Trouw: De Partij voor het Noorden is 'recht veur zien kop'

“Die Groningers zijn hartstikke gek”, mopperde de – Friese - vader van Leendert van der Laan wel eens. “Ze zitten op goud, dat wordt ze afgenomen, en ze laten het gebeuren en vragen er niets voor terug”, verwijzend naar het aardgas in de bodem. Heit van der Laan was bankier bij de Friesland Bank en wist derhalve het een en het ander over kosten en baten. Verrék, dacht zoon Leendert, je hebt gelijk.

Leendert van der Laan was destijds een van de oprichters van de Partij voor het Noorden, samen met Teun Jan Zanen, die in 2016 overleed. Begin jaren tweeduizend sprak die al over gasbaten en dat het hoog tijd was dat de Noorderlingen daar eens iets van zouden terugzien. Sterker: nog veel eerder – in 1973 om precies te zijn – had hij een essay gepubliceerd met de titel Noord Nederland, een kolonie?

De gapende kloof tussen de Randstad en de regio in het algemeen, de gapende kloof tussen de Haagse politiek en Noord-Nederland in het bijzonder, het was koren op zijn molen en olie op zijn vuur.

‘Een stiefkind van de Randstad Holland’, dát was zijn geliefde Noord-Nederland, betoogde Zanen, en het moest afgelopen zijn. De provincies Drenthe, Friesland en Groningen moesten worden opgeheven en samen het landsdeel Noord-Nederland gaan vormen, met een eigen, gekozen bestuur. Als landsdeel zou het gebied sterker worden en, zo hoopte hij, wél serieus worden genomen. En o ja, 25 procent van die aardgasbaten naar het Noorden graag.

Vooruit, geven Van der Laan en Zwart twintig jaar later toe: de oprichting van het landsdeel Noord-Nederland ligt reeds lang op een plank stof te verzamelen. Maar de onderliggende onvrede is in de loop der jaren alleen maar actueler geworden – kijk maar eens naar de fakkeloptocht van vorige maand.

Zanen, zegt Dries Zwart, had twee dingen heel goed gezien. “Dat de overheid in Den Haag alleen maar dichtbij kijkt. En dat de randen van het land worden uitgebuit. Bij ons vanwege gas, zout en olie, maar vlak het Zuiden ook niet uit met de steenkolen.”

En dan nog de rest, zegt hij en somt op: “Neem de dreigende sluiting van het kinderhartcentrum van het Universitair Medisch Centrum Groningen en die van de Johan Willem Friso Kazerne in Assen. De Zuiderzeelijn die niet doorging. Neem de afvalputjesmentaliteit. Kerncentrales? Zet maar in Groningen neer. Windmolens? Prima joh, ruimte zat.”

Er zijn mogelijkheden genoeg, zegt Zwart, maar zorg dat die ook benut kunnen worden. “Ja, er rijdt een trein tussen de Randstad en het Noorden. Maar vlak bij Zwolle is er een engte in het spoor, en als de trein bij Meppel uitvalt, is het hele Noorden onbereikbaar. Zo kwetsbaar zijn we.”

Een combinatie van dat soort zaken maakt, valt Van der Laan hem bij, dat mensen wegtrekken uit de regio. Of zich er toch maar niet vestigen. Dat was voor hemzelf, naast de vaderlijke wake-up call, destijds zijn drijfveer om de partij mede op te richten. Laatst nog, hij zat in de organisatie van de basisschoolreünie en ging op zoek naar vroegere klasgenoten. “Iedereen die iets op academisch niveau had gedaan, zonder uitzondering, was weg uit het noorden. Dat kun je een keuze noemen, maar is het nog een keuze als je anders geen baan kunt vinden?”

Triest vindt hij het voor de regio, die leeg achterblijft. “Zo worden we een gebied van opa’s en oma’s. Terwijl noorderlingen juist zo enorm trots zijn op hun regio, op het landschap en de geschiedenis.”

Alle sterke punten zou je juist moeten versterken, zegt hij. “We hebben de Waddenzee, fantastische steden, een universiteit, delfstoffen, kunnen de Tocht der Tochten organiseren…”

En, zegt Dries Zwart: heel veel betrouwbare mensen. Recht veur zien kop. Lijnrecht en fair.”

