Home > Nieuwsbrieven > Nieuwsbrief 25
Nieuwsbrief 25 PDF Afdrukken E-mail
woensdag, 16 december 2009 13:38
AddThis Social Bookmark Button

Nieuwsbrief 25

Groningen, 30 september 2004

foto: Tjeerd Oliemans

 

De Partij voor het Noorden weer in en aan de slag

Voor u ligt alweer nummer 25 van de Nieuwsbrief. De zomer is definitief voorbij.
Al vanaf eind augustus zijn we weer actief. Bijvoorbeeld rondom de zweeftrein of het boren van gas van onder de Waddenzee, met demonstreren tegen de afbraak van het regionaal beleid naar het Noorden door staatssecretaris Van Gennip en met het mee vormgeven van een goed cultuurbeleid.
En dat terwijl de Europese verkiezingen nog maar net voorbij zijn. Het bestuur van de Partij voor het Noorden is volop bezig om uit onze deelname en het behaalde resultaat conclusies te trekken. Voor de hand ligt de stap om als Partij voor het Noorden nu ook in Drenthe en Friesland actief te worden. Uiteraard zullen we de nieuwe leden en sympathisanten daar direct bij betrekken. Jullie hoort nog van ons.
Laten we er met z’n allen maar weer lekker tegenaan gaan. De regie in eigen (Noordelijke) hand!

Teun Jan Zanen

Redactie:
Dana Kamphorst en Hilbert Koetsier, Teun Jan Zanen, m.m.v. Haarm Diek

Foto's:
Tjeerd Oliemans en Geert Staats

 

 


Laat het Wad niet zakken! Doe mee met de actie! 
door Teun Jan Zanen

Op 22 oktober a.s. gaan we actie voeren voor de Waddenzee. Hoezo? Wat is er aan de hand? Wel, Zalm en consorten hebben het gemunt op de extra aardgasbaten die de staat zullen toevloeien als de NAM gas gaat winnen van onder de Waddenzee. En de NAM (lees Shell en Esso) wil o zo graag, dat fleurt hun reputatie op en maakt hun investeringen daar alsnog lekker rendabel. De provincies Noord-Holland, Friesland en Groningen hielden de poot stijf: niet boren vanwege de mogelijke aantasting van het milieu van de Waddenzee. Toen kwam er een commissie Meijer en die zei: als je de hand aan de kraan houdt kun je rustig gas gaan winnen. Zakt de boel teveel weg dan draai je toch gewoon de kraan dicht? Om de provincies te verleiden stelde de commissie voor €800 miljoen vanuit die aardgaswinsten in een speciaal potje te stoppen, om te investeren in het onderhoud van het Wad en in nieuwe duurzame energieprojecten.

De colleges van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland en Friesland vielen daarop om, Groningen hield de poot stijf (maar verspeelde volgens Jacques Wallage daardoor € 300 miljoen ). Het rijk lijkt zich verder van de mening van de noordelijke inboorlingen overigens niets aan te trekken. Inderdaad ging ze op een € 500 miljoen-gift (het nieuw te creëren Waddenfonds) zitten, overigens vooral ter financiering van achterstallig onderhoud dat zijzelf eerder had doen ontstaan. 

Weg met dat Haagse beleid!
Op 22 oktober om 19.00 uur gaan we het Wad symbolisch beschermen. Onder de leus “Laat het Wad niet zakken!” worden alle tegenstanders van deze gaswinning opgeroepen met een brandende fakkel, een zaklantaarn, een scheepslamp, of iets dergelijks plaats te nemen ergens op de dijk van de Waddenzee. 

Van Den Helder tot de Eemshaven en van Texel tot Borkum (zie kaartje) “omarmen” de deelnemers aan deze actie de Waddenzee met een oplichtend lint van diverse lichtbronnen. Juist door de Waddenzee in het licht te zetten symboliseren we allen het belang van de Waddenzee als natuurgebied. Ook de Partij voor het Noorden roept haar leden en sympathisanten op zich bij deze actie aan te sluiten. Geef je daartoe op via info@fakkelactie.nl Telefonisch kan ook, via 06-51210747 (Joke Stoop).

