Nieuwsbrief 27
Groningen, 30 november 2004
VOOR 2005
Mijn binnenkomsten zijn als feest
haast overal in 't land geweest.
Kon ik 't volgende jaar
niet beginnen in 't Noorden,
dan zou ik als mens
de schipper vermoorden,
maar als heiligman
wil ik hierbij verklaren,
dat ik thans beveel
om in komende jaren
rechtstreeks allereerst
naar het Noorden te varen!
Ik wil - gelet
op het alfabet - :
Assen
verrassen
en
Groningen
horen zingen
en
Leeuwarder kelen
mijn lof horen kwelen!
Wat mij nu nog te vermelden rest?
Het oude rijmpje lest is best!
De Sint
Redactie:
Hilbert Koetsier, Dana Kamphorst en Teun Jan Zanen, m.m.v. Haarm Diek, Tjeerd Oliemans en Ubbo-Derk Hakholt
Foto's:
Tjeerd Oliemans en Geert Staats
Kinnensinne
door Teun Jan Zanen
De fractie van de Partij voor het Noorden zit nu bijna twee jaar in de Provinciale Staten van Groningen. Het blijkt niet gemakkelijk, ondanks de bergen werk die verzet worden, een helder geluid echt over het voetlicht te brengen. Wel krijgen we meer greep op de verschillende onderwerpen die provinciaal spelen. Ook ontwikkelen we een scherpere kijk op de actualiteiten. Het lukt evenwel nauwelijks om daarvoor ook publieke aandacht te verkrijgen. Bovendien heb je soms regelrechte tegenwerking van andere partijen. Zo gunt eigenlijk niemand de Partij voor het Noorden enige ruimte om op te komen voor het idee van een veel hechtere samenwerking tussen Groningen, Friesland en Drenthe en de noodzaak van het instellen van een direct gekozen, noordelijk parlement.
Tegelijk met ons verschijnen deed het dualisme haar intrede in de Staten. Vanaf dat moment waren de leden van GS geen volksvertegenwoordigers meer, maar gekozen bestuurders die de opvattingen van de Provinciale Staten dienden uit te voeren. Dat was voor iedereen wennen. Welnu, de ervaringen tot nu toe houden niet over.
Zo werd mij onlangs het woord onthouden naar aanleiding van een ingekomen stuk. Ik wilde een debatje uitlokken over de zweeftrein. Het werd mij niet gegund. Als de andere partijen ermee instemden zou die brief wel in één van de commissies aan de orde kunnen komen. Bij navraag door de voorzitter bleken de geachte fractievoorzitters tegen. Njet, - mij werd de mond gesnoerd. Alleen Groen Links protesteerde. De niet echt gedualiseerde voorzitter speelde het spelletje met de grote partijen mee. Bah! Dualisme?
Interessant was wat Léon Boer naar voren bracht bij zijn afscheid als Statenlid (de combinatie Statenlid, werk en een jong gezin lukte niet, n.b.). Hij zei dat het hem altijd om het debat was gegaan. Dat hij daarin graag de politieke verschillen tussen de diverse partijen trachtte aan te scherpen, met telkens in het achterhoofd dat het uiteindelijk moest uitdraaien op compromissen en op blijvend respect voor elkaar. Prachtig.
Een voorbeeld voor de gehele PvdA-fractie, zou ik zeggen. Maar ja.
Toen Groen Links een Statendebat aanvroeg over de bezuinigingen in het openbaar vervoer, was de PvdA gepikeerd. Toen er ook nog een motie op tafel verscheen met het voorstel vanuit de Staten een lange termijn visie over het openbaar vervoer te ontwikkelen, was de PvdA mordicus tegen. “Kan Groen Links niet zelf een visie ontwikkelen?”, smaalde fractievoorzitter William Moorlag? Of, nadat Henk Moll (Gr.L.) suggereerde dat een werkgroepje vanuit de Staten bouwstenen voor de aanzet voor zo’n visie zou kunnen aandragen, ging deze PvdA-er zelfs zover te stellen dat dan alle politieke partijen wel konden worden opgeheven. Toen ook D66 zich voor de oprichting van zo’n Statenwerkgroep uitsprak (“naast vertegenwoordigers van politieke partijen zijn we tezamen ook de vertegenwoordigers van de Groninger bevolking”), werd ze haast neergesabeld door Jacques Rijploeg van de PvdA. Weinig verheffend deze vertoning.
