Home > Nieuwsbrieven > Nieuwsbrief 28
Nieuwsbrief 28 PDF Afdrukken E-mail
woensdag, 16 december 2009 13:41
AddThis Social Bookmark Button

Nieuwsbrief 28

Groningen, 22 december 2004

Alders geeft uitleg over zijn troetelkind (foto: Geert Staats)Met uitgave nummer 28 sluiten we de tweede jaargang van dePartij voor het Noorden Nieuwsbrief af. De nieuwsbrief is een ledenblad, maar heeft een steeds groter lezersbereik. Dat is goed, want daarmee wordt het gedachtegoed van vele noorderlingen – maar ook anderen in Nederland – verder verspreid. De redactie wil in de toekomst meer lezersreacties afdrukken, zodat deze Nieuwsbrief ook een bron voor discussie wordt. Uw reactie is dus zeer welkom!

De redactie

Redactie:
Dana Kamphorst, Hilbert Koetsier en Teun Jan Zanen, m.m.v. Haarm Diek en Aleid Brouwer

Foto's:
Tjeerd Oliemans en Geert Staats


 


Fryslân 
door Teun Jan Zanen

In Friesland stemden op 10 juni j.l. bij de Europese verkiezingen 5078 mensen op de Partij voor het Noorden. Waren dit Statenverkiezingen geweest , dan zouden we een Statenzetel hebben veroverd! Jan van der Baan zou met 2306 voorkeurstemmen gekozen zijn. Langzaam aan worden wij een noordelijke partij. 

Tijdens de campagne groeide ook het aantal leden en sympathisanten in Friesland uit tot 39 personen. Reden om eens met hen te overleggen over de verdere ontwikkeling van de Partij voor het Noorden. Op de in een zaaltje van het Abe Lenstra-stadion belegde bijeenkomst (Heerenveen speelde die avond uit voor de Europa-cup-III) kwamen we met een stuk of tien mensen bijeen. Daarenboven had nog een aantal mensen afgezegd. Na enkele inleidende beschouwingen ontstond een levendige gedachtewisseling over de toekomst van de Partij voor het Noorden. Zo werd opgemerkt toch vooral niet teveel provinciaal te werken, maar echt noordelijk aan de gang te gaan. De gedachte werd geopperd om een virtueel noordelijk parlement op te richten, waarin over noordelijke zaken kan worden gediscussieerd. Zo’n parlement zou ook adviezen kunnen uitbrengen aan de drie noordelijke Provinciale Staten. Een andere gedachte was om in de toekomst zo mogelijk politieke en maatschappelijke ‘kopstukken’ uit Noord-Nederland achter het gedachtegoed van de Partij voor het Noorden te verzamelen. Wel behoeft dat een uitgewerkte visie van de Partij voor het Noorden zelf.

Ook deelname aan verkiezingen werd aangesneden. Geopperd werd, dat de Partij voor het Noorden zelfstandig aan de Statenverkiezingen in 2007 mee zou kunnen doen, ook in Friesland. Maar ook over het eventueel deelnemen aan de Tweede Kamerverkiezingen moet worden nagedacht. Daarbij valt een gezamenlijke lijst FNP-Partij voor het Noorden te overwegen. Toegejuicht werd dat de FNP en de Partij voor het Noorden met elkaar in gesprek zijn over het eventueel aangaan van nauwe betrekkingen. Te betreuren zou zijn als beide stromingen tegenover elkaar zouden komen te staan. Het gaat beide tenslotte om meer autonomie voor Noord-Nederland. 

Nagegaan zal worden of het vormen van een werkgroep Friese zaken een bijdrage kan betekenen aan de verdieping van de opstelling van de Partij voor het Noorden inzake allerlei voor het Noorden belangrijke zaken. 

De gedachtewisseling op deze avond is goed bevallen en wordt zeker vervolgd. 

