Terug naar Persberichten Provinciale Staten

Trouw: De Partij voor het Noorden is 'recht veur zien kop'

Gepubliceerd op:
Trouw: De Partij voor het Noorden is 'recht veur zien kop'

De Partij voor het Noorden bestaat dit jaar twintig jaar en viert dat met een gooi naar een raadszetel in de gemeente Groningen. Een eerdere poging daartoe mislukte, maar nu is de tijd rijp voor een partij die níet aan de leiband van Den Haag loopt, betogen lijsttrekker Leendert van der Laan en voorzitter Dries Zwart van de Statenfractie.

“Die Groningers zijn hartstikke gek”, mopperde de – Friese - vader van Leendert van der Laan wel eens. “Ze zitten op goud, dat wordt ze afgenomen, en ze laten het gebeuren en vragen er niets voor terug”, verwijzend naar het aardgas in de bodem. Heit van der Laan was bankier bij de Friesland Bank en wist derhalve het een en het ander over kosten en baten. Verrék, dacht zoon Leendert, je hebt gelijk.

Leendert van der Laan was destijds een van de oprichters van de Partij voor het Noorden, samen met Teun Jan Zanen, die in 2016 overleed. Begin jaren tweeduizend sprak die al over gasbaten en dat het hoog tijd was dat de Noorderlingen daar eens iets van zouden terugzien. Sterker: nog veel eerder – in 1973 om precies te zijn – had hij een essay gepubliceerd met de titel Noord Nederland, een kolonie?

De gapende kloof tussen de Randstad en de regio in het algemeen, de gapende kloof tussen de Haagse politiek en Noord-Nederland in het bijzonder, het was koren op zijn molen en olie op zijn vuur.

‘Een stiefkind van de Randstad Holland’, dát was zijn geliefde Noord-Nederland, betoogde Zanen, en het moest afgelopen zijn. De provincies Drenthe, Friesland en Groningen moesten worden opgeheven en samen het landsdeel Noord-Nederland gaan vormen, met een eigen, gekozen bestuur. Als landsdeel zou het gebied sterker worden en, zo hoopte hij, wél serieus worden genomen. En o ja, 25 procent van die aardgasbaten naar het Noorden graag.

Vooruit, geven Van der Laan en Zwart twintig jaar later toe: de oprichting van het landsdeel Noord-Nederland ligt reeds lang op een plank stof te verzamelen. Maar de onderliggende onvrede is in de loop der jaren alleen maar actueler geworden – kijk maar eens naar de fakkeloptocht van vorige maand.

Zanen, zegt Dries Zwart, had twee dingen heel goed gezien. “Dat de overheid in Den Haag alleen maar dichtbij kijkt. En dat de randen van het land worden uitgebuit. Bij ons vanwege gas, zout en olie, maar vlak het Zuiden ook niet uit met de steenkolen.”

En dan nog de rest, zegt hij en somt op: “Neem de dreigende sluiting van het kinderhartcentrum van het Universitair Medisch Centrum Groningen en die van de Johan Willem Friso Kazerne in Assen. De Zuiderzeelijn die niet doorging. Neem de afvalputjesmentaliteit. Kerncentrales? Zet maar in Groningen neer. Windmolens? Prima joh, ruimte zat.”

Er zijn mogelijkheden genoeg, zegt Zwart, maar zorg dat die ook benut kunnen worden. “Ja, er rijdt een trein tussen de Randstad en het Noorden. Maar vlak bij Zwolle is er een engte in het spoor, en als de trein bij Meppel uitvalt, is het hele Noorden onbereikbaar. Zo kwetsbaar zijn we.”

Een combinatie van dat soort zaken maakt, valt Van der Laan hem bij, dat mensen wegtrekken uit de regio. Of zich er toch maar niet vestigen. Dat was voor hemzelf, naast de vaderlijke wake-up call, destijds zijn drijfveer om de partij mede op te richten. Laatst nog, hij zat in de organisatie van de basisschoolreünie en ging op zoek naar vroegere klasgenoten. “Iedereen die iets op academisch niveau had gedaan, zonder uitzondering, was weg uit het noorden. Dat kun je een keuze noemen, maar is het nog een keuze als je anders geen baan kunt vinden?”

Triest vindt hij het voor de regio, die leeg achterblijft. “Zo worden we een gebied van opa’s en oma’s. Terwijl noorderlingen juist zo enorm trots zijn op hun regio, op het landschap en de geschiedenis.”

Alle sterke punten zou je juist moeten versterken, zegt hij. “We hebben de Waddenzee, fantastische steden, een universiteit, delfstoffen, kunnen de Tocht der Tochten organiseren…”

En, zegt Dries Zwart: heel veel betrouwbare mensen. Recht veur zien kop. Lijnrecht en fair.”

