Nieuwsbrief 23
Groningen, 27 mei 2004
Tien, tien, tien!!!!
Tien, tien, tien!!! Deze triomfkreet, als een grote overwinning binnen bereik lijkt, wordt ons zomaar in de schoot geworpen. Als op 10 juni 10% van alle noordelijke kiesgerechtigden op ons, lijst 10, stemt, zitten we in het Europese parlement. Daar kunnen we dan de zaak van Noord-Nederland en verder ook die van alle regio’s in Europa actief behartigen. Geen nationaal chauvinisme, maar een gezond “regiopatriottisme” (zoals Dick Heuvelman onlangs schreef in het Dagblad van het Noorden). Dus: help mee in de campagne! Overtuig je buurman en buurvrouw!
Redactie:
Dana Kamphorst en Hilbert Koetsier, m.m.v. Teun Jan Zanen en Haarm Diek
Foto's:
Tjeerd Oliemans, Geert Staats en Anton Tiktak
Boren in de Waddenzee
door Teun Jan Zanen
Eind juni buigt het kabinet Balkenende zich over het dossier ‘boren in de Waddenzee’. Het dossier wordt gevuld door de nota van de commissie-Meijer (o.a. oud-commissaris van de koningin in Drenthe) en de daarop binnengekomen reacties. Na een moratorium van tien jaar, waarin overheid en oliemaatschappijen overeenkwamen dat er boringen, noch winningactiviteiten in het wad zouden plaatsvinden, is de overheid er nu aan gehouden met een standpunt over dit onderwerp te komen.
Ter voorbereiding stelde zij een advies-commissie in: de commissie-Meijer. De commissie-Meijer is van mening dat het winnen van aardgas onder de Waddenzee vanuit milieukundig oogpunt acceptabel is en vanuit economisch oogpunt zeer wenselijk. Volgens de commissie (gebaseerd op diverse milieustudies) kan, mochten er toch negatieve effecten zijn, de aardgas-winning ook vertraagd worden aangewend. Daarmee vervallen naar de mening van Meijer c.s. de milieubelemmeringen.
De Provinciale Staten van Groningen organiseerden op 19 mei jl. een hoorzitting over boren in de Waddenzee. Daar bleek van een eenduidige visie vanuit de wetenschap überhaupt geen sprake. Integendeel, nieuwe aspecten als de schadelijkheid van te weinig licht in de Waddenzee dienden zich aan. De metingen van de effecten van de gaswinning bij de Zuidwal, bij Harlingen bleken ook nog uiterst primitief en vrij onbetrouwbaar. Kortom voorlopig is het beter, anders dan Meijer c.s. suggereren, vanwege milieuredenen beter om geen gas te winnen van onder de Waddenzee.
En dan de fooi die Noord-Nederland wordt voorgehouden. 10% van deze extra aardgasbaten zou aan het Noorden zelf ten goede kunnen komen. Voor het grootste gedeelte zou dat dan verplicht weer in het onderhoud van de Waddenzee gestoken moeten worden (achterstallig onderhoud en het opvangen van de schadelijke effecten van deze nieuwe gaswinning, zullen we maar zeggen). Daarmee moeten we ons dus in geen geval laten afschepen.
Als Partij voor het Noorden hebben wij vorig jaar november in de gezamenlijke, noordelijke Statenvergadering een motie ingediend, dat als het rijk zou afzien van Langmangelden na 2006, het Noorden 25% van de totale aardgasbaten (een kwart dus van zo’n zeven miljard euro per jaar) zal opeisen. Welnu het ziet er – ondanks de interventie van de Tweede Kamer - opnieuw naar uit dat we inderdaad naar die Langmangelden kunnen fluiten. Dus 25% van alle aardgasbaten, dus ook die van een eventuele extra winning van onder de Waddenzee, zullen dan Noord-Nederland ten goede moeten komen.
Op 9 juni vergaderen de Provinciale Staten van Groningen speciaal over deze Waddenproblematiek. De politieke verhoudingen zijn nu nog zo dat het gaswinnen op een meerderheid van tegenstanders stoot. Maar onder druk van hun landelijke partijen dreigen zowel het CDA als D’66 hun standpunt aan te passen. Het wordt nog spannend.
