Nieuwsbrief 31
Groningen, 31 maart 2005
Autonome regio: actie!
Op zaterdag 19 maart 2005, precies twee jaar nadat zij de Provinciale Staten van Groningen binnentrad, heeft de Partij voor het Noorden actie gevoerd om haar eis tot de vorming van een autonome regio Noord-Nederland kracht bij te zetten. Boven drie provincieborden langs de binnengrenzen van de eigen regio werd een bord geplaatst met het opschrift “Autonome Regio Noord-Nederland”. De provincieborden van Groningen, Fryslân en Drenthe werden vervolgens aangeduid met: “Deelgebied”. De actie is gefilmd en wordt verwerkt in nieuwe tv-spotjes. De uitzendschema’s kunt op de achterkant van deze Nieuwsbrief lezen.
Redactie:
Dana Kamphorst, Hilbert Koetsier en Teun Jan Zanen
Foto's:
Tjeerd Oliemans, Geert Staats, Anton Tiktak, Hilbert Koetsier
Rechts regeert! Lang leve D66!
door Teun Jan Zanen
Zoals bekend heeft Pim Fortuyn, in zijn anti-establishment-ageren en in zijn populisme, Nederland een jaar lang in zijn greep gehad. Toen hij ook nog eens vermoord werd, wonnen hij en zijn haastig in elkaar geflanste LPF in 2002 glansrijk de verkiezingen. Het daarop gebaseerde kabinet, steunend op CDA, LPF en VVD, bleek een monstrum, dat binnen een jaar ook ineenzakte. Nieuwe verkiezingen dus.
Die verkiezingen, in januari 2003, werden gewonnen door Wouter Bos. Alle in mei 2002 aan de vermoorde Pim Fortuyn verloren zetels, wist Bos terug te winnen. Hij oogde als de vertegenwoordiger van een nieuw soort politici, mensen die – met dank aan Fortuyn - wel bereid waren de klachten uit de samenleving serieus te nemen en bereid waren de overheid kritisch te beschouwen. CDA en VVD hadden samen geen meerderheid weten te behalen. Een regering links van het midden leek dus mogelijk te worden. Dat zou een verademing zijn geweest na acht jaar paars en één jaar LPF. Maar, de vorming van zo’n kabinet, dat was buiten D66 gerekend.
Deze partij zag de kans schoon om (met hun zes Kamerzetels) CDA en VVD aan een meerderheid te helpen. Hun voorwaarden waren vooral: het kunnen doorvoeren van staatsrechtelijke hervormingen, zoals de gekozen burgemeester en de invoering van een soort districtenstelsel. CDA en VVD accepteerden deze claims van D66, omdat zij dan hún (vooral door de VVD geïnspireerde) politiek van het verder afslanken van de verzorgingsstaat en van het ook verder doorvoeren van de neo-liberale agenda konden doorzetten. Het D66-congres accepteerde regeringsdeelname morrend.
Twee jaar later, zette de PvdA-Eerste Kamer-fractie D66 de poot dwars. Zij wilden geen medewerking verlenen aan de totstandkoming van de gekozen burgemeester, als niet duidelijk was welke bevoegdheden zo’n figuur zou hebben en hoe de verhouding zou zijn tot de gemeenteraad. De Graaf had evenwel haast (binnen zijn ministerschap moest de zaak afgerond zijn. Punt uit.); teveel haast. En daarom struikelde hij over de PvdA.
En toen? D66 liet Thom de Graaf vallen als een baksteen. Plotseling ging het ook niet meer om de kroonjuwelen, maar om het onderwijs en om innovatie in de industrie. Boris Dittrich wou D66 wel weer in het kabinet manoeuvreren. De Partij voor het Noorden deed Dittrich nog een suggestie aan de hand om nog iets te maken van staatsrechtelijke vernieuwing (zie onze Open brief). Opnieuw (net als eerder bij Thom de Graaf) vernamen wij taal noch teken. En buiten de kiezers en de leden om werd een nieuw akkoord in elkaar geflanst. En blij dat de heren waren … Als ik lid was van D66 zou ik op het aanstaande partijcongres tegenstemmen en vervolgens, met Hans van Mierlo, mijn verdere lidmaatschap ernstig in overweging willen nemen.
