Home > Nieuwsbrieven > Nieuwsbrief 29
Nieuwsbrief 29 PDF Afdrukken E-mail
woensdag, 16 december 2009 13:42
AddThis Social Bookmark Button

Nieuwsbrief 29

Groningen, 31 januari 2005

 

Noordelijke Statenvergadering

Foto: Geert Staats

Dit is geen foto van een fractie van het parlement van Noord-Nederland. Toch heeft de gezamenlijke vergadering van de Staten van Groningen, Friesland en Drenthe, waar deze foto op 26 januari jl. gemaakt werd, daar wel iets van weg.

Van de 163 Noordelijke Statenleden waren er flink wat komen opdraven in Groningen. Johannes Kramer van de FNP sprak eerst in het Fries en daarna in het Nederlands. Alders zat met verve voor. De schorsingen bleken echt nodig om de diverse partijen de kans te geven intern (d.w.z. tussen de Groningse, de Friese en de Drentse partijgenoten) op één lijn te komen. En nog steeds wilde de meerderheid zich niet uitspreken voor het claimen van een deel van de aardgasbaten voor Noord-Nederland. Al met al zat er toch al iets meer samenhang in deze club dan anderhalf jaar terug! Lees verderop meer hierover...

Redactie:
Dana Kamphorst, Hilbert Koetsier en Teun Jan Zanen, m.m.v. Haarm Diek

Foto's:
Tjeerd Oliemans en Geert Staats

 

 


De Fryske Nasjonale Partij 
door Teun Jan Zanen

Jawel, de Fryske Nasjonale Partij heeft zich behoorlijk in de kijkerd gespeeld. In het Dagblad van het Noorden van dinsdag 25 januari jl. stond Johannes Kramer, fractievoorzitter van de FNP, pontificaal geportretteerd. En hij zei: “ik ben voorstander van een autonoom Noord-Nederland, als Europese regio.” Uiteraard claimt hij voor de deelregio’s, zoals bijvoorbeeld Friesland, de nodige ruimte voor zeggenschap in eigen kring. 

Wij begroeten dit nieuwe FNP-geluid van harte. Met deze opstelling zijn wij echte bondgenoten. Misschien kunnen we nu, juist met de FNP, in debat gaan over de vraag op welke punten beleid het beste op Noordelijk, provinciaal, of lokaal niveau gemaakt kan worden. Het principe van “subsidiariteit” - het op zo laag mogelijk niveau neerleggen van verantwoordelijkheden - geldt immers niet alleen tussen Europese Commissie, nationale staten en (in enkele lidstaten) de landsdelen of deelstaten.

Het nu gemeenschappelijke streven van de Partij voor het Noorden en de Fryske Nasjonale Partij leidde, al op de gezamenlijke statenvergadering op 26 januari jl. tot een gemeenschappelijk initiatief. De motie van de Partij voor het Noorden, waarin om meer regionale autonomie werd gevraagd, werd ondertekend door de FNP en Drents Belang. Aanleiding tot de motie vormde de opstelling van de rijksoverheid, die het regionaal beleid naar het Noorden wil stopzetten en die wil voorkomen dat in Noord-Nederland de komende jaren Europees regionaal beleid uitgevoerd kan worden. De regering schendt daarmee afspraken met het Noorden en kiest eenzijdig voor het oppeppen van de Randstad. Een reden, volgens de genoemde partijen, om meer politieke zelfstandigheid op te eisen. Plus de bijbehorende middelen. 

Bij dat laatste denken deze partijen aan een afspraak tussen Noord-Nederland en de rijksoverheid om een deel van de aardgasbaten structureel ten goede te laten komen aan Noord-Nederland. Daarmee kan een eigen invulling gegeven worden aan het ruimtelijk economisch beleid. Over de gasbaten werd een aparte motie ingediend. Bijna was er sprake van een doorbraak. Helaas durfde de noordelijke Christen Unie een dergelijk geluid niet aan en durfde D66-Fryslân zich daarvoor niet uit te spreken.

