Home > Nieuwsbrieven > Nieuwsbrief 24
Nieuwsbrief 24 PDF Afdrukken E-mail
woensdag, 16 december 2009 13:37
AddThis Social Bookmark Button

Nieuwsbrief 24

Groningen, 30 juni 2004

foto: Tjeerd Oliemans

Deze Nieuwsbrief, het laatste nummer voor de zomer, verschijnt op papier in een extra grote oplage. Ook sympathisanten en geïnteresseerden ontvangen de Nieuwsbrief deze maand per post. Dit heeft alles te maken met de vele nieuwe leden en geïnteresseerden die zich bij ons hebben gemeld naar aanleiding van de Europese verkiezingen. Speciaal voor mensen die de nieuwsbrief voor het eerst ontvangen: u kunt zich hierop abonneren voor €10 per jaar. Ook kunt u regulier lid van de Partij voor het Noorden worden; dan ontvangt u o.m. deze nieuwsbrief gratis (de contributie is €30 per jaar; bel 050 3604442 of stuur een email). Voor nu: Veel leesplezier!

Redactie:
Dana Kamphorst en Hilbert Koetsier, m.m.v. Teun Jan Zanen en Haarm Diek

Foto's:
Tjeerd Oliemans en Geert Staats

 

 


“Hoe verder met de Partij voor het Noorden?” 
door Teun Jan Zanen

Op de voorpagina van de Frijbûtser, het ledenblad van de Fryske Nasjonale Partij (FNP), nummer 359, wordt onder bovenstaande kop het nodige naar voren gebracht omtrent de Partij voor het Noorden en de relatie van de FNP met dat ‘nieuwe fenomeen’. De opwinding in FNP-kring is begrijpelijk. Doordat de Partij voor het Noorden onder eigen naam ook in Friesland deelgenomen heeft aan de Europese verkiezingen, heeft de FNP er in de eigen regio een soort concurrent bij gekregen. Temeer daar de Partij voor het Noorden 2,5 % van de uitgebrachte stemmen wist te veroveren, hetgeen goed geweest zou zijn voor één statenzetel.

Hoe anders had het kunnen lopen. In OSF – verband (onafhankelijke senaatsfractie, red.), is op initiatief van de regionale partij Noord Holland Anders getracht bij de Europese verkiezingen tot een nationaal initiatief te komen. Het latere motto van de Partij voor het Noorden “voor een Europa van de regio’s”, had heel goed ook de leuze van zo’n nationale lijst kunnen zijn. De verzamelde vertegenwoordigers van helaas slechts een beperkt aantal OSF-partijen, achtten deelname echter niet goed haalbaar. Geconcludeerd werd, dat als in het Noorden een dergelijk initiatief wel doorgang zou vinden, daar naar vermogen steun aan zou worden verleend. 

Nadat de nationale besprekingen op niets waren uitgelopen, wilde de Partij voor het Noorden, in reactie op een initiatief van de beweging Nieuw FoArum, graag horen hoe de andere regionale partijen in het Noorden over deelname aan de verkiezingen dachten. De FNP besloot, zonder verder overleg, af te zien van een dergelijke samenwerking. Zij repte bij het naar buitentreden met haar opvatting zelfs überhaupt niet over een mogelijk noordelijk initiatief en kondigde aan dat zij zelf misschien in 2009 aan Europese verkiezingen zou deelnemen, wellicht als onderdeel van een Europese partij (de Europese Vrije Alliantie).

De Partij voor het Noorden moest toen noodgedwongen zelf beslissen over de vraag of zij in haar eentje deel zou nemen aan de verkiezingen. Het zou een smak geld gaan kosten en grote inspanningen vergen. Maar wie niet waagt die niet wint. Het ging haar om verdere bekendmaking van haar ideeën, het echt uitgroeien tot een noordelijke partij en het vergaren van zoveel mogelijk stemmen. Een Europese zetel zat er eigenlijk vanaf het begin niet in. Van alle in Nederland uitgebrachte stemmen zou 3,7% op de Partij voor het Noorden moeten zijn uitgebracht. Dat percentage zou met veel geluk in Noord-Nederland gehaald kunnen worden, maar elders lag dat, zeker met zo’n korte tijd om bekend te geraken, veel moeilijker. Zoals bekend haalde de Partij voor het Noorden bij de verkiezingen landelijk totaal 18.234 stemmen, bijna 0,4%. (N.b. voor een Kamerzetel is 0,7% nodig.)