En wat moeten we nu met de PvdA-brochure over de landbouw in Groningen? Valt daar nog wel over te praten? En waarom dan?
Wat een kinnesinne. Gebrek aan echte openheid nekt het werkelijke politieke denken. En de massale hoeveelheid papier doet de politieke hartstochten haast wegkwijnen. Tijd voor actie?!
Teun Jan Zanen
(30 november 2004)
Grunneger toal
door Teun Jan Zanen
Met het van de grond komen van het Huis van de Groninger Cultuur bruist het van het leven in het Gronings-taalkundig wereldje. Vriend Henk Scholte begint zich meer en meer te voelen als een vis in het water. En dat gaat niet eens ten koste van zijn activiteiten als artiest. Zo trad hij woensdagavond 1 december j.l. op in Stad als Groninger bart, met een”historische ‘tour de chant’ door Groningen”.
Samen met Siemon Reker en anderen werden er de afgelopen periode twee cursussen Gronings gegeven. Ikzelf nam aan de tweede cursus deel. Begrijpend lezen, korte zinnen schrijven, spelling oefenen, grammatica leren, typische woorden leren kennen, poëzie in het Gronings en vele verhalen en anekdotes! Fantastisch, wat leuk. Wat dacht u van ‘Reintje de Vos’ in het Gronings? En ik miste nog “Prikkebain”. Een cursus Gronings volgen (gedurende een zestal avonden) bleek een waar genoegen. Samen met een Limburgse, een verslaggever van Radio-Noord, een echte Westerlinge en enkele echte Groningers, al met al zo’n vijftien personen, hadden we veel leerplezier.
Er blijkt geen algemeen beschaafd Gronings te bestaan. Deze streektaal loopt van gewest tot gewest, met telkens lichte of zwaardere verschillen: het Westerkwartiers, het Hogelands, het Oldambts, het Veenkoloniaals en het Stads. Iets verderop is het geen Gronings meer, maar het lijkt er mirakels veel op. Dan heet het Stellingwerfs of Drents. Iets oostelijker wordt het Platt-Duuts. Verder naar het Zuiden Sallands, Twents, Veluuws en Achterhoeks. Wat een rijkdom.
Pikant is nog dat in de provincie Groningen tot eind vijftiende eeuw Fries werd gesproken. Langzamerhand werd die taal verdrongen door het Gronings, een soort mengsel van Fries, Drents en de taal van de Hanze.
Wat de volgende cursus betreft: van harte aanbevolen!
Teun Jan Zanen
(30 november 2004)
Vanuit statenfractie Groningen
Cultuurnota provincie Groningen 2005-2008
door statenfractie Groningen
Gedeputeerde Staten van Groningen hebben een nieuwe cultuurnota voor de komende jaren gepresenteerd. GS zagen eind 2003 het einde van de looptijd van de vorige cultuurnota aankomen. Zij wilde een nieuwe beleidsnota maken, ondanks dat dit college van GS zichzelf meer als een uitvoerend dan als een beleidsmakend college ziet (sic!). Nieuw beleid op het terrein van de cultuur dus. Tegelijkertijd bedachten de gedualiseerde Provinciale Staten dat zij wel eens van de culturele instellingen in de provincie wilden horen hoe die tegen de provincie en de gehanteerde subsidiepolitiek aankeken. Dat leidde tot een interessante hoorzitting, waar tientallen organisaties hun ei kwijt konden.
Vervolgens presenteerde Gedeputeerde Hans Gerritsen zijn ontwerp-cultuurnota. Dat leidde tot een berg kritiek in de Provinciale Staten. Zodanig, dat de Gedeputeerde toezegde een nieuwe versie te zullen maken. Door de ideeën omtrent het aanstellen van een soort kunstpaus en een stuk of wat "kunstaanjagers" te laten varen kwam er weer financiële ruimte vrij om een aantal bedreigde instellingen alsnog te kunnen subsidiëren. Welnu, de nieuwe versie van de cultuurnota was een stuk beter, ook in onze ogen.
