Werkgelegenheidsparagraaf Partij voor het Noorden

Werkgelegenheidsparagraaf Partij voor het Noorden

De werkloosheid in onze provincie en dan vooral in Oost-Groningen is al jarenlang onaanvaardbaar hoog. In Oost-Groningen vinden we verder niet alleen de hoogste werkloosheidspercentages en de hoogste percentages werknemers in de sociale werkvoorziening, de hoogste laaggeletterdheid, maar ook nog eens de hoogste percentages uitkeringsgerechtigden van ons land.

Tot de belangrijkste oorzaken van deze situatie behoren het centralistische beleid van de landelijke overheid en de verkeerde keuzes van het provinciebestuur. Deze hebben in Noord- en Oost-Groningen krimpgebieden doen ontstaan. Jongeren trekken weg, bedrijven moeten sluiten en voorzieningen verdwijnen of verschralen.

De Partij voor het Noorden vindt dit absoluut onaanvaardbaar en eist daarom  krachtige maatregelen om dit te keren.

Er zijn daarom andere keuzes nodig, die we echter zelf, zonder Den Haag, willen maken. Niet de Haagse politici maar wij Groningers weten het beste wat nodig is voor Groningen.

We willen  weer meer woningen in de dorpen, verbetering van scholen in plaats van ze te sluiten, vernieuwing van dorps-voorzieningen en ondersteuning van het verenigingsleven om de krimp te doen omslaan in nieuwe groei.

 

Wat moet er gebeuren om in Groningen wel meer werk te krijgen?

Toelichting voorgestelde maatregelen

De Partij voor het Noorden realiseert zich dat de werkloosheid alleen maar blijvend kan worden verminderd door een pakket van deels drastische maatregelen.

1 Door het aantrekkelijker maken van het vestigingsklimaat voor bedrijven, speciaal voor het klein-en middenbedrijf , als zijnde de belangrijkste banenmotor.

Dit is mogelijk door:

a Een goede infrastructuur in de vorm van vooral een goede bereikbaarheid

Betere snelwegen, (internationale) spoorlijnen, kanalen en snel internet zijn nodig om de Groningse economie krachtiger te maken.

In concreto vraagt dat om een verbetering van de spoorverbinding met Hamburg, een verdubbeling van de N33 naar de Eemshaven en een vaste oeververbinding met Emden.

 

b Investeren in de kwaliteit van de beroepsbevolking

Een deel van de door de Partij voor het Noorden gevraagde aardgasgelden is nodig voor de upgrading van het beroepsonderwijs en voor omscholing en begeleiding van werklozen. Daarbij dient ook ruimte voor het leerlingstelsel te worden gemaakt,. zoals dat ook in Duitsland met succes wordt toegepast.

Verder dient het Duits zowel in het basisonderwijs als in het voortgezet onderwijs in de aan Duitsland grenzende gemeenten te worden onderwezen, opdat ook de Duitse arbeidsmarkt een serieuze optie voor Groningers kan worden.

 

c Bevorderen van de totstandkoming van regionale CAO’s

Hoewel de overheid niet rechtstreeks bij de totstandkoming van CAO’s betrokken is, heeft zij wel de bevoegdheid om deze verbindend te verklaren voor alle betrokkenen in de desbetreffende bedrijfstak.

De Partij voor het Noorden vindt dat de verschillen in arbeidsmarkt tussen Oost-Groningen  en andere delen  van het land zodanig groot zijn dat hiermee bij de totstandkoming van CAO’s rekening dient te worden gehouden.

Ook de nabijheid van Ost Friesland en Emsland waar de werkgelegenheidssituatie aanmerkelijk gunstiger is dan in Oost-Groningen is een overweging om rekening mee te houden.

Een belangrijk punt van aandacht hierbij is dat in Duitsland de brutolonen en de daaraan gekoppelde uitkeringen een stuk lager liggen dan in Nederland. In de nettosfeer zijn de verschillen echter geringer.

 

Om de concurrentiepositie van Nederlandse werknemers op de naburige Duitse arbeidsmarkt te verbeteren stelt de Partij voor het Noorden dan ook voor om de arbeidskosten voor werkgevers te verlagen door de premie-en loonheffing op arbeid in de qua werkgelegenheid kwetsbare gebieden drastisch te verlagen.

Dit acht de Partij voor het Noorden veruit te prefereren ten opzichte van de banenplannen, waarbij de overheid wordt aangezet om banen te creëren die weinig toegevoegde waarde opleveren en die daarmee geen blijvende verbetering opleveren, terwijl ze wel een groot beslag leggen  op de algemene middelen.

Een verlaging van de loonkosten als voorgesteld zal Oost Groningen concurrerender maken, vooral in de midden-en hogere regionen van de arbeidsmarkt.

Aan de onderkant van de arbeidsmarkt zal het effect minder zijn, omdat tegen de lagelonelanden toch niet te concurreren valt. Vandaar dat ook in de eerste plaats ingezet moet worden op het verhogen van de arbeidskwalificaties.

 

Financiële gevolgen

De derving aan inkomsten waartoe de voorgestelde maatregel voor de Rijkskas zal leiden, zo lang op dit gebied nog geen autonomie van het Noorden  bereikt is, tot een geringere afdracht aan loon-en premieheffing aan de Rijkskas leiden.

De Partij voor het Noorden wil dit overbruggen vanuit het Groninger Aardgasfonds, dat zij als een van haar belangrijkste eisen ingesteld wil zien. Dit Fonds, dat moet worden gevormd door het Rijk 1% van alle tot nu toe door haar geïnde aardgasbaten aan de provincie Groningen  te laten afdragen.

Zo lang dat fonds er nog niet is wil de Partij voor het Noorden de provinciale ‘Essent’ gelden inzetten voor de financiering van werkgelegenheidsprojecten.

Door de resulterende verbetering van de concurrentiepositie van  Oost-Groningen en de daarmee gepaard gaande inverdieneffecten
zullen  de jaarlijkse bijdragen uit dit fonds geleidelijk kunnen afnemen.

 

NB Mits de gelden van dit Groninger Aardgasfonds net zo belegd worden, als een pensioenfonds dat doet, hetgeen de Partij voor het Noorden voorstaat, kunnen de jaarlijkse bijdragen aan de verlaging van de arbeidskosten uit het rendement van deze gelden gefinancierd worden.

 

 

Herverdeling van de beschikbare werkgelegenheid

Voor zover de werkloosheid in Oost-Groningen ondanks de voorgestelde maatregelen toch nog boven een aanvaardbaar niveau blijft, vindt de Partij voor het Noorden dat de beschikbare werkgelegenheid op een eerlijker manier dan thans moet worden verdeeld.

Elders op deze website is te lezen hoe dat zou kunnen.