Opinie: Geef 16- en 17 jarigen stemrecht
In omliggende landen als België en Duitsland mag het al: 16- en 17
jarigen mogen daar naar de stembus. In Nederland mag dat niet en
dat moet veranderen.
De laatste verlaging van de kiesleeftijd dateert uit 1972, toen de
leeftijd van 21 naar 18 jaar ging. Dat is inmiddels meer dan 50 jaar
geleden. Sinds 1945 ging de kiesleeftijd elke 9 jaar verder omlaag. Het
is op dat gebied inmiddels al heel lang oorverdovend stil. Zullen de
18-jarigen van toen qua ontwikkeling verder zijn geweest dan de 18-
jarigen van nu? Ik denk dat iedereen het antwoord wel weet. En is het
daarom niet raadzaam, mede om die reden, de kiesleeftijd verder te
verlagen naar 16 jaar?
Gemiste kans
Het is een discussie die aan de vooravond van elke verkiezing wel
weer oplaait. Voor- en tegenstanders roeren zich, maar vooralsnog
ziet het er niet naar uit dat de verlaging inderdaad in de Kieswet
wordt vastgelegd. Dat is een gemiste kans.
Er zijn namelijk diverse redenen denkbaar waarom 16- en 17-jarigen
wel zouden moeten stemmen. Betrokkenheid is daar één van. Door
jongeren van 16 en 17 jaar stemrecht te geven, betrek je ze bij de
politieke besluitvorming. Uit onderzoek van politicoloog en voormalig
lid van de Raad van het Openbaar Bestuur Sarah de Lange blijkt dat
jongeren tussen de 13 en 18 jaar hun democratische normen en
waarden ontwikkelen en ook hun belangrijkste politieke
overtuigingen.
Daarnaast kun je jongeren, door ze eerder te laten stemmen sneller
laten kennismaken met de democratie en hoe die werkt. Uit hetzelfde
onderzoek van De Lange blijkt bovendien dat wie stemt als hij of zij
kiesgerechtigd is, later ook naar de stembus gaat.
Verder wordt het tijd dat jongeren in heel Europa dezelfde rechten
krijgen wanneer het aankomt op stemmen. Zoals aangegeven mogen
jongeren in omliggende landen wel op hun 16e naar de stembus,
maar in Nederland niet. En meer landen, zoals Griekenland,
Oostenrijk, Wales, Schotland en Malta, zijn Nederland al voor gegaan.
Tenslotte hebben jongeren van 16 en 17 jaar belangen, denk aan
onderwerpen zoals wonen, onderwijs, klimaat en werk. Wanneer zij
stemrecht krijgen, kunnen ze meebeslissen over hun toekomst.
Gebrek aan kennis
Tegenstanders bepleiten dat jongeren van 16 en 17 jaar nog niet
volwassen zijn en niet klaar om weloverwogen te stemmen. Ook het
gebrek aan kennis wordt als argument aangevoerd. En de vraag hoe
beïnvloedbaar deze groep is, zeker met de opkomst van social media,
is een issue. Onafhankelijkheid bij het stemmen is immers een groot
goed.
Het vreemde is dat jongeren op hun 16e of 17e wel op een kieslijst van
een politieke partij mogen staan en indien ze worden gekozen vanaf
hun 18e hun positie in bijvoorbeeld de gemeenteraad mogen opeisen.
Kortom, de wetgever vindt blijkbaar dat je wel volwassen genoeg
bent om je verkiesbaar te stellen, maar dat je op je 16e of 17e niet
volwassen genoeg bent om te mogen stemmen. Daar zit een
tegenstelling in, die nodig uit de wereld moet worden geholpen.
Volwaardige burgers
Ondanks de tegenargumenten is de Partij vóór het Noorden dan ook
van mening dat het tijd is om het stemrecht voor 16- en 17 jarigen in
te gaan voeren. En hen daarmee als volwaardige burgers, wat ze ook
zijn, te gaan zien. Het wordt tijd dat ze via het Stemrecht een bijdrage
aan de maatschappij kunnen leveren.
Stemrecht voor jongeren van 16 en 17 jaar kan ertoe leiden dat
jongeren zich meer voor de politiek gaan interesseren en zij zich meer
betrokken gaan voelen bij het democratische proces in Nederland. En
dat is zeker in deze roerige tijden, waarin polarisatie aan de orde van
de dag is, alleen maar winst.
Jongeren, ook van 16 of 17 jaar, zijn prima in staat om hun eigen
keuzes te maken. Laten we ze dan ook die mogelijkheid bieden. Het
gaat immers bij elke verkiezing ook om hun toekomst. Daarom moet
er zo snel mogelijk actie worden ondernomen, zodat bij de volgende
verkiezingen ook jongeren van 16 en 17 jaar in het stemhokje kunnen
aangeven welke kant het volgens hen op moet.
Dries Zwart, fractievoorzitter Partij vóór het Noorden in Provinciale
Staten.