Er zouden meer kansen moeten komen voor hoogopgeleiden. Niet, haasten ze zich te zeggen, dat er iets mis is met het mbo-werk dat boven Zwolle in overvloed aanwezig is. Maar de balans is weg en dat is nooit goed. Zwart: “Dat is één van de redenen dat het zo moeilijk is om hier aan huisartsen te komen. Voor hen zelf is hier werk genoeg, maar hun partners kunnen niets op niveau vinden. En dan haken ze toch af, en zitten wij met een tekort.”

Hun grootste wapenfeit in twintig jaar is, zeggen ze, zonder twijfel het Nationaal Programma Groningen. Een pot met 1,15 miljard euro om te zorgen dat Groningen toekomstbestendig en leefbaar blijft. Die kwam er volgens Zwart naar aanleiding van hun motie.

Maar, vervolgt hij, dat ging niet van harte. “Vijftien jaar heeft het geduurd voor het fonds er kwam. Dat heeft te maken met de macht van de landelijke partijen.”

Die zitten, zegt Zwart, niet alleen in Den Haag aan de knoppen, maar ook in de regio’s en dus ook in Groningen. “De lokale vertegenwoordigers zijn in feite een soort filiaalmanagers die het hoofdkantoor te vriend moeten houden. Als de puntjes bij de paaltjes komen zal een lokale bestuurder nooit zijn eigen partij afvallen.

Bij pogingen om tot het gasfonds te komen kregen ze bij een meerderheid in Provinciale Staten lang nul op rekest, vertelt Zwart. “Omdat het gas ‘nationaal

bezit’ was. Maar ‘nationaal’ is toch ook inclusief Groningen? Als er in Groningen iets te halen valt horen we wél bij Nederland, maar als er iets verdeeld moet worden: ho maar. Kerncentrales, windparken, alles kan verdorie wel hier. We willen graag groen en duurzaam zijn, maar dan wel met behoud van het landschap alsjeblieft. En als wij eens iets nodig hebben, wordt vergeten dat hier voor vierhonderd miljard uit de grond is gepompt.”

Hoe verder van het centrum van de macht, vervolgt hij, hoe onbeduidender bij het maken van beleid. “De meeste volksvertegenwoordigers wonen in de buurt van Den Haag, althans: in de grote steden in de Randstad. Daar begint het al mee. Wat het oog niet ziet, het hart niet deert.”

In een tijd waarin iedereen de mond vol heeft van diversiteit, suggereert Zwart: als je als Rijk dan toch eisen stelt, waarom dan niet ook eisen dat alle provincies evenredig worden vertegenwoordigd op de kieslijsten van de Tweede Kamer? “Ja, de helft van alle Nederlanders woont in de Randstad. Maar dat betekent: de helft dus ook níet.”

Zo zijn er enorme gebieden waar straks vermoedelijk geen plek meer is voor cardiologische zorg aan kinderen, met alle gevolgen van dien. Het UMCG heeft een heel belangrijke centrumfunctie voor Groningen, Drenthe, Friesland, Overijssel én een heel stuk van Duitsland. Het dichtstbijzijnde academisch ziekenhuis is Utrecht of Nijmegen, het is hier geen Randstad waar ze bij elkaar om de hoek staan. Als je dit zegt, krijg je te horen: ‘Maar Utrecht is toch maar tweeënhalf uur rijden van Groningen?’ Ja dat klopt, zeg ik dan. ‘Maar Groningen is óók maar tweeënhalf uur rijden van Utrecht.’”

Hoe fel ze ook zijn op de grote landelijke partijen – feit is: die hebben ze wel nodig, en dat erkennen ze ook. Van der Laan: “In Oldambt zitten we in het college, samen met landelijke partijen. En in de Staten heb ik een aparte commissie geïnitieerd voor de problematiek rondom de Zuidelijke Ringweg. Daarin zitten twee coalitie- en twee oppositiepartijen. We zoeken dus wel degelijk de verbinding.”

Laatst nog schreven ze een open brief over de dreigende sluiting van het kinderhartcentrum. De brief was gericht aan álle Tweede Kamerleden, maar met een bijzonder appèl aan die uit het Noorden. De brief was ondertekend door vertegenwoordigers van alle regionale provinciale partijen in Groningen, Drenthe en Friesland. “Wij hebben zelf natuurlijk geen vertegenwoordiging in Den Haag. Daarom hebben we specifiek een beroep gedaan op de Noorderlingen.”

