Nieuwsbrief 20
Groningen, 27 februari 2004

Tweede Kamer in Veendam
De landelijke media konden het niet laten: een commissie van de Tweede Kamer kwamhelemaal in de Veenkoloniën vergaderen; op wel 300 km van Den Haag, in Veendam of all places… Meer hierover in deze Nieuwsbrief.
Afbeelding: Nico Zweerts de Jong, fractievoorzitter van Gemeentebelangen Veendam en actief voor de PvhN, op een foto in het Dagblad van het Noorden.
Redactie:
Dana Kamphorst en Hilbert Koetsier, m.m.v. Teun Jan Zanen, Haarm Diek en Tjeerd Oliemans
Foto's:
Tjeerd Oliemans en Geert Staats
De Tweede kamer in de Veenkoloniën
door Teun Jan Zanen
Op 16 februari jl. vond in de Veenkoloniën een unieke gebeurtenis plaats: de Tweede Kamer der Staten-Generaal vergaderde “op locatie” in plaats van in Den Haag.
’s Ochtends hielden de vaste kamercommissies voor economische zaken en landbouw een soort hoorzitting over de actualiteit van deze regio. ’s Middags discussieerden de Kamerleden met de minister van Landbouw over de toekomst van de Gronings-Drentse Veenkoloniën. Zoals misschien nog bekend, lag er vanwege de Langman-afspraken de toezegging van het rijk om uit de zogenoemde ICES-pot gelden vrij te maken voor een structurele aanpak van de economie van de Veenkoloniën. Het kabinet Balkenende-I had andere dingen aan zijn hoofd en zakte al binnen een jaar ineen. Maar ook het kabinet Balkenende-II liet de toezegging van Paars-II tot een loze worden.
En nu dan deze hoorzitting, annex Kamervergadering. Natuurlijk brachten de diverse insprekers (vertegenwoordigers van de Stuurgroep Agenda-Veenkoloniën, van Avebe, van de Kamer van Koophandel, van VNO-NCW, van NLTO-Noord, enz.) de actualiteiten helder in kaart. En ook op de kritische vragen van de Kamerleden werd terzake kundig gereageerd. Er zat evenwel geen enkele lading in de vergadering. De kleine tweehonderd belangstellenden waren grotendeels raadsleden, Statenleden of bestuurders van de vele instanties die iets met de ontwikkeling van de Veenkoloniën van doen hebben. Een tamme vertoning. Aan het einde van de ochtend konden nog een zestal wat minder geprogrammeerde sprekers kort hun zegje doen.
Als laatste sprak ondergetekende namens de Partij voor het Noorden de Kamerleden toe. Hen drukte ik op het hart om toch vooral de regering kritisch te volgen. Ook de huidige regering bedeelt het Noorden opnieuw stiefmoederlijk. Daar zouden die Kamerleden eigenlijk iets aan moeten doen, al is dat niet eenvoudig. Onze conclusie is al langer, dat het beleid jegens het Noorden maar beter niet in Den Haag moet blijven, doch naar een landsdeel Noord-Nederland gedecentraliseerd zou moeten worden. Ons eigen te kiezen Noordelijke parlement kan dan de beleidsuitvoering van nabij kritisch volgen en zonodig ook ingrijpen.
Dat hoeven wij van de Kamerleden die onze regio op 16 februari bezochten niet te verwachten, die hebben belangen van meerdere regio’s te bedienen, in het bijzonder die van de Randstad.
Teun Jan Zanen

(26 februari 2004)
Groningen Airport Eelde
door Teun Jan Zanen
Op 19 februari organiseerde de Milieufederatie Drenthe een debat over vliegveld Eelde. Ook de Partij voor het Noorden was present. Aanleiding vormde de aandelenoverdracht van de luchthaven vanuit het rijk naar het Noorden.
Provinciale Staten van Groningen hebben onlangs in meerderheid ingestemd met de overname door de provincies Groningen en Drenthe en de gemeenten Groningen en Tynaarlo van het aandelenpakket van het Rijk in de luchthaven “Groningen Airport Eelde”. Het rijk gaat nu zijn aandelen aan de genoemde lagere overheden overdragen, waarmee zij al haar financiële verplichtingen afkoopt en in ruil daarvoor bereid is de geplande en nog steeds omstreden baanverlenging te betalen. Dat gaat dan om een bijdrage van 18,6 miljoen Euro. Op hun beurt verplichten de genoemde lagere overheden zich de komende tien jaar jaarlijks 10 miljoen Euro bij de dragen in de exploitatie van de luchthaven. Gehoopt wordt dat na die tien jaar de luchthaven quitte zal weten te draaien.