Hoe moet het nu verder met de Partij voor het Noorden? Haar idee van een landsdelig bestuur en een direct gekozen noordelijk parlement, heeft ook tijdens deze campagne weer veel aandacht gekregen. Er blijkt een zekere steun voor te bestaan. Het is niet uitgesloten dat dit standpunt, dat nu over een basis beschikt in geheel Noord-Neder-land, over enige tijd brede maatschappelijke support zou kunnen krijgen.

Mocht dat idee ooit gerealiseerd worden, dan ligt het voor de hand dat in zo’n noordelijk parlement niet alleen de traditionele nationale partijen zitting hebben, maar ook regionale partijen als de FNP, de FGF, de OPD en Drents Belang. Zelfs een categorale partij als de Ouderen Partij Drenthe zou daarin zitting kunnen hebben, al zou dan een noordelijke ouderenpartij meer voor de hand liggen. En ook een specifiek Groninger partij zou mogelijk dan mee kunnen doen. Of de Partij voor het Noorden dan nog zal bestaan, is nog de vraag. Maar, voordat we zo ver zijn, moet er nog heel wat water door de Eems, de Boarn en de Reest stromen. Overigens overweegt de Partij voor het Noorden om het lidmaatschap van de Europese Vrije Alliantie (EVA) aan te vragen. Wel, bedankt voor uw aandacht. Na de zomer gaan we er weer flink tegen aan: ‘kop d’r veur!’

Teun Jan Zanen, fractievoorzitter


(30 juni 2004)

 


Een universitair / politiek debat 
door Teun Jan Zanen

Het siert de Rijksuniversiteit Groningen dat er vanuit haar midden een initiatief kwam om een debat te organiseren over de Europese verkiezingen. Ver voordat de Partij voor het Noorden besloten had deel te nemen aan de verkiezingen, was de organisatie al rond. Toen wij uiteindelijk ook in het spel betrok-ken raakten en ons bij de organisatie van dit debat meldden, kregen wij een e-mail met de volgende inhoud: “Het is onmogelijk om u nog in het programma in te passen, we hebben ervoor gekozen de zes naar ver-wachting grootste partijen te vragen om te participeren. Deze keuze is gemaakt en daar komen we ook niet meer onderuit. Hoewel er geen officiële vragenronde is, is het in overleg met de gespreksleider misschien wel mogelijk om één of twee vragen vanuit de zaal te stellen. In ieder geval zijn wij bereid om u een aantal toegangskaartjes te verstrekken (…). Daarnaast kunt u eventueel promotie-materiaal verstrekken bij de uitgang van het gebouw of wat folders op de informatietafel leggen die in de hal van de academie zal komen te staan.”

De gespreksleider, oud-rector Doeko Bosscher, stond zelfs die vragen niet toe (volgens hem in strenge afspraak met de organisatoren), zodat de Partij voor het Noorden die avond voor vijfhonderd geïnteresseerde studenten onbesproken bleef. Een artikel in de Universiteitskrant tegen deze ondemocratische gang van zaken lieten we achterwege, daar de organisatie bereid bleek een tweede politieke avond te willen organiseren. Pas onlangs bleek dat de organisatie dat inderdaad heeft overwogen, doch dat de daartoe gepolste PvdA, CDA en VVD “geen animo hadden om in nog een debat te participeren”. Lang leven de verkiezingsstrijd en de botsing der meningen. Zo wordt de kiezer bewust relevante informatie onthouden. En de universiteit werkte daaraan mee.

Teun Jan Zanen, fractievoorzitter


(30 juni 2004)

 


Noord-Nederland: wie is de baas? 
door Hilbert Koetsier

Stevige woorden vielen er op 28 mei jl. bij de vergadering van de samenwerkende noordelijke provincies (SNN). Statenleden, gedeputeerden en commissarissen van de koningin uit Drenthe, Groningen en Fryslân discussieerden over de Nota Ruimte, de Nota Gebiedsgerichte Economische Perspectieven (GEP) en de Zuiderzeelijn. Het kabinet Balkenende II heeft vaak andere plannen dan de Noorderlingen. Hoe gaat het SNN daar mee om?

Hans Alders, voorzitter van het SNN, verdedigt de noordelijke belangen in Den Haag met vuur. Dat is op zichzelf goed, maar hij gebruikt daarbij een visie en een strategie waar je het mee oneens kunt zijn. Alders is een politieke tijger, die niet zomaar van ophouden weet. Zijn stelregel is: afspraak is afspraak, dus het kabinet moet doorgaan met regionale steun aan het Noorden, ook na 2006. Praatjes van minister Zalm over de inefficiëntie van het rondpompen van geld van Nederland, via Europa en weer terug naar Nederlandse regio's, mogen niet leiden tot het stopzetten van de steun aan het Noorden. 