Het is lastig, erkennen de twee, om de goede toon te vinden. Om op te komen voor je regio zonder als zeurneus of klagende Calimero te worden gezien, en dientengevolge het averechtse effect te bereiken. “We willen niet gefrustreerd overkomen. Maar het Rijk haalt vierhonderd miljard – of nou ja, inclusief alle

spinoff duizend miljard, zoals een partijgenoot van ons uitrekende – uit een gebied en laat het niet alleen leeg achter, maar ook nog met een enorme bak ellende. Je kunt gewoon niet met droge ogen zeggen dat dat níet zo is.”

De kunst is, zeggen ze, om niet in het negatieve te blijven hangen, maar kansen te zien, te benutten en te faciliteren. “Neem infrastructurele ingrepen om het Noorden beter te ontsluiten, zoals de Lelylijn, de verdubbeling van de N33 en het spoor naar Stadskanaal. Ook zou er veel meer kunnen worden samengewerkt tussen kennisinstituten en het bedrijfsleven. Daar ligt een mooie rol voor het Rijk.”

De regio moet, vinden ze, zelfbewuster worden. “Een Groninger is eigenwijs genoeg om te zeggen: ‘als er niet naar ons geluisterd wordt, regelen we het zelf wel”, zegt Zwart. Alleen: de eenheid van een jaar of vijftig geleden, zeggen ze, die is er niet meer. De Groninger is daarbij, suggereert Van der Laan, misschien ook wel minder gewend en geneigd tot samenwerken dan, zeg, de Brabanders. “Jammer, wel”, vindt Zwart.

Het wrange is: slecht nieuws voor hun provincie is goed nieuws voor hen, want juist die tweespalt, woede rondom de bevingen bijvoorbeeld, is hun bestaansrecht. Van der Laan: “Wij bestaan bij de gratie van tweedeling. Het allermooiste zou zijn als we op een dag overbodig zijn.”

Die tweespalt wordt ook ondersteund door een analyse van Kieskompas. Zo nam het percentage mensen met weinig of heel weinig vertrouwen in de lokale overheid in Delfzijl en omgeving de afgelopen twee jaar met 40 procentpunt toe, tot bijna 70 procent. Het ligt voor de hand dat daarbij de aardbevingsproblematiek een rol speelt.

De macht van de lokale partijen gaat groeien, daar zijn Van der Laan en Zwart van overtuigd: veel kiezers wantrouwen de grote landelijke partijen, zeggen ze, zeker de regeringspartijen. Van der Laan: “De laatste jaren is dat alleen maar toegenomen, ook door dingen als het coronabeleid en de lange formatie.”

De partij deed in 2006 al een gooi naar het raadslidmaatschap in de stad Groningen. Dat mislukte, en nu volgt een nieuwe poging. Zwart: “We hopen van ganser harte dat Groningers gaan zien dat ze, door op landelijke partijen te stemmen voor de gemeenteraden en provinciale besturen, landelijk beleid in stand houden.”

Van der Laan: “Wij willen als regiopartij in de stad éérst bedenken waar de bewoners beter van worden, en daarna pas naar Haags beleid kijken. En ons inzetten voor de bewoners van Haren en Ten Boer die sinds de herindeling van 2019 ook onder de gemeente Groningen vallen.”

Het mechanisme van de machtige Randstad en de minder belangrijke regio’s, zegt hij, vindt ook op kleinere schaal plaats. “De stad gedraagt zich als een mini-

Randstad ten opzichte van de provincie. De Ring-Zuid valt duurder uit dan gepland en hup, zonder enige moeite wordt de verdubbeling van de N33 uitgesteld. En: ook de Stad heeft te maken met aardbevingsproblematiek. Wij zeiden dit twintig jaar geleden al en we hebben gelijk gekregen. Eigenlijk, zou je kunnen zeggen, zijn wij het geweten van de landelijke partijen.