Al met al is het mijns inziens terecht dat de FNP juist nu zich achter het streven naar meer regionale autonomie schaart. Het rijk maakt er een potje van. En de traditionele landelijke partijen en hun regionale filialen durven dat amper te zeggen. Slechts heel lichte kritiek is mogelijk. De kont tegen de krib gooien durven zij niet. Nog stugger, zij trachten het geluid van de Partij voor het Noorden en nu ook de FNP te bagatelliseren. Ze horen het liever niet.

Teun Jan Zanen


(31 januari 2005)

 


De roos 
door Teun Jan Zanen

Vanuit de Partij voor het Noorden is een jaar geleden contact gezocht met de Onafhankelijke Senaats Fractie (OSF) om het begrip “landsdelig bestuur” landelijk op de politieke agenda te zetten. In 2002 publiceerde de commis-sie Geelhoed hierover een rapport. Dat rapport kwam als advies terecht op het bordje van de toenmalige formateurs. Doordat geheel politiek Nederland op dat moment in de ban was van de moord op Pim Fortuyn en alleen nog maar sprak over veiligheid, orde, buitenlanders, enz., speelde het rapport in die formatie geen rol. Ten onrechte. 

Geelhoed en de zijnen hadden de ontwikkelingen op het vlak van regiovorming ook in andere Europese landen bestudeerd. Zij vonden dit ook een goed idee voor Nederland: politiek dichter bij de burgers en effectievere regionale belangenbehartiging. Volgens hen moest in de Randstad begonnen worden: Noord- en Zuid Holland, en Utrecht als bloeiende Europese regio.

Omdat de provincies als organisaties zich door het rapport Geelhoed aangevallen voelden, legden zij het bij de nieuwe kabinetsformatie een jaar later niet opnieuw op tafel. Plotseling werd de “doe-provincie” mode. Regiovorming in de zin van landsdelig bestuur werd plotseling taboe verklaard.

De OSF liet weten geïnteresseerd te zijn in dit onderwerp. Als koepelorganisatie wilde zij zich daar evenwel niet al te direct mee inlaten. Wel wilde zij een nieuw project rondom dat thema financieel helpen mogelijk maken. Het zou immers ook een interessante discussie binnen de OSF kunnen opleveren. Nader beraad leerde dat wellicht de oprichting van een stichting de beste kansen zou bieden om dit project wat groots op te zetten. Gedacht werd en wordt aan een cyclus van symposia, te organiseren in de vier à vijf Nederlandse landsdelen. Te beginnen in het Noorden.

Bij de voorbereidingen bleek de naam “landsdelig bestuur” te programmatisch te zijn: te weinig ruimte voor debat, teveel propaganda. Dat heeft ertoe geleid dat de stichting bij de oprichting, begin 2005, zich als naam heeft gekozen Stichting De Autonome Regio.

Voor de FNP, maar ook voor anderen, betekende deze bredere opstelling de mogelijkheid om aan de voorbereidingen van het noordelijk symposium mee te kunnen werken. Een werkgroep van een stuk of zes personen vanuit de Noordelijke “OSF-partijen” is inmiddels gevormd. U hoort hier binnenkort uiteraard meer over. 

Mijn laatste vraag? Okay: “What’s in a name? A rose would smell as sweet by any other name!”???

Teun Jan Zanen


(31 januari 2005)

 


Gezamenlijke statenvergadering Groningen, Friesland en Drenthe 
door statenfractie Groningen

De gezamenlijke statenvergadering van de provincies Groningen, Friesland en Drenthe op 26 januari jl. was een bijzondere bijeenkomst. Deze vergadering is de Partij voor het Noorden op het lijf geschreven, omdat er in Noordelijk verband wordt overlegd en door de statenfracties van de drie afzonderlijke provincies naar een gemeenschappelijk noordelijk standpunt moet worden gezocht. 

