Raamprogramma 2011-2015

Dit Raamprogramma voor de periode 2011-2015 omvat twee delen. Het eerste deel betreft de beginselen en uitgangspunten die tot een aantal algemene doelstellingen voeren. Dit deel vormt de grondslag voor het programmatische deel dat op zijn beurt de basis vormt voor de in de verschillende provincies te voeren verkiezingscampagnes. Het tweede deel betreft het Beleidsprogramma voor de periode 2011 tot en met 2015.


Deel 1: Beginselen en uitgangspunten:


In de visie van de Partij voor het Noorden omvat de kwaliteit van de samenleving vier dimensies.
A. de wijze waarop de democratie en maatschappij geordend is,
B. de welvaart van de burgers in materiele zin,
C. de wijze waarop het welzijn van de burgers geregeld is,
D de zorg voor de duurzaamheid van onze samenleving in die zin dat de thans levende generaties ook zorg hebben voor de na ons komende generaties.

Hieronder geeft de Partij voor het Noorden haar visie over de uitgangspunten en doelstellingen ten aanzien van elk van deze vier dimensies.


A. Democratische en maatschappelijke inrichting

Uitgangspunt

Het uitgangspunt hierbij wordt gevormd door het zogenaamde subsidiariteitsbeginsel, volgens hetwelk de besluitvorming op een zo laag mogelijk niveau plaatsvindt, zo dicht mogelijk bij de betrokken burgers.
De reden dat wij dit nastreven is dat dit de kwaliteit van ons democratisch systeem bevordert, wat voor ons een doel op zichzelf is. Daarnaast bevordert het in principe ook de welvaart, omdat als mensen zelf beslissen en de financiële gevolgen daarvan ervaren, minder publieke middelen nodig zijn.
In de huidige Nederlandse staatsrechtelijke inrichting wordt onvoldoende recht gedaan aan dit subsidiariteitsbeginsel. Nederland wordt veel te centralistisch vanuit Den Haag bestuurd.


Streven naar meer autonomie


De Partij voor het Noorden streeft daarom naar een grotere mate van autonomie voor het noordelijke landsdeel op een aantal gebieden.

Deze gebieden zijn:

1 Cultuur  
2 Economie- Energie en Infrastructuur
3 Financieel Beheer
4 Natuur en milieu
5 Zorg

Bij de toepassing van het subsidiariteitsbeginsel gelden naar onze mening twee belangrijke voorwaarden, te weten:

1. Een bestuurlijk niveau kan niet beslissen over zaken die tot belangrijke negatieve effecten voor anderen leiden. Negatieve externe effecten kunnen optreden bij bijvoorbeeld de bouw van een vuilverbrander of kerncentrale, die ook buiten de eigen regio effecten hebben.

2. Het subsidiariteitsbeginsel mag niet tot belangrijke extra onnodige kosten leiden. Een voorbeeld is dat een autonome noordelijke regio niet een eigen munt moet willen invoeren, terwijl we een Europese munt hebben.

Beslissingen over doorgaande internationale verbindingen, zoals hogesnelheidstrajecten, moeten op Europees niveau worden genomen. Dat geldt ook voor een groot deel van het milieu- en energiebeleid. De regio’s dienen hierbij echter wel reële inspraak te hebben. Europa zou op deze terreinen kaders moeten aangeven.

De Partij voor het Noorden streeft dan ook geen autonomie na als dat tot welvaartsverlies voor de burgers zou leiden.

Ons streven naar meer autonomie voor het Noorden wordt behalve uit hoofde van het genoemde subsidiariteitsbeginsel ook ingegeven door de aantoonbare sociaal-economische achterstelling van het Noorden t.o.v de Randstad.

Het losse samenwerkingsverband van de drie noordelijke provincies is veel te zwak gebleken om voldoende tegenwicht tegen deze achterstelling te bieden. Dat vraagt om een krachtiger bestuurlijke eenheid in de vorm van een Noordelijk landsdelig bestuur met doorslaggevende bevoegdheden op eerder genoemde gebieden.


Statuut en formatie Noordelijk landsdeel

Genoemd streven naar autonomie betekent een forse overheveling van bevoegdheden, taken en bijbehorende arbeidsplaatsen van de landsregering naar de regio.

Omdat de bestaande provincies hierop onvoldoende zijn ingesteld dienen deze bestuurlijk op te gaan in een te formeren Noordelijk landsdeel dat in de plaats moet komen voor het thans bestaande Samenwerkingsverband Noord Nederland. 

Het landsdeel Noord-Nederland beschikt over een eigen autonomiestatuut of andere wet, die deel uitmaakt van de hoogste rechtsorde van de staat en die tenminste haar organisatie en bevoegdheden vastlegt.

Een uitgebreidere beschrijving van de structuur, taken en bevoegdheden van het Landsdeel is neergelegd in ons ”Ontwerpstatuut voor het Noordelijk landsdeel”


Het Noordelijk landsdeel als toekomstige Europese Regio

De Partij voor het Noorden ziet als toekomstig ideaalbeeld een Europa, dat niet alleen een economische eenheid vormt, maar dat ook in politiek opzicht een goed gecoördineerd extern beleid voert. Bovendien ziet zij een sterker Europa als een eigen regionaal belang. Het Noorden is voor de nationale Nederlandse regering een buitengewest en wingebied. Als zodanig heeft de nationale regering het noorden weinig te bieden. De kostenbatenbalans, rekening houdend met de aardgasbaten, valt zeer in het nadeel van het Noorden uit.
In een Europa van de regio’s zal Noord-Nederland echter geen buitengewest meer vormen. Om die reden zal het Noorden een relatief voordeel hebben van een verdere integratie binnen Europa.

Een aan verdere Europese integratie te verbinden voorwaarde is dat te formeren Europese Regio’s ook substantiële macht moeten krijgen, omdat met alleen de overheveling van bevoegdheden van de nationale staten naar centrale Europese organen de afstand tussen burger en centraal bestuur te groot zou worden. Volgens het subsidiariteitsbeginsel dienen de Europese Regio’s over al die zaken te beslissen waarover zij op basis van de kennis van hun specifieke situatie en van de voorkeuren van haar bevolking het beste vanuit haar eigen welzijn en oogmerk kunnen oordelen.


Bestuurlijke schaal

Samenhangend met het door ons onderschreven subsidiariteitsbeginsel vinden wij
dat schaalvergroting in bestuurlijke zin vaak niet tot meer welzijn voor de bevolking leidt. Dit geldt in het bijzonder voor gemeenten, maar ook voor zorg- en onderwijsinstellingen. Alleen daar waar schaalvergroting tot evidente welvaart- of welzijnswinst leidt, zoals bij de vorming van een landsdeel, kan zij doorgang vinden.

