Gepubliceerd op:

Nieuwsbrief 33Groningen, 30 mei 2005  Europa, ja of nee? Op 19 mei vond een debat plaats over de Europese grondwet in de statenzaal van het provinciehuis in Groningen. Dit, en debatten in Hoogeveen en in Leeuwarden, waren mede georganiseerd door de Partij voor het Noorden. Met een heftige discussie en meer dan 150 bezoekers, was de avond in Groningen een succes. Het debatNog nooit werd e...

Nieuwsbrief 33

Groningen, 30 mei 2005

 

Europa, ja of nee?

Op 19 mei vond een debat plaats over de Europese grondwet in de statenzaal van het provinciehuis in Groningen. Dit, en debatten in Hoogeveen en in Leeuwarden, waren mede georganiseerd door de Partij voor het Noorden. Met een heftige discussie en meer dan 150 bezoekers, was de avond in Groningen een succes.

 

Het debat

Nog nooit werd er in Nederland zů veel over de Europese politiek gediscussieerd, als in de afgelopen weken. Aanleiding: een verdrag over een Europese grondwet. De Fransen hebben al ?Non? gezegd ? maar wat zeggen wij? In deze Nieuwsbrief discussiŽren we verder.

 

Samen veel sterker

We hebben het de hele tijd over een verenigd Europa. Maar hoe zit het met een verenigd Noord-Nederland? De Partij voor het Noorden en de Frysk Nasjonale Partij gaan gezamenlijk kijken naar zo?n toekomst in onze regio. Meer in deze Nieuwsbrief!

Redactie:
Dana Kamphorst, Hilbert Koetsier en Teun Jan Zanen. Met medewerking van Klaas Knillis Hofstra.

Foto's:
Tjeerd Oliemans, Geert Staats


 


Thorbecke-academie†
door Teun Jan Zanen

In Leeuwarden staat de Thorbecke-academie. Dit is een onderdeel van de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden, ťťn van de grote Noordelijke HBO-instellingen. De staatsman Thorbecke heeft de grondwet van 1848 geschreven. Het moderne Nederland kreeg, met dank aan de revolutionaire bewegingen elders in Europa en een wat weifelmoedige koning, onder de bezielende leiding van de liberaal Thorbecke gestalte.†

Nederland als sterk centralistische eenheidsstaat werd een schoolvoorbeeld van hoe moderne staten er uit dienden te zien: ťťn taal, ťťn cultuur, ťťn volk en ťťn staat. In Friesland kwam al gauw (eigenlijk alleen op taalgebied) een tegenbeweging op gang. Een staatsbestel behoeft naast het politieke gebeuren ook kundige ambtenaren om te kunnen functioneren. Het spreekt vanzelf, dat die goed moeten zijn opgeleid. Vandaar instellingen als de Thorbecke-academie in Leeuwarden. De website van deze instelling vermeldt: ?De Thorbecke Academie is onderdeel van het domein public management van het Instituut Economie en Management dat Public Management (Bestuurskunde/ Overheidsmanagement), Safety & Security (Integrale Veiligheid) en European Studies (HEBO) verzorgt?.†

Nu ý weer. Het vergt dunkt mij al een hele studie om Łberhaupt te begrijpen wat ze daar doceren. Het lijkt iets met bestuurskunde en overheids-management te maken te hebben.

Het volgende is mij overkomen. In Leeuwarden nam de Partij voor het Noorden het initiatief om een comitť te vormen ter organisatie van een debatavond over het referendum en de Europese Grondwet. Naast Klaas Marck, een gepensioneerd medicus, het D66-Statenlid Johan Sieswerda, het FNP-gemeenteraadslid Siebren Posthumus, een lid van de vereniging EU debat en twee leden van de Partij voor het Noorden, dienden zich spontaan twee leraren van de Thorbecke-academie aan. Zij wilden graag meedoen als instituut om de debatavond van de grond te trekken. Zij betoonden zich evenwel huiverig om voor een politiek karretje te worden gespannen. Nu was het uitgangspunt van alle comitťleden dat zij deze debatavond vanuit een neutrale positie wilden organiseren. Het ging erom voor- en tegenstanders met elkaar te laten debatteren, opdat voor het publiek meer helderheid zou ontstaan omtrent Europa, de Europese Grondwet en het wel en wee van het referendum.

