De oorsprong van de Partij voor het Noorden

De Partij voor het Noorden is sinds 2003 vertegenwoordigd in de Provinciale Staten van Groningen. Van daaruit zet de partij de discussie over de gevolgen van de gaswinning en de vorming van een gewestelijk bestuur voor Noord-Nederland aan. Daarnaast ontwikkelt zij een onafhankelijke visie op actuele politieke en maatschappelijke vraagstukken. De Partij voor het Noorden hecht erg aan besluitvorming van onderop en direct contact met haar inwoners. In Oost Groningen maakt de Partij voor het Noorden onderdeel uit van het College in de gemeente Oldambt.

De filosofie

De Partij voor het Noorden beschouwt Noord-Nederland als een moderne Europese regio. Deze regio heeft, naast regio's zoals het Ruhrgebied en Randstad Holland, een eigen unieke betekenis.

Noord-Nederland heeft een tot op zekere hoogte zelfstandig functionerende economie, die zich naar de mening van de Partij voor het Noorden minder absoluut zou moeten oriënteren op de Randstad. Een sterkere samenhang binnen de regio, maar ook het uitbouwen van de relaties met het aangrenzende Duitse gebied, zullen dat meer zelfstandig functioneren kunnen bevorderen.

Noord-Nederland kent veel oude cultuurlandschappen en natuurgebieden, alsook een bevolking met diverse uitgesproken identiteiten. Met 1,6 miljoen mensen is er relatief veel rust en ruimte. Deze kenmerken bepalen mede het karakter en de betekenis van deze regio in het grotere Europese verband.

De Partij voor het Noorden is een onafhankelijke regionale politieke partij die strijdt voor meer autonomie.

Deze grotere autonomie vraagt naar de mening van de Partij voor het Noorden echter een forse versterking van het midden bestuur. Meer bevoegdheden voor de gemeenten en voor de provincies. Uiteindelijk wil zij de drie noordelijke provincies bestuurlijk samenvoegen tot een gewest met een eigen rechtstreeks verkozen parlement. Dit zal echter niet ten koste gaan van de provinciale culturele eigenheid. Groningen zal altijd Groningen blijven en zo ook Fryslân en Drenthe.

Een belangrijke bevoegdheid, die nu nog bij Den Haag ligt en die in het kader van deze grotere autonomie naar dit noordelijke gewest moet komen, betreft de aardgaswinning en de bestemming van de baten uit het aardgas. De huidige intensieve aardgaswinning tast de veiligheid en het woongenot aan van de inwoners. Naast levensgevaarlijke aardbevingen is er ook sprake van een onregelmatige en kostbare bodemdaling als gevolg van de aardgaswinning door de NAM die handelt in opdracht van de Rijksoverheid. Hetzelfde geldt ook voor de zoutwinning.

De Partij voor het Noorden vindt dat de verdeling van de baten en de lasten van de aardgaswinning, dit laatste in de vorm van bodemdaling en vooral aardbevingen, zeer ten nadele van het Noorden uitvalt en te veel ten voordele van de Randstad. Dit dient drastisch te veranderen. Het Noorden dient daarom over 1% * van de aardgasbaten, die nu nog voor 100 procent in de staatskas vloeien, zelf te kunnen beschikken en verder een stem te hebben in de gaswinning zelf.

Dat betekent de oprichting van een aardgasfonds van 5 miljard Euro* voor in ieder geval de provincie Groningen om de economische structuur te versterken. Duidelijk standpunt van de Partij voor het Noorden is dat de gaswinning  zo snel mogelijk moet stoppen.

De Partij voor het Noorden vindt dat de landelijke partijen veel te weinig oog hebben voor het Noorden. Het Noorden is nu niet meer dan een wingewest voor met name de Randstad.

* 1% van de totale opbrengst van de aardgaswinning tot vandaag de dag.