 

De Partij voor het Noorden haalde in maart 2003 twee zetels in de Groninger Staten. In 2007 en 2011 bleef dat ongeveer gelijk, maar de partij leverde een zetel in, vanwege de landelijke vermindering van het totale aantal Statenzetels. Het enige Statenlid zegde toen na een meningsverschil zijn lidmaatschap op, maar bleef een zetel innemen. Bij de verkiezingen in 2015 won de partij opnieuw een zetel en in 2019 waren dat er twee. Daarnaast heeft ze in Oldambt drie zetels in de gemeenteraad en eentje in het college.

Oorspronkelijke artikel: https://www.trouw.nl/politiek/de-partij-voor-het-noorden-wil-geen-klagende-calimero-zijn~b77ba971/

De vijf loze beloftes aan Groningen - Speech spoeddebat gaswinning

 

Voorzitter,

Het heeft even geduurd, maar eindelijk zat er een zichtbaar boze commissaris bij NPO1. Hij zei de Rijksoverheid te willen houden aan de gemaakte afspraken en gedane beloftes aan Groningen en anders naar de rechter te stappen. Zeggen wat je doet en doen wat je zegt. Afspraken kom je na.

Vorige week donderdag in de late namiddag viel de brief van nu ex minister Blok over een ophoging van de gasproductie ons allen rauw op het dak en dat was alleen al voor de PvhN voldoende reden om steun te zoeken bij collega partijen voor een spoeddebat. De steun binnen de Staten was massaal. Vandaar dat wij hier nu zitten. Dank collega’s.

Het begon eind jaren 50 in Slochteren en alle discussie eindigde in 2012 toen wisten we het zeker: de aarde beeft door gaswinning. Ik ga het niet hebben over die discussies van de jaren 70, 80 en 90 over de bodemdaling, de grondwaterstanden en dergelijke in onze provincie, maar wel hoe wij als Groningers vanaf dat moment belazerd zijn met loze beloftes. En om deze beloftes gaat het: ik kom daarop terug. Via onder andere NAM, Centrum Veilig Wonen en de Tijdelijke Commissie Mijnbouw zijn we uiteindelijk terecht gekomen bij het IMG waar nu nota bene blijkbaar meer juristen werken om claims te vertragen en het gevoel geeft te werken aan smoezen om vooral niet uit te keren. Er zijn al genoeg voorbeelden hiervan te noemen.

Het hele gasdossier is een chaos geworden en inwoners van de aardbeving gebieden zijn murw en hebben geen vertrouwen meer in de landelijke politiek. Landelijk hoop ik, want ik weet dat velen in de staten vreselijk hun best doen er iets aan te doen, maar wij mogen meepraten maar zijn in feite machteloos. Elk jaar doen wij als Staten een uitspraak over het gasbesluit en in zo’n besluit staat wat de productie van het betreffende gasjaar wordt. Daar staat de laatste jaren in dat behoudens de noodzaak bij een koude winter de gaskraan in 2022 dicht gaat. Het is een besluit en daarmee een afspraak, een belofte waar wij als Staten mee hebben ingestemd. Belofte 1.

De bevingen zijn nog lang niet over. Beloften 2 en 3: schade wordt snel en wordt ruimhartig vergoed en samen met belofte 4 namelijk de wettelijke regeling bewijsvermoeden uitgevoerd. Het IMG doet er in de ogen van de inwoners alles aan om juist het wettelijk bewijsvermoeden ( als er ook maar iets van 1% kans is dat de schade veroorzaakt wordt door bevingen dan…) onderuit te halen. Het bestaat ook niet dat een

scheur boven de grond en die zich doorzet tot in de fundering bovengronds beving schade is en ondergronds niet.

Er staan nog duizenden huizen in de wacht, 10 jaar na Huizinge. Er zijn mensen die voor hun overlijden hun huis niet meer in de goede staat zullen terugzien. Denk daar eens over na. Huis kapot en aanwijsbare dader. Dhr Kockeltoren van SODM verwacht niet dat alle 13.000 adressen versterkt zullen zijn in 2028. Het huidige tempo is 500 per jaar! De belofte van een snellere ( belofte 5) aanpak heeft niet gewerkt. De Nam en de Nederlandse overheid hebben altijd de gevolgen van de gaswinning categorisch gebagatelliseerd en ontkend. Toen, eind vorige eeuw en nu nog steeds.

Wij hebben wel het gevoel dat wanneer de schades en noodzakelijke versterking voortvarend en inderdaad ruimhartig, snel en met minder discussie waren aangepakt wij deze discussies niet hadden gehad.