En nu is er weer de Nota Ruimte. Deze nota voor de ruimtelijke ordening van Nederland gaat uit van een andere filosofie dan de voorgaande nota's. "Sterk anders," volgens Alders bij de SNN-vergadering. Want de regio's krijgen ineens meer verantwoorde-lijkheid voor de inrichting van de eigen regio. Daarbij is het in die nota niet altijd duidelijk "wat des rijks is en wat des regio's". Veel vervelender is nog dat de rijksvisie op bepaalde steden en deelregio's ten opzichte van de vorige ruimtelijke nota, nadrukkelijk is veranderd. Zo is alleen het stedelijke netwerk Groningen-Assen nog maar een economische kernzone en rept de Nota Ruimte niet meer over Leeuwarden en Emmen. Alders stelde daar vragen over in Den Haag en kreeg als antwoord dat afspraken niet worden losgelaten, "maar een andere betekenis krijgen". "In het toekomstig beleid liggen de accenten anders".

Westergo: mooie terpen
De accenten in de Nota Ruimte liggen niet alleen anders; ze liggen ook verkeerd, aldus Kramer (FNP), Kloosterman (FGF) en Zanen (Partij voor het Noorden). Deze partijen toonden zich met name kwaad over de kabinetsplannen om van Westergo (het gebied rond Harlingen) een 'nationaal landschap' te maken, vanwege de mooie terpen die daar liggen. Maar in een nationaal landschap wordt de economische ontwikkeling van Harlingen en zijn havens heel lastig! Blijkbaar wil het kabinet liever een mooi landschap in Friesland dan een kansrijke economie.

Alders verdedigt het kabinet door te stellen dat de rol van bijvoorbeeld Leeuwarden en Harlingen in de economie misschien niet meer genoemd wordt, maar dat er daardoor in die regio niet minder middelen en kansen zijn. Dat komt omdat door Alders en het SNN een aantal afspraken daarover is gemaakt met het kabinet. Bij de genoemde SNN-vergadering wilde de FNP Leeuwarden als 'stedelijk netwerk' genoemd zien in de nota. Maar Alders raadde deze oproep af, want tegen het kabinetsbeleid ingaan zou averechts kunnen werken. Alders waakt over zijn extra kabinetsafspraakjes als over porseleinen kopjes.

Haagse vriendjes
De situatie overziend zou je de volgende analyse kunnen geven van het rijk versus het Noorden: Den Haag maakt beleid voor Nederland, op een manier die hen het beste past. Als men in het Noorden daar anders over denkt, dan gaat er een vliegende brigade met Alders en kornuiten naar Den Haag om een aantalextra afspraken te maken, zodat de positie van het Noorden weer voor een tijdje is veilig gesteld. Tot Den Haag met een nieuw plan voor Nederland komt. Dan moet Alders de lijst met afspraken opnieuw bijwerken.

Is dat de weg die wij moeten blijven gaan? Moet de toekomst van het Noorden steeds maar berusten op onderlinge afspraakjes tussen noordelijke bestuurders en het rijk? De Partij voor het Noorden stelde die vraag vorig jaar november al aan de samenwerkende provincies. De partij stelde toen een andere weg voor: gebruik een deel van de aardgasbaten direct voor de economische ontwikkeling van Noord-Nederland en laat het noorden dan meer zijn eigen weg bepalen. Op de SNN-vergadering van 28 mei jl. heeft Teun Jan Zanen dit voorstel opnieuw voorgelegd. Op beide vergaderingen werd dit idee door een meerderheid afgewezen. Heel gek is dat idee van het benutten van de aardgasbaten voor versterking van het Noorden overigens niet: het kabinet stelde onlangs zelf voor 500 miljoen euro uit de baten van het Waddengas te besteden in het Waddengebied (dat betreft dan wel achterstallig onderhoud).