Toen het puntje bij paaltje kwam, speelde die aanvankelijke huiver voor de politiek, waarover men min of meer was heengestapt opnieuw op: wie moesten als organisatoren op affiches, pamfletten en programmaboekjes vermeld staan? Eigenlijk wilden zij niet dat de naam van de Partij voor het Noorden Łberhaupt genoemd werd. Toen wij verklaarden genoegen te nemen met de positie van sponsor, meldden zij eerst terug te moeten naar hun schoolleiding. En alras kwam het bericht: zij meldden zich af voor het comitť. Een student van hen hadden wij toen nog nooit gezien, hoewel ons een flitsende power point presentatie over Europa voorgespiegeld was. Deze koudwatervrees van een ambtenaren-opleidinginstituut acht ik zorgelijk. Wat zijn dit voor technocraten die zich afkeren van het publieke, politieke debat? De avond was een succes. In het ProvinsjehŻs te Leeuwarden debatteerden een honderdtal aanwezigen vol betrokkenheid over Europa en het referendum.†

Teun Jan Zanen


(30 mei 2005)

 


Het Noord-Nederlands Verbond†
door Teun Jan Zanen

De Partij voor het Noorden streeft de vorming van een meer zelfstandig Noord-Nederland na. Het gaat om de vorming van een Europese regio met een eigen, direct gekozen parlement. Wij willen veel meer dan nu mogelijk is zelf over onze toekomst beslissen.

Vanuit deze achtergrond heeft de Partij voor het Noorden al direct na de Statenverkiezingen in 2003 contact gezocht met andere in Noord-Nederland opererende, onafhankelijke partijen. Wij wilden nagaan of wij echte bondgenoten hadden in ons streven. Gebleken is dat dat voor de FNP inderdaad het geval is. Deze blijkt een partij te zijn waarmee goed over ons streven te praten valt. Zijzelf hechten nogal aan de Fries-provinciaalse context, maar staan ook open voor ons idee van verregaande decentralisatie van het bestuur vanuit Den Haag naar Noord-Nederland.

Deze gesprekken, alsmede de praktische samenwerking die beide Statenfracties af en toe betrachten, hebben ertoe geleid, dat beide partijbesturen hebben besloten na te gaan of ook een nog veel verdergaande samenwerking mogelijk is. Daartoe is een convenant ontwikkeld (zie elders in de Nieuwsbrief), dat op 27 mei jl. in ledenvergaderingen van de beide partijen is goedgekeurd.†

Besloten is een commissie in te stellen om na te gaan of een gezamenlijk verkiezingsprogram kan worden overeengekomen, waardoor met een gezamenlijke lijst deelgenomen zou kunnen worden aan de eerstvolgende Tweede Kamerverkiezingen (die uiterlijk voorjaar 2007 plaats zullen vinden). Afgesproken is, dat uiterlijk eind mei 2006 bekend moet zijn of er voldoende draagvlak bestaat binnen de beide partijen voor zo?n gezamenlijk optrekken. In de loop van juni zullen beide besturen een drietal personen aanwijzen die samen de commissie zullen vormen. Najaar 2005 verwachten de beide besturen een eerste rapportage over de voortgang met betrekking tot het te produceren document.

Als het plan van de beide besturen slaagt, zetten we enkele forse schreden vooruit op het pad van de verwezenlijking van onze idealen. Het worden spannende tijden.

Teun Jan Zanen


(30 mei 2005)

 

 


Vanuit statenfractie Groningen
De toekomst van het OV†

door Hilbert Koetsier namens statenfractie Groningen

De provincies Groningen en Drenthe hebben de uitvoering van het openbaar vervoersbeleid afgestoten en in een apart bureau ondergebracht: het OV-bureau. Dat bureau had als eerste taak een nieuwe dienstregeling uit te denken, wat nodig was gezien de bezuinigingen op het OV. Natuurlijk doet het snijden in buslijnen pijn, maar het OV-bureau heeft zijn best gedaan.

Op 11 mei was er een werklunch van de Groningse statencommissie Economie en Mobiliteit over de toekomst van het openbaar vervoer. Aanwezig waren, naast statenleden, mensen van het OV-bureau, van vervoerder Arriva en van de reizigersorganisatie Rover. Tijdens de lunch vond een open gesprek plaats over het toekomstige OV.