Ons streven naar een landsdeel Noord-Nederland, bedoeld als schaalverkleining, past in dit subsidiariteitsbeginsel. Aldus ontstaat een vorm van autonomie waarbij bevoegdheden op een lager bestuurlijk niveau gebracht worden.

Tenslotte past schaalverkleining ook beter bij het idee dat de kiezer daar zijn vertegenwoordiger kiest die het dichtst bij hem staat.

 

B. De welvaart van de burgers in materiële zin


Uitgangspunten

De Partij voor het Noorden streeft naar een tenminste gelijk welvaartsniveau van haar bevolking ten opzichte van Nederland gemiddeld.

Momenteel bestaat op verscheidene terreinen een welvaartsachterstand in de drie noordelijke provincies. Met name op het gebied van de werkgelegenheid, het percentage gezinnen met een laag inkomen en de daarmee samenhangende gemiddelde koopkracht.

Dit staat in schril contrast met het feit dat het Statistisch Bureau van de Europese Unie al jaren achtereen meldt dat de provincie Groningen in de top vijf van rijkste regio’s van de Europese Unie staat.
Deze tegenstelling is geheel te danken aan het feit dat de opbrengsten van het aardgas naar de nationale overheid gaan en daarna niet, naar evenredigheid, aan de regio’s ten goede komen.

Hoewel dus blijkt dat het Noordelijke Landsdeel, door de aardgaswinning, meer aan de economie bijdraagt dan de overige landsdelen, ook in de ogen van de Europese Unie, delen de inwoners van het Noordelijk Landsdeel hierin niet naar evenredigheid mee.
Ons uitgangspunt is dat het Noorden een zodanig aandeel in de baten van het in haar eigen bodem gewonnen aardgas verkrijgt dat zij tenminste het voor Nederland geldende gemiddelde welvaartsniveau kan behalen. Dat vraagt een minimaal aandeel van 25% van de nog te verwachten netto baten, die nu nog steeds naar de centrale (rijks) overheid gaan.

Het Noorden dient autonoom over deze baten te kunnen beschikken. Deze inkomsten dienen direct en rechtstreeks, zolang er nog geen Landsdelig Bestuur geformeerd is, aan het Samenwerkingsverband Noord-Nederland te worden overgemaakt.


C. De wijze waarop het welzijn van de burgers geregeld is

Uitgangspunt


Het welzijn van de burgers wordt in belangrijke mate bepaald door de mate waarin zij hun eigen regionale identiteit kunnen beleven en hun culturele voorkeuren kunnen volgen en voorts door de zorg van de kant van de overheid in het materiële vlak.


Bescherming van de eigen identiteit

Europa is in vergelijking met bijvoorbeeld de Verenigde Staten van Noord Amerika altijd cultureel sterk gediversifieerd geweest. Dit verschil in identiteit is een van de voornaamste verworven aantrekkelijkheden van Europa. Deze eenheid in verscheidenheid moet behouden blijven.

Het zelfde geldt voor de verscheidenheid van streekculturen in Noord-Nederland.
Waar het om gaat is dat de burgers in Noord-Nederland zich in hun eigen regio thuis kunnen blijven voelen.

Dus een Drent een Drent, een Fries een Fries en een Groninger een Groninger binnen de regio Noord-Nederland. Dat is meer dan het in stand proberen te houden van folkloristisch aandoende gebruiken.


Stimulering provinciale, regionale cultuur

Daarnaast dient de eigen regionale cultuur te worden gestimuleerd. Voor cultuurzaken is voor de nationale staat, anders dan het in stand houden van de Nederlandse taal, geen taak neergelegd. Zaken zoals het Holland Festival behoren tot het beleid van de Randstadregio. Zo heeft elke regio haar eigen culturele prioriteiten waar de nationale staat geen stem in behoort te hebben. Dit wordt de belangrijkste taak van de binnen het landsdeel gelegen provincies.


Behoud en versterking van aanwezige cultuurlandschappen

Landschappen, stads- en dorpsgezichten zijn belangrijke elementen van de regionale cultuur. Deze dienen zowel vanuit toeristische oogpunt als vanuit de beleving van de eigen bewoners mee gewogen te worden bij beslissingen over wonen, bereikbaarheid en evenementen.


Zorg door de overheid

Een punt van speciale aandacht is dat op het platteland in het Noorden geen verschraling van de geboden zorg optreedt. Schaalvergroting op zorggebied dient daarom kritisch te worden benaderd.

 

D. De zorg voor de duurzaamheid


Autonomie aangaande milieubeleid

Wij vinden dat de nationale regering geen zeggenschap behoort te hebben over zaken die het leefmilieu in onze provincies negatief kunnen beïnvloeden. Dit betreft bijvoorbeeld maatregelen in de sfeer van de energievoorziening, vuilverbranding, opslag van radioactief afval en opslag van CO2 in de bodem. Ook hier dient de regio autonomie te verkrijgen.

 

Milieubeleid en innovatie

De Partij voor het Noorden ziet hier met name kansen voor een landbouwsector die veel intensiever dan thans kan worden ingezet om een bijdrage te leveren aan de overgang naar een duurzame energievoorziening.

Uitgangspunt is dat de aan het Noorden toevallende aardgasbaten in belangrijke mate te worden aangewend om de investeringen in de transitie naar een duurzame energievoorziening te kunnen financieren.


Bijdrage aan de oplossing van milieu –en klimaatproblemen

Alleen al vanwege de ligging aan zee van een groot deel van het Noorden is het een welbegrepen eigenbelang om met kracht mee te werken aan de overgang naar een duurzame energievoorziening.

Als noordelijke regio deel uit makend van de Europese Unie schept dit, gelet op het grote economische gewicht van de Europese Unie, ten opzichte van de wereld als totaal verplichtingen.

De Partij voor het Noorden vindt daarom dat de deelnemende regio's naar vermogen een bijdrage moeten leveren in het zoveel mogelijk beperken van de milieubelasting in haar eigen gebied.

Zij vindt daarnaast dat het streven naar meer welvaart niet onnodig ten koste mag gaan van het ecosysteem. Daarom zijn wij bereid een  deel van de groei van onze welvaart aan de bestrijding van de negatieve effecten daarvan te besteden.
 

Deel 2: Beleidsprogramma Partij voor het Noorden 2011-2015

1. Democratie en samenleving

De Partij voor het Noorden is een onafhankelijke politieke partij. Zij zet zich in voor de vorming van een landsdeel Noord-Nederland met een eigen democratisch gekozen Noordelijk Parlement, waarmee de noordelijke kiezer op regionaal niveau zeggenschap verkrijgt op gebieden die hem of haar rechtstreeks aangaan.
Bestuur en Parlement zijn hierbij als volgt gefundeerd.

