Na ons tweede gesprek met de FNP maken we de balans op. De bedoeling is bondgenoten te werven voor ons streven naar een meer onafhankelijk Noord-Nederland. Als een bundeling van de ‘onafhankelijken’ daartoe kan bijdragen, moeten we dat uiteraard nastreven. Is dat niet het geval dan moeten we een andere wijze verzinnen om onze ideeën verder te brengen.

Nattigheid, waterschapsbelasting en democratie
De derde hasselbraam gaat over de waterschappen. De provincie Groningen heeft met twee (interprovinciale) waterschappen te maken. Ook bij zo’n onderwerp, zeg maar over de noodzakelijke waterhuishouding in Noord-Nederland, blijkt eerder een Noordelijke dan een provinciale schaal noodzakelijk, wil je de problemen goed kunnen oplossen. Er spelen drie actuele zaken:
Ten eerste de bodemdaling door winning van het aardgas. In het bijzonder wat Noord-Groningen betreft, is er daardoor sprake van een dramatische verandering in de waterhuishoudkundige situatie. Een aantal stadswijken (Beijum en De Hunze) en een aantal plaatsen in Noord-Groningen (Bedum, Oosterhoogebrug, Zuidwolde en Onderdendam) loopt zelfs direct overstromingsgevaar, omdat het waterschap de zaak niet goed op orde heeft. Ook delen van het gebied ten Noorden van Onderdendam en Middelstum lopen gevaar bij extreme regenval niet tijdig te worden leeggemalen, met alle dreigende schade van dien. Een zaak om ons ook verder in te verdiepen.
Ten tweede de ingrijpende uitgaven die de waterschappen willen gaan doen. Deze moeten door belastingverhogingenopgebracht gaan worden. En wie moet er dan gaan betalen? De boeren (die toch nog altijd de grootste zeggenschap in de waterschappen hebben) of de gewone burger via hogere huren en zwaardere lasten op de eigen woning.
Ten derde komt meer en meer de discussie over het magere democratische gehalte van de waterschappen aan de orde. Naar ons idee moeten de waterschappen teruggebracht worden tot uitvoerende instanties. De politieke afwegingen dienen in een ‘normaal’ gekozen democratisch orgaan als de Provinciale Staten te geschieden. En niet in een onduidelijke belangenbundeling als de huidige waterschapsstructuren.
(23 september 2003)
Ons commentaar op de miljoenennota
door Partij voor het Noorden [tjz, hk]
De Partij voor het Noorden heeft, net als vele anderen, met verbazing kennis genomen van de begrotingsvoornemens van het kabinet Balkenende-II op Prinsjesdag. Het gepresenteerde beleidsprogramma 2004-2007 lijkt te handelen over een ander land dan het land waar Noord-Nederland deel van uitmaakt. Noord-Nederland komt in dit programma hoegenaamd niet voor.
Waar concrete maatregelen worden genoemd lijkt Noord-Nederland niet te bestaan. De prioriteiten van het kabinet liggen bij de Randstad, bijvoorbeeld als het gaat om het stimuleren van de natte infrastructuur ten behoeve van economische ontwikkeling. Over de noodzakelijke verbetering van de Noordelijke natte infrastructuur wordt niets vernomen (bijvoorbeeld over de noodzakelijke vergroting van de zeesluis bij Delfzijl). Ook wanneer er sprake is van extra middelen bestemd voor de te creëren regionale mobiliteitsteams en –fondsen, wordt het Noorden (in tegenstelling tot de Randstad en de regio’s Eindhoven en Arnhem-Nijmegen) vergeten.
In het beleidsprogramma van dit kabinet wordt niet gerept over het contract tussen Noord-Nederland en Den Haag inzake hetregionaal beleid gericht op het Noord-Nederland. Dat gaat om maatregelen ter versterking van de Noordelijke economie. Het ziet ernaar uit dat de oorspronkelijke afspraken vooralsnog overeind blijven. Maar nieuwe zaken als het Kolibri-project (het toekomstig openbaar vervoerssysteem rondom Groningen-Assen) en de agenda voor de Veenkoloniën (de structurele versterking van grote delen van Groningen en Drenthe) behoeven in de optiek van het kabinet blijkbaar helemaal niet te worden gesteund.

Het is nog niet geheel duidelijk of het massieve bezuinigingsprogramma van dit kabinet de doeluitkeringen aan de provincies zodanig gaat aantasten, dat zaken als bijvoorbeeld het openbaar vervoer (in het bijzonder ten plattelande) zullen gaan verslechteren. Over de grote slokop, het Betuwelijn-project, wordt niet gesproken. Terwijl daarbij toch min of meer sprake is van het weglekken van zo ongeveer alle ‘nationale’ aardgasbaten. Deze in Noord-Nederland gerealiseerde baten worden nu verspild aan een eigenlijk door niemand meer gewenst project. En het Noorden wordt in zijn ambities (Zuiderzeelijn, N-33, Kolibri-project e.d.) geheel of gedeeltelijk gesmoord.