Teun Jan Zanen
(27 mei 2004)
De Europese verkiezingen
door Teun Jan Zanen
Waar zijn we aan begonnen? Vanuit Noord-Nederland een nationale verkiezings-campagne runnen valt niet mee. Trouwens, zelfs in het Noorden hebben we nog de nodige scepsis te overwinnen. Zo zijn wij op een merkwaardige opstelling van de Fryske Nasjonale Partij (FNP) gestuit. Op hun recent georganiseerde ledenvergadering te Wirdum bij Leeuwarden legde het bestuur, in reactie op een brief van de Partij voor het Noorden, de vergadering als standpunt voor om geen actieve steun, geldelijk noch publicitair, te verlenen aan de verkiezingscampagne van de Partij voor het Noorden. Een regelrecht afront mijns inziens tegen de FNP-ers op onze lijst, in het bijzonder Jan van der Baan en Kerst Huisman. In schrille tegenstelling tot dit zuinige optreden van het bestuur, dat overigens na enig gemor door de vergadering werd geaccepteerd, was het hartelijke applaus dat ondergetekende ten deel viel bij entree van die vergadering om een uur of negen. Ook de speech van het Eerste Kamerlid Hendrik ten Hoeve maakte veel goed van de door het FNP-bestuur gekozen opstelling. Ten Hoeve benadrukte (in mijn woorden), dat de ontwikkeling naar regio’s à la Noord-Nederland in geheel Europa gaande is en dat de FNP daar op moet anticiperen, in plaats van zich terug te trekken in de eigen provinciale schoot.
Geen actieve steun van de FNP dus. Alhoewel vele FNP-ers me op die avond succes toewensten en tot uitdrukking brachten dat zij zeker op de Partij voor het Noorden zouden gaan stemmen. We moeten direct na de verkiezingen als besturen en fracties alle zaken maar eens goed uitpraten en bezien hoe we onze gezamenlijke zaak, een veel onafhankelijker Noord-Nederland, tezamen dichterbij kunnen brengen.
Positiever was de reactie vanuit Drenthe. Vanuit de Onafhankelijke Partij Drenthe kwam een actieve steunverklaring. Onder andere zegden ze een financiële bijdrage toe. Ook waren zij bereid informatie van ons in hun blad op te nemen. Rondom Egbert Kruize uit Emmercompascuum, de vierde kandidaat op onze lijst en ook lid van de OPD, groeit een actief groepje campagnevoerders. Met die OPD zit het dus wel snor. Vervolgens kreeg ik een hartverwarmend briefje van Adri Gaasbeek van Drents Belang. Hij stelde zich persoonlijk van harte achter onze campagne en was naar vermogen bereid om hand en spandiensten te leveren. Daarvan en van enkele andere aanbiedingen vanuit die kring zullen we van harte gebruik maken. Me dunkt dat we na de verkiezingen ook in gesprek moeten met enerzijds de OPD en anderzijds Drents Belang.
Teun Jan Zanen
(27 mei 2004)
Duitse regio’s willen meer macht
door Hilbert Koetsier
Ons grote buurland Duitsland is in 16 grote en kleine regio’s opgedeeld. Die regio’s heten in het Duits Länder en ze hebben zeggenschap over zaken als onderwijs en politie. Maar de Länder willen meer: macht op Europees niveau.
Begin mei barstte daarover een discussie los, nadat de leider van de grootste regio Beieren (12,3 miljoen inwoners), Edmund Stoiber, zei dat zeker in het vergrootte Europa van nu – en gezien de voorgestelde Europese grondwet – de bevoegdheden van de Länder groter zouden moeten.
Na de Duitse Eenwording in 1989 hebben de Länder meer zelfbeschikking gekregen en kunnen ze nu mede het bondsregeringsbeleid op Europees niveau bepalen. In sommige gevallen mogen de Länder zelfs voor zichzelf onderhandelen in Europa.