1.1  Landsdeel Noord – Nederland

Het landsdeel Noord Nederland is het onmiddellijk onder het staatsniveau gesitueerd openbaar bestuursorgaan met politiek zelfbestuur dat tenminste de huidige provincies Drenthe, Friesland en Groningen omvat

De vorm van het zelfbestuur, de identiteit, bevoegdheden, organisatie- structuur en eigen financiële middelen worden in een nationale wet vastgelegd. Het landsdeel heeft een eigen administratie, bestuurscentrum, financiële middelen en eigen symbolen.

Het landsdeel vormt de uitdrukking van een eigen politieke democratische identiteit.

1.2  De instellingen van het landsdeel Noord-Nederland

De basisstructuur van het landsdeel bestaat uit een zelfstandige, vertegenwoordigende vergadering en een uitvoerend orgaan.

De leden van de vertegenwoordigende vergadering worden rechtstreeks gekozen bij vrije en geheime verkiezingen, zonder last en ruggespraak, op basis van gelijk en algemeen kiesrecht. De vergadering heeft wetgevende bevoegdheden binnen de door de nationale rechtsorde vastgelegde kaders zonder dat de centrale overheid controle uitoefent die afbreuk kan doen aan de vrije uitoefening van haar bevoegdheden.

1.3 Bevoegdheden van het landsdeel Noord-Nederland

De bevoegdheidsverdeling tussen de Staat en het landsdeel Noord-Nederland wordt vastgelegd in een door de nationale grondwet of wetgeving gesanctioneerd statuut.

Krachtens dit statuut is de uitvoering van nationale wetgeving, voor zover het landsdeel Noord-Nederland aangaat, een bevoegdheid van het landsdeel zelf. Het landsdeel oefent haar bevoegdheden individueel uit.

In geval er meerdere landsdelen met autonomie worden gevormd kunnen deze in het kader van hun eigen bevoegdheden onderling zaken harmoniseren volgens door henzelf ontworpen procedures.


1.4 Financiën van het landsdeel

Het landsdeel Noord-Nederland is financieel zelfstandig en beschikt over toereikende middelen om haar bevoegdheden ten volle uit te kunnen oefenen. Daarnaast heeft ze een meebeslissende stem bij de ontwikkeling van nationale, financiële wetgeving ten aanzien van het landsdeel.

De financiële middelen van het landsdeel bestaan zowel uit eigen belastingen als uit door de Staat overgedragen belastingen en voorts uit een evenredig deel van de binnen het landsdeel Noord-Nederland verkregen baten uit bodemexploitatie.

Voor de uitoefening van haar taken heeft het landsdeel recht op, volgens nader overeen te komen criteria, een passend gedeelte van de nationale belastinginkomsten.

Het landsdeel heeft het recht om eigen belastingen te heffen en de heffingsgrondslag daarvoor te bepalen. Voor zover de nationale wetgeving daarin voorziet kan zij beslissen opcenten op nationale
belastingen te heffen.

Het landsdeel kan binnen de kaders van de nationale wetgeving leningen aangaan ter financiering van haar investeringen. De leningslimieten en de controle hierop zijn bij Staatswet vastgelegd.

Daarnaast vormen de structuurfondsen van de Europese Unie ook een bron van inkomsten voor het landsdeel Noord-Nederland.


1.5 Nationale Overheid

Het landsdeel neemt op nader vast te stellen wijze deel aan de wetgevende instellingen van de Staat voor zover dit haar aangaat. Binnen haar eigen takenpakket voorziet de Staat in mechanismen van coördinatie en beroep, wanneer haar beslissingen de bevoegdheden van het landsdeel raken.

Het landsdeel neemt deel aan de benoeming van bestuursrechtelijke organen die de bevoegdheidsgeschillen tussen de Staat en het landsdeel moet beslechten.


1.6  Regionale Overheid

Het landsdeel Noord-Nederland en de Staat bevorderen de wederzijdse samenwerking en onthouden zich van maatregelen, die afbreuk doen aan de uitoefening van elkaars bevoegdheden.

Het toezicht van de Staat op het landsdeel wordt geregeld door de grondwet of, bij gebreke daaraan, door passende wetgeving.

Het landsdeel Noord-Nederland kan verdragen of overeenkomsten sluiten met andere landsdelen van dezelfde Staat en/of van andere (Europese) Staten .

 

1.7 Lokale overheid

Bij de uitoefening van hun bevoegdheden werken het landsdeel en de lokale overheden in een geest van wederzijds vertrouwen en in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel samen.

Voorop staat het rekening houden met de identiteit en cultuur van de verschillende deelgebieden binnen het landsdeel. De lokale overheden worden geraadpleegd over alle landsdelige maatregelen, die voor deze deelgebieden belangrijk zijn. Het bestuur van het landsdeel oefent tenslotte financiële controle uit op de onder haar vallende lokale overheden.

1.8 Europa

Het landsdeel Noord-Nederland heeft het recht op internationaal vlak op te treden en kan internationale verdragen, overeenkomsten of protocollen sluiten betreffende zaken die het landsdeel aangaan. Verder heeft het landsdeel het recht om zowel individueel of samen met andere landsdelen eigen vertegenwoordigingen op te richten t.a.v. specifieke landsdelige belangen.

Daarnaast neemt het landsdeel Noord-Nederland in overeenstemming met de desbetreffende nationale wetgeving deel aan het internationale optreden van de Staat, wanneer haar eigen bevoegdheden of belangen in het geding zijn.

Het landsdeel Noord-Nederland bevordert de grensoverschrijdende samenwerking in overeenstemming met de respectievelijke nationale wetgevingen en het internationale recht.
 
Het landsdeel Noord-Nederland kan een eigen vertegenwoordiging bij de Europese Instellingen verkrijgen.

Ingeval de Staat de exclusieve bevoegdheid of de belangen van het landsdeel doorkruist uit hoofde van hogere wetgeving zal de Staat dit tegenover het landsdeel adequaat moeten motiveren. Hierbij heeft het landsdeel het recht in beroep te gaan tegen de beslissing van de staat bij het Europees Hof.

Het landsdeel Noord-Nederland voert binnen haar bevoegdheden algemene Europese richtlijnen en wetten uit.

Het landsdeel Noord-Nederland kan overeenkomsten sluiten voor een betere uitvoering van het communautaire beleid in haar gebied. Het landsdeel Noord-Nederland heeft rechtstoegang tot het Hof van Justitie van de EU met betrekking tot maatregelen van de gemeenschapsinstellingen, die haar bevoegdheden of belangen raken.

Als landsdeel Noord-Nederland streven wij naar Europese kieslijsten voor de verkiezing van het Europees Parlement.(uitwerken van kiesrecht Europese verkiezingen)

Het landsdeel Noord-Nederland heeft de mogelijkheid een afvaardiging te kiezen in het Comité van de Regio’s.