Teun Jan Zanen
(31 maart 2005)
Sociaal Nederland?
door Teun Jan Zanen
Op 30 maart bezocht ik het Asielzoekerscentrum (AZC) in Tolbert. Dat bleek helemaal niet in Tolbert te liggen, maar midden in het weiland aan de andere kant van de A-7. Een onvriendelijker plek was nauwelijks te bedenken! Hoewel, voor eierenzoekers is het daar wel een ideale omgeving. Wat ik daar moest doen? Twee dingen (placht Den Uyl altijd te zeggen).
Ten eerste doe ik mee aan een project waarbij een stuk of tien Statenleden zich inspannen om jongeren meer te interesseren voor de (provinciale) politiek. In de loop van dat project heeft zich een club jongeren gevormd, bestaande uit een tiental scholieren uit de gehele provincie. Deze dag was ingericht voor een gezamenlijke activiteit: een happening van de nationale stichting ter bevordering van vrolijkheid, die tracht wat vrolijkheid te organiseren voor kinderen van asielzoekers. Dit is dus ten tweede.
Samen met Dicky Sijpkens uit Ulrum, leerlinge van het Hogelandcollege (zesde klas atheneum) krijg ik een groepje van vijf kinderen tussen de 8 en 12 jaar toegewezen. Onze opdracht: maak van stokken en vele andere materialen een grote vogelverschrikker! Twee uur lang hebben we met z’n zevenen keihard gewerkt en we maakten een prachtige pop in de vorm van een zeer aanvallige dame in het rood. Tenslotte studeerden de vijf kinderen (allen meisjes) een leuke presentatie in, een soort sprookje, waarbij onze prachtpop veranderde van een mondaine vrouw in een vogelverschrikker. Het meisje dat als één na laatste zou zeggen dat onze pop plotseling “stokstijf’ zou blijven staan, struikelde over dat begrip en zei: de vrouw stond “kaasschaaf” stil.
Mede door de leuke presentatie werd onze pop gekozen als de mooiste. Een geslaagde middag voor de kinderen, al zijn hun ouders vanwege hun zorgen nauwelijks tot vrolijkheid in staat. Deze bijna volledig geïntegreerde kinderen, die vloeiend Nederlands spraken en ambitieus in het leven staan, verdienen een generaal pardon! Als D66 dat nu uit de formatie onderhandelingen had weten te slepen, dan was hun al het andere vergeven. Een geslaagde dag voor het trendteam en de provinciale medewerkers die het jongerenproject dragen. En een geslaagde dag voor de Statenleden. Jammer dat het Statenlidmaatschap geen full-time functie is, dan zou je je pas goed met “het volk” kunnen verstaan.
Teun Jan Zanen
(31 maart 2005)
Open brief aan Boris Dittrich
door Teun Jan Zanen, fractievoorzitter Partij voor het Noorden in Groningen
De Partij voor het Noorden heeft nauwgezet de nationale politieke ontwikkelingen van de afgelopen dagen gevolgd. Naar aanleiding daarvan stuurde zij op 24 maart 2005 een open brief aan D66 onderhandelaar Boris Dittrich, met daarin de aanbieding van een nieuw kroonjuweel. U leest een ingekorte versie van de verstuurde brief.
”(...) Bij het aantreden van De Graaf als minister voor staatsrechtelijke vernieuwing hebben wij hem een brief gestuurd met onze felicitaties voor zijn benoeming tot minister. Wij vroegen hem bij die gelegenheid ook aandacht te willen besteden aan het onderwerp “vorming van landsdelig bestuur in Nederland”. Helaas heeft De Graaf dat punt in zijn regeerperiode niet opgepakt.