Noord-Nederland: wie is de baas?
Er zijn eigenlijk twee essentiële vragen voor Noord-Nederland. De eerste vraag is: hoe kan de inrichting en toekomst van Noord-Nederland het beste bepaald worden? Is dat 1) via democratische besluitvorming van de Nederlandse staat; 2) via democratische besluiten van de Nederlandse staat met telkens ‘aanpassingen’ van noordelijke bestuurders; of 3) via democratische besluitvorming van het Noorden zelf? Zo als het nu is, is het antwoord nummer twee. Het antwoord moet volgens de Partij voor het Noorden nummer drie zijn. Waarom is nummer één niet van toepassing? Omdat 90% van de Nederlanders buiten Noord-Nederland woont, bestaat de kans dat voor Noord-Nederland ongunstig rijksbeleid door een nationale meerderheid aanvaard wordt. Omdat de noordelijke provincies ongeveer een kwart van het Nederlandse grondgebied beslaan, is dat niet acceptabel.

De tweede vraag is: waar komt het regionale ontwikkelingsgeld voor Noord-Nederland vandaan? Uit 1) de staatskas; 2) de staatskas en Europese fondsen; 3) de staatskas, Europese fondsen en de eigen kas van het noordelijke landsdeel? Het antwoord was voorheen nummer twee. Door de ideeën van minister Zalm en het kabinet over het rondpompen van Europees geld vallen de Europese fondsen misschien wel weg en wordt het antwoord nummer één – en dan is het de vraag of er nog wel geld komt. Volgens de Partij voor het Noorden moet het antwoord nummer drie zijn, omdat het Noorden een eigen economische structuur moet opbouwen die redelijk zelfstandig moet kunnen functioneren binnen een Nederlandse en Europese context, vergelijkbaar met omliggende regio’s als de Randstad en Bremen-Hamburg.

Geen witte wieven maar een strakke lucht
Kortom: meer eigen bevoegdheden en eigen middelen om die bevoegdheden te kunnen benutten. De Noorderlingen moeten hun eigen toekomst vorm kunnen geven. Dat is wat Alders zou moeten willen, want dat biedt veel meer zekerheid en stabiliteit dan afspraakjes tussen het rijk en een bij het publiek onbekend samenwerkingsverband (het SNN). Geen onduidelijke bevoegdheden meer zoals nu in de Nota Ruimte, maar een eigen noordelijke Nota Ruimte – waarin Leeuwarden-Harlingen gewoon als economische kernzone staat beschreven.

De politieke situatie is nu veel te schimmig voor Noord-Nederland: een onduidelijke Nota Ruimte, onzekere financiële afspraken met het rijk, een te indirecte relatie met Europa, maar ook een te zwak samenwerkingsverband tussen de noordelijke provincies. Daar bovenop dreigt de greep van Den Haag op de regio straks nog dwingender te worden, namelijk als het idee van minister De Graaf om de kamerverkiezingen volgens een districtenstelsel te laten verlopen, werkelijkheid zal worden. Een dergelijke ontwikkeling zou de positie van sterke regio’s juist ondergraven.

Toch valt een doorbraak op politiek en economisch terrein niet uit te sluiten. De noordelijke bestuurders hebben wel veel kritiek op het rijksbeleid, maar durven daar geen stappen tegen te ondernemen. Ondertussen groeit de Partij voor het Noorden en daarmee het gedachtegoed van een veel autonomere, volwaardige, Noord-Nederlandse, Europese regio.

bron: Nota Ruimte
Nationale stedelijke netwerken volgens de nieuwe Nota Ruimte

bron: Nota Ruimte
Nationale landschappen volgens de nieuwe Nota Ruimte


(30 juni 2004)

 


Wil de echte Europeaan nu opstaan? 
door Aleid Brouwer

Op 10 juni 2004 gaf prof. dr. Geert Hofstede (bekend van ‘de consequenties van cultuur’ en ‘omgaan met cultuurverschillen’) in Groningen-stad een lezing over how to be a European. Hij besprak een zestal richtlijnen die een gids zijn tot een Europese identiteit. 

Volgens Hofstede moet een Europeaan voldoen aan de volgende criteria. Een Europeaan: 1) heeft kennis van geschiedenis, literatuur en geografie van de Europese lidstaten; 2) spreekt ten minste twee andere Europese talen, waarvan Engels er één is; 3) werkt een tijdje in een ander Europees land; 4) maakt ‘echte’ vrienden in andere lidstaten; 5) ziet culturele verschillen als een uitdaging, en 6) is trots op zijn/haar ‘Europese identiteit’!

Waarom zouden we trots zijn op onze Europese identiteit? Ten eerste, meent Hofstede, omdat de Europese Unie het enige politieke instituut in de wereld is dat voortuit kijkt in plaats van terug. Ten tweede, omdat de Unie politiek gezien succesvol is: de Unie is vanaf 1958 gegroeid van 6 tot 25 lidstaten. Ten derde, omdat de Europese Unie - op Oost-Azië na - de meest succesvolle economische groei heeft gehad, waarvan binnen de Unie de ‘armste’ landen de snelste groei hebben laten zien. 

