Home > Persberichten > Adres aan de leden van de Tweede Kamer over de Zuiderzeelijn
Adres aan de leden van de Tweede Kamer over de Zuiderzeelijn PDF Afdrukken E-mail
woensdag, 21 november 2007 01:00
AddThis Social Bookmark Button

De Partij voor het Noorden heeft afgelopen maandag besloten, voor wat de besluitvorming over de Zuiderzeelijn betreft, een adres aan de Tweede Kamer te sturen.

Op dinsdag jongstleden heeft de Partij voor het Noorden de gezamenlijke motie van de Provinciale Staten, gericht op het aansporen van de Tweede Kamer om het besluit van minister Eurlings terug te draaien, uiteraard gesteund. Eendracht maakt hopelijk ook in deze macht.

Wel wilde de Partij voor het Noorden ook nog uitspreken, dat een afgelasten van de aanleg van de Zuiderzeelijn, de geloofwaardigheid en betrouwbaarheid van de landelijke politiek in de ogen van de noorderlingen ernstig zal aantasten. Dat is door fractievoorzitter Teun Jan Zanen uiteraard wel mondeling naar voren gebracht, maar die opmerking vermocht geen plekje te krijgen in de gezamenlijke motie.

Vandaar ook het belang van ons adres aan de leden va de Tweede Kamer.


Hieronder vindt u de tekst van dat adres.



Aan de Leden der Tweede Kamer der Staten Generaal
Plein 2
2911 CR Den Haag




Groningen, 20 november 2007



Geachte leden van de Staten Generaal,

De Partij voor het Noorden heeft met ingehouden woede kennis genomen van het overhaaste besluit van het kabinet om de herhaalde toezeggingen van voorgaande kabinetten te negeren en doodleuk de hogesnelheidstreinverbinding van Schiphol naar Groningen van de agenda te schrappen.

Zij heeft verder met ergernis geconstateerd dat er in de noordelijke wandelgangen hier en daar al vanuit gegaan wordt – gevoed door opmerkingen van minister Eurlings bij TV-Noord - dat de spoorverbinding zoals bedoeld waarschijnlijk geen doorgang zal vinden en dat men zich al min of meer instelt op een onderhandelingsronde over de compensatie. Voor de Partij voor het Noorden is dit het bewijs dat alleen een eensgezinde opstelling van noordelijke politiek bij machte is de belangen van het Noorden naar behoren te behartigen.

De Partij voor het Noorden wil u in dit verband er op wijzen, dat uit vorig jaar gehouden onderzoek is komen vast te staan, dat van al het geld dat de afgelopen tien jaar uit de aardgasbaten (voor het overgrote deel uit het Noorden afkomstig) in het Fonds Economische Structuurversterking is gestort, slechts 1% in het Noorden is besteed, tegenover 88% in de Randstad. Wij zijn dan ook - met de grote meerderheid van de Noordelijke bevolking - van mening dat het Noorden niets meer te zoeken heeft in de Randstad. Onlangs bleek uit een opiniepeiling van het Dagblad van het Noorden dat maar liefst 70% van de bijna 3000 respondenten deze mening was toegedaan.

Het moge u duidelijk zijn dat de Partij voor het Noorden absoluut niet van zins is zich bij een negatieve beslissing over de Zuiderzeelijn neer te leggen, te meer niet nadat het voornemen van kabinet en Tweede Kamer bekend werd om een haalbaarheidsonderzoek te laten instellen naar de aanleg van een grote polder voor de kust van de Randstad.

In het verleden is al meermalen voorgerekend dat zo’n megalomaan plan superonrendabel zal zijn, in ieder geval vele malen minder economisch rendabel dan een Zuiderzeelijn. Uit dit voornemen blijkt overduidelijk dat de landelijke politiek, die naar onze mening sterk wordt gedomineerd door een randstedelijke invalshoek, welhaast onkundig is van het bestaan van Noord-Nederland.

Deze randstedelijke bijziendheid maakt ook dat men niet vermag of niet wenst in te zien dat een doortrekken van de hogesnelheidslijn van Amsterdam naar Groningen en vandaar door naar Bremen de aansluiting op de sterke economieën van Noord-en Oost-Europa betekent. Dat zal zeker ook ten goede komen aan geheel Nederland, net als ten tijde van de Middeleeuwse hanzehandel.

En ook in de 17e eeuw, toen Nederland nog een federale structuur kende, konden Groningen en Friesland een belangrijke rol binnen de Republiek vervullen, omdat zij zelf de middelen hadden om hun eigen infrastructuur, zoals bijvoorbeeld het stelsel van waterwegen, aan te leggen.

De Partij voor het Noorden meent dan ook alle reden te hebben om zich niet neer te leggen bij een negatieve beslissing over de Zuiderzeelijn. Zij zal niet aarzelen om de weerstand onder de bevolking tegen de achterstelling van onze regio verder te organiseren. De ook door de Partij voor het Noorden als discriminatie ervaren achterstelling van Noord-Nederland zullen wij onder andere ook voorleggen aan de daarvoor in aanmerking komende Europese organen.

Wij overwegen ook het initiatief te nemen tot de oprichting van een speciale stichting om onderzoek te laten uitvoeren naar de vormgeving van een grotere mate van autonomie van Noord-Nederland. Meer autonomie en zeggenschap over een evenredig deel van de aardgasbaten, dat is waar wij ons in Noord-Nederland sterk voor zullen maken.

De Partij voor het Noorden hoopt dat, mede de door haar aangevoerde overwegingen voor u aanleiding zullen zijn om het onheilige besluit van het kabinet om de Zuiderzeelijn af te schieten terug te draaien. Laat Noord-Nederland de komende decennia niet opgescheept zijn met verbindingen die eigenlijk niet meer aan de eisen van de 21e eeuw voldoen.



Met de meeste hoogachting,


Marion Scholten, voorzitter

Jan Lambers, secretaris

Teun Jan Zanen, fractievoorzitter Provinciale Staten Groningen


 

Partij voor het Noorden

Secretariaat:
Vossenkamp 124
9675 CM Winschoten
T: 0597 880054
postgiro: 9477607
kvk:02078982
© 2003-2011 Partij voor het Noorden

Perscontacten
Leendert van der Laan
06-40185410


 
 
 
Copyright © 2012 Partij voor het Noorden || tel: 050-3604442, www.partijvoorhetnoorden.nl
Realisatie: WDx2