Inmiddels hebben diverse politieke partijen, met verwijzing naar het door het Interprovinciaal Overleg (IPO) in 2002 uitgebrachte rapport van de commissie Geelhoed (“Op schaal gewogen”, een pleidooi voor de introductie van landsdelig bestuur in Nederland), het thema landsdelig bestuur opnieuw op de politieke agenda gezet. De PvdA heeft het advies van de commissie Andeweg gepubliceerd, waarin landsdelig bestuur met zoveel woorden wordt aangeprezen. In het liberaal manifest van de VVD wordt ook ruimte geboden aan zo’n ontwikkeling. D66 zelf heeft in het debat in de Eerste Kamer over de positie van de provincies in het Nederlandse staatsbestel expliciet aandacht gevraagd voor de ontwikkeling van het fenomeen landsdelig bestuur.
De Partij voor het Noorden geeft u in overweging, bij het zoeken naar onderwerpen voor nieuw te maken coalitieafspraken, het onderwerp ‘landsdelig bestuur’ te willen overwegen.
In de meeste Europese landen is sprake van de ontwikkeling van nieuwe vormen van “middenbestuur”. Daarbij gaat het om het scheppen van regio’s van een zekere omvang en met een behoorlijk inwoneraantal (wij denken voor Nederland aan een viertal in te stellen landsdelen), die een grote mate van autonomie krijgen op een veelheid van beleidsterreinen. Door in die regio’s ook nieuwe, direct gekozen parlementen te laten verkiezen (vergelijk Wales en Schotland), komen het bestuur en de politieke besluitvorming weer veel dichter bij de burgers te liggen. Democratische participatie lijkt daardoor sterk te kunnen toenemen.
In feite bieden wij u hiermee een nieuw kroonjuweel aan. De kans op het met succes realiseren van deze staatsrechtelijke vernieuwing lijkt voorlopig groter dan de onderwerpen gekozen burgemeester en de partiële invoering van een districtenstelsel.
Wij zijn zeer benieuwd of u onze suggestie in overweging wilt nemen. Uiteraard zijn wij bereid desgewenst nu of de komende een bijdrage te leveren aan het verder uitwerken van dit thema. U sterkte toegewenst in de onderhandelingen.
Met de meeste hoogachting,
Teun Jan Zanen
Fractievoorzitter Partij voor het Noorden in de Provinciale Staten van Groningen”
(24 maart 2005)
Vanuit de fractie
Meerstad
door statenfractie Groningen
De stad Groningen is in overleg met de gemeente Slochteren en de provincie Groningen om na te gaan of er een nieuwe woonwijk van de stad kan komen op grondgebied van Slochteren.
Het idee is om compacte bebouwing te realiseren, zo dicht mogelijk bij de bestaande stad. Het idee is verder om een groot meer te realiseren en om ten zuiden daarvan landbouw, natuur en wonen de ruimte te geven.
Het ziet ernaar uit dat de provincie mede-risicodrager wordt van het hele project. De Staten hebben zo ongeveer unaniem gezegd, dat daar ook zeggenschap bij hoort, b.v. over de kwaliteit van de woningen, over de huurprijs van de woningen, enz. Wat dit laatste punt betreft is op 23 maart jl. een motie van de Partij voor het Noorden in stemming gebracht, waarin gepleit werd voor een minimum aan sociale woningbouw van 20% van de woningen.
We kregen alleen steun van Groen Links. Andere fracties wilden zich niet op een percentage vastleggen en namen er genoegen mee dat er tussen de 5% en 15% aan sociale woningbouw zou komen. Het wordt dus afwachten of hier een goede gemêleerde woonwijk gaat ontstaan. Want dat is wat Stad en Ommeland nodig hebben. De yuppen kunnen rustig naar de Blauwe Stad toe, een eindje verder op.