De vorige keer dat deze gezamenlijke statenvergadering plaatsvond (in november 2003), was er sprake van enige verveling onder de statenleden. Deze keer werd dan ook besloten om de vergadering iets anders in te kleden: ‘s ochtends werden tien verschillende deelsessies georganiseerd, met deskundigen van buiten. De vijf aanwezige leden van de Partij voor het Noorden, hebben verschillende van deze deelsessies bezocht, bijvoorbeeld de sessies ‘Onderwijs, arbeidsmarkt en scholing’, ‘Natuur, landschap en water’ en ’Versterken midden en kleinbedrijf’. Het was een informatieve, leuke concrete ochtend. 

foto: Geert Staats
Teun Jan Zanen spreekt de Noordelijke Staten toe en het Dagelijks Bestuur van het SNN luistert aandachtig toe (foto: Geert Staats)

’s Middags dan de officiële vergadering met een groot deel van de in totaal 163 Noordelijke statenleden, voorgezeten door de heer Alders, een hartstochtelijk pleitbezorger voor Noord Nederland. De Partij voor het Noorden heeft samen met andere noordelijke partijen drie onderwerpen aan de orde gesteld. 

Pilot autonomie Noord Nederland
De Partij voor het Noorden heeft tijdens de vergadering samen met de Fryske Nasjonale Partij (FNP) en Drents Belang aan het dagelijks bestuur van het Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN) gevraagd met het kabinet te spreken over meer autonomie voor Noord-Nederland. Een meer autonome positie van het noordelijke landsdeel betekent volgens de hiervoor genoemde partijen ook, dat het Noorden de beschikking moet krijgen over meer eigen middelen. De partijen hebben gevraagd of het SNN bij het kabinet wil pleiten voor een pilot-project voor meer autonomie in Noord-Nederland. De motie werd tijdens de vergadering helaas door een meerderheid van de aanwezigen afgewezen.

foto: Geert Staats

Aardgasbaten
De Partij voor het Noorden, FNP, Drents Belang en Gemeentebelangen Friesland hebben gezamenlijk in de vergadering naar voren gebracht dat zij vinden dat een evenredig deel van de baten van het aardgas dat in Groningen, Drenthe en Friesland gewonnen wordt, ten goede moet komen aan de structuurversterking van Noord-Nederland. Daarmee zou een nationaal beleid voor 'achterstandsgebieden' in Noord-Nederland niet meer nodig zijn. Ook enige andere fracties toonden hiervoor interesse. Toch werd een motie hierover door een grote meerderheid afgewezen.

Toekomstvisie met Noordwest-Duitsland
Tenslotte hebben de Partij voor het Noorden, de FNP, Drents Belang en Gemeentebelangen Friesland gevraagd of het dagelijks bestuur van het SNN meer aandacht wil geven aan een gezamenlijke toekomstvisie met het aangrenzende Noordwest-Duitsland (met name Ostfriesland en Emsland). Samenwerking met het aangrenzende Duitsland is niet alleen belangrijk voor het ontwikkelen van een 'Noordelijke Ontwikkelingsas' - de economische samenhang tussen Noord-Nederland, de grote Noord-Duitse steden en de Baltische staten - , maar ook om op andere gebieden gezamenlijke een visie te kunnen ontwikkelen. Op de vergadering bleek uiteindelijk te weinig steun voor de motie, al werd de intentie ervan breed onderschreven.


(31 januari 2005)

 


“Geld en status beïnvloeden discussie rond herindeling aanzienlijk”
Discussie over Ost-Friesland door afgevaardigden uit Ost-Friesland, Emsland en Groningen 

door Arno Ulrichs (vertaald en bewerkt door de redactie)

Als Ost-Friesland zich in stand wil kunnen houden bij de eventuele vorming van - Europese - regio’s, is samenwerking tussen districten (“Kreisen”) en steden op het Oost-Friese schiereiland belangrijk. Over de weg en het tijdspad daarheen bestaan verschillende meningen. Hierover werd op 19 januari een discussieavond gehouden in Hesel, georganiseerd door het Friesische Forum. Ook een afgevaardigde van de Partij voor het Noorden was gevraagd iets te zeggen. 