Teun Jan Zanen, fractievoorzitter


(30 september 2004)

 

 


Uitzetbeleid 
door Teun Jan Zanen

Mevrouw Verdonk heeft, bij de start van haar ministerschap, een generaal pardon afgekondigd voor “vreemdelingen”. Zelfs Pim Fortuyn had dat idee al op zijn agenda staan: als mensen hier al jaren wonen zijn ze veelal volledig geïntegreerd en is het achterlijk ze het land uit te zetten. Helaas, Mevrouw Verdonk was minder barmhartig dan ze zich voordeed. Het aantal personen dat een pardon en daarmee een verblijfsvergunning kreeg werd uiterst beperkt. Dus geen generaal pardon. Inmiddels begint ze werk te maken van het uitzetten van deze “vreemdelingen”. Burgemeesters en Commissarissen van de Koningin worden betrokken bij dat uitzettingsbeleid. Mensen zonder verblijfsvergunning worden actief uit hun woning of caravan gezet. Op straat, of tegenwoordig desgewenst in een opvangcentrum (Ter Apel). De burgemeesters willen eigenlijk niet meewerken aan dit hardvochtige, asociale beleid, maar de druk neemt toe. Uw buurvrouw (sinds jaar en dag), de speelkameraadjes van uw kinderen, de voetballertjes uit de buurt, de student op de Hanze Hogeschool (nu getrouwd met een Nederlandse vrouw), zij allen dreigen opgepakt te worden. Het lijken wel razzia’s à la de tweede wereldoorlog. 

De Partij voor het Noorden ontving een noodkreet van Jacob Sharqi, de hiervoor aangeduide HBO-student, getrouwd met een Nederlandse vrouw en al zeven jaar woonachtig in Groningen. Hij is afkomstig uit Iran, waarheen hij niet terug kan, omdat hij daar dan direct in de gevangenis wordt gegooid vanwege politieke subversie. Helaas vindt de Nederlandse regering Iran een “veilig” land en erkent ze zijn politieke vluchtelingschap niet (wel dat van zijn broer overigens). Zijn verblijf hier blijft dus aan een zijden draadje hangen. Wat is Nederland naar zijn beleving een ongastvrij en onbarmhartig land.

Ook ontvingen wij een brief van S. Abbosh, een Irakees woonachtig in Sneek. Hijzelf en zijn ouders werden in Nederland toegelaten als politieke vluchtelingen van het Sadam Hussein-regime. Zijn broer zat toen in de gevangenis. Die is daar toen uitgekomen, maar had huis noch familie meer in Irak. Vandaar dat ook hij naar Nederland wilde. Geen denken aan dus. Hij werd als “terrorist” behandeld door de Nederlandse ambassade. Geen enkele kans om naar Nederland te mogen. Dus van Nederland als tolerant land, waar vluchtelingen van elders welkom zijn, blijkt ook nu weer niets meer over te zijn.

Leven we eigenlijk nog wel in een beschaafd land? Met mededogen voor wantoestanden elders in de wereld? En met gastvrijheid voor politieke vluchtelingen? Balkenende hoe zit het met jouw normen en waarden?

Teun Jan Zanen, fractievoorzitter


(30 september 2004)

 


Algemene beschouwingen Partij voor het Noorden 
door Partij voor het Noorden statenfractie Groningen

Samenwerking of niet? 
Recentelijk waren er twee onderwerpen waarover binnen het Noorden van mening werd verschild.

(1) de exploitatie van aardgas van onder de Waddenzee. Was er, wat de exploitatie van het Waddengas betreft, een duidelijk noordelijk front tegen die winning, daarna viel die eenheid uiteen. De provinciale staten van Groningen koos de opstelling “geen gas exploitatie vanwege de mogelijke risico’s voor het milieu”. Het kabinet bood ondertussen € 500 miljoen voor een in te stellen Waddenfonds. En toen viel het CDA in Fryslân om. Vanwege die centen, maar vooral ook vanwege hun binding met Balkenende. En lachen dat ze doen in Den Haag...

(2) de Zuiderzeelijn. Ook zo’n schimmige zaak, zeker voor de burgers. Het gaat om een snellere verbinding per spoor of zweefbaan tussen Groningen en A’dam / Schiphol. In Friesland zag men van stond af aan die zweeftrein niet zo zitten. Dit thema speelde, in tegenstelling tot in de provincie Groningen, in Friesland een belangrijke rol in de Statenverkiezingen. Ook tijdens de collegeonderhandelingen in Friesland speelde deze kwestie een belangrijke rol. 

Uiteindelijk heeft de Friese politiek het recht geclaimd om een referendum over dit onderwerp te mogen organiseren, waarbij, bij een duidelijke afwijzing door de Friese bevolking, Friesland zonder verdere consequenties af zal mogen haken. Welnu, de andere partners in het Zuiderzeelijn project hebben deze opstelling geaccepteerd. Wat daarmee dreigt, is chaos en onderlinge ruzie in de noordelijke verhoudingen. 

En waarom heeft de stuurgroep Zuiderzeelijn eigenlijk niet het lef gehad om de bevolking van alle provincies en gemeenten echt volop te betrekken bij de ontwikkeling van deze nieuwe infrastructuur en hen ook een stem gegeven in de definitieve besluitvorming? 