De minister van justitie van de Duitse bondsregering wil de macht van de Länder echter liever inperken. Het is voor Duitsland immers lastiger onderhandelen op Europees niveau als de Länder daar ook aan deelnemen. Een meer centralistisch land als Frankrijk, waar de 22 regions niet als ‘stoorzender’ kunnen werken, kan effectiever werken, zo denkt de Duitse bondsregering.
We volgen de strijd van de Duitse regio’s met interesse!
In Duitsland bestaat een vergelijkbaar probleem als in Europa: er zijn heel grote regio’s met veel macht en heel kleine, met minder macht. In een toekomstig Europa van deelregio’s zal gekeken moeten worden of een regio als Beieren niet al te groot is. Het kleinste Bundesland in Duitsland is Bremen met 660.000 inwoners en daarna Saarland met iets meer dan 1 miljoen inwoners.
(27 mei 2004)
Proefschrift over regionalisering
door de redactie
“Waar de wereld zich onder invloed van mondialisering openbaart als een podium van onbeperkte mogelijk-heden, zoeken mensen daarentegen steeds vaker hun begrenzing in de herkenbaarheid van de eigen lokale identiteit” aldus de achterflap van het proefschrift van Dr. N. Reverda (Uitgeverij Eburon, Delft 2004). Het proefschrift is getiteld “Regionalisering en Mondialisering”. In steeds meer landen ontstaan naar autonomie strevende regionale bewegingen, aldus Reverda. Deze bewegingen beroepen zich op regionale identiteit. Het boek is verkrijgbaar bij de boekhandel.
(27 mei 2004)
Zendtijd en media voor Partij voor het Noorden
door de verkiezingscommissie
In de aanloop naar de verkiezingen krijgen alle partijen zendtijd op de Nederlandse radio en TV. Ook de Partij voor het Noorden. We hebben daarvoor twee radiospots ingeleverd en één TV-spot.
Voor een radio-uitzending van 10 minuten en voor de TV-uitzendingen hebben we onze oude spots aangepast. Daarnaast worden een aantal keer korte, nieuwe radiospotjes van 1 minuut uitgezonden. Het uitzendschema ziet u hieronder. Naast deze spots is Robert Schliessler bezig een “commerciële” TV-spot te maken, die gebruikt kan worden voor reclameblokken op de regionale zenders. De spot is in Friesland opgenomen en o.m. Jan Uitham figureert hierin. De media-aandacht is goed te merken aan de aantallen bezoekers van onze website, momenteel meer dan 200 per dag.
Uitzendingen Partij voor het Noorden
Do. 27 mei 20:57, 1 minuut op Radio 3FM
Do. 27 mei 23:35, TV-spot Nederland 2
Vr. 28 mei 11:57, 1 minuut op Radio 1
Zo. 30 mei 17:52, TV-spot Nederland 2
Ma. 31 mei 11:57, 1 minuut op Radio 4
Ma. 31 mei 22:57, 1 minuut op Radio 2
Wo. 2 juni 22:56, TV-spot Nederland 3
Vr. 4 juni 15:57, 1 minuut op Radio 3FM
Vr. 4 juni 16:57, 1 minuut op Radio 1
Vr. 4 juni 22:56, TV-spot Nederland 3

(27 mei 2004)
Kandidaten aan het woord
door de verkiezingsredactie
Hieronder komen nogmaals een paar van onze kandidaten aan het woord. Wie zijn zij, wat doen zij en hoe zien zij hun rol op de lijst van de Partij voor het Noorden?
Fleur Woudstra #8 heeft zo'n 25 jaar als docente Engels en Duits gewerkt aan middelbare scholen in Groningen. Nu is ze in de eerste plaats bekend als de fractievoorzitter van Stadspartij Groningen. Velen kennen haar al jaren als "de Fleurzitter", zoals ze tijdens de roerige 18 jaar werd genoemd dat ze voorzitter was van de Stad-Groningse Buurtvereniging "Het A-Kwartier". Deze binnenstadswijk heeft onder haar leiding de daar heersende drugsoverlast op de politieke agenda gezet. De Reader's Digest oftewel "Het Beste" schreef een artikel over haar ervaringen in 54 talen.