We hebben 400 miljard aan waarde in gas aan het Rijk geleverd en het kost moeite om ons recht te halen. Als wij in Groningen iets willen, moeten wij er blijkbaar weer wat tegenover stellen. Ook Groningen is Nederland. Wij betalen dezelfde belastingen, we hebben dezelfde plichten maar blijkbaar niet dezelfde rechten. Ons landschap gaat verstiert worden door windmolens, zonneparken en wij mogen wij ons het stopcontact van Nederland noemen. Een vergelijking met het Ruhrgebied heeft de pers al gehaald. Een vierbaansweg richting Eemsdelta, een belofte, vanaf de A7 naar het industriegebied staat in de wacht, willen wij na meerdere decades een snelle spoorverbinding naar het westen, dan kan dat (belofte), maar dan moeten wij daar eerst ruimte voor 120.000 woningen in het noorden tegenover zetten. Het wordt te eenzijdig. Het geloof in onze regering bij onze inwoners is weg. Onze inwoners zijn het zat. Is de Rijksoverheid wel een betrouwbare gesprekspartner? Zeker niet, lijkt het beste antwoord.

Ik krijg veel appjes van mensen uit de provincie; van opmerkingen die mij persoonlijk raken tot een oproep om een opstand aan toe. Ook het vroegtijdige briefje op verzoek van Blok door Staghouwer is bij herhaling genoemd. Uitverkoop van Groningen. Dat raakt mij, dat raakt ons, de politiek. Hoe zou een man als oud Statenlid Fre Meis ( oud CPN en oud GroenLinks) hierop zou reageren. Als we ons recht niet krijgen, gaan we het halen. Dit is geen oproep van mijn kant, maar wel een reactie en leeft bij onze inwoners. En toch.. Het helpt toch niet en ze doen het toch. Murw.

 

Voorzitter,

De commissaris heeft met zijn optreden in Op1 naar ons gevoel voldoende duidelijk gemaakt hoe er in Groningen over gedacht wordt en dat wij de gang naar de rechter niet zullen schuwen. Dat is, voorzitter, nemen wij aan een harde toezegging? Ook gedeputeerde Van Dekken heeft in zijn in de media geplaatste interview duidelijk gemaakt dat deze beloftes aan Groningen onverkort uitgevoerd moeten worden. Onderzoek andere oplossingen en houdt de minister aan zijn beloften aan Groningen. Belofte maakt schuld en die schuld aan Groningen dient nu vereffend te worden.

Aan de collega partijen hier in de Staten doen wij een dringende oproep om de lijnen naar de collega’s in Den Haag te gebruiken.

Datacentra's - Wat gaan we ermee doen?

 

Zoals u enkele maanden geleden in het Dagblad voor het Noorden kon lezen valt dit toch wel tegen. Statenleden Dries Zwart en Leendert van der Laan leggen uit dat er voornamelijk nadelen aan kleven. De Partij voor het Noorden wil daarom een duidelijke visie voor de bouw van datacentra's.
 
Naar aanleiding van de recente onrustigheid rondom de datacentra's, die alleen maar groter is geworden door de veranderingen in Zeewolde en de plannen van het kabinet om er nog meer te bouwen, hierbij nogmaals ons artikel.
 
Groningen lijkt het nieuwe beloofde land te worden voor datacentra, stellen Leendert van der Laan en Dries Zwart. Maar wat leveren ze ons nou echt op?
 

Groningen lijkt het nieuwe beloofde land te worden voor datacentra. Naast de bestaande zijn er plannen voor nieuwe datacentra in Winschoten, Appingedam en de uitbreiding van die in de Eemshaven.

Datacentra zijn nodig voor het internet. Echter waarom komen datacentra naar Groningen? Daar zijn een aantal hoofdredenen voor in willekeurige volgorde: de Nederlandse politieke stabiliteit, voldoende koelwater, 24/7 elektriciteit, een welwillend meewerkende en subsidiërende overheid, goedkope grond, veel ruimte en een goede infrastructuur. Bij elkaar redenen die vrijwel geen enkel land ter wereld kan bieden.