 

2.  Economie en Financieel beleid betreffende de welvaart van de burgers in materiële zin.

Ons uitgangspunt is dat de bevolking in het landsdeel Noord Nederland een welvaartsniveau moet kunnen krijgen dat tenminste gelijk is aan het Nederlandse gemiddelde.
Om dit te kunnen realiseren zijn volgens de Partij voor het Noorden de volgende maatregelen nodig:

2.1 Algemeen

De Partij voor het Noorden is voorstander van de ondernemingsgewijze productie binnen het kader van een door de overheid vastgesteld kader van regelgeving. In het bijzonder de energievoorziening, het bankwezen, de gezondheidszorg en de voedselvoorziening vragen een meer dan gemiddelde controle van de overheid. Dit kan zowel de Europese, nationale als regionale en of lokale overheid zijn.

Het beleid van de nationale overheid dient te worden gericht op het tegengaan van de congestie in de Randstad in onderlinge samenhang met de bevolkingsleegloop in het Noorden.

Dit leidt tot minder ontvolking in het Noorden en werkt voor beide regio’s welvaartsverhogend. Naar de mening van de Partij voor het Noorden dient deze beleidswijziging zich onder meer op de volgende zaken te richten:

Ten 1e: De hypotheekrenteaftrek subsidieert de gemiddelde rijkere inwoners met hogere hypotheken in de Randstad ten koste van die in het Noorden en dient dan ook te worden afgebouwd dan wel in hoogte te worden begrensd.
Ten 2e: Het subsidiëren van de aanleg van industrieterreinen in de Randstad, zoals de tweede Maasvlakte, die het voordeel van de lagere prijzen in het Noorden teniet doet, dient te verdwijnen.
Ten 3e: Het goederenvervoer naar en vanuit de Randstad dient evenmin gesubsidieerd te worden, zoals met de Betuwelijn gebeurt.
Ten 4e: Een in te voeren systeem van rekening rijden zal voor de automobilisten in het Noorden tot lagere kosten moeten leiden dan in qua verkeer overbelaste regio’s, omdat hier de kosten per wegkilometer en de congestie ook geringer zijn.
Ten 5e: Om in het Noorden de concurrentie te bevorderen staat de Partij voor het Noorden open voor experimenten die er op gericht zijn het belastingdeel binnen de totale loonsom te verlagen en de toegevoegde waarde op productie hoger te belasten.
Dit laat onverlet dat we tegenwoordig meer en meer ons geld verdienen middels product- en procesinnovatie. Hiervoor is een goed innovatiebeleid nodig dat aansluit bij de aanwezige sterke punten binnen het Landsdeel Noord-Nederland.

2.2 Financieel Beleid

Het blijkt dat het Noorden van het land qua besteding van de aardgasbaten wordt achtergesteld in vergelijking met de Randstad. Deze situatie is voor de Partij voor het Noorden absoluut onaanvaardbaar. Daarom eisen wij ten aanzien van de aardgasbaten:

1. Dat 25% van de netto baten van de uit de in het Noorden van het land gelegen aardgasvoorkomens, die nu aan de Staat toevloeien, aan het Noorden zelf ten goede komen

2. Dat deze baten rechtstreeks door de Staat worden overgemaakt aan een speciaal in te stellen beleggings- en investeringsfonds, dat namens het gekozen bestuur van het Landsdeel Noord Nederland wordt ingesteld en beheerd.

3. Dat de uit dit fonds te verkrijgen beleggingsrendementen alleen worden aangewend ten behoeve van de noordelijke samenleving.

4. Dat een aanmerkelijk deel van de onder 3 genoemde baten wordt besteed aan de oprichting van het onder 2.2.2 genoemde energie- en innovatie-instituut.

5. Dat als de benodigde investeringen voor de overgang naar een duurzame energievoorziening voor het noorden de rendementen uit genoemd fonds overstijgen rechtstreeks gelden uit dit fonds kunnen worden aangewend.

Kwesties als bijvoorbeeld rekeningrijden kunnen alleen in overeenstemming met het noordelijk landsdeel geregeld worden.

Financiën van het Landsdeel Noord-Nederland: zie punt 1.4

 

2.3 Energie- en infrastructuur

2.3.1  Algemeen

De energievoorziening is de bloedsomloop van economie en welvaart. De overheid dient daarom de eindverantwoordelijkheid ten aanzien van de veiligheid en de continuïteit van de energievoorziening te hebben.

Om de genoemde veiligheid en/of continuïteit te kunnen waarborgen zal de overheid opnieuw haar verantwoordelijkheid moeten nemen en naast en samen met het particuliere bedrijfsleven, rechtstreeks moeten participeren in de productie en transport. De uitverkoop van provinciale nutsbedrijven aan (een) buitenlandse private energiemaatschappij(en) was onacceptabel omdat dit de continuïteit van de energievoorziening in gevaar brengt.

De (hoofd-) distributie-infrastructuur voor gas en elektriciteit dient in handen van een door de overheid gecontroleerde organisatie te blijven.

Deze organisatie ziet er tevens op toe dat er geen monopolies ontstaan in de (eind-) distributie naar de (eind-) gebruiker(s).De energievoorziening mag alleen onder beperkende voorwaarden in handen van het particuliere bedrijfsleven zijn. Deze beperkende voorwaarden zijn:

Ten 1e: De continuïteit van in het bijzonder de gasvoorziening dient voldoende gewaarborgd te zijn.
Ten 2e: Er mag geen sprake zijn van een monopolie


2.3.2  Voor decentralisatie van energieopwekking en afvalverwerking

De Partij voor het Noorden wil op termijn één noordelijk energiedistributiebedrijf , één Noordelijk waterbedrijf en één Noordelijk afvalverwerkingsbedrijf stichten.
De nieuw gevormde nutsbedrijven dienen in samenwerking met het (zo laag mogelijke) bestuur, beleid voor duurzame energieopwekking en afvalverwerking te ontwikkelen. Daarbij zal decentralisatie naar wijk of buurt de betrokkenheid van burgers bevorderen.

De verdere en snellere ontwikkeling en het gebruik van alternatieve energiebronnen moet daarbij het hoofdaandachtspunt van beleid zijn. Uit oogpunt van maatschappelijk rendement moeten hernieuwbare energiebronnen zoveel mogelijk worden benut.

Daarom richt het Noordelijk Landsdeel een energieproductiebedrijf op die zich speciaal richt op duurzame energie en waarbij het winstoogmerk niet voorop staat.

2.3.3 Aardgas

De exploitatie van de in het Noorden aanwezige aardgasvoorkomens hebben de samenleving in onze drie noordelijke provincies nauwelijks voordeel gebracht. Noch in directe zin noch in indirecte zin.
In directe zin zijn de baten nu zeer beperkt omdat zowel de productie als het transport weinig werkgelegenheid oplevert. Dit is een groot verschil met de turfwinning in voorgaande eeuwen die wel veel arbeid en welvaart heeft opgeleverd.

