Bijdrage aan de algemene beschouwingen rondom de begroting 2005 van Provinciale Staten Groningen, d.d. 8 september 2004 |  |  | Uitgesproken door Teun Jan Zanen, fractievoorzitter Partij voor het Noorden in de provincie Groningen
1. Noordelijke samenwerking 2. Regionaal beleid 3. Sociaal-economisch perspectief
1. Noodzaak van hechte samenwerking of misschien zelfs samensmelting
Twee recente onderwerpen waarover binnen het Noorden van mening werd verschild, waren en zijn: de exploitatie van aardgas van onder de Waddenzee en de besluitvorming over de Zuiderzeelijn.
= Was er, wat de exploitatie van het Waddengas betreft, een duidelijk noordelijk front tegen die winning, daarna viel die eenheid uiteen. De commissie-Meijer deed geen nieuw onderzoek naar de eventuele negatieve milieueffecten van die gaswinning voor de Waddenzee, doch suggereerde dat als je de zaak tijdens de winning goed in de gaten houdt, je altijd zonodig zou kunnen ingrijpen (‘exploitatie met de hand aan de kraan’).
In deze zaak is het financieel belang van de betrokken oliemaatschappijen en de rijksoverheid evident. Meijer c.s. hebben een poging gedaan om ook een direct belang voor de provincies te creëren. Vanuit de extra aardgasbaten zou € 750 à € 800 miljoen de noordelijke provincies moeten toevloeien. Daarmee kon dan een goede invulling aan een actief Waddenbeleid gegeven worden. Ook zou het geld besteed kunnen worden aan het ontwikkelen van alternatieve energieopwekking, ter compensatie van de dan slinkende potentie van de gasreserves.
Voor de burgemeester van Groningen was dit reden genoeg om de opstelling van de provincie Groningen (“geen gasexploitatie vanwege de mogelijke risico’s voor het milieu”), aan te vallen. Het kabinet verlaagde gauw het bedrag van de fooi voor het Noorden: het zou slechts om € 500 miljoen mogen gaan. En toen viel het CDA in Fryslân om. Vanwege die centen, maar vooral ook vanwege hun binding met Balkenende. En lachen dat ze doen in Den Haag...
= Dan de Zuiderzeelijn. Ook zo’n schimmige zaak, zeker voor de burgers. Het gaat om een snellere verbinding per spoor of zweefbaan tussen Groningen en A’dam/Schiphol.
Balkenende wilde plots een andere prioriteit. Het gaat hem vooral om de verbinding Almere-Amsterdam: de versterking van de noordvleugel van de Randstad. De andere partners hebben dit nieuwe accent geaccepteerd. In feite betaalt het Noorden daardoor nu mee aan de infrastructurele ontwikkeling van de Randstad. Jawel!
In Friesland zag men overigens van stond af aan die zweeftrein niet zo zitten. Het Friese eigene, de vredige plattelandscultuur, dreigde ernstig verstoord te worden bij aanleg van de zweeftrein. Deels doordat er een stroom westerlingen naar Friesland zou komen te wonen, deels omdat Friesland, vooral ook op economisch terrein, meer nog dan nu vast zou komen te zitten aan de Randstad.
Deze opvatting speelde, in tegenstelling tot in de provincie Groningen, in Friesland een belangrijke rol in de Statenverkiezingen. Het succes van de FNP, als expliciete tegenstander van de zweeftrein, is mede daaraan te danken. Ook tijdens de collegeonderhandelingen in Fryslân speelde deze kwestie een belangrijke rol. Uiteindelijk heeft de Friese politiek het recht geclaimd om een referendum over dit onderwerp te mogen organiseren, waarbij, bij een duidelijke afwijzing door de Friese bevolking, Fryslân zonder verdere consequenties af zal mogen haken. De andere partners in het Zuiderzeelijnproject hebben deze opstelling geaccepteerd.
Wat daarmee ons inziens dreigt, is chaos en onderlinge ruzie in de noordelijke verhoudingen (en gegiechel in Den Haag!). En waarom heeft de stuurgroep Zuiderzeelijn niet het lef gehad om de bevolking van alle provincies en gemeenten echt volop te betrekken bij de ontwikkeling van deze nieuwe infrastructuur en hen ook een stem te geven in de definitieve besluitvorming?
= De Partij voor het Noorden wil zich ook het komende jaar inzetten voor de bevordering van echte noordelijke integratie. Misschien moeten de noordelijke provincies vervangen worden door een landsdelig bestuur. Of moeten zij, gegeven zo’n nieuwe bestuurslaag, omgevormd worden tot instellingen die zich vooral bezig houden met zaken die de eigen identiteit raken, dus met zaken als onderwijs, taal en cultuur.
Ons inziens is ook het betrekken van Ostfriesland bij een noordelijk landsdeel vandaag de dag aan de orde.