 

De huidige datacapaciteit van datacentra in Nederland is al 5 keer meer voor Nederland dan in eigen land nodig is. Toch komen er steeds meer en vooral in Groningen. Azië, Afrika en Oost-Europa schreeuwen om datacapaciteit maar kunnen politieke stabiliteit, veiligheid, voldoende koelwater en de levering van 24/7 elektriciteit niet garanderen. Is Groningen nu spekkoper?

Bedrijventerreinen zijn lastig te vullen

Grootschalige industrie meldt zich eigenlijk al decennia niet meer in Groningen, dus bedrijventerreinen zijn lastig te vullen. Er verdwijnt eerder meer industrie dan er nog bijkomt en daarmee de werkgelegenheid. In de stad Groningen verdwijnt bijvoorbeeld het laatste stukje grootschalige industrie, Theodorus Niemeijer (tabaksindustrie).

Om toch weer bedrijvigheid op industrieterreinen te hebben is het verleidelijk om deze te vullen met datacentra, onder het mom ‘beter iets dan niets’. Bovendien klinkt een naam als Google, met een hoge internationale merkwaarde, best wel sexy om binnen de provincie te hebben.

Datacentra zijn stroomvreters bij uitstek. En dat in een tijd van klimaatdiscussie en het akkoord van Parijs. Wat dichter bij huis zien wij ook in Groningen heftige discussies over windmolens en zonneparken die een grote aanslag zijn op het open Groninger landschap. Datacentra dragen in ieder geval geenszins bij om het open landschap open te houden en om minder energie te verbruiken.

Enorme restwarmte

Heel cynisch, maar niet ondenkbaar, is dat alle windmolens en zonneparken in Groningen straks de energie produceren voor de datacentra. Bovendien gebeurt er nog steeds niets met de enorme restwarmte die de datacentra zelf produceren in Groningen. Dat zou een van de eerste zaken zijn die goed geregeld zou moeten worden en bij de gunning voorwaardelijk moet zijn.

Want wat leveren datacentra nu echt op voor Groningen? Het levert werkgelegenheid op wordt gesteld. Klopt, maar hoeveel nu precies? Bij Google in de Eemshaven werken op papier 350 mensen. Navraag leert dat de heft daarvan in Amsterdam werkt. Dan blijven er nog 175 mensen over. Bij navraag blijkt dat deze mensen voornamelijk werken in schoonmaak en beveiliging.

Prima beroepen, maar de vraag blijft hoeveel Groningers bij dit datacenter werken als (hooggekwalificeerd) technisch personeelslid? Er zijn nog heel veel vragen waar wij geen antwoord op hebben omdat politiek Groningen niet welkom is bij bijvoorbeeld Google in de Eemshaven. Op zich is dat ook vreemd; de politiek is steeds welkom bij diverse grote bedrijven, maar niet bij Google. Bang voor de politiek?

Gronings Goud

Elke Groninger is zich waarschijnlijk bewust van het bijzondere Groninger landschap. Dat landschap is wat wij nu Gronings Goud noemen. Door alle duurzame ontwikkelingen als grote windmolens en zonneparken zijn deze ruimte en de vergezichten in Groningen na 2021 niet meer vanzelfsprekend en staat dit onder grote druk. We moeten met elkaar bedenken dat we ons landschap in één keer langdurend kunnen verpesten.

Daarom zou het goed zijn als bestuur en politiek Groningen een visie ontwikkelt en vaststelt en daarmee de regie houdt die recht doet aan de ontwikkelingen van datacentra, het duurzame energiegebruik, het gebruik van restwarmte in combinatie met het unieke Groninger landschap. Dan kunnen datacentra het nieuwe goud zijn, maar wel ingepast in een duidelijke economische en duurzame visie met ontwikkel kansen voor alle Groningers.

Leendert van der Laan en Dries Zwart zijn beide provinciaal Statenlid voor Partij voor het Noorden

Kritische blik herindeling gemeente Haren

Vrij snel na het indienen van de schriftelijke vragen door de Statenfractie werd de kwestie opgenomen door de regionale media. OogTV, Haren de Krant en het Dagblad voor het Noorden schreven ieder een artikel over de ingediende vragen. Hier volgt een kort overzicht.