Teun Jan Zanen


(22 december 2004)

 


Jaaroverzicht 
door Teun Jan Zanen

2004 is bijna vergleden. Hoe de Partij het jaar doorgekomen is? Dat kon minder. Met deelname aan de Europese verkiezingen op 10 juni heeft de Partij voor het Noorden hard gewerkt aan haar eigen bekendheid, in het bijzonder in Groningen, Friesland en Drenthe. Dat heeft tot resultaten geleid. Niet alleen kregen we flink wat stemmen, ook verdubbelde ons leden- en sympathisantenbestand. We beginnen uit te groeien tot een echt Noordelijke partij: als dit Statenverkiezingen geweest waren, waren we ook in Friesland en in Drenthe in de Staten gekomen! Paul van Buitenen van Europa Transparant hield ons weliswaar verre van een zetel in het Europese Parlement, maar het idee van het belang van autonome regio’s, juist ook in Europa, kon volop door ons naar voren gebracht worden. 

Zoals we ons voorgenomen hadden, hebben we gesprekken gevoerd met andere onafhankelijke provinciale partijen in Noord-Nederland. Voor zowel de OPD als Drents belang geldt, dat zij sterk leunen op lokale politieke partijen. Zij staan wel open voor onze ideeën over Noord-Nederland, maar putten toch vooral hun kracht uit het Drents eigene. 

Voor de FGF in Friesland geldt min of meer hetzelfde, maar dan zijn het de Friese grenzen die de blik begrenzen. De FNP is duidelijk een ander geval. Dat is een echte politieke partij in Friesland. Met een hoofdbestuur, een kloeke fractie (momenteel met zeven Statenleden), een flink aantal afdelingen, een aardig aantal raadsleden en enkele wethouders zijn zij bijna een allround partij. Mede omdat zij, daarbij gesteund door de andere onafhankelijke, regionale partijen, sinds kort een eigen Eerste Kamerlid hebben. Ook over eventuele deelname aan Tweede Kamer-verkiezingen wordt het debat in de FNP om de vier jaar heftig gevoerd. Doemt er wat dat betreft voor de volgende ronde een nieuwe mogelijkheid op: een samen optrekken met de Partij voor het Noorden?! 

Toch is ook bij de FNP het Fries eigene, de Fryske Mienskip, sterk bepalend voor haar bestaan. Maar dat behoeft niet uit te sluiten dat ze ook in noordelijk verband heel goed zou kunnen opkomen voor het Fries-eigene, ze zou zelfs in zo’n noordelijk kader haar eigen Friese aanhang in Groningen en Drenthe kunnen mobiliseren.

En zo leerden we weer veel in 2004. Het volgende jaar moeten we trachten meer zelf in het nieuws te komen. Onze kiezersaanhang moet beter kunnen zien waar we mee bezig zijn. Zij moeten vertrouwen kunnen hebben in onze aanpak en onze kijk op de ontwikkeling van “Grunnen, Fryslân en Drenthe”. Ik wens u een goed nieuw jaar toe!

Teun Jan Zanen


(22 december 2004)

 


Nieuwe start projectgroepen! 
door Aleid Brouwer

Een nieuw jaar staat voor de deur en bij een nieuw jaar horen goede voornemens. Eén van die goede voornemens is het doorstarten van de projectgroepen. Het bestuur is van mening dat meer continuïteit in de projecten van het hoogste belang is en daarom wordt er per januari aanstaande een nieuwe werkvorm voor de projectgroepen ingevoerd. De projecten zijn bedoeld om (actuele) thema’s binnen de noordelijke invalshoek van onze partij, verder uit te werken. Met de bevindingen uit het project kan dan naar buiten worden getreden. Op die manier kunnen we de kennis binnen en de naamsbekendheid van de Partij voor het Noorden verder vergroten. 

foto: Geert Staats
Publieke bijeenkomst in Zuidhorn, georganiseerd door Projectgroep Energie in 2004 (foto: Geert Staats)

De uitwerking van een project kan op diverse manieren gestalte krijgen, door bijvoorbeeld het organiseren van een lezing, een discussieavond of bijvoorbeeld een ingezonden stuk in een krant of tijdschrift. Elke dinsdagavond (vanaf dinsdag 18 januari) zal de projectgroep van 19.30 tot 21.30 uur samenkomen op het partijkantoor op de Kraneweg in Groningen.

Een vaste avond zal zorgen dat de continuïteit gewaarborgd wordt. Het is de bedoeling dat er elke 8 à 10 weken een project wordt afgerond, waarna er met een nieuw project kan worden begonnen. Daarbij wordt de uitvoerbaarheid en haalbaarheid van de projecten onderstreept. 