Blijft het regionaal beleid overeind?
In een recente brief aan de algemeen bestuursleden van het Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN), lijkt het dagelijks bestuur zich neer te leggen bij het onvermijdelijke: de koersverandering van kabinet en Europese Commissie. Aanbevolen wordt te zoeken naar nieuwe wegen om de potenties van Noord-Nederland niet verloren te laten gaan. De Partij voor het Noorden onderschrijft dit realisme en acht het inderdaad nodig dat Noord-Nederland een nieuwe positie ten opzichte van Den Haag ontwikkelt.

En toen was er plotseling de actie van het SNN om te demonstreren tegen staatssecretaris Van Gennip. Dus toch geen acceptatie? En dat nota bene onder de Lubberiaanse leuze: “geef het Noorden de kans het werk af te maken”. De Partij voor het Noorden is het faliekant oneens met dat “afmaken”. Er is een blijvende, permanente inspanning nodig om de regionale sociaal-economische ontwikkelingen in dit landsdeel in goede banen te leiden. En als Den Haag afhaakt, betekent dat, dat Noord-Nederland meer als zelfstandige regio zich zal moeten bekommeren om de groei en bloei van het eigen gebied. 

Dan moeten we een eigen kijk ontwikkelen op de toekomst. Misschien moeten we onze positie dan minder definiëren als overloopgebied van de Randstad, maar meer als een interessante Europese regio die de vleugels wil uitslaan. Uitgaande van de eigen economische bedrijvigheid moeten nieuwe ontwikkelingskansen worden gezocht. Nodig is daarbij een structurele financiering van een dergelijk beleid. Dat kan gevonden worden als het rijk Noord-Nederland een eigen belastinggebied zou gunnen (vergelijk de situatie in Schotland) en/of als het rijk het Noorden structureel een deel van de aardgasbaten voor bovenstaand doel zou doen toekomen. 

Perspectief
Hoe gaat het met Noord-Nederland? Redelijk goed, als je de verhalen rondom het regionaal beleid moet geloven. Dat gaat tegenwoordig overigens vooral om economische zaken. Toch blijkt het gevoerde beleid niet altijd het verwachte effect op te leveren. Zo was het International Business Park Friesland bij Heerenveen een dikke miskleun, zo erkent iedereen nu. 

En gaat het wel zo goed? De langzame teloorgang van het Philips-concern in het Noorden is een illustratie van het wegvallen van veel industriële werkgelegenheid. En ook voor de landbouw geldt, dat het aantal mensen dat in die sector werkzaam is, gestadig blijft dalen.

Richard Florida, een regionaal econoom, publiceerde in 2002 een boek, getiteld: ‘the rise of the creative class’. Hij wijst op een trend waarbij grotere bedrijven in toene-mende mate die bevolkingsconcentraties met een vestiging vereren, waar sprake is van een grote concentratie van leden van de ‘creative class’ (wetenschappers, innovatieve ondernemers, architecten, schrijvers, musici, enz.) kortom, “een klasse van vrij bewegende individuen die hun geld verdienen met het vermogen nieuwe ideeën te genereren en te implementeren.” Als hij gelijk heeft, is het investeren in cultuur, wetenschap en techniek dus het meest verstandige regionale beleid dat je je kunt voorstellen. 

Doe je dat, dan zal dat zeker, relatief gezien, een concentratie op de stedelijke gebieden in het Noorden betekenen. Deze nieuwe impuls voor het regionaal beleid, ontbreekt vandaag de dag nog in de ideeën over de kansrijke sectoren en het aanbevolen regionaal beleid. Iets om aan te werken?

En dan is er ook nog het verbreden van onze horizon. Ons inziens zal samenwerking van geheel Noord-Nederland met Ostfriesland, ons extra bewust maken van het eigen culturele erfgoed. Dat zou zeker ook aanleiding kunnen zijn om nieuwe, gezamenlijke kansen te formuleren. We kunnen ons, mede daardoor geïnspireerd, op termijn mogelijk tot een waardevolle en waarachtige Europese regio ontwikkelen. 

Groningen, 8 september 2004
Statenfractie Groningen



(30 september 2004)

 


Pieken in de Delta
Gebiedsgerichte economische perspectieven; ruimte voor ondernemen. 

door Aleid Brouwer

Gedurende het zomerreces zorgde staatssecretaris Van Gennip met haar nota ‘Pieken in de Delta’ nogal voor wat opschudding. Maar wat staat er nu eigenlijk in deze nota en waarom is dit van belang voor de Partij voor het Noorden? In dit artikel een samenvatting van de nota en een korte reactie van de fractie.