Het OV-bureau gaf zijn visie op het openbaar vervoer. Dat moet volgens dit bureau naar vraag aangeboden worden. In dun bevolkte gebieden betekent dat, dat er bel-bussen ingezet worden, die alleen komen als er iemand (door te bellen) vraagt om openbaar vervoer.

Deze grondgedachte lijkt mij eigenlijk niet de juiste. Ik denk dat het openbaar vervoer (de bus en de trein) niet moet verschuiven naar taxivervoer, want daarvoor hebben we de taxi al. Het lijkt mij beter een netwerk van openbaar vervoer te hebben, waarbij de vervoersmiddelen volgens een strak en eenduidig schema liefst de hele dag rijden. Dan krijgen gebruikers het gevoel dat ze op het vervoer kunnen rekenen. Daarnaast moet er een zo goed mogelijke aansluiting komen van persoonlijk vervoer op openbaar vervoer. Twee voorbeelden daarvan zijn: het gebruik van ?transferia?, waar mensen gratis hun auto kunnen parkeren om verder te reizen met bus of trein; en het meenemen van de fiets in bus en trein. Dat laatste niet met een speciaal kaartje, maar zo, dat je gewoon altijd je fiets kunt meenemen. Ook in de bus; in Duitsland rijden op sommige lijnen bussen met een aanhanger met daarop fietsenrekken ? het kan dus echt.

Als je gemakkelijk van je eigen vervoer op het openbaar vervoer kunt overstappen, dan is er, denk ik, veel vaker reden om met het openbaar vervoer te reizen. En dan hoeft de bus niet meer op iedere straathoek te stoppen; als er op tien minuten fietsen een halte is, waarvan je weet dat er altijd ieder uur een bus stopt ? waarin je de fiets kunt meenemen ? dan lijkt me dat een beter alternatief voor die gekunstelde bel-bus constructie.

Overigens beseft men in de provincie Groningen dat er binnen het eigen apparaat niemand meer over is die verstand van het OV. De betreffende ambtenaren werken nu allemaal op het OV-bureau. De oplossing ligt voor de hand: een nieuwe ambtenaar aanstellen die het contact met het OV-bureau onderhoudt; maar liever nog: een van de vroegere ambtenaren terughalen.



(30 mei 2005)

 


Naar een grondige discussie over Europa†
door Marijn Molema

Voor het eerst in de geschiedenis is er een massaal maatschappelijke debat op gang gekomen over het nut en noodzaak van de Europese integratie. Onder druk van het referendum is in de maanden april en mei volop gediscussieerd over de Europese Grondwet. Ook de Partij voor het Noorden moest haar positie bepalen.†

Het verdrag
Het Verdrag tot vaststelling van een Europese Grondwet bestaat uit een samenvoeging van eerder gesloten verdragen in het kader van de Europese integratie, ?plus een beetje?. Onder druk van de publieke opinie enerzijds en het vraagstuk van bestuurlijke efficiŽntie anderzijds is men tot een aantal verbeteringen gekomen. Deze laten zich onderscheiden langs drie wegen.

Ten†eerste†zijn er de aanpassingen van institutionele aard. De Grondwet probeert de instellingen van de Europese Unie slagvaardiger te maken. Zo moet de Europese Commissie vanaf 2014 geen 25 maar 18 leden kennen. Het vetorecht verdwijnt op een aantal terreinen, hetgeen besluitvorming vergemakkelijkt. Verder worden de beslissingsprocedures gestroomlijnd.†

Ten†tweede†zijn er sociale argumenten. In 2000 werden allerlei ?grondrechten?, zoals recht op onderwijs en bescherming van de menselijke waardigheid, in het Handvest van de Grondrechten van de EU opgenomen. Door opname in de Grondwet wordt dit Handvest juridisch verankerd.†

Ten†derde†wil men de Unie democratischer maken. Zo wordt de Europese politiek zichtbaarder doordat documenten toegankelijker worden. De Raad van Ministers gaat in het openbaar vergaderen. Met een miljoen handtekeningen kunnen besluiten worden aangevochten en kan de burger zich met het recht van initiatief tot het Europees parlement wenden. Daarnaast worden controlemogelijkheden op het subsidiariteitsbeginsel ingebouwd.†