Deelname aan de projecten is dus voor een bepaalde tijd, onder het motto “vrijwillig, maar niet vrijblijvend”. Een voorbeeld van een tijdsplan voor een project is het volgende:

Week 1: brainstormen project en vaststellen van een haalbaar doel t.a.v. tijdsplan en mankracht
Week 2: verder brainstormen en vaststellen taken leden
Week 3 t/m 7: uitwerking
Week 8: manifestatie (lezing, discussieavond, stuk aanbieden etc.) met in elk geval een verslag van het project in de Nieuwsbrief
Week 9 / 10: brainstormen project en vaststellen doel nieuw project etc.

Per project zal het tijdspad nader ingevuld worden. Sommige projecten zullen meer tijd nodig hebben, andere wellicht minder. Dat zal ook afhankelijk zijn van het te behalen doel. 

Vaste staf van de projecten zijn Aleid Brouwer (coördinator) en Hilbert Koetsier (secretaris). Uiteraard streven we naar zoveel mogelijk participatie van leden. Nieuwe onderwerpen kunnen door iedereen worden ingebracht. Oproepen gaan via de mail, website en/of nieuwsbrief. Voor de eerste bijeenkomst van de projectgroep (derde dinsdag van januari 2005) is er na een voorselectie van bestaande projectvoorstellen besloten tot een keuze uit twee onderwerpen. Op de eerste bijeenkomst zal in overleg met alle geïnteresseerde deelnemers een keuze op één van deze projecten vallen. De projecten zijn: ‘Eemsmond Industriëel’ of ‘Koolzaadolie te koop; mag dat?’ (zie hieronder).

Iedereen die interesse heeft om te participeren in één van deze projecten of ideeën heeft voor nieuwe projecten kan dit emailen naar aleid_brouwer(apestaartje)hotmail(punt)com.

~|~|~|~|~|~|~|~
Eemsmond Industriëel
In de provincie Groningen is veel industrie rond de stad Groningen, maar ook in toenemende mate rond de havens in Delfzijl en Eemsmond. In de afgelopen decennia zijn grote plannen voor de diepzeehaven aan de monding van de Eems naar de Noordzee bedacht – maar die bleken maar moeizaam van de grond te komen. Daardoor ontstond veel scepsis rond de ontwikkeling van dat gebied. Hoewel de zaken nu beter lopen, kun je je afvragen of alle mogelijkheden optimaal benut worden. In hoeverre heeft de haven aansluiting op andere vervoersmogelijkheden, zoals langs binnenvaart, spoor, weg en lucht? In hoeverre is er een relatie met het directe achterland (Oost-Groningen, Zuidoost-Drenthe, Noordwest-Duitsland)? En heel belangrijk: wat vinden ondernemers daarvan?

~|~|~|~|~|~|~|~

Koolzaadolie te koop; mag dat? 
In de provincie Groningen lag in 1998 1907 hectare en in 2001 maar liefst 4600 hectare grond braak. Deze grond had natuurlijk ingezet kunnen worden voor het verbouwen van koolzaad, wat een grondstof is voor een natuurlijke (aanvulbare) energiedrager, waar bijvoorbeeld auto’s op kunnen rijden. Waarom wordt er geen koolzaad op deze braakliggende grond verbouwd? Omdat het vooralsnog fiscaal niet toegestaan is om, op grote schaal, koolzaad als motorbrandstof voor personen- of goederentransport in te zetten, terwijl koolzaadolie wel gewoon in de supermarkt te koop is net als slaolie. 

Waarom zou het gebruik van natuurvriendelijke energiebronnen gestimuleerd moeten worden en als dat moet - hoe kan dat dan beter aangepakt worden dan nu het geval is?

(bijdragen van Geert Staats en Hilbert Koetsier)


(22 december 2004)

 


‘Regionaal beleid na 2006’ 
door Aleid Brouwer

In de afgelopen periode hebben de drie noordelijke provincies (SNN) gezamenlijk de notitie ‘Krachtinspan-ningen: thema’s voor een geactuali-seerd akkoord Kabinet – SNN na 2006’ geschreven. De notitie vormt het uitgangspunt van de drie noordelijke provincies voor de gesprekken met het kabinet. De inzet is om, hopelijk nog voor de zomer, met het kabinet een lange termijn akkoord te bereiken. 