In deze nota is Nederland opgedeeld in 6 gebieden met ieder een eigen perspectief; Noord Nederland is er één van. Deze regio’s moeten ieder op hun eigen manier bijdragen aan de ambitie van de overheid om van ons land een concurrerende en dynamische economie te maken. Deze ambitie houdt onder meer in dat het groeivermogen van de Nederlandse economie hersteld moet worden, samen met een versterking van het vestigingsklimaat, wat maatregelen op een breed terrein zal vergen. 

Omdat de economische structuur van de Nederlandse regio’s geschakeerd is, zal er regionaal maatwerk moeten worden toegepast, de zogenaamde gebiedsgerichte maatregelen. De overheid wil namelijk nieuwe economische kansen scheppen op terreinen waar nu sprake is van marktfalen en op deze manier de economische groei in alle regio’s stimuleren door regiospecifieke kansen van nationaal belang te benutten. Het motto ‘efficiëntie boven rechtvaardigheid’ voor regionaal beleid van de overheid gaat nu dan ook daadwerkelijk gebeuren. In de nota staat dat het nationale groeivermogen versterkt wordt door de pieken (comparatieve voordelen van regio’s) te benutten in plaats van het egaliseren van achterstanden, wat tot nu toe het doel van regionaal beleid is geweest.

Om dit te bereiken moeten provincies en gemeenten de economische kansen in hun eigen regio zelf benutten. Om de pieken in de delta aan te geven heeft het kabinet economische kerngebieden benoemt, die zich karakteriseren door de aanwezigheid van de belangrijkste concentraties stuwende werkgelegenheid, aanwezigheid van één of meerdere universiteiten en/of belangrijke relaties met de twee mainports (Schiphol en de haven van Rotterdam). Het zwaartepunt van de Nederlandse economie ligt volgens de nota in het Westen: daar wordt op 25% van het Nederlandse grondgebied 50% van het binnenlands product verdiend. De dichtheid van de stuwende werkgelegenheid in het Oosten, Noorden en Zuidwesten is duidelijk lager. Voor Noord-Nederland, wordt in deze nota maar één economisch kerngebied genoemd; Groningen-Assen.

De overheid wil dat alle partijen samen een economische visie ontwikkelen op de knelpunten en kansen van een regio, zodat samenhang en synergie in beleid kunnen ontstaan. Het doel is meer inhoudelijke en bestuurlijke samenhang te brengen tussen de diverse ruimtelijke investeringen. Om een goed resultaat te behalen is immers gerichte inzet van mensen en middelen nodig op gezamenlijke prioriteiten. Hierom wil het kabinet zich samen met andere overheden en bedrijven richten op de volgende nationale prioriteiten 

- Internationaal concurrerende mainports
- Economische kerngebieden 
- Topprojecten bedrijventerreinen 
- Prioritaire hoofdverbindingsassen 
- Gebiedsgericht innovatiebeleid
- Stedelijke economie en toerisme 

De nationale keuzes in deze notitie zullen een belangrijke bijdrage leveren aan de verbetering van het vestigingsklimaat en de ruimte om te ondernemen. Om de knelpunten echt te kunnen aanpakken moeten het rijk, gemeenten, provincies en bedrijven heel gericht mensen en middelen inzetten op gezamenlijke prioriteiten. De gebiedsgerichte economische agenda helpt bij het kiezen van de plek waar deze prioriteiten hun beslag krijgen en verhoogt daarmee de slagvaardigheid van het beleid. Gezien de onzekerheid over de wijze van voortzetting van de EU Structuurfondsen na 2006, zullen in 2005 over de omvang en de regionale neerslag van de middelen na 2006 nadere besluiten worden genomen. Het kabinet, feitelijk tegenstander van voortzetting van het Europees regionaal beleid, wil, zegt ze, bewerkstelligen dat Europese, nationale en decentrale middelen op zinvolle en voortvarende wijze worden besteed en elkaar versterken.

Het economische perspectief voor de regio Noord-Nederland is volgens de nota: Noord-Nederland als schakel tussen de Randstad en Noordoost Europa. Het Noorden heeft de afgelopen jaren behoorlijk economisch gepresteerd. Bovendien zijn de verschillen in productiestructuur met de rest van het land afgenomen. Dat geeft aan dat de economische dynamiek in het Noorden is verbeterd. Het economische perspectief in het Noorden ligt in het verder versterken van de bestaande sectoren (bijvoorbeeld versterking van het innoverend vermogen) en behoud van unieke landschappelijke kwaliteiten (toerisme). De economische ontwikkelingen langs de A6/A7 en de A28 zijn gunstig, onder andere dankzij een bundeling van economische activiteiten in kernzones. Een nieuw perspectief voor het Noorden is een grotere oriëntatie op Duitsland en de Oostzeelanden. Met de aanleg van een snelle OV verbinding van de Randstad naar het Noorden wordt een betere bereikbaarheid van het Noorden en de Noordervleugel van de Randstad beoogd. Het kabinet heeft hiervoor een financiële bijdrage van 2,73 mld euro gereserveerd.

