Opinie: Wie beslist over Groningen?
De recente uitzending van Nieuwsuur liet opnieuw zien hoe snel het in Den Haag weer over Groningen gaat zodra nationale belangen in beeld komen. Door geopolitieke spanningen en stijgende energieprijzen kwam opnieuw de vraag op tafel of het gas onder Groningen niet toch beschikbaar moet blijven als strategische reserve.
In die uitzending heb ik duidelijk kunnen maken waar het voor Groningen om draait: veiligheid en vertrouwen. En dat vertrouwen is niet ontstaan door Haagse besluiten, maar juist jarenlang beschadigd door Haagse besluiten en daarmee is ook het gevoel van veiligheid beschadigd.
Decennialang werd in Den Haag besloten hoeveel gas er uit Groningen gehaald werd. De opbrengsten vloeiden naar de staatskas, terwijl de gevolgen hier zichtbaar werden: scheuren in huizen, onzekerheid bij bewoners en een schadeafhandeling die jarenlang vastliep. De parlementaire enquêtecommissie heeft dat pijnlijk blootgelegd: de belangen van Groningers werden structureel ondergeschikt gemaakt aan economische belangen en leveringszekerheid.
Die les zou geleerd moeten zijn.
Maar de discussie die nu opnieuw ontstaat laat zien hoe dun dat geheugen soms is. Zodra energiezekerheid weer onderwerp van gesprek wordt, komt Groningen opnieuw in beeld. Alsof het gas onder Groningen een strategische reserve is waar Den Haag naar believen over kan beschikken.
Juist daarom is het belangrijk om te benoemen waar de macht vandaag ligt.
Schadeherstel en versterking worden uitgevoerd door organisaties zoals IMG en NCG, maar hun regels, budgetten en bevoegdheden worden in Den Haag bepaald. Hetzelfde geldt voor het programma Nij Begun. Dat moet Groningen en Noord-Drenthe perspectief geven na de gaswinning, maar ook hier stelt het Rijk de kaders.
Ook bij energie en industrie ligt de regie vooral in Den Haag. Hoogspanningsverbindingen, waterstofinfrastructuur, wind op zee en nationale energieprojecten worden daar bepaald. De Eemshaven speelt een sleutelrol in de energievoorziening van Nederland, maar de richting van dat beleid wordt nationaal vastgesteld.
En bij infrastructuur zien we hetzelfde. Projecten zoals de N33, de Lelylijn of de Nedersaksenlijn bestaan zolang Den Haag ze wil financieren.
Kort gezegd: de formele macht ligt vaak in Den Haag.
Maar Groningen is geen wingewest meer. En mag dat ook nooit meer worden.
De geschiedenis van de gaswinning heeft één ding duidelijk gemaakt: wanneer Groningen verdeeld is, beslist Den Haag. Wanneer Groningen samen optrekt, verandert Den Haag.
Die kracht zit vooral in de regio zelf. In gemeenten, in lokale bestuurders en in partijen die hun wortels in Groningen hebben. Partijen die hier wonen, hier werken en dagelijks zien wat de gevolgen van beleid zijn.
Daarom zijn de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart van groot belang. Gemeenteraden staan het dichtst bij de inwoners die dagelijks met de gevolgen van de gaswinning leven. Zij zien de schade, de versterking, de onzekerheid en de frustratie over trage procedures.
Juist daarom is het belangrijk dat lokale en regionale partijen in Groningen sterk vertegenwoordigd zijn. Partijen die niet afhankelijk zijn van Haagse partijdiscipline, maar die opkomen voor het belang van hun eigen regio.
Daarnaast speelt ook de Regioraad van de getroffen gemeenten een belangrijke rol.
En dat brengt ons bij de kernvraag: waar moet Groningen zelf medebepalend zijn?
Allereerst bij alles wat voortkomt uit de gaswinning. Schadeherstel, versterking, compensatie en herstel van vertrouwen mogen nooit meer alleen vanuit Den Haag worden ingericht. De regio moet mede bepalen hoe regelingen eruitzien en hoe middelen worden ingezet.
Ten tweede bij de besteding van middelen uit programma’s zoals Nij Begun. Dat geld is geen Haagse gift. Het is een investering in een regio die decennialang het fundament onder de Nederlandse welvaart heeft geleverd. Dan hoort de regio ook zelf te bepalen waar dat geld het verschil maakt.
Ten derde bij energie en industrie. Groningen ontwikkelt zich tot een centrale energieprovincie van Nederland. Met de Eemshaven, waterstofprojecten en nieuwe energie-infrastructuur. Als de nationale energievoorziening hier wordt opgebouwd, moet Groningen mee bepalen onder welke voorwaarden dat gebeurt en wat de regio eraan heeft.
Ten vierde bij grote infrastructuurprojecten zoals de Lelylijn en de Nedersaksenlijn. Dat zijn geen regionale hobby’s, maar essentiële verbindingen voor de toekomst van het Noorden. Dan hoort de regio niet alleen aan tafel te zitten, maar ook daadwerkelijk invloed te hebben.
En tenslotte bij de ruimtelijke toekomst van de provincie. Groningen mag niet opnieuw de plek worden waar nationale problemen worden opgelost zonder dat de regio er zelf beter van wordt.
De discussie in Nieuwsuur liet zien hoe snel Den Haag weer over Groningen praat wanneer het nationaal uitkomt.
Maar Groningen heeft geleerd van het verleden.
De tijd dat Den Haag over Groningen besliste, moet definitief voorbij zijn. Groningen moet tenminste meebeslissen.
Dries Zwart, lid prov. Staten Groningen.