Dat akkoord zou dan kunnen bestaan uit 1) een gezamenlijk visie op de gewenste ontwikkelingen van Noord-Nederland, en 2) een pakket aan samenhangende maatregelen, dat enerzijds goed in deze visie past en dat anderzijds ook het karakter heeft van een regionaal ontwikkelingsprogramma voor de periode 2007-2013.

Noord-Nederland heeft volgens de drie provincies grote kansen om zich verder te ontwikkelen tot een sterke en aantrekkelijke regio. Die kansen willen de provincies grijpen door gelijktijdig in te zetten op transitie en verdere verdichting van de economie en te investeren in enkele bijzondere, kansrijke projecten. De provincies willen hierbij selectief zijn en zullen zich laten leiden door de natuurlijke potenties die het Noorden heeft (vergelijk de landelijke nota ‘pieken in de delta’). 

Noord-Nederland wil met deze notitie en met het gewenste akkoord de lange termijn afspraken uit het Langman Akkoord van 1998 actualiseren. Uiteraard zijn de hedendaagse omstandigheden en inzichten op alle bestuursniveaus sterk gewijzigd. Maar om perspectiefvolle ontwikkelingen in de regio te stimuleren en in goede banen te leiden blijft lange termijn ontwikkelingsbeleid nodig. Daarom juist wil Noord Nederland met het Kabinet een geactualiseerd akkoord sluiten dat aansluit op gezamenlijke inzichten, actuele omstandigheden en beleidsopvattingen. Hiervoor zijn ‘krachtinspanningen’ nodig. In de periode na 2006 wil Noord-Nederland op een aantal thema’s samen met het rijk ‘krachtinspanningen’ leveren.

In deze notitie zijn en blijven de volgende twee punten centraal staan:
Ten eerste: als basis voor de ruimtelijke ontwikkeling wordt ervoor gekozen dat wonen en werken zoveel mogelijk geconcentreerd wordt in de kernzones. Dit zal de economie in die zones minder ijl maken en tegelijkertijd het landelijk gebied beschermen tegen verstedelijking. Voor het landelijk gebied wordt de doelstelling dan de ontwikkeling van landbouw en toerisme. Ten tweede: de ontwikkeling van de ‘Noordelijke ontwikkelingsas’, die van het Noorden een schakelregio moet maken tussen Randstad en Noordoost-Europa.

Deze twee hoofddoelstellingen moeten worden gerealiseerd door een breed pakket aan maatregelen te ontwikkelen. De middelen moeten daarbij worden ingezet op die aspecten van het economisch gebeuren waar de potenties het grootst zijn. Voor Noord Nederland liggen die volgens deze notitie op het vlak van de innovatie, de verdere ontwikkeling van de kenniseconomie, het concurrerend vestigingsklimaat in het stedelijk gebied en een vitaal platteland.

Binnen elk van deze potenties heeft de notitie de volgende actielijnen opgezet.

De eerste lijn is Innovatie en kenniseconomie: hierbij zullen kennisintensieve projecten en clusters zoals Energy Valley en Lofar worden ontwikkeld met nadruk op de samenwerking tussen kennisinstituten en bedrijven. Ook wordt geprobeerd het ondernemerschap te stimuleren en om het innovatief vermogen binnen het MKB te verhogen. Hiervoor is de beschikbaarheid en kwaliteit van menselijk kapitaal erg belangrijk, dat vraagt om goede samenwerking tussen bedrijfsleven, onderwijs en overheid.

De tweede actielijn gaat over concurrerend vestigingsklimaat in stedelijk gebied: dit wordt gecentreerd in het stedelijk gebied om op die manier agglomeratievoordelen te behalen. In dit thema worden twee internationale multimodale transportassen (A6/7 en A28/A37) verder gestimuleerd. Getracht wordt het woonmilieu aantrekkelijker te maken, zodat dit een vestigingsvoordeel zal zijn. Hiervoor moeten er hoogwaardige woonmilieus worden ontwikkeld. Dit zal leiden tot een verbetering van het investeringsklimaat. Het investeren in nieuwe bedrijfsactiviteiten blijft een belangrijke kans voor het Noorden. De Investerings Premie Regeling moet worden geëvalueerd en wellicht effectiever worden ingezet.