Vreemd is dat het rijk plotseling wil stoppen met het vigerend regionaal beleid, in tegenstelling tot de overeenstemming die het rijk en het Noorden in 1998 bereikten over de noodzaak om het economisch faseverschil tussen het Noorden en de rest van het land weg te werken. Op basis van die beleidsinzet maakte het rijk toen slechts financiële afspraken voor de periode 2000-2006 en afspraken over investeringen in infrastructuur tot en met 2010. Volgens de nota zal het kabinet deze afspraken uiteraard nakomen, om zich daarmee een betrouwbaar partner te tonen. Voor de periode na 2006 wil het kabinet haar beleidsinzet herijken aan de nieuwe doelstellingen van het regionaal-economisch beleid. Dit houdt in dat het Noorden ook kan putten uit de € 60 mln per jaar voor alle Nederlandse regio’s, die aanvankelijk alleen voor het Noorden waren gereserveerd. Als troostprijs mag het Noorden dan putten uit het Waddenfonds.

Deze koerswijziging voor de periode na 2006 sluit aan bij de resultaten van het IBO rapport. Het beschikbare huishoudinkomen in het Noorden ligt 8,5% onder het nationale gemiddelde. De economische verschillen in Nederland zijn in Europees perspectief beperkt. Dit relatief kleine welvaartsverschil hangt samen met verschillen in leeftijdsopbouw, opleiding, arbeidsparticipatie en werkloosheid. Deze factoren zijn beleidsmatig slechts beperkt beïnvloedbaar. De verschillen in economische prestaties tussen regio’s vanwege agglomeratie effecten in combinatie met het gevoerde generieke beleid zijn tot op zekere hoogte onvermijdelijk. Het is daarom onwaarschijnlijk dat regionaal economisch beleid deze verschillen kan laten verdwijnen, alhoewel dat nu juist de inzet was van het Kompas voor het Noorden, om via een brede programmatische aanpak de bestaande welvaartsverschillen te verkleinen.

En dat laatste is nu juist volgens de Partij voor het Noorden de schoen wringt! Eerst wordt het Noorden gouden toekomsten beloofd met een Kompas waarvan vanaf het begin de beloften groter waren dan de uitwerking. Vervolgens wordt de broodnodige verlenging van dit kompas weggestreept, omdat in Europees perspectief de welvaartsverschillen binnen Nederland toch eigenlijk niet meer van betekenis zijn. De Partij voor het Noorden zegt: kom maar op met 25% van de aardgasbaten voor Noord-Nederland. Daar betalen we de economische structuurverbetering wel uit en dan hoeven we niet meer met de pet in de hand naar Den Haag.


(30 september 2004)

 


De Zweeftrein 
door Robert Prummel en Teun Jan Zanen

Wie nu ’s avonds op het station van Groningen staat en naar de Randstad wil reizen heeft geen enkele keus. Er gaan treinen, dat wel. Maar na tien uur komt een Rotterdammer niet meer thuis. Amsterdam en Schiphol zijn tot kwart voor elf te bereiken. ‘s Ochtends is dat hetzelfde liedje…. De eerste vluchten vanaf Schiphol zijn voor Noorderlingen onbereikbaar en of je nu in de ochtend of de avond reist, de rit duurt uren en is niet bijzonder comfortabel. Het is dan ook begrijpelijk dat de mogelijkheid van een snellere verbinding heel Noord-Nederland in rep en roer brengt. De Zuiderzeelijn komt!

De verwachtingen zijn in Groningen hoog: de psychologische afstand tussen het Noorden en de Randstad wordt drastisch verkleind. Een dertig jaar oude wens gaat eindelijk in vervulling. Noord-Nederland gaat er echt bij horen. En de werkloosheid? Die zal als sneeuw voor de zon verdwijnen. 

De keuze is tussen een zweeftrein, een hoge snelheidslijn, een intercitylijn door de polders of de Hanzelijn plus. 

Welke trein zal de late reiziger nu op een avond in 2015 nemen? De Groningers, Friezen en Drenten mogen het nu al beslissen. Iedere provincie houdt een referendum. De “Hanzelijn plus optie” is de eenvoudigste oplossing. Maar daar heeft onze reiziger van de toekomst niet veel aan. Die lijn is bedoeld om het te drukke spoorknooppunt Amersfoort te ontlasten. Op zich prima, maar dat heeft niets met het Noorden te maken. De eventuele tijdwinst is volledig afhankelijk van het afsnijden van bochten- en of dat lukt? Dus, als er gekozen mag worden, dan kiest het Noorden de Hanzelijn plus vast en zeker niet. 