Hierbij speelde ook dat de exploitatie van de turf grotendeels in handen was van private ondernemers en overheden. Bij de exploitatie van het aardgas hebben de noordelijke provincies geen deelneming weten te bedingen, zodat alle winsten wegvloeien naar de nationale staat en Shell en Esso.

 

2.3.4 Innovatiebeleid betreffende Duurzame Energietransitie

Energievoorziening zal naar verwachting een economische sector zijn die binnen de komende tientallen jaren relatief grote bedragen voor innovatie zullen vergen.
Daarom is het belangrijk dat regionaal ondernomen initiatieven goed op Europees niveau afgestemd worden.

Daarbij ligt het voor de hand dat de in Noord- Nederland te ondernemen initiatieven vooral zijn gericht op het betrekken van de voor dit landsdeel belangrijke landbouw die gewassenteelt kan inzetten voor productie van duurzame energie via bijvoorbeeld energiegewassen, biogas en biomassa.
Hierop sluit aan alles dat met het transport en de toepassing van gasvormige energiedragers te maken heeft evenals die terreinen van energiewinning die raakvlak hebben met de geografische en geologische structuur van het Noorden, zoals het in elkaars nabijheid zijn van zout en zoet water.
De RUG en het daaraan verbonden Energyvalley dienen uit te groeien tot een internationaal befaamd energie-innovatie-instituut op het gebied van de transitie naar een duurzame energievoorziening.

Voor de financiering hiervan zal een deel van de 25% van de aardgasbaten die aan het Noorden dienen toe te vallen worden aangewend. Zie ook 2.3.3.


 2.4 Transportinfrastructuur

Goede externe verbindingen zijn van groot belang voor de werkgelegenheid en welvaart van het Noorden.

Daarom streven wij naar verbetering(en) van de Noord Nederlandse infrastructuur.
Zonder volledigheid, voorkeur of prioriteit te suggereren valt te denken aan:
• een vaste oeververbinding over de Eems met Emden
• een spoorverbinding van Veendam via Stadskanaal naar Emmen en Zwolle
• een spoorverbinding van Harlingen naar Alkmaar
• verdubbeling van de N33 vanaf de A7 naar de Eemshaven

De Partij voor het Noorden vindt daarnaast dat openbaar vervoer een nutsvoorziening is waarbij de kosten dienen te worden afgewogen tegen het totaal van de maatschappelijke baten en niet alleen tegen de exploitatieopbrengsten. Dit geldt zowel op regionaal als (inter-)nationaal niveau.

De Partij voor het Noorden blijft daarom streven naar de aanleg van een hogesnelheidsverbinding naar de Randstad enerzijds en naar Bremen-Hamburg anderzijds, omdat hierdoor de werkgelegenheid in het Noorden substantieel zal verbeteren, zonder de economie van de Randstad te benadelen.


2.5 Midden en kleinbedrijf

In het Noorden liggen de kansen vooral binnen innovatief gerichte kleinere bedrijven die in consortia samenwerken aan opdrachten. Het grootste gedeelte van de werkgelegenheid zit al bij het midden- en kleinbedrijf,


 2.5.1 Innovatiecentra

Het midden- en kleinbedrijf zijn, zeker in het Noorden van het land, de belangrijkste banenmotor. Daarom vraagt deze sector bijzondere aandacht.

Ten behoeve van de instandhouding respectievelijk groei van de industriële werkgelegenheid dienen innovatiecentra, waarin de overheid, de onderwijssector en het bedrijfsleven participeren, te worden opgezet. In het bijzonder startende ondernemers moeten hier gebruik van kunnen maken.

 2.5.2 NOM

De Noordelijke provincies moeten op termijn minimaal de helft van het aandelenkapitaal van de  Noordelijke Ontwikkelingsmaatschappij (NOM) van het rijk overnemen, opdat dit een beleidsinstrument van de regio wordt. (Momenteel is de Staat voor 99,7% aandeelhouder) De NOM kan een belangrijke rol spelen bij het tot stand komen van nieuwe bedrijvigheid door het  aanvragen en benutten van patenten en octrooien.

 2.5.3 Toerisme

Het toerisme kan een grote(re) toegevoegde waarde voor het Noorden krijgen, als de toeristische promotie van het Noorden beter wordt gecoördineerd. Daartoe is de oprichting van een op het gehele Noorden gericht toeristisch marketingbureau gewenst.

Nagegaan dient te worden of Groningen Airport Eelde, waarvan de provincies Drenthe en Groningen aandeelhouder zijn, hierbij een rol kan spelen.


 2.5.4 Land- en tuinbouw

De land- en tuinbouw blijven voor het Noorden een relatief belangrijke sector voor de indirecte werkgelegenheid.

De inspanningen van het hierboven genoemde Innovatie-instituut dienen mede gericht te worden op de ontwikkeling van (hoogwaardige) gewassen voor energieproductie.
De overheid moet in haar vergunningenbeleid soepelheid betrachten als het gaat om niet strikt agrarische nevenfuncties van landbouwers, zoals toeristische activiteiten en bio-energieproductie, het gebruik van akkers voor de productie van stroom uit zonnepanelen en geothermische energie en voor energie uit warmtepompen.

In de landbouw moet meer samenwerking tussen overheid en boeren worden gecreëerd. Dit moet resulteren in een werkzaam evenwicht tussen schaalvergroting en ecologische landbouw. Mede hierdoor kan gewerkt worden aan het oplossen van de gespannen relatie tussen natuur en landbouw.

Ook kleinschalige functiemenging in de landschouw moet bevorderd worden (combinaties van landbouw en zorg, landbouw en recreatie en/of landbouw en streekproducten).

Aan deze economische transformatie van een deel van het platteland, dat het bovenstaande met zich meebrengt, zal een deel van de uit Europa te verkrijgen gelden moeten worden besteed.

Landbouwers die tevens werkzaam zijn als natuurbeheerders dienen daarvoor een adequate vergoeding te krijgen.

Vanwege de mogelijke aantasting van het landschap dienen vergunningen voor individuele windmolens aan strenge regels t.a.v. hoogte en nabijheid van bebouwing te worden onderworpen.

 

 2.5.5 Middenstand op het platteland

Een verdwijnende middenstand tast de leefbaarheid van het platteland aan. Aangezien de overheid hier ook verantwoordelijkheid draagt, moet nagegaan worden op welke wijze de middenstand in kleine dorpen behouden kan blijven.