Het debat
In het debat rondom de Europese Grondwet laat een duidelijk ?ja-kamp? en ?nee-kamp? zich horen. Zo vinden tegenstanders onder andere dat Europa niet socialer wordt. De Grondwet ademt een neoliberale sfeer uit. Dit wekt voornamelijk bij de socialistisch georiŽnteerde tegenstanders wrevel. Zij zien enkele lang gekoesterde politieke idealen vervagen. Daarnaast blijft er veel kritiek op het democratische gehalte van Europa. Er wordt benadrukt dat de reŽle invloed van Nederland verzwakt is. De controle van de macht is in gevaar, omdat het Europese parlement een ?wassen neus? is. De nationale volksvertegenwoordigers zullen de toenemende stroom papierwerk niet meer aankunnen, zodat de formele controle in de lidstaten zelf in de praktijk niet wordt uitgevoerd.†

Zowel de argumenten van de voorstanders als de tegenstanders rusten op fundamentele opvattingen over de plek van Europa binnen de politiek. Volgens de voorstanders kan Europa een blok vormen tegen internationale problemen zoals terrorisme, criminaliteit, economische marginalisering en milieuvervuiling. Door ?eendracht in verscheidenheid? zorgt Europa voor ?vrede, voorspoed en veiligheid?. De tegenstanders hebben het gevoel dat Europa opgedrongen wordt door een politieke elite met onrealistische idealen. De centralisering van de macht beangstigt deze mensen.†

Europa en decentraliseren
Binnen de Partij voor het Noorden concentreert de discussie zich rondom het middelpunt van haar politieke opvattingen: decentraliseren. Bevordert de Grondwet de decentralisatie gedachte of werkt het deze juist tegen? Degenen die deze vraag positief beantwoorden, wijzen er op dat de Grondwet een bijdrage is aan Europa als platform. Doordat zij lidstaten dichter bij elkaar brengt, zijn lidstaten eerder in staat om afspraken te maken over de taakverdeling binnen de Europese bestuurslagen. De taakverdeling verloopt formeel gezien volgens het subsidiariteitsbeginsel: politieke afwegingen horen op die plek thuis waar zij het meest effectief zijn.†

In de praktijk is dit subsidiariteitsbeginsel onvoldoende uitgewerkt. Wanneer Europese samenwerking verbetert, komt er meer ruimte voor een concrete inhoud aan dit subsidiariteitsbeginsel. Hierbinnen kan dan de idee van het ?Europa van de regio?s? onder de aandacht worden gebracht. De sceptici zijn van mening dat het subsidiariteits-beginsel zich niet in de richting van het decentralisatie-gedachtegoed zal ontwikkelen. Zij menen dat Europa met de Grondwet juist verder centraliseert. Door de Grondwet af te wijzen, wordt een signaal gegeven dat de Grondwet een betere uitwerking verdient. Daarbij zou heel duidelijk onder woorden moeten worden gebracht wat de taken van het Europese bestuur zijn.†

Politieke denkbeelden
?Europa? is een ingewikkeld onderwerp. Het integratieproces was tot 1985 vooral een economisch project. Maar met de Europese Akte kreeg het ook een politieke dimensie. De meningsvorming rondom Europa wordt gehinderd doordat velen haar geen plek kunnen geven binnen onze politieke realiteit. De Partij voor het Noorden is een jonge partij. Maar juist met het idee van het ?Europa van de regio?s? laat zij zien dat zij eigen, creatieve en verfrissende denkbeelden heeft.†

Dat het debat over Europa moge doorgaan, zodat de Partij voor het Noorden bij een volgend referendum over een Europees verdrag een eendrachtig, helder geluid kan laten horen.†



(30 mei 2005)

 


De Europese Grondwet: Bedreiging of vooruitgang?†
door Dana Kamphorst

Op 19 mei vond in het provinciehuis in Groningen een debatavond plaats over de Europese Grondwet. Het debat werd georganiseerd door de Vereniging EU debat, de Partij voor het Noorden en het GPJK (Groninger Politiek Jongeren Kontakt). Op deze druk bezochte avond, voorgezeten door Prof. Geert Sanders, kwamen interessante sprekers aan het woord en kwamen de voors en tegens van de grondwet goed uit de verf.†