De nieuwe nota bespreekt drie soorten gewenste cultuuruitingen: creatieve netwerken ("bereik door verankering"), het verhaal van Groningen ("identiteit door ontwikkeling"), en dynamiek in de kunsten van stad en regio ("profiel door dynamiek"). Bij dat eerste punt gaat het om het versterken van het organisatorisch vermogen van de verschillende regio's, o.a. om ook grotere projecten mogelijk te maken en om de ontwikkeling van de amateurkunst te bevorderen. Via creatieve netwerken in de diverse regio's en één culturele "werkplaats" in de stad wil GS deze zaken helpen mogelijk maken. Bij het tweede punt gaat het om de instandhouding en bevordering van de taal en de cultuur van Groningen. De vele instellingen op dit terrein worden direct in hun functioneren gesteund (n.b., de Stichting Orgelland en het Steunpunt Monumentenzorg die hun subsidie dreigden te verliezen komen nu toch aan de bak). Bij het derde punt wil het college de culturele dynamiek in de provincie Groningen bevorderen (via het stimuleren van nieuwe initiatieven, het benutten van de vernieuwende potentie van de topinstellingen en het betrekken van talenten bij initiatieven). Om op nieuwe dingen voorbereid te zijn is de pot ‘incidentele activiteiten’ opnieuw ingesteld.
De Provinciale Staten hebben de nieuwe nota toegejuicht, met als opmerking dat er misschien nog wel een soort huis voor de cultuur zou kunnen komen, als adviserende instantie voor alle kunst- en cultuurinstellingen. Die zou dan mooi ook kunnen adviseren inzake subsidieverstrekkingen.
Toch bleken er nu nog een aantal belangwekkende organisaties buiten de boot te vallen (o.a. het Haydn Jeugd Strijkorkest, de stichting Vertellus, het koor Capella Frisiae, het Jonge Harten Festival, Paradox, het Museumhuis, het klooster Ter Apel en het Gronings Audiovisueel Archief). Hopelijk ziet de Gedeputeerde kans ook die instellingen alsnog te subsidiëren. Wij zullen ons daar in elk geval hard voor maken.
De provincie Groningen zet terecht hoog in via dit nieuw cultuurbeleid. Dat is mede het geval omdat zij – met ons - van mening is dat een goed cultureel klimaat ook goed is voor de bedrijvigheid en de economie van Noord-Nederland.
(30 november 2004)
Met de trein van Leer naar Harlingen-Haven..?
door Hilbert Koetsier
Sinds kort is er nieuwe hoop dat er ooit een doorlopende treinverbinding komt van Harlingen-Haven, via Harlingen, Leeuwarden en Groningen naar het Duitse achterland (Leer en verder). Op 9 november jl. is besloten dat vanaf eind 2005 de dienstregelingen op alle Groningse en Friese spoorlijnen door één vervoerder (NoordNed of een ander) zullen worden uitgevoerd. Daarnaast mag dezelfde vervoerder na 2005 ook het treinverkeer regelen tussen Groningen en Leer (Duitsland) – dus zonder overstap in Nieuweschans! Dat gaat de goede kant op, - of toch niet...
Twee weken na het net genoemde besluit dreigt de provincie Friesland roet in het eten te gooien. De provincie wil mogelijk stoppen met de spoorlijn Harlingen – Harlingen-Haven. Dat komt omdat het Ministerie van Verkeer en Waterstaat wil dat alle spoorwegovergangen ‘ongelijkvloers’ worden. En dat gaat hen veel te veel kosten, vindt Friesland. De opstelling van het rijk dreigt de goede samenwerking tussen Groningen en Friesland weer eens te ondermijnen.
Hoe dat kan? Wel, de Groningse en Friese ambtenaren die over het spoorvervoer gaan, zijn het niet met elkaar eens. Waar dat precies aan ligt is niet helemaal duidelijk, maar het creëren van één spoorweggebied lijkt erg veel moeite te kosten. Daarmee dreigt door gekissebis tussen de twee provincies dreigt een goed, integraal spoorwegsysteem in Noord-Nederland en Noord-West-Duitsland te mislukken. Het spoorvervoer heeft het financieel al moeilijk; nu zal een falende overheid het toch niet de das om doen?
Kom op, Friesland en Groningen, - werk samen! Vorm een blok en eis van Den Haag je evenredige deel van het geld voor openbaar vervoer op! En zorg samen voor een vloeiende, passagiervriendelijke Oost-West-spoorverbinding in ons Noorden!