Vanuit het gezichtspunt van Noord-Nederland zou de vorming van een bestuurlijk district Ost-Friesland gewenst zijn, omdat dan samenwerking “op ooghoogte” mogelijk zou zijn. Die inschatting maakte Teun Jan Zanen namens de Partij voor het Noorden, als derde spreker die avond. Daarbij zou het ook beter zijn als de Noord-Nederlandse provincies – al dan niet tezamen – meer politieke competenties zouden krijgen. Zanen ging in op de ontstaansgeschiedenis van de Nederlandse provincies en de huidige Europese ontwikkeling van regioparlementen zoals die in Wales en Schotland zijn ontstaan. 

Duidelijk is dat de regering van het land Niedersachsen voor 2008 geen herindeling van districten van plan is. Als de samenhang in het gebied sneller zou moeten groeien, moeten de initiatieven daarvoor uit de regio zelf komen. Dat benadrukte Hermann Dinkla (CDU) lid van het deelstaatsparlement Niedersachsen op de discussieavond. Volgens Dinkla zal in de volgende regeringsperiode – vanaf 2008 – het functioneren van de overheid geanalyseerd worden. Zelfs al wordt dan voor een gebiedsherindeling gekozen, dan duurt het nog enige jaren voor dat werkelijkheid wordt. “Tot die tijd moeten we kijken wat we op grond van vrijwillige samenwerking tot stand kunnen brengen”. Dinkla gaf informatie over een CDU plan, waarbij een Regionale Raad de interne aangelegenheden van Ost-Friesland zou afhandelen.

Heinrich Hövelmann, jarenlang burgemeester van Papenburg en sinds 23 jaar fractievoorzitter voor de CDU in het districtsparlement van Emsland, vertelde over ervaringen rond de eerdere samenvoeging van drie districten, alle gelegen ten Zuiden van Ost-Friesland, het district Emsland. Daarbij speelden discussies over geld en status een belangrijker rol dan men in het openbaar wilde toegeven. “De districts-herindeling was duur, maar heeft zich wel terugverdiend,” stelde Hövelmann. Momenteel, 25 jaar na de hervorming, is er sprake van goede financiële cijfers in Emsland.

Een opmerking van Dinkla, dat een districts-herindeling ook een gemeentelijke herindeling zou vergen, werd heftig weersproken door een deel van de aanwezigen – waaronder een rij burgemeesters. De Emslander Hövelmann besloot met het statement, dat “de structuurdiscussie verder gaat en dat heeft uiteraard invloed op de indeling van regio’s. Hoe de indeling er later ook uit moge zien, het komt er nu vooral op aan dat we bij het ontstaan van grotere regio’s niet buiten de boot vallen.” In Emsland heeft men dat in het verleden in ieder geval goed in de oren geknoopt.


(31 januari 2005)

 


Regionaal beleid na 2006; een reactie 
door Ron Verhoef (ingekort en bewerkt door de redactie)

In de vorige nieuwsbrief plaatsten wij een stuk over regionaal beleid na 2006. Wij ontvingen een reactie van één van onze leden, Ron Verhoef, die werkzaam is in het onderwijs. Deze drukken wij hier (in ingekorte vorm) af. 

“In de nieuwsbrief las ik het stuk over het regionaal beleid na 2006, met jullie verzoek om reactie. Hierbij stuur ik die. Dit stuk (de Notitie Krachtsinspanning-en: thema’s voor een geactualiseerd akkoord kabinet- SNN na 2006, red.) past weer prima in de huidige tijdsgeest. Het gaat alleen maar om de economie en sociale waarden spelen geen rol. De zinsnede die mij het meest deed huiveren, en waarop ik dus reageer is deze: "Hiervoor is de beschikbaarheid en kwaliteit van menselijk kapitaal (mijn cursief) erg belangrijk, dat vraagt om goedesamenwerking tussen bedrijfsleven, onderwijs (mijn cursief) en overheid."