Er zouden meer kansen moeten komen voor hoogopgeleiden. Niet, haasten ze zich te zeggen, dat er iets mis is met het mbo-werk dat boven Zwolle in overvloed aanwezig is. Maar de balans is weg en dat is nooit goed. Zwart: “Dat is één van de redenen dat het zo moeilijk is om hier aan huisartsen te komen. Voor hen zelf is hier werk genoeg, maar hun partners kunnen niets op niveau vinden. En dan haken ze toch af, en zitten wij met een tekort.”

Hun grootste wapenfeit in twintig jaar is, zeggen ze, zonder twijfel het Nationaal Programma Groningen. Een pot met 1,15 miljard euro om te zorgen dat Groningen toekomstbestendig en leefbaar blijft. Die kwam er volgens Zwart naar aanleiding van hun motie.

Maar, vervolgt hij, dat ging niet van harte. “Vijftien jaar heeft het geduurd voor het fonds er kwam. Dat heeft te maken met de macht van de landelijke partijen.”

Die zitten, zegt Zwart, niet alleen in Den Haag aan de knoppen, maar ook in de regio’s en dus ook in Groningen. “De lokale vertegenwoordigers zijn in feite een soort filiaalmanagers die het hoofdkantoor te vriend moeten houden. Als de puntjes bij de paaltjes komen zal een lokale bestuurder nooit zijn eigen partij afvallen.

Bij pogingen om tot het gasfonds te komen kregen ze bij een meerderheid in Provinciale Staten lang nul op rekest, vertelt Zwart. “Omdat het gas ‘nationaal

bezit’ was. Maar ‘nationaal’ is toch ook inclusief Groningen? Als er in Groningen iets te halen valt horen we wél bij Nederland, maar als er iets verdeeld moet worden: ho maar. Kerncentrales, windparken, alles kan verdorie wel hier. We willen graag groen en duurzaam zijn, maar dan wel met behoud van het landschap alsjeblieft. En als wij eens iets nodig hebben, wordt vergeten dat hier voor vierhonderd miljard uit de grond is gepompt.”

Hoe verder van het centrum van de macht, vervolgt hij, hoe onbeduidender bij het maken van beleid. “De meeste volksvertegenwoordigers wonen in de buurt van Den Haag, althans: in de grote steden in de Randstad. Daar begint het al mee. Wat het oog niet ziet, het hart niet deert.”

In een tijd waarin iedereen de mond vol heeft van diversiteit, suggereert Zwart: als je als Rijk dan toch eisen stelt, waarom dan niet ook eisen dat alle provincies evenredig worden vertegenwoordigd op de kieslijsten van de Tweede Kamer? “Ja, de helft van alle Nederlanders woont in de Randstad. Maar dat betekent: de helft dus ook níet.”

Zo zijn er enorme gebieden waar straks vermoedelijk geen plek meer is voor cardiologische zorg aan kinderen, met alle gevolgen van dien. Het UMCG heeft een heel belangrijke centrumfunctie voor Groningen, Drenthe, Friesland, Overijssel én een heel stuk van Duitsland. Het dichtstbijzijnde academisch ziekenhuis is Utrecht of Nijmegen, het is hier geen Randstad waar ze bij elkaar om de hoek staan. Als je dit zegt, krijg je te horen: ‘Maar Utrecht is toch maar tweeënhalf uur rijden van Groningen?’ Ja dat klopt, zeg ik dan. ‘Maar Groningen is óók maar tweeënhalf uur rijden van Utrecht.’”

Hoe fel ze ook zijn op de grote landelijke partijen – feit is: die hebben ze wel nodig, en dat erkennen ze ook. Van der Laan: “In Oldambt zitten we in het college, samen met landelijke partijen. En in de Staten heb ik een aparte commissie geïnitieerd voor de problematiek rondom de Zuidelijke Ringweg. Daarin zitten twee coalitie- en twee oppositiepartijen. We zoeken dus wel degelijk de verbinding.”

Laatst nog schreven ze een open brief over de dreigende sluiting van het kinderhartcentrum. De brief was gericht aan álle Tweede Kamerleden, maar met een bijzonder appèl aan die uit het Noorden. De brief was ondertekend door vertegenwoordigers van alle regionale provinciale partijen in Groningen, Drenthe en Friesland. “Wij hebben zelf natuurlijk geen vertegenwoordiging in Den Haag. Daarom hebben we specifiek een beroep gedaan op de Noorderlingen.”