 2.5.6  Bevordering van de werkgelegenheid in de industrie en de dienstensector

De dienstensector is qua werkgelegenheid uitgegroeid tot de belangrijkste sector. Een algemeen kenmerk daarbij is de toenemende kennisintensiviteit. De groei van deze sector moet bewust worden gestimuleerd, zeker in het licht van de teruglopende werkgelegenheid in de industrie.

Voorwaarde voor een goed functioneren van deze nieuwe kenniseconomie is een hoog scholingsniveau van de gehele bevolking. Het onderwijsbeleid moet enerzijds zorgen voor een hoog kennisniveau bij alle leerlingen en anderzijds voor het ontwikkelen van een attitude gericht op innovatie en ondernemerschap.

Die dienstverlening van de overheid dient de komende jaren verder te worden uitgebouwd. De dienstverlening van de overheid moet zo georganiseerd worden, dat 'klanten' van de overheid op een persoonlijke manier geholpen worden en gevrijwaard blijven van bureaucratie.
De provincie heeft een voortrekkersrol bij het binnenhalen van rijksdiensten en zorgt daarbij voor een evenredige spreiding binnen haar gebied.


 2.5.7 IT en regionale overheid

Steunend op de Rijksuniversiteit, de diverse hogescholen en andere noordelijke onderwijsinstellingen (zoals de Fryske Akademie, Senior HBO en Open Universiteit) wordt de kennisindustrie gericht verder ontwikkeld; samenwerking tussen de betrokken instelling en het regionale bedrijfsleven is daarbij onontbeerlijk. Deze samenwerking vindt al plaats, bijvoorbeeld via stages en via productinnovatie die door de kennisinstituten wordt aangereikt. Het bevorderen van de ICT- sector in Noord Nederland is daarbij van groot belang en zal gerichte aandacht moeten krijgen.

De overheid dient daarom in te zetten op open software (gratis licentie) en open standaarden en deze regionaal te ontwikkelen. Daarmee worden kosten van IT gedrukt en biedt dit regionale IT bedrijven de mogelijkheid hun diensten aan te bieden.

Het gebruik van internet heeft de laatste jaren een enorme vlucht genomen. Nieuwe toepassingen als zorg op afstand en verstrengeling van IT met bedrijfsprocessen vergt een goede IT-snelweg.

De aanleg van glasvezelverbindingen is cruciaal in het bieden van toegang, zodat bedrijven niet wegtrekken. Deze aanleg van snelle internetverbindingen is in bepaalde gebieden van Nederland al gaande. De Partij voor het Noorden is daarom voor de opzet van een speciaal IT-fonds, waaruit onderzoek naar en werving van klanten betaald kan worden die zorgen voor het bottum-up proces van de ontwikkeling van glasvezelverbindingen.

Hetzelfde fonds stelt risicodragend kapitaal ter beschikking ter financiering van lokale en regionale kabelbedrijven die hun wortels hebben in de het noorden en kunnen zorgen voor meer concurrentie op de glasvezelnetwerken.


 2.5.8  Onderwijs, ondernemerschap en innovatie

De kwaliteit en het aanbod van middelbaar en hoger beroepsonderwijs dient in het Noorden verder te worden verbeterd. Binnen alle onderwijsvormen dient (maatschappelijk) ondernemen als vak te worden aangeboden. Het midden- en kleinbedrijf zijn de ruggengraat van onze noordelijke economie.

Van oudsher staan mbo, hbo en universiteit los van elkaar. Deze onderwijsvormen kunnen bij elkaar komen in eerder genoemde innovatiecentra. Deze zijn gericht op het bij elkaar brengen van nu nog gescheiden onderwijsnetwerken en bedrijfsleven.

In de stad Leeuwarden kan het Van Hall-Instituut worden opgewaardeerd naar een universiteit met als specialisme landbouw. Dit versterkt de bedrijvengroep in Friesland die op de landbouw is gericht. Daarnaast kan de Fryske Academie uitbreiden naar een opleiding Friese Taal en Cultuur op universitair niveau en een opleiding regionale Friese economie.

Innovatie komt voor voort uit stappen voorwaarts. Daarnaast zijn vooral sociale netwerken belangrijk in stimulatie van innovatie. Kern van onderwijs en ondernemerschap is via netwerken informatie-uitwisseling te stimuleren.

Startende ondernemers moeten worden gestimuleerd, bijvoorbeeld wanneer zij zich bewegen op het raakvlak van kennis en ondernemen (kennistransfer vanuit universiteit en hogescholen), of wanneer zij zich verzelfstandigen vanuit bestaande Noord-Nederlandse ondernemingen (spin-offs).

 2.5.9 Bevordering van industriële werkgelegenheid

Er is sprake van een snelle afkalving van de industriële werkgelegenheid in Nederland, die in het bijzonder in Noord-Nederland de regionale economie ernstig dreigt te verzwakken (agribusiness en de energie intensieve bedrijvigheid). Met bedrijven die overwegen hun productie te staken of te verplaatsen naar lage lonenlanden moet overleg plaatsvinden over in de tijd gefaseerde afbouw van bestaande arbeidsplaatsen en het scheppen van nieuwe arbeidsplaatsen.

Op het gebied van de productie-industrie pleit de Partij voor het Noorden voor het opzetten van fabricatielaboratoria. Een Fablab is een werkplaats met digitaal gestuurde apparatuur waar - in theorie - bijna alles te maken is met als doel om high-end technologie tot kleine praktische proporties terug te brengen. Via zo’n z.g. fablab kunnen particulieren tegen lage kosten prototypes van een nieuw product laten maken.
De NOM kan verdere spreiding van fablabs stimuleren via investeringen door deze te koppelen aan bijvoorbeeld Regionale Opleidingscentra.


 2.5.10 ZZP'ers en creatieve industrie

Wij bieden ZZP'ers de mogelijkheden om collectieve voorzieningen te gebruiken op het gebied van telecommunicatie en om te kunnen te werken/netwerken.

Vooral op het platteland streven wij naar multifunctionele centra waar plaats is voor ZZP'ers om tegen een concurrerend tarief ruimte te huren of elkaar te ontmoeten. Bijvoorbeeld kunnen leegstaande kerken of boerderijen hier voor worden gebruikt.


 2.6.11 Kunst en cultuur als aanjagers van de economie

Kunst en cultuur kunnen een stimulerende werking voor de economie hebben. Daarom dient verschraling van het kunst- en cultuuraanbod in het Noorden moet worden tegengegaan. Daarnaast is een bloeiend cultureel leven een belangrijkste vestigingsfactor voor zowel ondernemers en werknemers. Dat geldt ook de professionele kunsteducatie.

Een bloeiend cultureel klimaat in een stad of regio draagt bij aan creativiteit in het dagelijks leven. Filmfestivals, fototentoonstellingen, grote theaterproducties (van eigen bodem), musea voor moderne en andere vormen van kunst en het muziekleven (harmonieën, fanfares en brassbands) bieden de kans aan een regio, een stad, samenwerkende steden of soms heel expliciet ook het platteland, om te excelleren, om op te vallen, om aantrekkelijk te zijn.