Sinds 1998 is zij landelijk voorzitter van het Nationaal Actiecomité tegen Drugsoverlast (NAD). Vaak wordt Woudstra door de Ministeries van Binnenlandse Zaken, Justitie, Grote Stedenbeleid en VWS direct betrokken bij het ontwikkelen van (drugs-) wetgeving om de overlast beter te kunnen aanpakken. Ze treedt vaak als gastspreekster op, woont bijeenkomsten van de VN in Wenen bij, bezoekt drugscongressen in heel Europa en hield onlangs nog een toespraak voor de Pompidou Group van de Raad van Europa.
Fleur Woudstra staat altijd open voor onorthodoxe, creatieve ideeën om de samenleving leefbaar en veilig te houden: “door goede regionale, nationale en internationale samenwerking en praktisch beleid, kunnen maatschappelijke problemen pas echt goed worden aangepakt.”
Nico Zweerts de Jong #11(1942) is al bijna 20 jaar fractievoorzitter van Gemeentebelangen Veendam en daarmee zeer betrokken bij de politiek in de Veenkoloniën in Oost-Groningen. Hij is opgegroeid in Nederlands-Indië, werkte in Duitsland en Zwitserland en werd later onder meer directeur van een grote drukkerij.
In zijn lange bestuurlijke ervaring heeft hij gemerkt dat de Europese Comissie steeds belangrijker wordt en steeds meer invloed krijgt op de landelijk, provinciale en gemeentelijke overheden. ”Wil je dit voor bijvoorbeeld de noordelijke regio bijsturen, dan moet je er bij de oorsprong van de besluitvorming al bij zijn. En waar wat te verdelen valt, daar moet je paraat staan!”, aldus Zweerts de Jong.
Sabrina Jessen #17 (1979) komt uit Bredstedt (Noord-Duitsland) en is de enige kandidaat van de 15 kieslijsten in Nederland, die niet staatsburger van Nederland is. Ze volgde op de universiteit van Flensburg een lerarenopleiding voor de vakken Duits, Noord-Fries (Friese taal die in een gebied in Noord-Duitsland gesproken wordt) en Godsdienst.
Jessen kwam door een Europees uitwisselingsproject in Leeuwarden terecht en geeft daar nu les in Duits en Noord-Fries (Frasch). Ze wordt regelmatig gevraagd te helpen bij culturele uitwisselingsprojecten tussen de Frieslanden in Nederland en Duitsland, omdat ze zowel Duits, Noord-Fries (Frasch), Westlauwers-Fries (Frysk), Nederlands en Platduits (verwant aan Gronings en Drents) spreekt.
Geert Staats #10 (1956) is werktuigbouwkundige en energietechnoloog. Hij is vanaf de oprichting actief betrokken bij de organisatie en politiek van de Partij voor het Noorden. Staats zet zich met name in op het grensvlak tussen technologie en maatschappij. Volgens Staats horen politieke beslissingen pas genomen te worden, nadat men de harde feiten goed kent en deze correct kan interpreteren: “In deze tijd spelen allerlei ingewikkelde, technische zaken een belangrijke rol in onze samenleving; helaas ontbreekt bij veel politici de juiste kennis om daarop goed te kunnen inspelen.”
Kerst Huisman #9 werkte een groot deel van zijn leven in de journalistiek. Voor de Leeuwarder Courant was hij onder meer statenverslaggever en redacteur voor wetenschap en cultuur. Huisman heeft verschillende boeken geschreven over sociale geschiedenis en over de geschiedenis van Friesland. Daarnaast schreef hij vele publicaties over deze onderwerpen.
Hij begon zijn politieke activiteiten bij de Pacifistisch Socialistische Partij (PSP), waarvan hij onder meer gewestelijk secretaris was in Friesland. Later werd hij actief in de anti-kruisrakettenbeweging en meer recentelijk was hij betrokken bij de oprichting van actiegroepen voor behoud van de Friese talen en tegen de kwalijke gevolgen van gaswinning. Huisman was ook actief in de studiegroepen Foarum en Nieuw FoArum. Momenteel zit hij onder meer in het bestuur van de Fryske Rie (raad van de Friese beweging), die interculturele contacten tussen de Frieslanden in Nederland en Duitsland onderhouden en is hij actief voor de FNP als redactielid van het partijblad de Frijbûtser.