Henk de Haan (Tweede Kamerlid CDA), de eerste spreker, ziet de grondwet als het consolideren van 60 jaar samenwerking in Europa. In de grondwet staat weinig nieuws, maar het is goed dat alles nog eens opgeschreven wordt. Ook staat er nu in waar Europa zich niet mee moet bemoeien, dus niet met gezondheidszorg, maar wel met grensoverschrijdende dingen als criminaliteitsbestrijding.†

Niesco Dubbelboer (Tweede Kamerlid PvdA), een Drent, beweerde uit emotionele redenen voor de grondwet te zijn: hij zoekt naar een Europese ziel. De grondwet bevat volgens hem goede spelregels voor het groter groeiende Europa. Het is een stap vooruit: Europa wordt ook ietsje democratischer. Nelly Maes (Vlaamse en voorzitter van de Europese Vrije Alliantie) hield ook een warm pleidooi voor deze grondwet. (Deze grondwet is niet haar droom, maar staat haar droom van een democratisch Europa gebaseerd op regio?s ook niet in de weg).†

Tiny Cox (fractie-voorzitter SP Eerste Kamer) sprak vooral Dubbelboer tegen door te stellen dat grote landen juist meer macht krijgen. Hij is tegenstander, omdat de Europese grondwet boven de Nederlandse uitgaat. Ook komt er zijns inziens meer bureaucratie, omdat Europa steeds groter wordt. En passant wordt volgens hem met deze grondwet ook besloten tot de oprichting van een Militaire Unie, hetgeen door de andere sprekers ontkend werd.†

Sammy van Tuyll van Serooskerken (Democratisch Europa) vond het belangrijkste bezwaar tegen de grondwet, dat besluitvormers niet kunnen worden afgerekend op hun besluiten. Iedereen kan zich achter anderen verschuilen. Na een prachtige uiteenzetting van de staatsrechtkundige Gerhard Hoogers over de essentie van deze nieuwe ?grondwet? was het woord aan de zaal. Onder leiding van Geert Sanders ging het over het democratische gehalte van de Europese Unie aan de ene kant en de machtsverdeling tussen landen en de EU aan de andere kant.†

Is het nou bijvoorbeeld erg om het vetorecht op te geven? Voorstanders beweren dat de nieuwe 55%-regel (van de Europese Raad van ministers moeten tenminste vijftien leden een voorstel steunen, wil het aanvaard worden, met als extra voorwaarde dat deze leden 65% van de gehele Europese bevolking vertegenwoordigen) juist veel democratischer is dan het vetorecht. Tegenstanders vinden dat de controle op Europese besluiten juist dan ontbreekt. Gesproken werd over de gekozen voorzitter van de Europese commissie die niet echt gekozen wordt; over het teruglopend aantal commissarissen; over de openbaarheid van de vergaderingen van de Raad van Ministers (Europa zou transparanter worden); over het blijvend gekonkel van de Europese ambtenaren, in voorbereiding op elke besluitvorming.

Al met al een informatieve avond. Aan het einde van de avond werd een stemming gehouden en de conclusie was dat er evenveel voor- als tegenstanders in het publiek zaten. Als resultaat van de avond moet ook nog genoemd worden het op die avond spontaan ontstaan van een call-center bij de rijksuniversiteit op donderdag 26 mei. Het werd bemand door Gerhard Hoogers en geÔnteresseerde burgers konden aldaar hun vragen over de Europese Grondwet beantwoord krijgen.



(30 mei 2005)

 


Nieuwe projectgroep ?Hartwinkels?: verbeteren dienstverlening op het platteland†
door projectgroep Hartwinkels

?Hartwinkels? zijn winkels waar diverse leveranciers en dienstverleners hun producten kunnen aanbieden in combinatie met diverse publieke voorzieningen. Op deze wijze zou de leefbaarheid in dorpen kunnen verbeteren. Deze projectgroep, die aanstaande dinsdag 31 mei van start gaat, gaat onderzoeken welke mogelijkheden er bestaan om het voorzieningenniveau op het platteland in Drenthe, Frysl‚n en Groningen te verbeteren.†