2. Blijft het regionaal beleid overeind? = In een recente brief aan de algemeen bestuursleden van het Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN), lijkt het dagelijks bestuur zich neer te leggen bij het onvermijdelijke: de koersverandering van kabinet en Europese Commissie. Aanbevolen wordt te zoeken naar nieuwe wegen om de potenties van Noord-Nederland niet verloren te laten gaan.
= De Partij voor het Noorden onderschrijft dit realisme en acht het inderdaad nodig dat Noord-Nederland een nieuwe positie ten opzichte van Den Haag ontwikkelt.
= En dan nu plotseling de actie van het SNN om te demonstreren tegen staatssecretaris van Gennip. Dus geen acceptatie. En dat nota bene onder de Lubberiaanse leuze: “geef het Noorden de kans het werk af te maken”.
= De Partij voor het Noorden is het faliekant oneens met dat “afmaken”. Er is een blijvende, permanente inspanning nodig om de regionale sociaal-economische ontwikkelingen in goede banen te leiden. En als Den Haag afhaakt, betekent dat, datNoord-Nederland meer als zelfstandige regio zich zal moeten bekommeren om de groei en bloei van het eigen gebied.
Misschien moeten we onze positie dan minder definiëren als overloopgebied van de Randstad, maar meer als een interessante Europese regio die de vleugels wil uitslaan. Uitgaande van de eigen economische bedrijvigheid moeten nieuwe ontwikkelingskansen worden gezocht. Nodig is daarbij een structurele financiering van een dergelijk beleid. Dat kan als het rijk Noord-Nederland een eigen belastinggebied zou gunnen (vergelijk de situatie in Schotland) en/of als het structureel een deel van de aardgasbaten het Noorden voor bovenstaand doel zou doen toekomen.
3. Perspectief Hoe gaat het met Noord-Nederland? Redelijk goed, als je de verhalen rondom het regionaal beleid moet geloven. Dat gaat tegenwoordig overigens vooral om economische zaken. Wat dat betreft blijkt het gevoerde beleid niet altijd het verwachte effect te hebben en succesvol te zijn. Zo was het International Business Park Friesland bij Heerenveen een dikke miskleun, zo erkent iedereen nu. Indertijd werd overigens de noordelijke samenwerking door de Friezen op het spel gezet, om de ontwikkeling van dit park met Europese- en ISP-middelen af te kunnen dwingen.
Maar gaat het wel zo goed verder? De langzame teloorgang van het Philips-concern in het Noorden is een illustratie van het wegvallen van veel industriële werkgelegenheid. En ook voor de landbouw geldt, dat het aantal mensen dat in die sector werkzaam is, gestadig blijft dalen
Richard Florida, een regionaal econoom, publiceerde in 2002 een boek, getiteld: ‘the rise of the creative class’. Hij wijst op een trend waarbij grotere bedrijven in toenemende mate die bevolkingsconcentraties met een vestiging vereren, waar sprake is van een grote concentratie van die ‘creative class’. Het gaat daarbij om wetenschappers, ingenieurs, innovatieve ondernemers, architecten, ontwerpers, schrijvers, musici, kunstenaars, kortom, om “een klasse van vrij bewegende individuen die hun geld verdienen met het vermogen nieuwe ideeën te genereren en te implementeren.” Als hij gelijk heeft, is het investeren in cultuur, wetenschap en techniek dus de meest verstandige regionale politiek die je je kunt voorstellen.
Dit zal, zeker relatief gezien, een zekere concentratie op de stedelijke gebieden betekenen. In het Noorden dus in het bijzonder Groningen en omgeving, en in iets beperktere mate Leeuwarden.
Deze benadering, deze nieuwe impuls voor het regionaal beleid, ontbreekt vandaag de dag nog in de ideeën over de, te bevorderen, kansrijke sectoren en het aanbevolen regionaal beleid. Iets om aan te werken.
En dan is er ook nog het verbreden van onze horizon. Ons inziens zal samenwerking met Ostfriesland, ons extra bewust maken van het eigen culturele erfgoed. Dat zou zeker ook aanleiding kunnen zijn om nieuwe, gezamenlijke kansen te formuleren. We kunnen ons, mede daardoor geïnspireerd, op termijn mogelijk tot een waardevolle en waarachtige Europese regio ontwikkelen.
4. Afsluiting Ziehier een drietal invalshoeken van waaruit de Partij voor het Noorden de provinciale begroting voor 2005 beoordeelt. Wij gaan er van uit, dat ook het provinciaal bestuur van Groningen, in de vorm van de GS-coalitie PvdA-CDA, zich bij het opstellen van haar begroting door deze of aanverwante invalshoeken heeft laten leiden. Dat nu gaan we in de loop van deze vergadering en komende maand verder uitzoeken. En zonodig zullen we voorstellen doen om het beleid bij te stellen.
Groningen, 8 september 2004 Teun Jan Zanen, fractievoorzitter
|