Tenslotte is de derde actielijn Vitaal platteland: één van de grote krachten van het Noorden is de ruimte, waardoor grootschalige landbouw, aantrekkelijk wonen en toerisme allemaal mogelijk zijn. Het Noorden moet zich daar richten op een versterking van landbouw en toerisme. Daardoor ontstaat er hopelijk nieuwe werkgelegenheid en zal de leefbaarheid toenemen. Wel moet de identiteit én de kwaliteit van het landelijk gebied bewaard blijven.

Tot zover de ontwerpbeleidsnotitie. Deze zal komende maand (januari 2005) onderwerp van discussie zijn in de drie Staten van de noordelijke provincies. Op woensdag 26 januari 2005 zullen die drie Staten gezamenlijk vergaderen. Het ligt in de bedoeling om op die bijeenkomst een gezamenlijke, noordelijke visie vast te leggen.

Als u naar aanleiding van het voorgaande kritische opmerkingen of belangwekkende aanvullingen in u voelt opkomen, laat ze ons dan weten. Bij de ontwikkeling van een goede opstelling van de Partij voor het Noorden kunnen wij uw steun zeer goed gebruiken (u kunt uw reactie per email aan ons sturen, zie voor adressen elders op deze site).


(22 december 2004)

 


Algemene beschouwingen in de Eerste Kamer
Hendrik ten Hoeve spreekt namens de Onafhankelijke Senaatsfractie (OSF) over de aardgasbaten 

door de redactie

Op 16 november jl. heeft OSF senator Hendrik ten Hoeve zijn algemene beschouwingen uitgesproken in de Eerste Kamer. Ten Hoeve ging onder meer in op het gebruik van aardgasbaten voor versterking van de Noord-Nederlandse economie. Hieronder leest u een fragment uit zijn speech. 

“(...) Het winnen van het aardgas van onder de Waddenzee, voorzitter. Daar wordt in het Noorden tot op heden enigszins verdeeld maar overwegend negatief op gereageerd, maar naar mij overtuiging zijn in principe wel de juiste beslissingen genomen door de regering. De kokkelvisserij is ongetwijfeld zeer veel schadelijker voor het waddengebied dan gaswinning met de moderne technieken van scheefboren ooit zal zijn. Bodemdaling is op het vaste land veel verwoestender dan in het waddengebied, waar door de natuur zelf waarschijnlijk voldoende aanvulling met nieuw zand plaatsvindt. Maar dat in het Noorden daarover een wat negatieve stemming heerst is niet verwonderlijk, als van alle aardgasbaten, dus ook die van deze nieuwe, vrijwel niets naar de provincies gaat waar het gas vandaan gehaald wordt en als dan bovendien wel tegelijk de Langman gelden worden afgebouwd. 

Natuurlijk zijn er wel enkele secundaire effecten van de gaswinning waar het noorden van profiteert. Energy-valley is een sterk voorbeeld. En van het waddengas mag straks wel 500 miljoen naar een waddenfonds. Uit de miljarden (20 miljard?) die de staat er aan zal verdienen. Maar het gevoel toch ook recht te hebben op een deel van de opbrengsten wordt daar dus niet door bevredigd. 

Principieel: van wie is het gas eigenlijk? Nederland heeft niet lang gelden nog eens binnen Europa benadrukt dat aan de nationale soevereiniteit over de bodemschatten niet getornd mag worden. Is dat niet egoïstisch? Net zo egoïstisch als wanneer Groningen zou zeggen: het gas is van ons en iedereen blijft er af? Of het gas van Nederland is, of van Europa of van Groningen of van de boer onder wiens land het ligt, ligt natuurlijk wel vast in wetgeving, maar een antwoord dat het rechtvaardigheidsgevoel bevredigt is moeilijker te geven. 