Tot groot ongenoegen van veel dorpsbewoners sluiten steeds meer winkels en diensten hun deuren. Vaak wordt gezegd dat wat uit kleine kernen verdwijnt nooit meer terug komt. In de provincie Noord-Holland is een initiatief opgezet dat het voorzieningen niveau buiten de grotere steden op moet krikken. Dit initiatief krijgt financiŽle steun van de provincie. De projectgroep ?Hartwinkels? heeft als doel te kijken of een dergelijke maatregel ook nodig is in de noordelijke provincies en op welke wijze dit soort dienstverlening vorm gegeven kan worden. Het onderzoek moet resulteren in een kort verslag aan de statenfractie van de Partij voor het Noorden om standpunten te vormen over de discussie over het verbeteren van de leefbaarheid op het platteland.

Wanneer deze problematiek u aan het hart gaat en u mee wilt denken over mogelijkheden om juist in de noordelijke dorpen een nieuwe impuls aan sociale ťn economische structuren te geven, kom dan op 31 mei om 19.30 uur naar de Kraneweg 72, te Groningen. De projectgroep gaat waarschijnlijk zes weken lopen. Iedereen is welkom om mee te denken.†

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Aleid Brouwer of het partijkantoor (050-3604442). (zie ook Nieuwsbrief 31).



(30 mei 2005)

 


De dinsdag na Pinksteren†
door Bram Schuilenga

?Dit [1222] is het zevende jaar na de inval van de Oostfriezen in Fivelgo op de dag van de heilige Laurentius [10 augustus 1216] tegen Rodbern, zijn schoonzoon en zijn overige verwanten. Hun huizen werden in de as gelegd; ook die van de redgers [lokale rechters] van het land werden voor een deel verbrand. Het gehele land sidderde voor de gezworenen, die de gemeenschap van alle Friezen op overoude wijze had verkozen bij de Opstalboom.?†

Bovenstaand citaat van de Ommelander abt Emo in zijn kroniek van het klooster Bloemhof te Wittewierum is de oudste vermelding van de gezworenen, die als vertegenwoordigers van de Friese terrae te hulp werden geroepen als scheidsrechters bij conflicten. In de middeleeuwen vergaderden de Friese rechters vanaf de dinsdag na Pinksteren bij de Opstalboom, een oude grafheuvel in de buurt van Aurich (Ostfriesland). Het Opstalboomverbond was een landvredebond waarbij alle Friese landgemeenten, behalve Stavoren, zich aansloten. Zoals uit bovenstaand citaat blijkt, was het doel van deze bond om interne vetes tegen te gaan, en daarnaast om elkaar steun te bieden tegen gemeenschappelijke vijanden.

De zusterorganisatie van de Partij voor het Noorden in Ostfriesland, Friesisches Forum, heeft vorig jaar de oude gewoonte van bijeenkomsten bij de Opstalboom op de dinsdag na Pinksteren nieuw leven ingeblazen. Dit jaar was er opnieuw een bijeenkomst georganiseerd op de dinsdag na Pinksteren.†

Bij deze bijeenkomst waren ook enkele leden van de Partij voor het Noorden aanwezig. Na een welkomstwoord door organisator Arno Ulrichs werd er een toespraak gehouden door een gewezen burgemeester van Wismar. In een doorwrochte toespraak over de inhoud van de Friese Vrijheid kwamen de woorden†Freiheit, Verantwortung†en†Gemeinschaft†steeds terug. Individuele vrijheid ging volgens hem gepaard met verantwoordelijkheidsgevoel en gemeenschapszin. Hij legde een verband tussen het subsidiariteitsbeginsel (dat de Partij voor het Noorden hoog in het vaandel voert) en de Friese Vrijheid. Men moet waar mogelijk de verantwoordelijkheid laag bij de burger neerleggen, terwijl andere zaken in een groter verband afgesproken moeten worden.†

Interessant was de aanwezigheid van enkele jonge mannen uit het land Wursten, die zich grappig genoeg dus de ?Wurstfriezen? noemden. Deze lieden hadden zich verkleed als Friezen uit het jaar 1290. Kettingen van barnsteen, authentieke zwaarden (gelukkig wel bot gemaakt), een rond schild en fibula?s gaven hen het uiterlijk van echte middeleeuwers. Het meest opvallende voorwerp dat ze bij zich hadden was de polsstok-speer: deze speer werd in de middeleeuwen gebruikt als steekwapen, terwijl de ?klauw?aan de onderkant werd gebruikt om de speer op de grond te kunnen zetten als er over een sloot gesprongen moest worden. Dit polsstokverspringen kent men in de Nederlandse provincie Frysl‚n als†fierljeppen.†