(30 november 2004)
Assen gastheer op eerste jaarlijkse conferentie van Hanse Passage
Uitdagingen voor regionale economieën na uitbreiding EU
door Tjeerd Oliemans (foto's ook Tjeerd Oliemans)

Commissaris der Koningin Relus ter Beek opende op 18 november in het Provinciehuis van Drenthe de eerste jaarlijkse conferentie van de Hanse Passage. Aan Hanse Passage, dat in april 2003 van start ging, doen sinds de recente uitbreiding van de Europese Unie 15 voornamelijk aan zee gelegen regio's in 6 EU-landen (UK, Nederland, Duitsland, Frankrijk, Polen en Letland) volwaardig mee. Voor Nederland zijn dat de provincies Groningen, Fryslân, Drenthe, Overijssel, Flevoland en Noord-Holland. Aan de hand van 25 tot 30 projecten kunnen de deelnemende regio's kennis en ervaring uitwisselen en leren van elkaars beleidsstrate-gieën. Andere doelen zijn het versterken van de evenwichtige en duurzame ontwikkeling in de regio's en het samen werken aan de verbetering van het concurrerend vermogen van de regio's. De laatste projecten moeten in 2007 zijn afgerond.
De Hanse Passage vormt als Regional Framework Operation (RFO) een onderdeel van het Europese Programma Interreg IIIc en wordt hier ook grotendeels uit betaald. Interreg IIIc wordt op zijn beurt gefinancierd door een van de structuurfondsen, het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling.
Thema's
De volgende thema's spelen een rol bij de projecten:
A) Introductie van nieuwe vormen van openbaar bestuur
B) Bevordering van sociaal-economische planning
C) Bevordering van innovatie en ontwikkeling van het potentieel op de arbeidsmarkt
Projectvormen
Voorbeelden van belangrijke projectvormen zijn workshops, conferenties, studiereizen en vergelijkende analyses.
Participanten in projecten
Als indieners van projecten moet je denken aan regionale en lokale overheidsorganen en hun volksvertegen-woordigingen, grensoverschrijdende samenwerkingsverbanden, Kamers van Koophandel, politieke partijen, NGO's, universiteiten, onderzoeksinstellingen, semi-overheidsorganen, koepels van vrijwilligersorganisaties, etc.

En zo werd er dus een eerste balans opgemaakt in Assen. CdK Ter Beek (PvdA) vroeg zich in zijn openingsspeech af waarom het Europese enthousiasme is verkeerd in cynisme. Hij wist naar eigen zeggen het antwoord niet. (Misschien komt de CdK nooit incognito in de kroeg, want dan had hij kunnen weten hoe de meeste „gewone“ mensen over de EU dachten en denken, en waarom. En dan heb ik het nog niet eens over eurocritici als Paul van Buitenen of de econoom Arjo Klamer (mede-oprichter van de Vereniging Democratisch Europa, www.democratisch-europa.nl), die al sinds jaar en dag wijzen op de duistere kanten van de Europese Unie).
De CdK noemde Hanse Passage (HP) een ambitieus programma, waarvoor relatief weinig geld op de begroting staat. (Mij lijkt het bedrag van 8,7 mln Euro voor het hele HP-programma gewoon peanuts. De helft alleen al zou naar verluidt opgaan aan reiskosten). Ter Beek signaleerde verder groeipijnen bij HP als gevolg van financieel-administratieve procedures. Maar hindernissen waren er om te overwinnen, samengroeien kostte nu eenmaal tijd. En dat met een evenredige inbreng in de EU voor alle leden en een veelkleurig palet van opvattingen. Wederzijds vertrouwen wekken was het devies.