3  Cultuur, regionale taal, welzijn en zorg

 3.1 Algemeen

De grote verscheidenheid in streekculturen in het Noorden van het land is een groot goed en dient gekoesterd te worden. De inwoners van de drie noordelijke provincies moeten in hun eigen provincie of streek ten volle hun eigen identiteit en cultuur kunnen blijven beleven en uiten.

De politieke bestuurlijke concentratie in de zin van een te formeren noordelijk landsdeel
is mede bedoeld om een krachtiger beleid van cultuurhandhaving in Drenthe, Friesland en Groningen mogelijk te maken en wel door alle taken en middelen die de nationale overheid tot nu toe op dit gebied heeft over te dragen aan het Landsdeel Noord-Nederland.

3.2 Steun voor de regionale taal en cultuur


Het Fries heeft de positie van tweede rijkstaal met de daaraan verbonden privileges. Op basis van het Europees Handvest voor regionale talen en minderheidstalen dienen in navolging van het Fries ook de Nedersaksische talen een grotere erkenning te krijgen.

Het Fries en de niet officieel erkende Nedersaksische streektalen dienen door de drie Noordelijke provincies actief te worden ondersteund: in het onderwijs, in het toneel, bij het cabaret, in de literatuur en dergelijke en in kunstuitingen.

Het is wenselijk dat RTV Noord en RTV Drenthe een grotere plaats in hun programmering inruimen voor de eigen streektaal.

Het Noord-Nederlands Orkest dient als volwaardig symfonieorkest voor net Noorden behouden te blijven. De garantie hierop is echter pas mogelijk als het Noordelijk landsdeel ook qua cultuurbeleid autonoom wordt, zoals de Partij voor het Noorden dat voorstaat.

Investeren in op cultuurhistorie gerichte projecten bevordert de regionale identiteit en het toerisme.
Zo zou bijvoorbeeld het ontwikkelen van historische spoorwegverbindingen tussen diverse steden in het noorden aanzienlijke werkgelegenheid kunnen voortbrengen.

 3.3 Bevordering van de regionale media

Vanwege de sterke beïnvloeding van de cultuur door televisie dient er één op het gehele noorden gericht publiek net te komen dat een veel groter deel van de dag uitzendingen verzorgt dan de afzonderlijke provinciale omroepen thans doen.

Het bestuur van deze publieke omroep dient zodanig te zijn dat een goede spreiding van de uitzendingen over de verschillende streken in het Noorden gewaarborgd is.
Deze omroep zal verder een forum moeten vormen voor discussies over identiteits- en cultuurverschillen binnen het Noordelijk Landsdeel en tussen dit landsdeel en de Nederlandse cultuur en identiteit. Ter bevordering van nauwere contacten met Ost-Friesland en Emsland moet deze omroep ook meer samenwerken met de NDR.

 3.4 Bevordering van sportdeelname

Breedtesport moet worden gestimuleerd, omwille van een gezonde sociale ontwikkeling en omwille van de bevordering van de volksgezondheid.

Overheidssteun bij de professionalisering van training en begeleiding van vooral de jeugd in de amateursport is van groot maatschappelijk belang (gezondheid, integratie, saamhorigheid, enzovoort).
Aansprekende prestaties in de sport komen veelal het imago van en de saamhorigheid binnen de regio ten goede. Topsport kan gebruikt worden bij de regiomarketing van Noord-Nederland. Steun van de overheid aan topsport dient te worden beperkt tot het meefinancieren van goede accommodaties voor de diverse sporten. Steun van de overheid bij niet-commerciële evenementen kan zeer stimulerend werken. Daarvoor dient financiële ruimte te worden gecreëerd.

 3.5 Jeugd-, jongeren- en ouderenbeleid

Op provinciaal/noordelijk niveau wordt bevorderd dat er binnen alle gemeentes sprake is van een actief jeugd- en jongerenbeleid, te ontwikkelen in samenspraak met de jeugd zelf. De wachtlijsten in de jeugdzorg moeten verdwijnen. Het Rijk moet hiertoe de benodigde middelen verschaffen.

De zelfstandigheid van ouderen kan worden bevorderd door royale toepassing van de Wet Voorzieningen Gehandicapten (WVG) en de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). Zo kan de zelfstandigheid van ouderen in de thuissituatie zo lang mogelijk gegarandeerd worden. Intensiever contact met ouderenbonden is van belang.
Er moet extra aandacht uitgaan naar het aanpassen van woningen. Dit draagt bij aan de zelfstandigheid van ouderen. Overdekte ontmoetingsplekken voor ouderen zullen moeten worden gerealiseerd in en/of bij verzorgingshuizen en winkelcentra.

3.6 Maatschappelijke Zorg

Maatschappelijke dienstverlening wordt op dit moment vaak, zij het in afnemende mate, in stand gehouden door gesubsidieerde arbeid. Om bepaalde arbeid weer lonend te maken voor werknemer en werkgever zetten wij in op verlaging van de sociale lasten door deze verschuiven naar een kapitaal- en/of consumptiebelasting. Hiervoor zet het Noordelijk Landsdeel experimenten op die daadwerkelijk tot lastenverlichting leiden.
Daarmee komen bepaalde werkzoekenden weer in aanmerking om tegen een lonende vergoeding reguliere arbeid te verrichten; bovendien blijft de betreffende dienstverlening op niveau.

Gesubsidieerde arbeid blijft nodig voor mensen waar een terugkeer naar de arbeidsmarkt is uitgesloten zodat zij toch een waardevolle bijdrage kunnen leveren aan de samenleving.

De ruimte voor bijzondere bijstand moet blijven bestaan. Hiervoor moeten gemeenten financiële ruimte reserveren. De provincie moet gemeenten ondersteunen wanneer hun financiële mogelijkheden daartoe ontoereikend zijn.

 3.7 Vrijwilligerswerk

Vrijwilligerswerk is het cement van de samenleving en moet door de diverse overheden worden bevorderd, bijvoorbeeld door het oprichten van vacaturebanken, scholing van vrijwilligers en het verzekeren van hun aansprakelijkheid.

4. Plattelandsvisie: Naar een Deltaplan om Noorden sterker te maken 

Krimp is vooral een gevolg van onvoldoende investeringen in Noord-Nederland van de afgelopen decennia. Daarnaast ligt het culturele verschijnsel eraan ten grondslag dat jongeren worden gestimuleerd de wijde wereld in te trekken.  De Randstad wordt daarmee versterkt in zijn centralistische rol.