Met enthousiasme wordt door het kabinet gerept over de verdere liberalisering van onder andere de energiemarkt. Maar de aangekondigde aanvullende wetgeving inzake “voorzienings- en leveringszekerheid” lijkt in het teken te staan van het bij rampen draaiend houden van de Randstad en het afkoppelen van “het platteland”. Verwerpelijk beleid in onze ogen.
Aangekondigd wordt het formuleren van één Nota Ruimte voor het gehele land. De Partij voor het Noorden is geen voorstander van zo’n nota. Zij is van mening dat landsdelen, en zeker Noord-Nederland, vrij zouden moeten zijn om zelf hun ruimtelijke ordening te regelen.
Het kabinet zegt te willen investeren in bestuurlijke vernieuwing. Daarbij denkt zij aan een herziening van het kiesstelsel en aan het invoeren van de gekozen burgemeester. Naar de mening van de Partij voor het Noorden bieden deze voorgenomen maatregelen geen structurele verbetering van de verhouding burgers-politiek. Beter ware het geweest als het kabinet gevolg gegeven had aan de aanbevelingen uit het rapport van de commissie-Geelhoed, die vorig jaar namens het Interprovinciaal Overleg een advies uitbracht aan het toenmalige kabinet in wording. Kern daarvan is de instelling van een landsdelige bestuurslaag, die vele bevoegdheden vanuit Den Haag zou kunnen overnemen.
Het idee van meer regionale autonomie, zoals ook door de Partij voor het Noorden bepleit, biedt wél uitzicht op gezondere interregionale verhoudingen in Nederland en een betere relatie tussen burgers en politiek.
(16 september 2003)
Niks boven wat aigen is
door Haarm Diek
'Er gaat niets boven Groningen', wordt der zegd. Dat gezegde wordt benoam as leuze in de rekloame broekt. Te pas. En ook wel te onpas.
Te onpas? Bevubbeld noar de mainen van lu, dij in wat hogers geleuven; dat hogere gaait veur heur den vanzölf boven Grönnen oet. Der ken overgens ook vroagd worden, of de wolken, dij overvoaren, nait boven Grönnen goan. Moar ook lu, dij wat meer van de wereld zain hebben, zallen nait licht met overtugen beweren, dat der niks boven onze pevensie gaait. k Heb ook mensen heurd, dij vonnen, dat zukse proat stridt met de netuur van Grönnegers en in heur oren as anmoategend gesnak overkomt.
k Mout even denken an onze noabers, de Duutsers. Dag en deur kennen wie op t heden vannijs goud met heur opschaiten. Moar nait meer as ze met heur Duutslaand, Duutslaand boven ales ankomen zollen, zol k hoagels worden. De Vraizen bennen andre noabers, doar we mainstied geern met van doun hebben. Moar ze mouten vanzölf nait ankomen met heur Vraislaand boven, Grönnen in de gruppe. Ben k d'ainege, dij nou ook met schoamte denkt an: n Grönneger is aaltied nummer ain?
k Mout der in dit verband ook even an denken, dat mie op mien raaizen op veul steden de navvel van onze eerde, t middenpunt dervan, anwezen worden is, onder meer in t noorden van Oafrikoa, in t zuden van Indioa en in t Noabieë Oosten. En k heb heurd en lezen, dat der nog hail wat ploatsen meer bennen, doar mensen heur waarkelkhaid as sentrom van t alomme ervoaren. Tougelieks komt mie as onderwiezen van de Volkenkunde in d´herinnern, dat der paardie volken bennen, doar d'aigen lu MENSEN nuimd worden, en andre mensen as n ofwiekende, voak mindere soort noamen kriegen.
Moar k wol t over dij leuze ´Der gaait niks boven Grönnen´ hebben. Opmaarkzoame lezers zal t dudelk wezen, dat k t der in t veurofgoande aalweg over had heb. - Noar mien smoak is dij leuze nait bot veul weerd. In n eelske bui en hui in de kop ken der n bult zegd worden, ook zukswat, moar doar holdt t den ook met op, in t het wieder niks te betaiken.
Niks te betaiken? Zo'n leuze ken alerdeegs t mekander verstoan en van weerde achten in de wege stoan. Doar legt ook de reden, dat k dit stuk veur onze Nijsbraif schrief.
Noar mien gevuilen ken der nait veul op tegen wezen, as aine zeggen zol: 'Der gaait MIE niks boven Grönnen!' Met zuks zeggen lat e d'overge waarkelkhaid in aigen weerde, en priest e t kedo van zien deur Grönnen bepoaald-wezen. Aine, dij zo proat, zal t ook begriepen, as veur n Drent niks boven Drent en veur n Vrais niks boven Vraislaand gaait. Veur onze Partij voor het Noorden betaikent zuks, dat wie wies bennen met t aigene, dat wie open stoan veur t wies-wezen van andern met heur aigenheden, en dat wie roemte om ons tou hebben regionoal, natsjenoal, europees en mondioal.
Gain misverstaand: der gaait MIE niks boven Grönnen!
Haarm Diek