Is de regering niet met mij van mening dat de verhoudingen scheef zijn als het Noorden het gas onder zich vandaan moet laten halen, daardoor schade oploopt aan gebouwen en kwetsbaarder wordt voor de stijgende zeespiegel, en niets terug krijgt dan, nu, een waddenfonds waarover dan ook nog de minister de baas wil blijven? 

Zou de regering zich eens willen beraden op een onderhandelingsinzet waarbij, niet alles, maar een fair deel van de aardgasbaten rechtstreeks ten goede kan komen aan de leverende regio, zodat er dan verder ook niet meer over Langman gelden gepraat hoeft te worden en mogelijk ook tegelijk de loden last van de zweeftrein-beloftes kan worden afgeworpen! 

Overigens stel ik mij voor dat bij een dergelijke regeling in de noordelijke besluitvorming, die dan overigens ook goed geregeld moet zijn, de zogenaamde Waddenacademie niet de allerhoogste prioriteit zou krijgen. Vindt de regering dat gasopbrengsten alleen aan de staat toekomen of kan het ook anders? (...)”

(zie ook Haarm Diek: Ons eerdgas)


(22 december 2004)

 


Hoorzitting nieuwe Europese partijen bij Binnenlandse Zaken 
door Hilbert Koetsier

Maandag 20 december togen vijf leden van onze partij naar Den Haag voor een hoorzitting bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK). Een van hen was Teun Jan Zanen, die als woordvoerder optrad voor de zeven nieuwe partijen die afgelopen juni aan de Europese verkiezingen meededen – waaronder de Partij voor het Noorden. Deze partijen hebben gezamenlijk een klacht over het ministerie ingediend bij de Nationale Ombudsman.

De zeven partijen zijn boos op het ministerie, omdat die hen niet gelijk behandelde als de acht Tweede kamerpartijen CDA, PvdA, VVD, GroenLinks, D66, ChristenUni/SGP, SP en LPF. Zo mochten de nieuwe partijen geen speech houden bij de officiële opening van de landelijke campagne “Europese Verkiezing, u komt toch ook?” en werden zij niet opgenomen in de door het ministerie gepromote StemWijzer. De partijen vinden dat principieel in strijd met de regels voor de democratie – immer, het ministerie vertegenwoordigt de Nederlandse Staat – en die moet totaal onpartijdig zijn.

Teun Jan Zanen heeft op de hoorzitting een ‘pleitnota’ namens de zeven partijen voorgelezen. Daarin wordt het gedrag van het ministerie afgezet tegen internationale afspraken over hoe we ons democratisch bestel horen te organiseren. Deze afspraken zijn vastgelegd door de OVSE (Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa) in 1990 te Kopenhagen (zie hieronder). Volgens Zanen was er sprake van “discriminatie” van de nieuwe partijen en heeft het ministerie de gevolgen van zijn gedrag zwaar onderschat.

Tegenover Zanen zat tijdens de hoorzitting de organisator van de campagne van het ministerie, de relatief jonge heer De Boer. Deze bracht naar voren dat “de intentie” van de organisatie onmiskenbaar goed was, maar dat het organiseren bemoeilijkt werd doordat ze een “krap budget” hadden en bovendien dat ze “pas tien dagen van tevoren op het idee kwamen voor de startbijeenkomst” (!). Daardoor konden partijen pas op het “laatste moment” uitgenodigd worden. Voor een goed verloop van de bijeenkomst was het helaas niet mogelijk álle vijftien deelnemende partijen een speech van 90 seconden (!) te laten houden, aldus De Boer.

U begrijpt dat bij ons sterk de indruk is gewekt dat het ministerie uiterst amateuristisch heeft geopereerd bij deze verkiezingen en dat ze geen enkele notie hebben van de democratische grondslag van het bestuur van ons land. De Staat mag natuurlijk nooit als argumenten “goede intentie”, “krap budget”, “pas tien dagen van tevoren” en “laatste moment” hebben, als het gaat om de promotie van de democratische vertegenwoordiging van de Nederlandse burgers. Het is geen reclamebureautje, nee, het is nota bene de Staat! 

We gaan natuurlijk door met dit gevecht. Het is nu eerst wachten op een officiële reactie van het ministerie, die vervolgens aan de Nationale Ombudsman wordt gezonden. Deze zal dan een onderzoek instellen. – Wordt vervolgd!