OogTV

Volgens Gustaaf Biezeveld, woordvoerder van het Burgercomité Haren, is het comité inmiddels druk bezig met een lobby voor het terugdraaien van de herindeling van 2019. De streep door de herindeling van Scherpenzeel is volgens Biezeveld een onrechtvaardig verschil in behandeling door de minister. “Volgens de minister is er bij de bevolking van Scherpenzeel onvoldoende draagvlak voor de beoogde fusie”, zo stelt Biezeveld. “Kortom: exact het omgekeerde van hoe deze minister over Haren dacht.”

Het Burgercomité krijgt ook steun voor haar lobby van de Partij voor het Noorden. De Statenfractie diende deze week een lijst met 27 vragen in bij het college van B&W, waarmee het de herindelingprocedure volledig boven water wil krijgen. “Dat de Partij voor het Noorden dit nu doet, waarderen wij zeer”, zo stelt Biezeveld. “Inwoners en ondernemers van Haren voelen zich verraden, want ze zijn bedrogen door hun provinciebestuur. Deze herindeling heeft veel inwoners heel veel pijn gedaan, zeker nu zij hebben ervaren hoe het gemeentebestuur omgaat met wat voor de inwoners van Haren belangrijk is. Met de herindeling heeft de provincie Groningen de burgers van de gemeente Haren groot onrecht aangedaan.”

 

Haren de Krant

Statenlid Leendert van der Laan van deze partij: “Ook bij het Burgercomité Haren leven nog veel vragen. Vragen waar wij als politieke partij ook geen antwoorden op hebben. Het Burgercomité Haren heeft ons vragen gesteld waar wij als PvhN ook geen antwoorden op hebben ontvangen van GS. De actualiteit van deze week zoals het niet doorgaan van de gemeentelijke herindeling van de gemeente Scherpenzeel en het kritische rapport van de Raad van Europa over de bestuurscultuur in Nederland maken dat de vragen nog steeds actueel zijn. Daarom blijft de PvhN samen met het Burger Comité Haren geïnteresseerd in de antwoorden. Hoewel de meerderheid van de inwoners van de gemeente Haren geen herindeling wilde, kwam deze er toch.

Daarom 27 schriftelijke vragen omtrent de herindeling van Groningen, Haren en Ten Boer.”

 

Dagblad voor het Noorden

Onderdeel van de hernieuwde lobby in Den Haag is het boven water krijgen van alle feiten uit het herindelingsdossier. Daarbij weet het Burgercomité zich gesteund door de Partij voor het Noorden. Statenlid Leendert van der Laan heeft een lijst met 27 vragen ingediend over het fusieproces. De PvdN-woordvoerder wil klaarheid over het hoe en waarom van de stappen die het toenmalig college van Gedeputeerde Staten heeft gezet in de aanloop naar de herindeling. De ontwikkeling die de fusiegemeente sinds 2019 doormaakt, zet de argumenten van toen in een nieuw perspectief.

,,Er is alle reden voor excuses aan de Harenaars’’, vindt Van der Laan. In een paar jaar tijd is het tij helemaal omgeslagen, stelt hij vast. Het Sociaal Domein is door de andere bevolkingssamenstelling in Haren een bescheiden probleem, maar het dossier groeit de nieuwe gemeente financieel boven het hoofd. Mede daardoor plukken de Harenaars de zure vruchten, met lastenverzwaringen tot 50 procent. Tegelijkertijd is Harens grootste financiële zorgenkind, de gemeentelijke grondportefeuille, volledig opgekrabbeld na de bouwcrisis. Na miljoenenafschrijvingen op het uitbreidingsplan Harener Holt, ontpopt deze villawijk zich nu als verkoopsucces, zegt Van der Laan.

,,Zonder herindeling zou Haren nu een van de financieel gezondste gemeenten van Groningen zijn.”

Woordvoering fractievoorzitter over moties 'Zonneladder in de Zon' en 'Provinciale visie datacenters'

Het is plezierig om na anderhalf jaar weer met elkaar in deze zaal aanwezig te zijn. Wij hebben dat en de collega’s gemist. Wij hopen de komende anderhalf jaar weer goed en plezierig samen kunnen te werken en met elkaar en naar elkaar te luisteren en ons gezamenlijk in te zetten voor onze provincie Groningen.