(31 maart 2005)
Modern wonen: energiezuinig en uit de eigen regio
door projectgroep Energie
Dinsdag 29 maart jl. bezochten leden van de Partij voor het Noorden en haar twee Groningse statenleden een bijzonder bouwproject in Buitenpost: daar bouwt de stichting WWNF (Wadden, Water en Natuur Fonds) op dit moment namelijk een huis waar allerlei vernieuwende ideeën in zijn verwerkt om energiezuinig te wonen en ecologisch verantwoord te bouwen.
Naar eigen zeggen ziet WWNF het liefst dat huizen gebouwd worden van materialen die in de eigen omgeving in de natuur voor komen. Buitenpost ligt in het Waddengebied en dat betekent bijvoorbeeld dat schelpen en zeezand als natuurlijke bouwmaterialen kunnen worden gebruikt.
De stichting maakt bouwstenen uit schelpen, zeezand en planten. Die ‘stenen’ zijn geperst en hoeven dus niet te worden gebakken, wat een hoop energie scheelt. Ook kan WWNF bouwblokken maken van samengeperst stro en van de snelgroeiende plant Miscantus; onze delegatie kon dat goed zien aan de binnenmuren van het nieuwe huis. Een paar leden van de delegatie draaien ook mee in de projectgroep die het gebruik van koolzaadolie als brandstof onderzoekt. Zij waren verrast te horen dat na winning van het koolzaad, het overgebleven stro heel goed gebruikt kan worden als materiaal voor bouwstenen voor een huis.
In deze nieuwe woning zijn verder een aantal moderne energieconcepten toegepast, zoals een dak dat zonnewarmte opvangt en kan opslaan voor gebruik in de winter. De stichting hoopt binnenkort te beschikken over een nieuw type warmtekrachtcentrale ter grootte van een CV-ketel. Daarmee kan de opgeslagen warmte direct worden omgezet in elektriciteit. Vraag niet hoe, maar het kan echt!
WWNF bleek verder een warm pleitbezorger van het produceren van bouwmaterialen en energieconcepten in onze eigen regio: “Er zijn in het Noorden een hoop loslopende technici, die veel kennis hebben en een baan zoeken. Dus geen zaken importeren die we hier zelf kunnen maken”, luidde het devies. Net zo goed kunnen natuurlijke materialen uit onze eigen regio worden verwerkt: “Waarom wordt gekapt hout uit de Friese Wouden naar Brabant versleept en daar verwerkt?”
Aan dezelfde straat als waar dit nieuwe huis wordt gebouwd staan verschillende andere woningen van WWNF. Enkele daarvan hebben geen aardgasaansluiting meer, omdat ze zichzelf kunnen voorzien van warmte. Een lid van onze delegatie merkte terecht op dat er blijkbaar een heleboel energie wordt verspild in de nu gangbare woningen.

Partij voor het Noorden delegatie drinkt koffie tussen het bouwstof in de nieuwe demonstratiewoning van de stichting WWNF. (foto: Geert Staats)
De statenfractie van de Partij voor het Noorden heeft aangegeven te willen pleiten voor het verplicht stellen van energiezuinige (of ‘nul-energie’) huizen in het Oost-Groningse bouwproject de Blauwe Stad en voor het extra stimuleren van de bouw daarvan in de nieuw geplande Groningse wijk Meerstad.
Om te weten wat er allemaal kan, is een bezoek aan Buitenpost de moeite waard!
Foto's:
Eerste foto: Een bijzondere woning met een dak dat zonnewarmte kan opvangen en opslaan. (foto: Geert Staats)
Meer informatie: www.wwnf.info
(31 maart 2005)
‘Hartwinkels’: een nieuw project voor de dinsdagavond
door Aleid Brouwer
We gaan weer van start met een nieuwe projectgroep. Bij deze een oproep aan alle mensen die interesse hebben om tien weken lang actief mee te denken over een interessant onderwerp! Het zal gaan om een onderzoek naar mogelijkheden om het voorzieningenniveau in kleine kernen in de noordelijke provincies te verbeteren.