Na afloop van de bijeenkomst bij de Opstalboom werd er vertrokken naar het nabij gelegen restaurant ?Kukelorum?. Tijdens enkele toespraakjes en individuele gesprekken waren er diverse varianten Nederduits of Nedersaksisch en Fries te horen. Volgend jaar wordt er weer een bijeenkomst georganiseerd op de dinsdag na Pinksteren.†


(30 mei 2005)

 

 

 


?Koolzaadolie te koop; mag dat?'†
door Jaroen Schut en Maarten Vos

Dinsdag 24 mei konden wij (de projectgroep ?Koolzaad olie te koop: Mag dat??) eindelijk de brochure 'Koolzaadolie te koop; mag dat?? presenteren aan het algemene publiek. Wij zijn enkele maanden bezig geweest met het verzamelen van informatie over diverse duurzame brandstofvormen. We hebben onze bevindingen bij elkaar gezet in een brochure. Eindconclusie was dat koolzaadolie in de vorm van Puur Plantaardige Olie (PPO) op regionaal niveau en kleinschalig een goed alternatief vormt voor dieselolie.†

Na de opening door Teun Jan Zanen (Partij voor het Noorden) volgden een drietal presentaties. De heer Cuppen van New Energy Options (NEO) presenteerde een lange termijn visie, waarbij biobrandstoffen een belangrijke bijdrage leveren aan het oplossen van het energievraagstuk van de westerse landen. Hij verbond koolzaadolie als brandstof met de teelt ervan in Derde Wereldlanden. Na verbouw op plantages en persing ervan wil hij de olie verschepen naar Europa. Aldaar wordt in raffinaderijen de olie chemisch verwerkt tot brandstof. Het voordeel is dat zelfs andere oliehoudende planten via hetzelfde procedť tot brandstof kunnen worden verwerkt. Vervolgens wordt de olie gedistribueerd naar kleinschalige elektra-centrales bij bedrijven. Niet alleen wij komen zo aan een schone brandstof, maar armere landen kunnen zo ook geld verdienen en zichzelf kleinschalig van energie voorzien.

De presentatie van de heer Doornbos (LTO-Noord en de Delfzijlse Oliemolen) ging over lokale teelt van koolzaad door Groningse boeren. De heer Doornbos vertelde over de koolzaadoliemolen te Delfzijl, waarmee boeren binnen Nederland kleinschalig een gedeelte van de huidige fossiele brandstoffen kunnen vervangen door CO2 neutrale koolzaadolie. Dit is samen met Hein Aberson - de grote noordelijke animator van het rijden op PPO - van de grond gekomen. Enkele boeren verbouwen niet alleen lokaal koolzaad, maar hebben ook een meerheidsaandeel in de oliepersmo-len in Delfzijl. De olie wordt koud geperst en levert pure brandstof op. Voordeel is lokale produktie met een toegevoegde waarde. De boeren ontvangen de opbrengst bij de directe verkoop van de olie.

Een vertegenwoordiger van advies-bureau Ecofys, de heer C. Hamelinck, gaf vervolgens een nuchtere visie op koolzaadolie als motorbrandstof. De Europese regelgeving, die alternatieve brandstoffen moet stimuleren, laat de Nederlandse regering vrij in de te kiezen maatregelen. De kern is, dat koolzaad weinig ruimte krijgt. Hij voorziet wel een voorspoedige toekomst voor koolzaadolie, maar dan slechts in een nichemarkt.†

Na de presentaties konden de toehoorders, vooral vertegenwoordigers uit de koolzaadbranche, vragen stellen. Ons viel op dat er een zeker wantrouwen heerste ten opzichte van de overheid. Deze onderneemt geen initiatieven die koolzaadverbouw ondersteunen. Vele overheidsdiensten weten zelfs niet om te gaan met deze brandstof. Zo weet bijvoorbeeld de belastingdienst niet eens dat er een regeling is die een beperkte hoeveelheid koolzaadolie vrijstelt van accijnsheffing. Een gelijke behandeling van koolzaadolie zou al winst opleveren. Een permanente accijnsvrijstelling zou in een klap een ?boom? betekenen voor de koolzaadverbouw en koolzaadolie-productie, omdat investeerders hun geld dan veilig in koolzaadolieproductie kunnen beleggen.