Voor Huisman is regiovorming belangrijk voor de ontwikkeling van Europa: “Vorming van regio’s die een zekere eenheid vormen en die kunnen beschikken over een stuk zelfbestuur, is veel beter voor de ontwikkeling van die regio’s. Op sociaal, economisch en cultureel gebied heeft een regio daar baat bij – en daarmee heel Europa.”
(27 mei 2004)
Europese grondwet
door Dana Kamphorst
Sinds juli 2003 ligt er een Europese grondwet in concept. Onder het Italiaanse voorzitterschap van vorig jaar is het nog niet tot een definitieve grondwet gekomen. Echter, nu de Europese verkiezingen in aantocht zijn, wordt er in Europese sfeer opnieuw druk overleg gepleegd over de officiële vaststelling van de ontwerp grondwet. De verwachting is dat er nog voor de Europese verkiezingen een akkoord over komt.
Waarom een Europese grondwet? De Europese grondwet, die in één tekst de belangrijkste bestaande Europese verdragen vervangt, is een belangrijke stap in de richting van een verenigd Europa. Deze bakent het kader af waarbinnen de EU op kan treden. Ook bevat het onder meer de waarden, doelstellingen en bevoegdheden van de EU en de grondrechten voor Europese burgers, die zowel de Europese instellingen als de lidstaten moeten eerbiedigen.
Subsidiariteit
Een Europese grondwet is een goede zaak. Voor de Partij voor het Noorden, als warm voorstander van verruiming van bevoegdheden voor regionale besturen, is vooral de erkenning van regio’s middels een aanhangsel in de grondwet, verheugend. Door het rapport Napolitano, dat onder leiding van de Italiaanse Europarlementariër Giorgio Napolitano in januari 2003 in het Europees parlement werd gepresenteerd, is het zover gekomen dat er aan de concept grondwet een aanhangsel hangt dat gaat over subsidiariteit.
Subsidiariteit, in de opvattingen van Napolitano, gaat er in het kort over dat de EU alleen dan optreedt wanneer de lidstaten op centraal, regionaal, of lokaal niveau daartoe niet beter in staat zijn. Aan ieder wetsvoorstel van de Europese commissie dient nu dan ook een aanhangsel van subsidiariteit te hangen. Dat betekent dat elk nationaal parlement kan onderzoeken of de voorstellen van de Europese Commissie wel voldoen aan het subsidiariteitsbeginsel (moet Europa zich daar nu wel of niet mee bemoeien). Maar het aanhangsel geeft ook kansen aan regionale besturen met wetgevende bevoegdheden, zoals de Länder in Duitsland (zie eerder in deze Nieuwsbrief). Ook deze kunnen hun mening uiten over subsidiariteit (moet Europa of de nationale staat zich daar nu wel of niet mee bemoeien?).
Het subsidiariteitaanhangsel bij de grondwet, betekent een eerste echte erkenning van de regio’s. Maar vooreerst alleen nog voor die regio’s die wetgevende bevoegdheid, en daarmee een zekere autonomie hebben. Dat is waar de Partij voor het Noorden – in Nederland - naar streeft.
(27 mei 2004)
Freddie Heineken: The United States of Europe?
door de redactie
In Dagblad Spits is op elke dinsdag en donderdag een essay te lezen in de rubriek “Op zoek naar Europa”. Deze rubriek plaatst essays van lezers rond het volgende thema: “Meer dan 60 procent van het Nederlandse beleid komt al uit Brussel. Toch noemt iedereen Den Haag steevast als politiek centrum. Hoe zou jij dat veranderen?”
Wij kwamen in de Spits van 13 mei jl. een stuk tegen van Dhr. Van der Weiden, eindredacteur van Actueel Verleden, die laat zien hoe ons welgezinde standpunten al eerder eind vorige eeuw werden uitgedragen. Hij maakt ons deelgenoot van een pamflet uit 1992, dat werd opgesteld door onder meer Freddy Heineken, getiteld: “The United States of Europe?”