In Noord-Holland is zoiets gaande in de vorm van zogenaamde ‘hartwinkels’. Een creatieve ondernemer wil in de kleine dorpen een keten van dorpswinkels opzetten, met behulp van een startsubsidie van de provincie. Vijf Noord-Hollandse dorpen zijn nu reeds aangewezen als vestigingsplaats van deze hartwinkels.
De hartwinkel wordt een soort Winkel van Sinkel waar allerlei leveranciers en dienstverleners hun producten kunnen aanbieden, gecombineerd met publieke voorzieningen. De winkel is nadrukkelijk bedoeld als aanvulling en zal dus niet concurreren met bestaande commerciële functies. Het starten van de hartwinkels zal de leefbaarheid in de dorpen verbeteren en een nieuwe impuls geven aan de sociale structuur van de dorpen.
De provincie Noord-Holland stelt anderhalf miljoen euro beschikbaar als startsubsidie voor dit soort winkels in vijf kleine kernen, te weten dorpen met 1000 tot 5000 inwoners.
Het afbrokkelen van het voorzieningenniveau op het platteland is niet alleen een probleem in de provincie Noord-Holland, maar speelt overal, ook in Noord-Nederland. Naast het initiatief in Noord-Holland, zijn er soortgelijke initiatieven te vinden in Zuid-Limburg, met het opzetten van een keten service-winkels. In de provincie Gelderland worden Kulturhusen opgezet met een vergelijkbare functie. Ook deze initiatieven worden door provinciebesturen ondersteund. In de noordelijke provincies zijn soortgelijke initiatieven nog niet opgestart.
Met een nieuwe projectgroep wil de Partij voor het Noorden bekijken of er een draagvlak bestaat voor het invoeren van ‘hartwinkels’ in het Noorden en of de Noord-Hollandse criteria ook kunnen gelden voor het Friese, Groninger en/of Drentse platteland. Dit moet resulteren in een rapportje dat de statenfractie van de Partij voor het Noorden helpt in discussies over het verbeteren van de leefbaarheid op het platteland. Daarnaast zou het kunnen dienen als startpunt voor gedeeltes van het nieuw te schrijven verkiezingsprogramma in 2006/2007 voor de komende statenverkiezingen in de drie noordelijke provincies.
Interesse om mee te doen? Neem contact op met Aleid Brouwer (aleid_brouwer@hotmail.com) of het partijkantoor (050 – 3604442).

Hoe houdt je dorpen op het platteland leefbaar?
(Ditzum, Ostfriesland. Foto: H. Koetsier)
(31 maart 2005)
NoordNed tot 2020
door Hilbert Koetsier
Op 30 maart is bekend geworden dat vervoerder NoordNed de treinen in Noord-Nederland zal blijven rijden. De Arriva-dochter krijgt een vergunning en geld om tot 2020 en met nieuwe treinstellen mensen op de Friese en de Groningse/Ostfriese spoorlijnen te kunnen vervoeren.
Vanaf november 2006 begint NoordNed met de nieuwe treinstellen te rijden. Om te beginnen wordt de verbinding Groningen – Nieuweschans – Leer (Ostfriesland) een doorgaande verbinding. In de loop van 2007 worden geleidelijk op de lijnen Leeuwarden-Harlingen Haven, Leeuwarden-Stavoren, Leeuwarden-Groningen, Groningen-Roodeschool en Groningen-Delfzijl nieuwe treinstellen ingezet.
De nieuwe treinen zullen veel stiller zijn en sneller, waardoor de reistijd korter wordt. Instappen wordt veel gemakkelijker, omdat de vloer van de trein dezelfde hoogte krijgt als de perrons (daarvoor worden de perrons in Ostfriesland zelfs omgebouwd). De treinen krijgen een automatisch uitschuifplateau, zodat mensen in een rolstoel zonder hulp kunnen instappen. Tussen Leeuwarden en Groningen wil NoordNed zelfs koffie gaan schenken.