Mijn eerste bezwaar richt zich tegen het gebruik van het woord menselijk kapitaal. Door deze term te gebruiken lijkt het erop alsof de mens verhandelbaar is en niets meer dan koopwaar, kapitaal heeft immers een handelsfunctie. De term suggereert dat mensen leven om te werken, en dan ook nog wel om te werken om een kleine groep ondernemers rijker te maken, terwijl zij daar zelf nauwelijks de vruchten van plukken. In mijn ogen werken mensen om te leven. Ik hoop in ieder geval dat de Partij voor het Noorden zich krachtig tegen deze bewoordingen zal verzetten.

Mijn tweede bezwaar betreft de goede samenwerking tussen bedrijfsleven en onderwijs. Wellicht is het verhelderend als ik hier even vermeld dat ik zelf leraar ben aan de MTS Elektrotechniek in Emmen. Deze goede samenwerking is inzet van de huidige onderwijsvernieuwing. Hoewel we politici voortdurend horen roepen dat de leerling centraal gaat staan en zijn/haar vraag naar onderwijs bepalend gaat worden, lees je in de stukken over die nieuwe competentiegerichte manier van opleiden iets heel anders. Daar is duidelijk dat het bedrijfsleven centraal staat. Leerlingen worden alleen nog opgeleid in functies waar het bedrijfsleven op dat moment behoefte aan heeft en dan ook nog alleen in die vakken die volgens het bedrijfsleven van belang zijn voor die functie. 

Overigens ben ik er niet tegen dat door het onderwijs naar het bedrijfsleven wordt gekeken. Ik ben me er heel goed van bewust dat we als onderwijs de leerlingen opleiden naar een bepaald beroep en dat dat beroep, zeker binnen de elektrotechniek, vrijwel altijd een functie in het bedrijfsleven zal inhouden. In die zin moet het onderwijs zich zeker richten op het bedrijfsleven. 

Maar het bedrijfsleven hoort geen sturing te krijgen over het onderwijs. Het onderwijs heeft namelijk meer taken dan alleen maar op te leiden voor een beroep. Het onderwijs is er ook voor een stuk zelfontplooiing, de leerlingen helpen zich te ontwikkelen tot een volwassene, die weet wie hij/zij is en weet waar hij/zij voor staat, en een stukje verdieping en denkniveau aanbrengt (volgens de huidige opvatting van het ministerie is dit allemaal overbodige ballast voor MBO-ers). Zelf geef ik het vak maatschappijleer en het bovenstaande is ook mijn voornaamste doelstelling: leren denken, zelfontplooiing. Daarmee ga ik in tegen de richtlijnen van het ministerie. 

Het onderwijs is niet de fabriek die arbeidskrachten levert op maat voor het bedrijfsleven. Dat is nooit het doel van het onderwijs geweest en dat mag het ook nooit worden. We moeten ons verzetten tegen het idee van de school als leerfabriek, die kant-en-klare producten aflevert voor het bedrijfsleven. Dus inderdaad de leerlingen centraal, en niet als menselijk kapitaal, maar als mens, die naast zijn latere werk ook nog een privé-leven heeft!”

~|~|~|~|~|~|~|~
Reactie van onze fractie
Wij zijn het van harte eens met deze visie op onderwijs. Onderwijs gaat om het vormen van mensen en om de basis te leggen voor een vruchtbaar maatschappelijk functioneren. Uiteraard moet onderwijs zich wel oriënteren op de ontwikkeling van de economie, maar zelfstandig denkende individuen zijn heel wat belangrijker voor de maatschappelijke ontwikkeling. Dit thema is ook aan de orde geweest op de gezamenlijke statenvergadering van 26 januari. In de deelsessies ‘Onderwijs, arbeidsmarkt en scholing’ is de betekenis van onderwijs verder uitgediept. Ook daar kwam het accent te liggen op de betekenis van onderwijs voor menselijke ontwikkeling. Daar werd overigens het aanleren van praktische vaardigheden gezien als een positieve start voor een proces van levenslang leren. 