Het is lastig, erkennen de twee, om de goede toon te vinden. Om op te komen voor je regio zonder als zeurneus of klagende Calimero te worden gezien, en dientengevolge het averechtse effect te bereiken. “We willen niet gefrustreerd overkomen. Maar het Rijk haalt vierhonderd miljard – of nou ja, inclusief alle

spinoff duizend miljard, zoals een partijgenoot van ons uitrekende – uit een gebied en laat het niet alleen leeg achter, maar ook nog met een enorme bak ellende. Je kunt gewoon niet met droge ogen zeggen dat dat níet zo is.”

De kunst is, zeggen ze, om niet in het negatieve te blijven hangen, maar kansen te zien, te benutten en te faciliteren. “Neem infrastructurele ingrepen om het Noorden beter te ontsluiten, zoals de Lelylijn, de verdubbeling van de N33 en het spoor naar Stadskanaal. Ook zou er veel meer kunnen worden samengewerkt tussen kennisinstituten en het bedrijfsleven. Daar ligt een mooie rol voor het Rijk.”

De regio moet, vinden ze, zelfbewuster worden. “Een Groninger is eigenwijs genoeg om te zeggen: ‘als er niet naar ons geluisterd wordt, regelen we het zelf wel”, zegt Zwart. Alleen: de eenheid van een jaar of vijftig geleden, zeggen ze, die is er niet meer. De Groninger is daarbij, suggereert Van der Laan, misschien ook wel minder gewend en geneigd tot samenwerken dan, zeg, de Brabanders. “Jammer, wel”, vindt Zwart.

Het wrange is: slecht nieuws voor hun provincie is goed nieuws voor hen, want juist die tweespalt, woede rondom de bevingen bijvoorbeeld, is hun bestaansrecht. Van der Laan: “Wij bestaan bij de gratie van tweedeling. Het allermooiste zou zijn als we op een dag overbodig zijn.”

Die tweespalt wordt ook ondersteund door een analyse van Kieskompas. Zo nam het percentage mensen met weinig of heel weinig vertrouwen in de lokale overheid in Delfzijl en omgeving de afgelopen twee jaar met 40 procentpunt toe, tot bijna 70 procent. Het ligt voor de hand dat daarbij de aardbevingsproblematiek een rol speelt.

De macht van de lokale partijen gaat groeien, daar zijn Van der Laan en Zwart van overtuigd: veel kiezers wantrouwen de grote landelijke partijen, zeggen ze, zeker de regeringspartijen. Van der Laan: “De laatste jaren is dat alleen maar toegenomen, ook door dingen als het coronabeleid en de lange formatie.”

De partij deed in 2006 al een gooi naar het raadslidmaatschap in de stad Groningen. Dat mislukte, en nu volgt een nieuwe poging. Zwart: “We hopen van ganser harte dat Groningers gaan zien dat ze, door op landelijke partijen te stemmen voor de gemeenteraden en provinciale besturen, landelijk beleid in stand houden.”

Van der Laan: “Wij willen als regiopartij in de stad éérst bedenken waar de bewoners beter van worden, en daarna pas naar Haags beleid kijken. En ons inzetten voor de bewoners van Haren en Ten Boer die sinds de herindeling van 2019 ook onder de gemeente Groningen vallen.”

Het mechanisme van de machtige Randstad en de minder belangrijke regio’s, zegt hij, vindt ook op kleinere schaal plaats. “De stad gedraagt zich als een mini-

Randstad ten opzichte van de provincie. De Ring-Zuid valt duurder uit dan gepland en hup, zonder enige moeite wordt de verdubbeling van de N33 uitgesteld. En: ook de Stad heeft te maken met aardbevingsproblematiek. Wij zeiden dit twintig jaar geleden al en we hebben gelijk gekregen. Eigenlijk, zou je kunnen zeggen, zijn wij het geweten van de landelijke partijen.

 

De Partij voor het Noorden haalde in maart 2003 twee zetels in de Groninger Staten. In 2007 en 2011 bleef dat ongeveer gelijk, maar de partij leverde een zetel in, vanwege de landelijke vermindering van het totale aantal Statenzetels. Het enige Statenlid zegde toen na een meningsverschil zijn lidmaatschap op, maar bleef een zetel innemen. Bij de verkiezingen in 2015 won de partij opnieuw een zetel en in 2019 waren dat er twee. Daarnaast heeft ze in Oldambt drie zetels in de gemeenteraad en eentje in het college.

Oorspronkelijke artikel: https://www.trouw.nl/politiek/de-partij-voor-het-noorden-wil-geen-klagende-calimero-zijn~b77ba971/

Waarom de Partij voor het Noorden?

Waarom de Partij voor het Noorden?
  Waarom kiezen voor de PvhN?  
 

Eerder spraken wij op deze pagina over een samenwerking tussen GroenLinks en de Partij voor het Noorden over vragen rondom de datacenters in Groningen…