En de laatste reden – de belangrijkste voor de Partij voor het Noorden - is het feit dat culturele diversiteit binnen de Unie haar grootste kracht is. Juist de diversiteit aan culturen binnen regio’s, landen en Europa is de basis geweest voor Europese samenwer-king. De Unie heeft zelf ook grote stappen vooruit gemaakt. De herdenking van D-day op 6 juni 2004, was een zeer belangrijke, omdat ook de Duitse president aanwezig was. Niet langer herdenken we dat wij de oorlog van de Duitsers gewonnen hebben, maar herdenken we samen met de Duitsers dat het in Europa al bijna 60 jaar vrede is! Dat is de mentaliteit van Europa; verschillend, maar samen sterk. Dit sluit ook erg goed aan bij het subsidiariteitsbeginsel. 

Europeanen hebben in eerste plaats een regionale identiteit, dan een nationale identiteit en daar boven op ook nog een Europese identiteit. Een Noordelijke regio behoudt dus haar identiteit en koestert de cultuurverschillen die er bestaan, maar kan desalniettemin toch een goede en vruchtbare samenwerking aangaan met andere regio’s binnen Europa én met Europa. Wanneer alle Europeanen zien dat een Europese identiteit hun regionale en nationale identiteit niet in de weg staat en dat hun persoonlijke en Europese identiteit het best gediend is met een Europa van de regio’s, zal Europa uitstijgen boven de som van haar delen.


(30 juni 2004)

 


Haarm Diek: Akkedemie 
door Haarm Diek

Dit joar bestaait de RUG - Rijksuniversiteit Groningen – 390 joar. Dit lustrum wordt oetgebraaid vierd. k Fielsetaaier ons Akkedemie van hailer haarten dermet. Moar dit feest is nait aan laaiden, dat k dit stuk schrief. Boeten t jubeleüm om wer t ja hoog tied, dat k ais n keer over 'Groninger Hogeschool', zo as Akkedemie eerder haitte, schreef. Enaanlaaiden is, dat t aan ons Akkedemie touwezen geld nait bepoald meerdert.

Nou ben der in poletiek speerpunten, dat wil zeggen: zoaken, dij op n bepoald mement bezundere aandacht vroagen. Dij speerpunten veraandern aal ogenblik. Gain wonder. t Leven zölf veraandert ja zunder ho. In dizze doagen vroagen benoam zoaken as Europoa, verholdens tuzzen legere en hogere bestuursorgoanen, en verbindens over t spoor om onze opmaarkzoamhaaid, om ons denken en doun, om t waark van onze heufden en handen. Zekerliek heurt noar mien mainenAkkedemie in Stad veur onze Partij voor het Noorden óók tou dij speerpunten van nou.

Nou heur k paardielu votdoadelk zeggen: 'Wat sjakt mie dij haile Akkedemie?' Stop nou evempies. Dij Akkedemie van ons mag der wezen! Körtens hebben onderzuikens oetwezen, dat ons Universiteit zekerliek nait de menste van ons laand is, ja, in bepoalde studie- en onderzuikrichtens alerdeegs veuraanstoand, veuraangoand! Belangriek is ook, dat ons Akkedemie aine van de grootste waarkgevers van t haile noorden is. Hail kört soamenvat zol men zeggen kennen: in Akkedemie waarken de hazzens van t noorden, of: Akkedemie is t heufd van t liggoam van t noorden.

Moar hou belangriek is in t aalgemain t heufd, de kop? Stoa es evempies stille bie n oetdrukken as: 'Mien kop derof, as t nait woaris'. Gain aine zal zeggen: 'Mien bain derof, as t nait woar is, al ben der aal goenent, die veur de woarhaid heur haand (nait heur kop) in t vuur steken te willen zeggen.

Nou komt n kop op zug, n kop zunder meer, bevubbeld n kop op staark woater, aal in de science fiction veur, moar nait bot voak in de waarkelkhaid, ook nait in de waarkelkhaid van de waitenschop. Liggoam, aarms en bainen, ales heurt bie t heufd, t gehail ken aigelk niks mizzen. En toch, as der wat amputaaierd worden mot, zal n aarm of bain in aanmaarken komen kennen, nait t heufd. Tougelieks loat zug gelden, dat t heufd van aine, dij n liekdoorn het, ondervindt, wat of piene is, en zuks met schoa aan zien denken en doun ondervindt...! Aine, dij dizze soamenhang nog ais noatrekken wil en dij Biebel roadplegen ken, wies k geern op wat apostel Paulus (dij man van t Hooglaid van de Laifde) in zien eerste braif aan de Korintiërs schrift -heufdstuk 12, de verzen 12 t/m 16). Kloare toal!