Kortom, dit onderwerp leeft. En ook als partij moeten we hier verder invulling aan geven, bij voorkeur met actieve bijdragen van onze leden. Hartelijk bedankt voor deze reactie!

De statenfractie van de Partij voor het Noorden


(31 januari 2005)

 


Stelling: Districtenstelsel van De Graaf achterhaald 
door Teun Jan Zanen en Hilbert Koetsier

foto: D66De Volkskrant van 29 januari 2005 schrijft: “DEN HAAG - De Raad van State ziet het nut niet in van het nieuwe kiesstelsel dat het kabinet wil invoeren. De raad, het belangrijkste adviesorgaan van de regering, waarschuwt dat het stelsel tot teleurstelling zal leiden. Minister De Graaf van Bestuurlijke Vernieuwing vindt de kritiek van de raad onzin. Hij dient het wetsvoorstel toch in bij de Tweede Kamer.” Wat is hier aan de hand? Minister De Graaf van D66 wil invoering van een districtenstelsel bij de verkiezingen van de Tweede Kamer. De Partij voor het Noorden vindt dit streven achterhaald.

Het idee van D66 gaat uit van de noodzaak tot herstel van de band tussen kiezers en gekozenen. Gedeeltelijk wil zij terug naar een districtenstelsel. Dat is een terugverlangen naar de periode van voor 1917. Met de invoering van het algemeen mannenkiesrecht in 1917 (de vrouwen moesten nog tot 1919 wachten) dreigden de aantallen kiezers per district te groot te worden. Daarom werd toen overgeschakeld naar een systeem van evenredige vertegenwoordiging, met behulp van politieke partijen. 

In Nederland ontwikkelde zich de verzuiling. De ideologische tegenstellingen tussen die zuilen waren behoorlijk groot. Via het stelsel met politieke partijen kon het in die zuilen opgedeelde volk actief deelnemen aan de politieke besluitvorming. Toen er enige sleet kwam in die verzuilde samenleving, ontstond D66. D66 wou al in 1966 de bestaande politieke partijen opblazen om tot een ‘democratischer en meer progressieve’ vorm van parlementaire democratie te komen.

Na de Fortuyniaanse revolutie is duidelijk geworden dat de politiek met de huidige nationale partijen steeds minder de belangstelling van de burgers heeft. Men voelt zich niet echt goed meer vertegenwoordigd. Dus de timing van D66 om juist nu een nieuw kiesstelsel in te voeren is niet zo gek. De Graaf gokt daarbij op een stelsel waarbij de burgers twee stemmen mogen uitbrengen, de één om – zoals nu - de verhoudingen in de Tweede kamer te bepalen en de ander om enigszins te beïnvloeden wie op die Kamerzetels terecht komen. 

In theorie zou de helft van de gekozenen een meer regionale achtergrond kunnen hebben dan vandaag de dag. Maar de kandidaten komen toch weer voort uit de nationale partijen. En daarmee is dit plan halfslachtig. Dan had je beter, voor wat de tweede stemming betreft, met partijloze kandidaten kunnen werken. Althans kandidaten die niet aan landelijke politieke formaties gebonden zouden moeten zijn. Dat had mogelijk iets uitgemaakt. 

Het streven van D66 is bovendien inmiddels enigszins achterhaald door een nog veel radicalere verandering. Dat betreft de Europese eenwording. Het is niet meer de vraag of Nederland een levendige democratie heeft, maar of de Nederlandse burgers nog kunnen volgen welke politieke besluitvorming waar werkelijk plaatsvindt – in de ministerraad in Brussel? In het Europese Parlement? In de nationale regering? In de Tweede Kamer? Of in het bedrijfsleven via allerlei geprivatiseerde overheidsbedrijven? 