Na deze en andere ware en wijze woorden van de Commissaris volgde een rij van sprekers (m/v) uit de diverse regio's, die het bijvoorbeeld hadden over specifieke producten uit hun streek. (Zie voor het thema 'streekproducten' ook de Locomotie, jrg. 6, nr. 24, nov. 2004). Zo kon je je kennis van het Frans toetsen aan de even charmante als rappe tong van mevrouw Camille Destans uit Haute-Normandie. Ooit bracht ik een warme zomer bijna dagelijks door met het zo goed mogelijk pogen te vertalen van een uit alexandrijnse versvoeten opgebouwd sonnet uit Les Fleurs du Mal, samen met Beaudelaire-deskundige Petrus Hoosemans. Maar dat was lang geleden. Nu liet ik mij graag bedienen door een team ervaren simultaanvertalers – in het Engels, de lingua franca van Hanse Passage. Zodoende begreep ik via de hoofdtelefoon toch haar speech en die van de heer Kazimierz Klawiter uit Polen en de dames Maya Vimba (dagvoorzitter na Relus ter Beek, gemeenteraadslid van Riga, hoofd van het departement Olie en Gas van het Letse Ministerie van Economische Zaken) en Inga Berzina (directeur van een organisatie ter ontwikkeling van de regio Kuldiga, lid van het Steering Committee van HP) uit Letland. Ik waande me weer even in de collegebanken bij het betoog van professor Egbert Weever van de Universiteit Nijmegen. Een blik op de congresgangerslijst leerde dat er vooral vertegenwoordigers uit de ambtenarij, de politiek of de organisatie van Hanse Passage aanwezig waren.
Toch hielden ook enkele topaapjes uit ondernemersland een verhaal over hun interregionale ervaringen. Wegens zijn jolige aanpak, die het goed deed bij de conferentiegangers - zo'n seminar is interessant, maar ook vermoeiend - wil ik noemen Seamus Quinn (directeur van Chem Resist Europe uit Dewsbury). Zijn bedrijf zette een filiaal op in Tsjechië. Dit bleek een groot succes. De Tsjechen werkten goed, maar bovenal hielden ze net als de Ieren van een pilsje, zodat de interregionale samenwerking vanuit sociaal oogpunt gezien van meet af aan niet meer stuk kon. (Zoals velen wel zullen weten, komt het woord 'pils' van de Tsjechische plaats Plzen, (door de Südeten-Duitsers Pilsen genoemd), waar vanouds bier wordt gebrouwen).
In de pauzes hielden Teun Jan Zanen en ik ons bezig met alle finesses van het netwerken, waarvoor dit congres tenslotte bedoeld was. TJ kende al heel wat mensen. Zelf maakte ik veel foto's, o.a. van een enorme wandschildering van Corneille in het gebouw waar mijn vader ooit voor de Provincie werkte en waar hij in de jaren zeventig via een raam ontsnapte aan een bezetting door Molukkers. In ongedwongen sfeer kon ik tevens praten met een Statenlid uit Twente over de vaak dubieuze kwaliteit van de journalistiek en met een van de gastsprekers, Henk Bleker. Deze kennen we als Gronings CDA-Gedeputeerde, maar nu ook als voorzitter is van de Monitoring Board van de Hanse Passage. De noordelijke inbreng bleek substantieel, want de provincie Groningen draagt als Leadpartner de eindverantwoorde-lijkheid voor de uitvoering van het Hanse Passage Programma. Het is nog mogelijk nieuwe projecten in te dienen. (Zie ook www.hanse-passage.net).
(30 november 2004)
Nedersaksisch in beweging
door Hilbert Koetsier
Op 26 november jl. hield de stichting Streektaal Organisatie in het Nedersaksisch Taalgebeid (SONT) in Ommen een discussiemiddag over de status van het Nedersaksisch – ofwel het ‘plat’. Varianten van het Nedersaksisch worden in een heel groot gebied in Nederland en Duitsland gesproken; in Groningen, Drenthe, Overijssel, Gelderland, en bijna heel Noord-Duitsland (inclusief Hamburg en Berlijn).
Een wetenschapper uit Hamburg, Dr. Goltz, gaf een lezing in zijn eigen Nedersaksische taal – wat voor de gemiddelde Groninger goed te volgen is. Hij noemde drie voorwaarden voor de instandhouding van deze taal: de ‘platsprekers’ moeten achter hun taal staan; de niet-sprekers moeten er positief tegenover staan; en de wetenschap en politiek moeten serieus met de taal omgaan. Daarmee was het thema van de middag gezet.
In Nederland speelt momenteel de discussie over de status van het Nedersaksisch. Er is een Europees Handvest voor minderheidstalen en in dat handvest valt de taal in het zogenaamde ‘deel twee’. Dat betekent min of meer: ‘bijna geen status’. Het Fries bijvoorbeeld, valt onder ‘deel drie’ en wordt daarmee beter door de wet beschermd (het is de tweede landstaal). De vraag is of het Nedersaksisch ook onder deel drie moet vallen.