De Partij voor het Noorden stemde uiteindelijk tegen het voorstel van Gedeputeerde Staten. Niet omdat we tegen vliegveld Eelde zijn, niet omdat we tegen de baanverlenging zouden zijn en zelfs niet omdat we tegen het in uitsluitend Noordelijke handen komen van de aandelenpakketten van dit vliegveld zouden zijn. Nee van die drie zaken zijn wij juist voorstander: een goed uitgerust Noordelijk vliegveld behoort in onze ogen tot één van de wezenlijke elementen van de economische infrastructuur van ons landsdeel. Het zou in onze ogen tevens, als een soort openbaar vervoersvoorziening, een dagelijkse uurverbinding met Schiphol moeten kennen (een ideetje voor NoordNed?). Zo’n extra voorziening zou de luchthaven vaste inkomsten bieden en mogelijk zelfs een dure zweeftrein overbodig maken.
We hebben tegen gestemd omdat het businessplan van de luchthaven slechts schone schijn liet zien. Dat zij op termijn, na tien jaar, quitte zouden draaien, kan op geen enkele wijze hard gemaakt worden. Door dat wel te geloven, laten de noordelijke bestuurders het rijk ontsnappen: de komende tien jaar moet jaarlijks 10 miljoen euro op tafel gelegd worden t.b.v. de exploitatie. Na die tijd, zelfs als het heel slecht zou gaan, zijn zij verplicht de luchthaven open te houden. Met een eenmalige storting van 18,6 miljoen euro komt het rijk veel te gemakkelijk weg.
En waar komen die 18,6 miljoen euro vandaan……………? Juist vanuit de aardgaswinsten van het Rijk. We betalen dus ook nog een sigaar uit eigen doos.
Teun Jan Zanen
(26 februari 2004)
Vanuit de fractie
Toespraak over asielzoekersbeleid
door de redactie
In de statenvergadering van 4 februari jl. is een debat gehouden over een pardonregeling voor asielzoekers die hier langer dan vijf jaar verblijven. De Partij van de Arbeid diende een motie in, waarin aangegeven wordt dat om humane redenen, deze asielzoekers een vaste verblijfvergunning voor Nederland zouden moeten krijgen. Het gaat in de provincie Groningen om ca. 600 mensen. De Partij voor het Noorden heeft deze motie mede ondertekend. Onze fractievoorzitter Teun Jan Zanen hield in deze vergadering het volgende betoog, waarin hij zich keert tegen het Haagse uitzettingsbeleid, en de discussie over de motie verbreedt:
“Voorzitter. Ik wil het onderwerp met permissie iets verbreden. Ik verbaas mij erover dat de discussie zich concentreert op de vluchtelingen, de soorten vluchtelingen en de beoordeling over de situatie in het land van herkomst. In breder opzicht bezien is er sprake van immigratie. Mensen komen naar Nederland toe. Soms worden zij zelfs uit het buitenland gehaald. Er zijn bepaalde periodes geweest waarin gastarbeiders werden uitgenodigd om hier te komen werken. In Groningen kennen wij dat ook. We weten hoe de Veenkoloniën zijn afgegraven. Er zijn massa's mensen overal vandaan hier naar toegehaald om hier te werken. Wat is er op tegen als mensen zich willen vestigen in onze samenleving, als zij daaraan actief en bewust een bijdrage willen leveren voor henzelf, hun gezinnen en hun omgeving? Waarom moet er zo verkrampt gereageerd worden vanuit met name de politiek op een instroom van mensen? Naar mijn oordeel zou het op het nationale niveau zo moeten zijn dat eventueel eisen worden gesteld aan de mensen die binnenkomen: leer de taal, zorg dat je een goede scholing hebt zodat je productief kunt zijn en je je eigen boterham kunt verdienen. Dan gaat het om dit soort eisen en dan is er geen enkel probleem. Het is een verrijking van onze samenleving als op die manier tegen deze kwestie wordt aangekeken.