Het gevecht van vandaag, het gevecht om een progressieve democratie, draait om het opnieuw betrekken van de burgers bij de politieke besluitvorming. Dat vraagt in de eerste plaats om helderheid: is iets een zaak die op Europees, op nationaal of op regionaal niveau moet worden beslist. Dat moet volstrekt duidelijk zijn. Gaat het om Europese besluitvorming, dan dient het Europese Parlement zich daar mee onledig te houden. Gaat het om nationale besluitvorming dat is het nationale parlement aan zet. En veel zaken die nu nog nationaal besloten worden, lenen zich heel goed voor regionale besluitvorming. Juist daar valt een wereld te winnen, namelijk via het instellen van regionale parlementen, die, dicht bij en in samenspraak met de burger, besluiten nemen over vele, wezenlijke kwesties.

Juist wat dit laatste betreft, loopt Nederland fors achter. Nederland is nog steeds een strikt centralistisch land. Het kent tot nog toe geen regio’s met enige mate van autonomie. Daar ligt één van de grondoorzaken van het verloren contact tussen de politici en de burgers in dit land. De afstand burger-Den Haag en steeds vaker burger-Brussel, is voor veel zaken te groot! Juist daarin moet verandering komen, bijvoorbeeld door de instelling van redelijk autonome regio’s. Het stelsel van De Graaf maakt Nederland niet minder centralistisch en de burger zal zich daarom niet méér betrokken gaan voelen bij de politieke besluitvorming. Kortom: wij delen de mening van de Raad van State.



(31 januari 2005)

 


Haarm Diek: Regio Dryslaand 
door Haarm Diek

As joe dit stuk lezen, is 2005 alweer n zetje an loop. Moar terwiel, dat k t schrief, legt t nije joar nog laank en braid veur ons, n siteoatsie, doar k mien fantesie veur n keer de vrije loop in loaten wil. Woarover? Over wat wie ons veurstellen, as wie t over t Europoa van de regio's hebben.

k Begun dermet, dat wie as schoulkinder in Stad vrouger n laid zingen leerden: 'Wij willen Holland houden'. Wat ander kinder zug derbie dochten, wait k nait. Ik docht: 'Wie, Grönnegers, hebben Hollaand, en wie willen t nait kwiet, bevubbeld om de mooie dunen nait!' Wie zölf wazzen gain lu, dij tou dat Hollaand heurden, - wie wazzen ja Grönnegers! Hollaand was aine van onze boeten-Grönnense bezittens, aine van onze kelonies zo te zeggen.

Zuks ik-middenpunteg denken en vuilen is aigelk toamelk normoal, zekerliek veur kinder. Moar ook veur wozzen lu. Zo laank as t gezond egosentries blift en nait egoïsties wordt, is der nait bot veul op tegen. Wie spanzaren ja op onze eerde rond, en dat doun n poar miljard andre lu ook. En elk van dij andre lu het krekt as wie d'ervoaren, dat dij t middenpunt van waarkelkhaid is. Dij zuks veur zugzölf zo beleeft, mout t ook velen kennen, as dij andern van heur oet krekt zo ervoaren en denken.

Loat we nou as Nederlanders ais denken goan over n regio Nederlaand as aine van de regio's van Europoa. Ons ik wordt onder dij bedrieven zo groot as ons laand is. Moar wat is den t middenpunt? Nait langer is den Randstad - noame zegt t aigelk al - middenpunt van onze regio, moar bevubbeld Utrecht! Volgens zeggen zol t Uddelermeer ja t eerdriekskundeg middenpunt van onze laand-regio wezen.

t Ken ook klaainer. Nederlaand zölf is den gain regio moar n laand, en Hollaand is n stukkie dervan. Noord- en Zuud-Hollaand kennen den soamen de regio Hollaand vörmen. Dat het zien veurdailen. k Wil der hier twije nuimen. n Veurdail veur t bestuur van t haile laand. Moar ook n veurdail veur Noord- en Zuud-Holland zölf.