Vertegenwoordigers van SONT hebben hierover met de politiek gesproken, maar die blijft lauw reageren. Bert Middel, Eerste Kamerlid voor de PvdA, sprak op deze middag in Ommen uit, weinig hoop te hebben voor de toekomst van het Nedersaksisch. In het dagelijks gebruik ‘past’ het te vaak niet, of het komt er niet van het te spreken, zo vindt Middel. Ook de politiek neemt de taal niet serieus genoeg. Provinciale en landelijke bestuurders die het Nedersaksisch als moedertaal hebben, zouden de taal vaker in debatten moeten gebruiken. Bovendien moet het onderwerp ‘streektalen’ niet, zoals nu, onder het ministerie van Binnenlandse Zaken vallen, maar onder Cultuur!
Na de lezingen volgde een debat tussen zaal en sprekers, geleid door Henk Bloemhoff (zie hieronder). Eén van de conclusies van het debat was dat in het hele Nedersaksische taalgebied de taalfunctionarissen meer moeten samenwerken en een duidelijker geluid moeten laten horen naar de nationale en Europese politiek. De opname in deel drie van het Handvest zal op zich uiteindelijk weinig bepalend zijn voor de instandhouding van het ‘plat’, dat nu nog, alleen al in Duitsland, door acht miljoen mensen gesproken wordt.
(30 november 2004)
Stellingwarfs: nog een belangrieke tael in et noorden
door Henk Bloemhoff
Behalven et Fries, Grunningers en Drents is d’r nog een aorige tael in et noorden, die in Grunningen en Liwwadden misschien wat minder bekend is, mar die toch vaeke in beeld komt: et Stellingwarfs. Et Stellingwarfs moet toch al gauw een duzend jaor praot wodden in Oost- en West-Stellingwarf, de beide uutgestrekte gemienten in et zuudoosten van Frieslaand, mit elk wat meer as 25000 inwoners en mit as heufddörpen Oosterwoolde en Wolvege. Vanoolds gaot et om et gebied Stellingwarf, dat tot 1504 een onofhaankelike republiek was mit een eigen demekraosie. In dat jaor wodde et deur et Duutse hof bi’j et Friese Frieslaand daon.
De Stellingwarver tael is Nedersaksisch, en liekt op et Zuud-Drents en Sallaans. Ok in de gemiente Stienwiekerlaand wodt Stellingwarfs praot, en ok in Westenveld, in Drenthe. Al mit al haost een gebied as de perveensie Utrecht. Deurdat de Stellingwarvers in et gebied Stellingwarf begin jaoren zeuventig zels heur strukturen opbouwd hebben, is heur beweging veural in Oost- en West-Stellingwarf te marken. Sund 1978 is d’r een eigen streektaelinstituut, de ‘Stellingwarver Schrieversronte’. Daor willen ze de eigen tael zo goed en zo vule meugelik vaasteleggen, en et bruken zo vule as meugelik is anvieteren. Ondergetekende was vroeger veurzitter en warkt sund 1991 as taelkundige veur de stichting. Hi’j schreef et grote, vierdielige Stellingwarfs Woordeboek. Dat het meer as 3800 bladzieden is daormit zeg mar de grote Van Dale veur et Stellingwarfs. Behalven een boel woorden, staot d’r van alles in over de uutspraoke, en bin d’r hiel vule zeggies, uutdrokkings en zo in te vienen.
De Stellingwarvers stonnen mit veuran doe et Nedersaksisch in 1995/1996 erkend wodde as regionaole tael in et kader van et Europees Haandvest. Zi’j wollen dreks onder diel III, en hoewel de gemienten dat ok wollen, en de perveensies Grunningen en Drenthe ok, besliste Den Haag tot diel II, mit de belofte dat ze daornao riegelmaotig weerommekommen zollen op een overgang naor diel III. Dat dat laeste an now toe niet gebeurd is, is iene van de grootste argernissen van de Stellingwarvers. Butendat, et Fries moch wel onder diel III, mar heur tael niet. Ok de gemientelike overheden, die de stried al steunen sund 1994-1995, willen liever vandaege as morgen de erkenning. De gemienten hietten eerstverantwoordelik veur et Stellingwarfs, de perveensie voert een ‘volgend beleid’, zoas ze dat numen. De bekende Pieter Jonker is direkteur van et streektaelinstituut, Sietske Bloemhoff warkt d’r veural veur et basisonderwies. Veur meer zie www.stellingwarfs.nl.