Ask zo de veurnoame ploats van Akkedemie in t gehail van onze soamenleven aandud heb, heb k tougelieks aanwezen, dat poletiek aaltied met Akkedemie van doun het. Moar zekerlieknou, op t mement, dat t openboare geld betuun aan t worden is. Ook Akkedemies ontkomen nait aan bezunegensoperoatsies.

Der is - wordt bericht - n old middel, dat nog meer as eerder broekt worden gaait om t neudege geld in handen te kriegen. Geld blift ja neudeg. Gain aine ken of wil veur noppes waarken, gain pefester en gain schoonmoaker. En onder bedrieven willen de besten t heur toukomende gerak ook hebben, en mouten dat ook hebben, aans vret de brain-drain de kop van onze soamenleven leeg.

De nije noame veur dat olde middel is: sponsoring. n Mooi woord! Aigelk stamt t oet t letien. n Sponsor betaikent zoveul as: n börg; aine, dij veur n aander of veur n zoak instaait. Wat het zuks n nuvere klaank! Moar - zo as elk en aine wait - mensen bennen en blieven mensen. Ja, n sponsor staait börg . Moar zuks dut e nait veur niks. Dat instoan veur n aander of veur wat aans mot ook wat opsmieten. Sponsores maggen asmis wat van n weldounder over zug hebben, t bennen maist toch gain filantropen moar eerder en meer: fil-egoten. As waitenschop sponsord wordt, wordt zai doardeur ofhaankelk moakt. Boeten de waitenschop om wordt oetmoakt, wat onderzöcht wordt of wat nait, wat bekend moakt wordt en wat nait, welk rezzeltoat woarnoartou schoven wordt.

t Is zoak, dat onze Partij voor het Noorden in heur poletieke begelaaiden van Akkedemie, kaist veur de vrijhaid van de waitenschop. Eerste neudzoak is, dat t geld, dat der komen mot, der ook is! Moar t is te menzent zo belangriek, dat t geld, dat der komen mot, gain verplichtens met zug brengt, dij niks as n bedie bepaarkte roemde geven, moar dij gain roemte rondom rond en achter de horizont loaten. Ast knipt en knipt en duvels weer knipt, is dit nóg belangrieker, beslizzend belangriek!

Zegt aine: 'Vrije waitenschop? Wat hoalen ze zug in de kop? n Pefester van Akkedemie mot körtsleden zegd hebben, dat t Noorden 'het pretpark van het land' worden zal. Ben ze nou hailemoal mesjokke doar an Akkedemie? Mout we aan zukse lu de vrijhaid van roemte en de schoor van ons geld geven?' - t Levent zit veul pienleke keuzes. Woar kaizen we met betrekken tot ons Akkedemie veur? Veur vrijhaid, mét de meugelkhaid van aangenoame of onaangenoame verrazzens? Of veur ofhaankelkhaid van sponsores, met heur met mekoar vergruide ideoalen en belangen? - Dit is n swaart-wit-vroage. Doar mout we bie t beantwoorden met reken. De poletiek - zekerliek ook de poletiek van onze Partij - is der veur om met open ogen n goie weg te zuiken. Met bie t speerpunt van ons Akkedemie as doul, dat dij blift: n Universiteit, dat is: gain dainster van doene vrijhaidskuren of van onnure sponsorbelangen moar: de behaartegster van aalgemaine-, van universaile zoaken!

Bie ons Akkedemie vroagen kostelke aigen (streek-)toalen spesjoale aandacht. Doarovern aander moal. Veur dit keer vruig k joen aandacht veur t speerpunt van ons Akkedemie in t aalgemain en veur de komplikoatsie van de sponsorgelden in t bezunder.

Haarm Diek

 

Partij voor het Noorden

Secretariaat:
Vossenkamp 124
9675 CM Winschoten
T: 0597 880054
postgiro: 9477607
kvk:02078982
© 2003-2011 Partij voor het Noorden

Perscontacten
Leendert van der Laan
06-40185410


 
 
 
Copyright © 2012 Partij voor het Noorden || tel: 050-3604442, www.partijvoorhetnoorden.nl
Realisatie: WDx2