Toen het spoorwegnet in Nederland werd aangelegd, was het IJsselmeer nog Zuiderzee. Je moest wel via Amersfoort en Zwolle om in het Noorden te komen. Sinds er Flevopolders zijn, lonkt het idee van een “Zuiderzeespoorlijn”. Met die verbinding Groningen-Friesland-polders-Amsterdam zou het Noorden eindelijk kunnen aansluiten bij de dynamiek van de Randstad. Het bleef een vrome wens, waarvoor in politiek Den Haag nooit echt aandacht heeft bestaan. Dat veranderde pas toen, na Lelystad, ook Almere - de overloopstad van Amsterdam - snel begon te groeien. Dàt veranderde de wereld. Er moest snel een treinverbinding tussen Amsterdam, Almere en Lelystad komen en die kwam er dan ook... 

Doortrekken van die verbinding naar het Noorden? Welnee, dat kon natuurlijk niet. Dat was verspilling van geld. Nu er evenwel in Almere al meer dan 150.000 mensen wonen moet die verbinding eigenlijk korter en sneller worden. Misschien zou een magneetzweeftrein via een nieuwe brug over het IJ een optie zijn. Almere lobbyde voor een snelle verbinding. 

En het Noorden? Dat ruziede onderling over de meest gewenste verbinding vanuit het Noorden met het Westen. Drenthe en Friesland opteerden eerst voor de Hanzelijn plus, Groningen hield het op de Zuiderzeelijn. Uiteindelijk lukte het toch om iedereen weer achter het idee van de Zuiderzeelijn te krijgen. Vooral als het een magneetzweeftrein zou gaan worden: een nieuw, efficiënt en snel vervoerssysteem, een wondermiddel (op stelten) voor alle Noordelijke kwalen. Daar wilde men zelfs wel flink aan meebetalen!

Dat meebetalen klonk Den Haag als muziek in de oren: als alle betrokken provincies en gemeenten fors mee zouden betalen, dan wilde ook het Rijk geld steken in dit nieuwe megaproject. Siemens, dat zon op een doorbraak van haar nieuwe zweef-technologie, en de met haar gelieerde bouwondernemingen zouden dan zorg moeten dragen voor de verdere financiering en het exploitatierisico. De overheden zorgden dan zelf wel voor de ruimtelijke inpassing van de zweeftrein in het landschap en in de steden. Toen iedereen enthousiast begon te worden zei het Rijk opeens: “Zeg Noorden, wij zijn alleen bereid ons bod te handhaven, als jullie accepteren dat de ontsluiting van de noordvleugel van de Randstad een integraal onderdeel van dit project wordt. Wij zijn niet bereid om méér bij te dragen dan de al eerder toegezegde € 2,73 miljard. En het feest gaat alleen door als jullie samen met Flevoland en Almere € 1,02 miljard meebetalen”. Zo is het gekomen, dat het Noorden fors in de buidel moet tasten om de interne ontsluiting van de Randstad mee te financieren. Gesteld dat we dat doen, welke trein kunnen we dan op die avond in 2015 nemen? 

De meest ambitieuze keuze is een magneetzweeftreinverbinding die veel sneller is dan de huidige trein. Nu duurt een treinreis van Groningen naar Amsterdam ongeveer 2 uur en 15 minuten. Met de zweeftrein zoef je in 43 minuten van Groningen naar Amsterdam-WTC en in 53 minuten naar Schiphol. Een tijdwinst van iets meer dan een uur. De afstand tussen Groningen en Schiphol is dan in reisminuten gelijk aan die, tussen het voor het bedrijfsleven zo aantrekkelijke Zeist en Schiphol. Maar levert dat voor het Noorden ook iets op?

Jan Oosterhaven, bekend regionaal econoom en werkzaam bij de Rijksuniversiteit Groningen, heeft berekend, dat de provincie Groningen er 4.000 arbeidsplaatsen op vooruit zal gaan, Friesland met 2.000, maar Drenthe er juist 1.400 arbeidsplaatsen door verliest. Is dat het geld dat moet worden opgehoest dan wel waard? Een uur sneller in Amsterdam vanuit Groningen is natuurlijk geweldig voor iemand die haast heeft. Maar het blijft een flinke reis die je zo weinig mogelijk maakt. En die arbeids-plaatsen? De afgelopen 10 jaar is het totaal aantal arbeidsplaatsen in Noord-Nederland met 133.000 gestegen. Dus dat extraatje van 4.500 banen houdt ook niet over. 

Daar komt nog bij, dat de provincie Groningen door de gevraagde eigen bijdrage jaarlijks ruim € 4 miljoen minder te besteden heeft. Een duur speeltje dus, met ook nog alle kans op GPS : het “Grote-Projecten-Syndroom”. Zullen de kosten niet net zo uit de hand lopen als bij de Betuwelijn?