Henk Bloemhoff,
streektaelfunktionaoris Stellingwarfs

(30 november 2004)
Haarm Diek: Schelden, dat zeer dut
door Haarm Diek
De noame van onze minister-president wer en wordt deur paardie lu veranderd en den bepoald nait mooier moakt. Jan Peter Balkenende wordt den voak met ielenne in verbaand brocht. Nou heb k nooit van Balkenende zien partij west. Moar wat n gekoop gedounte! Zukswat ken je ja met elke noame wel doun (oetvreten). Wat veurbeelden. Dij nait zo van Seth Gaaikema genoten, nuimden hom Get Saaikema. In de poletiek van t laand: Kebouter Bosjesman; Het loden lijk Kabaal of De loden pijp Lawaai; Rameinusse; Hennie Vaalsema; Dij's te riek. Of denk bie onze partij an meugelkheden as Zeun van Hanen; Killer met sier; of in onze Nijsbraif bie mien stukkies an: Daarm Liek.
k Wil moar zeggen: dou der nait an met! t Is ja zo gekoop.Aargementen bennen van belang en doun der tou. Dij maggen nait deur scheldnoamen vervangen worden. Dat is ja ook veuls te makkelk. Je begunnen dermet, dat je met joen toal speulen, wat op zug ante bevelen is. Moar je hoalen derden n gloepstreke met oet. Zekerliek, je hébben n vondst doan. Moarjoen gebroek van dij vondst is gemain. As je de medioa kundeg inschoakeln en t volk tiedens kongrezzen en stoakens te bespeulen waiten, ken t gebeuren, dat zukse scheldnoamen in stee van aargementen komen, of dat ze de swakte dervan verbaargen mouten.
t Wil mie heugen, dat k as kind in Grönnen op stroade noaroupen wer as: schele, om dat k haar n brille op. k Dailde dat lot met andre jonges, dij veur rooie oetscholden werren, nait om dat ze kwamen oet n rood nust moar ze haren rood hoar, en dat was doudestieds schienboarelk nait in de mode. – Zai en ik ruipen den weeromme: 'Schelden dut nait zeer!' Moar dat schelden dee aal zeer, hou groot wie ons ook gedruigen. k Wait nog, hou k derop sloagen heb, dou aine t neudeg von om wat over mien voader te roupen (eerst mien brille vaaileg stellen, den der op of...).
Meugelk mot der benoam in de poletiek acht op geven worden, of schelden bloots oet onfersoun doan wordt (ook den heurt t nait bie t poletieke affeer) óf dat t daint om scheel an aargementen te verbaargen. - k Zol in aals gevaal zeggen: wie as Partij voor het Noorden doun der nait an met. Op zug is scheel an aargementen gain reden tot schoamte. Zuks ken veurkomen, en is den normoal. Den huiven we zukse scheel ook nait verbaargen goan. En dag en deur huiven wie n gebrek an aargementen ja ook nait te verbaargen en hebben wie dij, bie de vleet! - Onder de bedrieven van onze poletiek mout we derop verdocht wezen, as andern t verkeerde woapen van schelden aal broeken, of dij andern nou rechtsen, linksen of middenmoters bennen. Moar we kennen heur niks noageven, as we der zölf an metdoun.
Aargementen bennen belangriek bie t poletieke handeln. En as wie (nog) gain dege aargementen hebben, is zuks gain schaande, en ook gain reden om ons – juust ook as jonge en klaaine partij – veur te schoamen. Erelkhaid en wieder zuiken is van meer weerde as zug groot veurdoun en roupen met (scheld-)woorden, dij gain andre betaiken hebben as leeg-bie-de-grondse oflaaidensmeneuvels.
Soamengevat: schelden dut aal zeer. t Dut benoam ook aine, dij zölf scheldt, zeer. Dij zien toalstreken bennen ja bepoald gain veziedekoardie veur zien persoon en kunde, of n anbevelen veur zien omgeven, dij zuks toulat.
Haarm Diek