Economisch is het des te beter in de regio's te investeren, waardoor spreiding in plaats van versterking van het centrum plaatsvindt.

De Partij voor het Noorden wil de komende zittingsperiode een aanzet geven tot een Deltaplan om het Noorden te wapenen tegen krimp. In plaats van krimp wil de Partij voor het Noorden "REK".stellen. Dit staat voor Ruimtelijke Ordening, Economische ontwikkeling en Kunst (en cultuur)ontwikkeling.

Bij het ontwikkelen van een dergelijk Deltaplan zal de Partij voor het Noorden een beroep doen op haar eigen leden en sympathisanten maar ook op de expertise van buiten de partij.
Het Deltaplan moet een horizon hebben van 30 jaar. Daarnaast moet het Deltaplan worden gezien als een uitwerking van de gestelde beginselen en uitgangspunten zoals worden vermeld in dit raamprogramma.


4.1 Voor een leefbaar platteland

Om het platteland leefbaar te houden is het nodig dat gemeenten meer bevoegdheid krijgen voor zaken die op lokaal niveau spelen, bijvoorbeeld voor aanleg van infrastructurele voorzieningen, sociale zekerheid en onderwijs. Een aantal andere noodzakelijke voorzieningen op het platteland kunnen door de provincies of het (toekomstige) noordelijke landsdeel worden geregeld. Het is nodig om de betrokkenen bij de uitvoering van die diensten nadrukkelijk te betrekken.

Een leefbaar platteland betekent onder andere handhaving van de zorgvoorzieningen. Vooral ouderen en chronisch zieken zijn aangewezen op zorginstellingen in de directe nabijheid. Zorgvoorzieningen moeten daartoe worden gehandhaafd.

De eerste hulp en de ambulance moeten ook op het dunbevolkte platteland voor iedereen beschikbaar blijven. Ook huisartsen, consultatiebureaus en de postkantoren moeten hun diensten, ook in kleine dorpen, blijven aanbieden. Bij de instandhouding van voorzieningen in de zorg moeten patiënten- en consumentenorganisaties een belangrijke stem krijgen.

Kleinschalige toeristische projecten kunnen een bijdrage leveren aan de versterking van de plattelandsstructuur. Stimulering daarvan moet voortgezet worden.

4.2 Voor leefbare steden 

Nauwere betrokkenheid bij en medeverantwoordelijkheid van mensen (jong en oud) voor de publieke zaak, kan bijdragen aan een prettig leefklimaat en aan sociale veiligheid. Voornamelijk de grotere gemeenten dienen hier werk van te maken: Onder meer stedelijke herstructurering en wijkvernieuwing kunnen een positieve rol spelen bij het gunnen van daadwerkelijke medeverantwoordelijkheid aan bewoners van de steden.

4.3 Openbaar vervoer: van hoge kwaliteit en bereikbaar voor iedereen 

Dunbevolkt gebied vraagt om gedifferentieerd en veelzijdig openbaar vervoer. Goed functionerend openbaar vervoer ook in de minder dicht bewoonde gebieden moet worden gegarandeerd. Vanwege het publieke en sociale karakter van het openbaar vervoer moet het kopen van een kaartje ook voor de kleine inkomens mogelijk blijven.
Zowel bus-, trein- als taxivervoer moeten op Noordelijk niveau worden georganiseerd, met ruimte voor provinciale uitwerkingen.
Bij de uitbesteding van openbaar vervoer ligt de nadruk op de kwaliteit van materieel, gebruik van hernieuwbare brandstof en verbindingen.

De Partij voor het Noorden kiest voor een combinatie van meerdere vervoersvormen. Het Noorden is te dunbevolkt om in te zetten op één vorm van openbaar vervoer als bijvoorbeeld te tram voor de stad Groningen en omgeving.


5 Duurzaamheid

 5.1 Bedreiging van het milieu

Een kerncentrale openen, om de schadelijke CO2-uitstoot van conventionele elektriciteitscentrales terug te dringen, is een af te wijzen paardenmiddel. Met een kerncentrale krijgen we te maken met, ook op langere termijn, uiterst schadelijk nucleair afval.

Het gebruik van de Noordelijke zoutkoepels als opslagplaats voor nucleair afval wordt afgewezen. De risico’s van nucleair afval zijn te onzeker. Een ander gebruik van de zoutkoepels, specifiek ten gunste van de verdere economische ontwikkeling van de regio, behoeft niet op voorhand van de hand te worden afgewezen.

Ook het bouwen van een nieuwe kolencentrale of het in gebruik nemen daarvan wijzen wij af. Dat betekent het verder vergoten van de milieuproblematiek, in plaats van bij te dragen aan een oplossing.

Betere oplossingen zijn het bevorderen van alternatieve energiebronnen als wind-, zonne-, getijden-, aardwarmte- en op biomassa gebaseerde energie.

Ook in de transportsector dienen hernieuwbare brandstoffen op grote(re) schaal te worden ingezet, mede omdat zij wezenlijk bijdragen aan de beperking van de CO2-uitstoot.

 


      5.2        CO2 Opslag in de bodem

Zo lang de provinciale staten in Noord-Nederland niet uitdrukkelijk zelf de beslissingsbevoegdheid hebben ten aanzien van de opslag van CO2 in de Noord-Nederlandse bodem, is de Partij voor het Noorden tegenstander van deze opslag.

Pas indien het Noorden zelf genoemde beslissingsbevoegdheid heeft verkregen zal de Partij voor het Noorden haar standpunt over de opslag van CO2 in de Noord-Nederlandse bodem bepalen, in het licht van de dan geldende omstandigheden.

 
 5.3 Waddenzee

Een absolute voorwaarde bij het toestaan van economische activiteiten in het Waddengebied is, dat geen onherstelbare aantasting van de natuurwaarden plaatsvindt.

Ten aanzien van natuurgebieden zoals het Waddengebied en gebieden binnen de Ecologische Hoofdstructuur moet de hoofddoelstelling zijn: het behoud en verdere ontwikkeling van de daar aanwezige natuurwaarden.

 5.4 Leefbaarheid

Met de ruimte moet zorgvuldig worden omgesprongen. Grotere bouwvolumes moeten worden geconcentreerd in de steden. Voor de leefbaarheid in de stad moet daarbij wel de menselijke maat in acht worden genomen. Ook dient er voor recreatie en ontspanning (en spel) voldoende ‘groen’ en ‘blauw’ te zijn. Een grotere variatie in woningbouw is nodig om ook een gemêleerde bevolking te kunnen vasthouden.

In de kleinere kernen dient een beperkte groei van het aantal woningen mogelijk te zijn, vooral ter bevrediging van de lokale woningbehoefte.

Het (her)gebruik van al bestaande bedrijventerreinen dient prioriteit te hebben boven de aanleg van nieuwe bedrijfsterreinen.