Dit pamflet volgt het gedachtegoed van de Britse historicus C.N. Parkinson, aldus van der Weiden. Parkinson stelde dat de Europese eenwording belemmerd wordt door het verschil in omvang, bevolking en economische betekenis tussen landen. Heineken, Wesseling en Van Doel, stellen in navolging van Parkinsons constatering in hun pamflet, dat Europa opgedeeld moet worden in 75 kleine staten van gelijke omvang. Het idee van deze kleinere staten is gebaseerd op het voorbeeld van landen die nu al opgebouwd zijn uit regio’s. Door de gelijkwaardigheid van de staten zal de kans op conflicten afnemen.
(27 mei 2004)
Regiobestuur beter dan districtenstelsel
Reactie op voorstel minister de Graaf
door Hilbert Koetsier
Met de invoering van een districtenstelsel probeert minister de Graaf de politieke aandacht van burgers voor regionale zaken naar Den Haag te trekken. Maar regionale zaken kunnen beter regionaal afgehandeld worden.
De nationale regering moet zich bezighouden met zaken die alle Nederlanders aangaan. Thema’s die alleen in een bepaalde regio spelen, moeten dan ook afgehandeld worden door een politiek niveau die slechts dat gebied omsluit.
In een districtenstelsel gekozen vertegenwoordigers in het nationale parlement zijn een schijnoplossing om burgers bij de politiek te betrekken. Regionale vertegenwoordigers horen niet thuis in Den Haag, want daar kunnen zij de regionale taak die door het districtenstelsel hen toebedeeld wordt, niet uitvoeren.
Zou een veel betere oplossing voor de teloorgang van publieke belangstelling voor politiek niet zijn het middenbestuur te versterken? Dat middenbestuur is nu het stelsel van de Nederlandse provincies. Die zijn helaas te klein om een breder takenpakket uit te voeren dan ze nu doen. Daardoor blijft deze bestuurslaag relatief onzichtbaar. Een middenbestuur met meer bevoegdheden en meer financiële mogelijkheden kan regionale politiek uit de schaduw van de nationale politiek halen en daarmee meer mensen het gevoel geven dat zij een relatie hebben tot die politiek. Dan wordt het gapende gat tussen burger en de machthebbende politiek een stuk kleiner.
Specifiek regionale problemen kunnen effectiever gesignaleerd en aangepakt worden. Een regio zal beter in staat zijn op nationaal of Europees niveau te onderhandelen over haar regionale ontwikkeling. Het is misschien zelfs mogelijk de regionale economie beter af te stemmen op de mogelijkheden van een gebied.
Als de kiezer meer affiniteit heeft met een regionale vertegenwoordiger, dan is onze democratie wellicht meer gebaat bij een sterker regionaal bestuur dan het voorgestelde districtenstelsel van De Graaf. Anders dan zijn voorstel is dit wél een beproefd concept. België, Groot-Brittannië en Frankrijk zijn ons al voorgegaan met het instellen van een sterk middenbestuur.
(gepubliceerd in Trouw, 14/4/2004)
(27 mei 2004)
Haarm Diek: Europoa en God
door Haarm Diek
Ons werelddail Europoa is noar n wichie nuimd. Noar n prinses. Zo as t verhoal wil: n aibels mooie. En zó begerensweerd, dat voader Zeus - de keuneg van de goden heur schoaken dee en op t aailaand Kretoa met heur as zien vraauw verkeerde. Op t nuvere verhoal – nuver in de Grönnense én in de Vraize betaiken - ken k hier nou nait ingoan. k Wil bloots noar veuren hoalen, dat in t olle verhoal Europoa en n god votdoadelk wat met mekander te moaken hebben.