We kunnen ook kiezen voor een hogesnelheidsverbinding. Behalve het Rijk betaalt dan alleen de provincie Groningen 230 miljoen euro mee. Qua reistijd gaat het om een winst van 68 minuten. De reistijd tussen Groningen en Amsterdam WTC wordt exact gehalveerd en duurt in zo’n trein 1 uur en 7 minuten. Het werkgelegenheidseffect is beperkter: Groningen wint 2.500 banen, Friesland 1.150 en Drenthe verliest 1.100 banen. Samen dus plus 2.500 arbeidsplaatsen in een jaar of tien. Deze variant stopt alleen in Groningen, Heerenveen, Almere en Amsterdam WTC. Er stappen dus minder reizigers in en dat maakt de exploitatie moeilijk. Voor Groningen behoorlijk interessant, maar wel duur, want zij is dan de enige regionale overheid die meebetaalt.

Misschien stapt de reiziger van de toekomst het liefst in een intercitytrein langs het nieuwe tracé. Het Rijk betaalt de aanleg. Qua reistijd wordt tussen Groningen en Amsterdam een tijdwinst geboekt van 53 minuten. De reis duurt dan nog 1 uur en 22 minuten. Er komen per saldo zo’n 1.000 arbeidsplaatsen extra bij (Groningen wint 1.100 banen, Friesland 700 en Drenthe verliest er 750). Een interessant idee: het Rijk moderniseert eindelijk de spoorverbinding van het Westen naar het Noorden. En dat is mede belangrijk voor het Noorden, omdat daarmee ook perspectief geboden wordt op het doortrekken van deze treinverbinding naar Bremen. 

Tijd is geld. Ga je vanuit Noord-Nederland naar Amsterdam, dan ben je, ook in de nieuwe situatie, toch wel even onderweg. De reis naar het station en het parkeren van je auto gaat wellicht iets meer tijd kosten dan nu. Er worden immers zo’n 20.000 reizigers per dag verwacht. In Amsterdam ben je dan evenveel tijd kwijt als nu. Het kost ook de treinreiziger in 2015 nog steeds twee uur om op zijn werk, of weer thuis te komen... De totale reistijd blijft in alle gevallen fors. En dan ’s avonds weer terug? Als ’t moet, dan moet het, maar als je in Amsterdam werkt, kun je beter daar of in Almere gaan wonen. En woon je in Groningen, dan kan je toch beter daar een baan zoeken?!
Als je dan voor een tweede-klas-kaartje ook slechts de helft van een treinkaartje voor de magneetzweeftrein betaalt, dan gaan we toch liever gewoon met die nieuwe Intercity? Een tijdwinst van bijna een uur, dat is de moeite en de investeringen waard! 

Door de bemoeienis van de Partij voor het Noorden en de Groningse Stadspartij is het taboe op het houden van een referendum verdwenen. En Groningen en Drenthe kunnen nu ook, net als Friesland, bij een negatieve uitkomst, zonder consequenties uit de samenwerking stappen. Dat referendum komt er dus, en niet alleen de gedeputeerden en de collegepartijen, ook de oppositie zal actief campagne moeten voeren. Samen moeten we de bevolking in staat stellen om een verantwoorde keuze te maken.


(29 september 2004)

 


Demonstratie in Den Haag 
door Danny Hoekzema-Buist

Woensdag 15 september, 5 uur ‘s ochtends. Mijn hond sjokt achter mij aan, het is te vroeg, maar om 5.45 uur word ik bij de bus verwacht om naar Den Haag te gaan. Het is onze laatste kans om de kamercommissie voor economische zaken te overreden de Langmangelden ook na 2006 te blijven betalen. 

Om 10 uur is het dan zo ver: de petitie is buiten aangeboden aan voorzitter Hofstra, omdat de veiligheidsvoorschriften het niet toelaten om iets dat groter is dan een A4tje mee naar binnen te nemen. En wij mogen met slechts een beperkt aantal naar binnen in de Thorbeckezaal. Er zijn nog veel lege stoelen. 

Als de Friezen komen, mogen zij desondanks niet naar binnen. Friezen woest, de bode in paniek, de voorzitter verstandig. Als ook de Friezen zitten begint het debat. 

Duidelijk werd al snel dat bijna alle partijen de Langmangelden willen behouden voor het Noorden, maar dat de staatssecretaris geen geld heeft; patstelling dus. Het debat zal in de Tweede Kamer een vervolg hebben. 

Beetje teleurgesteld lopen we in de regen naar Nieuwspoort voor de lunch: prima verzorgd. Om 5 uur terug in Groningen, nog twee vergaderingen te gaan. Het werk gaat door. 