~|~|~|~|~|~|~|~

Uit: “the Document of the Copenhagen Meeting” van de OVSE op 29 juni 1990, over de organisatie van een democratie 

Artikel 7.6 stelt dat: “(...) partijen met elkaar moeten kunnen wedijveren op basis van een gelijke behandeling van de kant van de wet en de autoriteiten”.

Artikel 7.7 stelt dat: “overheden moeten garanderen dat de wet en het openbaar bestuur eraan moeten meewerken dat de campagnes van politieke partijen gehouden kunnen worden in een eerlijke en vrije atmosfeer, waarbij noch administratieve maatregelen, noch geweld, noch intimidaties partijen en kandidaten hindert om vrijelijk hun inzichten en kwalificaties ten toon te spreiden, of de kiezers verhindert kennis van die opvattingen te nemen en die vrijelijk te kunnen bespreken”.


(22 december 2004)

 


Participatie Partij voor het Noorden in het Scholenproject van de GPJK 
door Rienk Ytsma

De Partij voor het Noorden heeft meegedaan aan het scholenproject van de Groninger Politieke Jongerenorganisaties. De coördinator van dit scholenproject, Sjoerd Otter, heeft het bestuur van de Partij voor het Noorden gevraagd of ze mee zou willen doen aan de debatten op diverse middelbare scholen in de stad Groningen. En wel, opdat de jeugd in Groningen ook op de hoogte gesteld kan worden van het bestaan van de Partij voor het Noorden.

Het GPJK is het samenwerkingsverband van de Groninger Politieke Jongerenorganisaties (pjo’s) in gemeente en provincie Groningen. Samen proberen deze organisaties jongeren te interesseren voor politiek. Er worden debatten, excursies en politieke café’s georganiseerd. Ook worden scholen bezocht waarbij leden van de verschillende politieke jongerenorganisaties met scholieren in discussie gaan over verschillende onderwerpen. 

Twee actieve “jongeren” van de Partij voor het Noorden, Rienk Ytsma en Hilbert Koetsier, hebben hier afgelopen november en december aan meegedaan en zijn in debat getreden met vertegenwoordigers van: CDjA Groningen (Christen Democratisch Jongeren Appel), DWARS Groningen (Groenlinks Jongeren), JD Groningen (Jonge Democraten 66), JOVD Groningen (Jongerenorganisatie Vrijheid en Democratie, VVD), JS Groningen (Jonge Socialisten van de PvdA) PerspectieF (ChristenUnie jongeren) en Rood (SP jongeren). Bij de debatten zijn meestal vier tot vijf pjo’s en een gesprekleider aanwezig die met elkaar en vooral met de klas in discussie gaan over actuele onderwerpen. 

De eerste keer dat de Partij voor het Noorden meedeed aan een debat was op het Gomarus college in Groningen, waar over ethische onderwerpen als abortus en homohuwelijk werd gediscussieerd, maar ook kwamen stellingen over de Islam, Lonsdale kleding en de zweeftrein aan de orde. In begin december hebben de Partij voor het Noorden- Jongeren ook nog de Vrije School, en AOC Terra (MBO) en meermalen het Zernike college in Haren bezocht. Het project gaat volgend jaar verder op onder andere het Augustinus college. De Partij voor het Noorden wil er dan ook weer aan mee doen. Wij hopen nu maar dat het ook een direct effect gaat opleveren dat jongeren zich meer gaan interesseren voor de noordelijk politiek en dat er in 2005 nog nieuwe jongeren lid willen worden en zich actief willen inzetten met deze scholenprojecten. 


(22 december 2004)

 


Haarm Diek: Ons eerdgas 
door Haarm Diek

Aine van de veurnoamste redens, doar lu om op onze partij stemd hebben, zal t ongenougen west hebben over ons eerdgas. Je heurden mensen t zeggen : 'Lu in t westen vreten de boaten dervan op, terwiel dat wie met nait veul meer as niks ofkomfooid worden.' k Heb nog wel schaarpere oetsproaken vernomen. As t om 'ons eerdgas' handelt, wordt paardie mensen de kop ja votdoadelk sietroun.