Verder is goed nieuws dat NoordNed zo’n voordelige aanbieding heeft gedaan, dat de provincies 2 miljoen euro over houden. Dat geld wordt gebruikt voor extra treinritten; zo komt er bijvoorbeeld ieder uur een sneltrein tussen Groningen en Leeuwarden en gaan ook ’s nachts treinen naar Winschoten rijden.
‘s Zomers zal NoordNed een voor sommigen lang gekoesterde droom gedeeltelijk in vervulling laten gaan: op vrijdag en zaterdag zullen er doorgaande treinen rijden van Harlingen Haven, via Leeuwarden, Groningen en Winschoten naar Leer in Ostfriesland en omgekeerd.
NoordNed wil verder experimenteren met plantaardige olie als vervanger voor diesel, zoals nu ook de treinen tussen Enschede en Gronau rijden. Daarmee rijden de treinen CO2-neutraal.
Conclusie: als NoordNed doet wat ze nu beloven, dan gaat het openbaar vervoer er de komende jaren zienderogen op vooruit. Misschien lukt het ze wel om reizigersaantallen te verdubbelen, zoals dat de maatschappij NordWestBahn recentelijk lukte op de lijn Oldenburg-Wilhelmshaven.

Wellicht gaan de nieuwe treinen van NoordNed eind 2006 er zó uitzien.
(31 maart 2005)
Douwe, Fries:
Ljipaaisykjen
door Douwe
Hiel Fryslân is yn ûnstjoer oer it ljipaaisykjen. De rjochter hat it ferbean en de ljipaaisikers binne dochs it lân yngien om ‘eieren te rapen’ lykas it yn de lykskeakele Hollânske kranten hjit. Mar is it echt sa? Is Fryslân echt yn ûnstjoer? Wurde de wegen blokkearre en is rûnom tusken Linde en Waad de pleuris útbrutsen? Ik sjoch nei bûten. De sinne skynt en it is stil. Der fleant in fûgel foarby. It is gjin ljip.
Ik moat bekenne: ienris yn myn libben haw ik in ljipaai fûn en meinommen. As skoaljonge. Mym mem hat it dêrnei tamakke en ik wit noch dat it nearne nei smakke. Ik haw der mar flink wat sâlt op dien.
Mar dat is al jierren lyn. Ik haw nammentlik nea wer ljipaaisocht. Net dat it swerven troch de lannen net moai is. It is ûnferjitlik yn de maitiid. Mar it wie de kritende memme-ljip boppe it lege nêst, dy’t my oant hjoeddedei ta bybleaun is. Dat hat it him dien. Ik haw noch wol in soad troch de lannen swurven. Mar ik haw net wer taald nei ljipaaien.
Mar ik begryp dat der minsken binne dy’t dit no ienkear graach dogge. Se hawwe der ek noch arguminten by, fan dierebeskerming en sels kulturele: it is in âlde Fryske tradysje. Mar âlde folkstradysjes wienen it katkneppeljen en it iellûken yn de Amsterdamske Jordaan ienris ek. Ek om it ferbieden dêrfan hat it ien en oar te dwaan west, mar dat is lang lyn.
En dat fan dy Fryske tradysje, dêr hoege se my net mei oan te kommen. Net dat ik wat tsjin Fryske tradysjes haw, ik hâld der sels nammentlik in pear yn hege eare. Dy fan de frijheid bygelyks, dêr’t se ek yn Grinslân fan wite mei te praten, lykas yn it distrikt Westerwolde, dat him yn 1447 ‘vry ende vreesch’ ferbynt mei de stêd Grins. Om mar ien foarbyld te neamen.
Mar lit de ljipaaisikers mar it lân yngean. It stjert fansels út, tink ik. De ljippen oerlibje it as soart wol.
Douwe