(30 september 2004)

 


Op nei Marsum, de Jouwer en Marum 
door Kerst Huisman

Fansels, ik wit it: Friezen en Grinslanners komme, lykas manlju en froulju, elk fan in oare planeet. De iene komt fan Mars, de oare fan Venus. Dochs kinne manlju en froulju hiel, hiel faken net sûnder elkoar. Miskien wurdt it de lju oan wjerskanten fan de Lauwers ek dúdlik, dat wy folle better mei elkoar opfytse kinne, as elk in oare kant út. 

Dêrom soe ik sizze: litte wy in moai brechje bouwe oer de Lauwers, en dêr sa no en dan ris mei de fyts hinne om ris by elkoar te sjen. Wy hoege dy Lauwers net hielendal ticht te goaien, mar litte wy ris wat faker yn elkoars moaie provinsje sjen, dan binne wy in hiel ein fierder. Dus de Grinslanners nei Marsum (Marssum), De Jouwer (Joure), Ingelum (Engelum) en Marum (Marrum) en de Friezen nei Marsum, de Jouwer, Englum en Marum. 

Want plakjes mei dy nammen lizze yn beide provinsjes. Mar dit is fansels mar gekheid. Want wy fleane ommers allegearre de wrâld al oer. 

Kerst Huisman


(30 september 2004)

 


Haarm Diek: Verslag met mekoar hebben 
door Haarm Diek

Noa de zummermoanden begunt t spul weer volop te draaien, ook in de poletiek. Hou zallen wie met mekoar omgoan, verslag met mekoar hebben? De Fransozen zeggen: 'C'est le ton,qui fait la musique'. Dat betaikent zoveul as: menaar, woarop wie wat zeggen, is belangriek.

Nou zal dat voak zo wezen. Aans beston zo'n zegswieze ja nait. Moar benoam in n partij as onzent, doar vogels van verschaaiden plumoage soamen in ain kaauwe verkeren, mot op de toon aacht geven worden! k Plaait nait veur gezoapeghaid, as dat nait netuur van sprekerd is. In poletiek is schaarpte voak verneuden. Moar schaarpte ken schaarpte van n sjierurg, van n slachter én van n morenoar wezen...!

Oldere poletieke partijen hebben der asmis al muite dermet om toon binnen heur riegen droagelk veur d'oren te holden. Veur n jonge partij, as onzent is, zolt goud wezen as wie ons in onze beguntied anwennen om pozetief met onze woorden tegen mekoar om te goan.

Elke partij het zien spesefieke bezunderheden. Wie hebben van doun met te menzent drij staarke aigenheden, dij van (alfebeties) de Drenten, de Vraizen en de Grönnegers. Dij aigenheden hebben wie, en dij hebben de riekdom van veulvörmeghaid (pluriformiteit) over zug. Moar ook 'de dynamiek' (kraacht) én 'het dynamiet' (springstof), dij spannens opropt en t gevoar van schoade met zug brengt.

Noar mien mainen mouten we zuneg met de kostelkheden van onze aigenheden omgoan. Moar zuks ken in onze partij nait betaiken, dat wie dij aigenheden veur ons holden. Den ken je ja nait met mekoar verkeren. t Betaikent nog minder, dat wie pebaren ze overhaand kriegen te loaten, overgens aaltied n taiken van innerlieke swakte. Wat wie den doun mouten? Onze aigenheden metnemen en dij inbrengen! Dat zal van dij gevolgen wezen, dat der wat gebeurt, doar paardielu nait tegen kennen: onze aigenheden worden reloativaard, worden betrekkelk moakt.

Moar wat loent ons meer: onze duroabele aigenheden in heur woare proportsies en in n omgeven met verwante aigenheden te beleven en zug oetleven te loaten óf dij aigenheden as pronkse allennegheden te bewoaren en openlek of in t geniep te verdedegen? Dij veur t leste kust, mot t waiten, moar hai of zai ken nait in onze Partij voor het Noorden metdoun, ken naitsoamen baauwen an n Europoa van regio's.

k Schrief dit met t oge op komende moanden van waark, oetdoagens en stried. Loat ons ons der veur woaren, dat t schraauwen en belken de meziek van t soamen verslag hebben overstemt. Midden maank peptalk (opsteukelproat) en sloaplaider rondomrond geern n Europoa, doar mensen waiten, hou men ook in woorden met mekoar omgaait!

Haarm Diek

 

Partij voor het Noorden

Secretariaat:
Vossenkamp 124
9675 CM Winschoten
T: 0597 880054
postgiro: 9477607
kvk:02078982
© 2003-2011 Partij voor het Noorden

Perscontacten
Leendert van der Laan
06-40185410


 
 
 
Copyright © 2012 Partij voor het Noorden || tel: 050-3604442, www.partijvoorhetnoorden.nl
Realisatie: WDx2