De vroage, of d'eerde en heur volhaid van óns is, loat k nou wieder bloots op achtergond metspeulen. k Bepoal mie tou de vroage : Is t gas, dat in onze eerde touholdt, óns eerdgas?

Meschains herinnern we ons, dat zogenoamde bodemschatten aigelk nait an afzonderlieke personen moar an de gemainschoptoubeheuren. Toustanden in landen, doar n aigender van n stuk laand ook de doar ontdekte grondstoffen bezitten dut en den bevubbeld ofkocht worden mot, begeren we hier nait. Dat mag zo wezen as t is, moar in als gevaal heurt, wat onder ónze grond zit, aigelk an onze gemainschop! Moar wel bénnen dij 'ons' van onze gemainschop? d'Oldamsters? De Grönnegers? De Noordelingen? De Hollanders? De Nederlanders? Alerdeegs : d'Europeoanen of ale metbewoonders van onze eerdbol?

Om onze gevuilens op dit punt wat richten te geven, wil k begunnnen met te wiezen op de kolenwinnerij, dij vrouger in t zuden van ons laand belangriek was. Ook wie hebben dervan broekt, en om dij kolen de törf van onze aigen streken alerdeegs voak stoan loaten. t Wil mie nait heugen, dat in dij tieden hier in t noorden protesten heurd werden over d'achterstellen van Broabant en benoam Limburg, de zogenoamde 'Generaliteits-landen'. Bodemschatten doarbeneden in t laand wazzen ons natsjenoal bezit, zo was ons gevuilen; onze kaggels brandden lekker, en de lu doar mozzen zug moar te redden zain. Haren ze doargunder moar nait wonen goan most! En der wer alerdeegs nog wat tegen de misgevolgen doan! Lu bennen ook nooit tevreden...!

Na ja, ons proaten en vief sent? Soamen asmis vief sent weerd, of nog minder... . Aine, dij hebben wil, dat e nog nooit an zukse proaterij metdoan het, het schienboarelk zien mond of bek nog nooit open had.

Holt, törf, kolen, gas ,- waarmtewerelden op zugzölf, dij mekander overlappen en opvolgen, dij van belang bennen, dij tegenstriedege belangen met zug brengen, terwiel dat ze tiedens heur energiebedrieven belangriek blieven.

As wie zukse zoaken overdenken, worden we (n letter i minder!) beschaaidender. Dat ken gain kwoad. Al dat roupen en reren - zunder verholdens in t oge te holden en zunder onze aigen bepaarktheden in anmaarken te nemen - holt niks oet. Moar vaalt der den niks meer over 'ons eerdgas' te zeggen, as dat wie beder onze mond holden kennen? k Stel mie veur, dat t volgende der tou dut.

- De tieden van nou bennen aans as dij van vrouger. Dij haren heur pozetieve en negetieve aigenschoppen, - wie mouten ons in onze aigen tied woar moaken. Doartou heurt, dat wie onzebepaarkte moar rechtveerdege belangen noar veuren brengen en op de veurgrond holden.

- De boaten van t eerdgas bennen nait bloots veur Holland; ze bennen veur t haile laand, ook wiezölf in t noorden hebben der boat van. De gevolgen van d'eerdgaswinnen (boom-doalen, schoa an gebaauwen en zo meer) bennen regionoal; dij mouten onverkört ongedoan moakt worden of aans riejoal vergoud.

- t Is spesjoal de toak van regiopoletiek - nait om de verholdens oet t oge te verlaizen moar - : om de regio nait onder t mous stoppen te loaten, om d'aigen regio metspeulen te loaten in t grode spul van ons laand, ons Europoa, onze eerde! Zölf speulen, soamen met andere regio's!

Haarm Diek

 

Partij voor het Noorden

Secretariaat:
Vossenkamp 124
9675 CM Winschoten
T: 0597 880054
postgiro: 9477607
kvk:02078982
© 2003-2011 Partij voor het Noorden

Perscontacten
Leendert van der Laan
06-40185410


 
 
 
Copyright © 2012 Partij voor het Noorden || tel: 050-3604442, www.partijvoorhetnoorden.nl
Realisatie: WDx2