n Veurdail veur t bestuur van t haile laand? n Veurbeeld. Joaren leden zat k in Biebeltaikroad van Regeren. Dij haar t goud bedould. Oet ale dailen van t laand wazzen leden benuimd worden. Moar noa n zetje wazzen der hoast gain andern as de leden oet Hollaand meer over. Reden: dij woonden vergoaderns bie en konden op zölde daag nog andere ofsproaken noakomen. Leden oet Limbörg en Grönnen wazzen haile daag onderwegens veur n vergoadern van n poar uur. Dou is meermoals zegd worden: zukse vergoaderns heuren in t midden van t laand holden worden. Dat vonden leden oet Hollaand moar niks. Utrecht was al zo wied vot, en ze werren zo n haile daag kwiet. En boetendat was Biebeltaikroad ja n Road van Regeren, en regeren huil tou in Den Hoag!

Ook n veurdail veur Noord- en Zuud-Holland zölf? As in Utrecht of doaromtrent t sentrom van t besturen komen zol, den zollen in regio Hollaand peblemen van bevolkensdichthaid en van mindernd gruin hail aans benoaderd worden kennen. Den zol de haile swoarte van t gaanse laand nait langer op n stukkie raand van t laand te rusten komen. En wat te denken van n toeristiese top-attraksie: t eerdere regeersentrom in Den Hoag?

Nou hebben wie t evempies over onze ik-middenpunteghaid op eerde en in aigen laand had. Bie d'aigen regio holdt ons fantezaren nait ho. Mooi zinnechie: 'De regio in aigen haand'. Wat dut onze fantezie dermet?

Zó zai k t veur mien ogen verschienen. Der komt n regio Dryslaand met as middenpunt GrönnenDryslaand! Joe lezen t goud. En goa moar noa. Dr/ys/laand. In onderdailen van dizze noame kennen Drent, Fryslân en Grönnegerlaand zug weeromme vinden, terwiel dat Stad d'onzichtbre haartfunksie het. As Oostburen derbie komen - en ze heuren derbie - ken t vanzölf Drystlaand worden, met de letter t van Ost derin.

Totoale kiek op waarkelkhaid wordt den: in de Roemte regio Eerde, op Eerde regio Europoa, en in t Europoa van de regio's veul regio's, doaronder n regio Hollaand en n regio Drys(t)laand.

k Wil t hier bie loaten. n Fantezie is gain waarkelkhaid. Moar onze wereld is in t verleden nooit nait geliek bleven, en zal ook in de toukomst nait geliek blieven kennen. Veranderns pakken voak aans oet, as dat wie t ons docht haren. Onder bedrieven hebben fantezies asmis dege heur invloud op ontwikkelns had, en ook dat holdt vandoage nait op.

Hou zal t met onze regiotoalen goan? Dij bennen ja van groot belang, en k heb der hier niks over zegd. Dat wil k n ander keer geern doun. Ditkeer nait meer as dit. Dij toalen verandern mét! En dij toalen van ons bennen zo prachteg en machteg, dat de juust ook in n regio as Drystlaand neudege en meugelke kommenikoatsie veur heur soamen n aigen pad in toallaand vinden zal! Doar ben k niks nait ongerust op. Nait, omdat: t komt toch zo as t komt. t Komt, zo as t gaait! En angoan zál t, as t nait zó is, den aans.

Haarm Diek


(31 januari 2005)

 


copyright (c) 2003-2007 Partij voor het Noorden

 

Partij voor het Noorden

Secretariaat:
Vossenkamp 124
9675 CM Winschoten
T: 0597 880054
postgiro: 9477607
kvk:02078982
© 2003-2011 Partij voor het Noorden

Perscontacten
Leendert van der Laan
06-40185410


 
 
 
Copyright © 2012 Partij voor het Noorden || tel: 050-3604442, www.partijvoorhetnoorden.nl
Realisatie: WDx2