Moar nou is Europoa onder bedrieven de noame worden van n dail van onze wereld, ook van de poletieke vörm dervan. Het ditEuropa ook nog met n god van doun? Doar is hikhakkerij over. Paardie lu willen God in grondwet van t zug oetbraaidende Europoa nuimd hebben, andre lu nait.
k Neem joe evempies met noar Indonesie. Dou dat laand op zugzölf te stoan kwam, werren as grond van t nije bestel vief grondsloagen kozen. Met verzin de boetengewoon oetzonderlieke goddelkhaid, de Ke-Tuhanan Yang Maha Esa, veurop. Soekarno, om en bie de Voader des Voaderlaands in lndonesie, ston derop. Hai kreeg ja met n stoat te moaken, doar had wat Moslims woonden, moar benoam in bepoalde daden ook Hindoes en Kristens. Zölf was e ook dails van Hindoe-ofkomst. Hai haar met dij oetdrukken Ke-Tuhanan Yang Maha Esa veur, dat elk en aine in t nije laand zölf invullen kon, wat of e zug der bie veurstelde. Doul: dat de nije stoat n ainhaid bleef. - Of t veul holpen het? Noa meer as n haalve aive wordt in lndonesie stried om Ketuhanan en/of Allah aals moar slimmer...!
Wat mout we in t zug oetbraaidende Europoa met t nuimen van God in belangriekste wetten an? Der ben veur- en tegenstanders. Om dat: der ben veurs en tegens.
Bie ons liekt de tied van 'God, Nederland en Oranje' vebie te wezen. Mout instee dervan nou 'God, Europa en Regionen' komen? Der bennen geleuvenden, dij mainen, dat God in aals gevaal nuimd worden mout. Europoa begunt ja nait vannijs. En goden hebben der ja aaltied heur belangrieke rolle speuld. Zunder t nuimen van God zol Europoa ale daipte mizzen goan en niks meer as n belangengemainschop met wat folkloregheden worden. - Moar der ben vanzölf bie ons ook lu, dij mainen, dat tied van gezoamelke goden of alerdeegs van goden überhaupt west het, over is. Tied van mooie verhoalen is verleden tied. In t wozzen Europoa is in de aalgemainhaid gain God verneuden, - ken vanzölf elk en aine der nog vereren en dainen, wat of wel hai of zai wil.
Der ben der ook, dij van overtugen bennen, dat t verleden ons n lezze leerd het. De goden, dij wie bie onze aigen zoaken broekt hebben, wazzen onze goden, goden, dij regaarden over t laand binnen onze bepaarkte horizont, dij onze opvattens haailegden, dij onze belangen vörderden, dij onze strevens zegenden. Noar heur gevuilen ben zukse goden nou te klaain. As wie - in onze wereld en ook in ons Europoa - in eerns wat met n God of met t Gehaaim van t bestoan of zukswat an willen, zallen wie noar heur mainen der goud an doun om der nait vannijs aine bie te hoalen, dij meugelk met ales van doun het, moar dij tougelieks bie geluk aine is, doar n perfeet van Isrel van zegt, dat dij zien wegen nait onze wegen bennen en dij zien gedachtes nait onze gedachtes.
Opmaarkelk: op dit punt zollen daip-geleuvenden en strikte logenders mekander vinden kennen: God nait nuimen, as t om t zug oetbraaidende Europoa gaait.
In n zug vernijende Europoa mout we n modus vivendi, n menaar van soamenleven vinden goan. Ook as t om godsdainst gaait. Roemte mout der wezen. Daipte mout der blieven of meer komen. En wat Heugte dut, zuks mout oetblieken. t Belangrike van ons stemmen op aankom 10 juni is, dat wie toukomst nait ofwachten moar t oaventuur angoan. Hebben wie moud dertou? Of loat wie moudveren hangen? Krekt as in Indonesie ken wie in Europoa gain parredies verwachtend wezen. Bevolken zal ja oet mensen bestoan. Dat dut vrezen. Moar wie bennen der toch ook nog? Ben wie beder as andre mensen? - As wie doun, wat wie kennen en onze verantwoordelkhaid nemen, ken n goud begun met redelke verwachtens t haalve waark betaiken. Deo Volente! Insja Allah! As God t wil. - Moar dij Zeus huft nait meer met t wichie an de loop te goan. Zai is onder bedrieven wozzen worden. Mondeg. Ze lat deur ons stemmen heur stemme vernemen.
Haarm Diek