Natuurlijk kan ook onze partij hier verder mee aan de slag. Wij, de projectgroep, willen graag de maatschappelijke discussie over energie aanwakkeren. Ook provincie en gemeentes kunnen koolzaad beter in de markt zetten door lokale initiatieven te ondersteunen. Te denken valt aan de ombouw van hun wagenpark, zodat deze op koolzaadolie rijdt, waardoor een grootschaliger teelt mogelijk wordt. Hopelijk kunnen ook u en ik binnenkort eindelijk deze geweldige brandstof in onze tank gooien.



(30 mei 2005)

 


Hofstra, Stellingwarfs:
Euro Visie†

door Klaas Knillis Hofstra

Van kleins of an kiek ik al naor et Eurovisie Songfestival. Disse zaoterdag ok weer.

En now docht ik zo, zol dat niet wat wezen veur oons noorderlingen (graeg mit Overiessel d'r bi'j (alle Stellingwarvers in ien laandsdiel)).

As de oolde Sovjet-Unie mit zoveul mitdoen mag, dat ze wel winnen moeten (helaas: Griekenlaand), dan kun wi'j toch ok wel.

Mar dan wel ofwisselend in ien van oonze streektaelen (en ien keer in de vuuf jaor in et Hollaands, veuruut). Waant dat gedonder dat alles in et Engels moet. De meersten kunnen et nauweliks, alles liekt op mekere, en dan nog: ik vun MoldaviŽ et aorigst, (6e) mar ik verston d'r gien flikker van. Zokszowat as: beppe slat op 'e trommel.

En as we dan toch bezig binnen...
Zuwwe dan krek as de FŲroyar, Wales, Schotlaand en eren oons eigen voetbalteam beginnen? Mit Jan Kromkamp hebben we de eerste Stellingwarver international al! (En as we gien speulders genog hebben, vraogen we Kalou!)

Mit scheuvelen kuwwe daenk ik de hiele wereld al wel an. Dit het ok as veurdiel dat d'r meer Hollaanders mitdoen kunnen. (Overigens: et mooiste ooit was et "ien, twa, trije" in een vol Thialf.)

Een wereldkampioen dammen zit d'r ok wel in.
En wat dochten jim van kŲrfbal? Eindelik es een ere finale as Nederlaand-BelgiŽ.
En zo kan'k nog wel even deur.

Mar ik leuve niet dat dit in et ni'je verdrag staot waor we 1 juni veur stemmen meugen. Dat ik stem tegen.

Now kuj'm daenken: dat is wel hiel kot deur de bocht. Mar: vandaege ok kreeg ik de folder van de regering in de busse. 3,5 miljoen vergriemt allienig veur de ja-stemmers. En wat leggen ze veural uut? Dat we oonze eigen grondwet hoolden, oonze eigen identiteit, oons eigen drugsbeleid. En dat d'r gien superstaot komt, mar wel vetorecht blift. Kotom, d'r kommen gien echte veraanderings.
Waorom stemmen we dan, flapdrollen?
Krek as mien perti'jgenoot Van Thijn doe ik mit an regerinkien pesten. Onder et motto: Schurken heuren in de kaaste, niet in et kammenet!

Klaas Knillis Hofstra

Nieuwsbrief 1

Nieuwsbrief 1
Nieuwsbrief 1 De eerste Nieuwsbrief¬†door de redactie Afgelopen zomer ontstond het idee om deel te nemen aan de provinciale verkiezingen in maart 2003. Een brutaal plan, ingegeven door de manier waarop Den Haag omgaat met beloftes aan het Noorden. Noord-Nederland speelt maar een kleine rol in de Haagse politiek. Het was zelfs zo, dat sinds mei vorig jaar in de Tweede Kamer Noorderlingen …
 

Nieuwsbrief 68

Nieuwsbrief 68
Onze nieuwe nieuwsbrief is klaar. Wilt u hem lezen: Klik hier om de pdf in een externe reader te openen.