We hebben niet stilgezeten. Vele zaken zijn ook de afgelopen anderhalf jaar de revue gepasseerd, maar wat tot onze verrassing niet is afgerond is Omgevingswet. Inmiddels meerdere keren uitgesteld vanuit Den Haag is nu de gehoopte datum 1 juli 2022. Het college vraagt instemming om te starten met een actualisatie van de huidige Omgevingsvisie en Omgevingsverordening, want een aantal zaken zijn inmiddels over de houdbaarheidsdatum heen en nu stelt het college voor om het nuttige en het noodzakelijke met elkaar te combineren, een actualisering van de omgevingsvisie te combineren met om de verplichtingen en kansen en zo te voldoen aan wettelijke verplichtingen en actueel maken van de Omgevingsvisie.

Uiteraard komen wij nog terug op een later moment op de definitieve Omgevingsvisie.

Twee zaken wil de Partij voor het Noord op dit moment graag benadrukken: In de omgevingsvisie wordt het plan en de inrichting voor Groningen in de toekomst vorm gegeven. U weet, college dat wij meer dan eens bezwaren hebben aangevoerd tegen het volzetten van onze provincie met zonneparken en windmolens. Wij hebben deze bezwaren niet alleen en ook in de tweede kamer heeft de CU een motie ingediend met betrekking tot de zonneladder. Deze is ook in de kamer aangenomen en deze is gevolgd door eenzelfde motie in dit huis in februari 2019 die ook deze Staten is aangenomen en is ingediend door de PvdA, Partij voor het Noorden en CU en gesteund door Groninger Belang, Partij voor de Dieren en SP.

Deze wens van de Staten is tot op heden niet of onvoldoende uitgevoerd en dat is op zijn minst raar. Het is niet onze bedoeling om opnieuw een discussie te starten over de inhoud van deze motie 453, die is immers aangenomen, maar namens meerdere partijen bied ik hierbij een motie aan om recht te doen aan de motie van onze voorgangers ( waarvan ook een aantal hier nu aanwezig) om deze motie gewoon uit te voeren en de zonneladder op te nemen in de actualisatie van de Omgevingswet.

De tweede motie die ik ga indienen heeft te maken met energie en dan met name over stroomvreters. En stroom wordt ook in Groningen een probleem als we niet blijven opletten. En dat opletten doen we nu. U heeft vorige week in een betoog van collega De Boer van GroenLinks kunnen horen dat inmiddels ook deze problemen worden onderkent met betrekking tot Datacenters en de vraag naar stroom.  

De Statenfractie van de Partij voor het Noorden vreest niet alleen voor het verlies van het bijzondere Groninger landschap, maar ook de zekerheid van de energielevering in de toekomst aan de inwoners en bedrijven van Groningen kan in gevaar komen. Bedrijven als Tennet, die verantwoordelijk zijn voor de infrastructuur van het energienet geven immers al aan dat het energienet de grens van zijn mogelijkheden nadert. In het blad Bestemming Groningen uit het najaar van 2018 staat geschreven dat het Google datacenter duurzaam is: “stroom op wind- en energie die wordt opgewekt in een nabijgelegen windpark in Delfzijl, een zonnepark in Delfzijl en twee windparken in Zeeland, aldus directeur van der Feltz van Google. Onlangs kregen wij de opmerking dat wij niet moesten denken dat er een kabeltje loopt van de molen naar het bedrijf. Hadden we ook niet gedacht hoor, maar deze energieparken staan er dus echt wel voor Google, geen lijntje rechtstreeks, maar toch. Meer datacenters betekent dat meer windmolens en zonneparken? Datacenters in Nederland draaien nu al voor 75% voor het buitenland.

Hierbij onze tweede motie.

De intentie van de motie is een duidelijke visie te ontwikkelen vanuit de provincie die de groei van de informatiesector niet belemmert, maar wél de inwoners, bedrijven en het Groninger goud, het landschap, veilig stelt de ruimtelijke inpassing van datacentra in de provincie Groningen recht te laten doen aan het Groninger landschap en dat de energielevering aan inwoners en bedrijven geen risico gaat worden.  

 

Dries Zwart

Fractievoorzitter

 

Nieuws

Wie zijn wij...
2/74/content/ps2015-blogs.html

2/74/content/ps2015-blogs.html

Blog

Verkiezingsprogramma

Groningse politiek

Verkiezingen 2019 Prov.
Aardgas en het Noorden

Fractie oldambt

In de pers