Nu wil het geval dat de afgelopen jaren een stroom vluchtelingen het land is binnengekomen. Deze worden helemaal niet beschouwd tegen de achtergrond zoals ik net heb geschetst, maar die gaan wij zielig maken. Vaak hebben die mensen al grote problemen. Zij mogen dan bovendien niets doen, zij mogen niet werken en actief zijn in onze samenleving en worden apart gehouden in asielzoekerscentra. Dat vind ik inhumaan en heel slecht! Er wordt een kans gemist als je die mensen niet bij de samenleving betrekt. Inmiddels zijn er toch al veel mensen uitgestroomd uit de asielzoekerscentra. Deze mensen hebben gewone huisvesting gevonden en zijn erin geslaagd zijn om zich te integreren in de samenleving. De discussie gaat momenteel over deze beide groepen. Ik vind dat het College van GS en de commissaris in dezen de afgelopen jaren een goede rol hebben gespeeld. Dat heeft er vervolgens wel toe geleid dat veel van die mensen deel van onze samenleving zijn geworden. Dat betekent dat wij nu ook verantwoordelijkheid voor hen dragen. We moeten een dam opwerpen tegen een uitzettingsbeleid zoals op nationaal niveau is ontwikkeld.
Vandaar voorzitter, dat de PvhN van harte heeft ingestemd met de motie. Laura Smit (statenlid PvdA, red.) heeft een helder en duidelijk betoog gehouden, waarvoor mijn complimenten en dat geldt ook voor de heer Slager (statenlid ChristenUnie, red.) die mij getroffen heeft in zijn zeer uitgesproken opvatting. Wij zullen de motie die wij mede hebben ondertekend, uiteraard ondersteunen. Wat ons betreft had hij breder gemogen, maar ook zoals hij er nu ligt, is hij onze steun waard.”
(26 februari 2004)
Informatie over Zuiderzeelijn dringend nodig - Partij voor het Noorden stuurt Open Brief aan Alders
door de redactie
De informatievoorziening naar burgers over de besluitvorming van de Zuiderzeelijn moet beter. Daarover heeft de Partij voor het Noorden een open brief gestuurd aan de commissaris der koningin in Groningen. Naar de mening van de Partij voor het Noorden weten de Groningers, door de vele vage berichten en het ontbreken van concrete informatie, totaal niet meer waar zij aan toe zijn bij de besluitvorming over de zweeftrein.
Commissaris Alders wordt middels deze brief uitgedaagd om iets aan die informatiebehoefte te doen. De maquette van de Zuiderzeelijn, die nu in de kelder staat bij het ministerie van Verkeer en Waterstaat in Den Haag, moet naar Groningen komen. Het mooiste zou zijn dat die opgesteld wordt midden op de Grote Markt in Stad. Verder moet er dan op de vele levende vragen in zo'n setting antwoord zijn. Bijvoorbeeld over de verschillen tussen de varianten op diverse gebieden: het aantal tussenstops, de reisduur Amsterdam-Groningen, de prijs van het kaartje, de realisatie-termijn, etc. Het publiek kan zo actief bij de discussies rondom dit project betrokken worden.
De Stadspartij Groningen heeft zich, in overleg met de Partij voor het Noorden, over ditzelfde onderwerp gewend tot het college van B&W van de stad Groningen.
(26 februari 2004)
Met de trein in Noord-Nederland
door Hilbert Koetsier
NoordNed mag tot eind 2005 op de spoorwegen in Groningen en Friesland personen vervoeren. Wat daarna gebeurt is nog de vraag. De provincies moeten dan voor de volgende 15 jaar een nieuwe concessies verlenen aan de vervoerder die hen het beste lijkt. Onder welke voorwaarden de nieuwe vervoerder de spoorlijnen mag exploiteren, is nu onderwerp van debat in de noordelijke politiek.
In het kader van de privatisering bij het spoorvervoer, rijdt sinds juni 2000 niet de NS, maar NoordNed in Noord-Nederland op de rails. Na 2005 zou NoordNed – of een andere vervoerder – aan vele nieuwe voorwaarden moeten voldoen. Zo moet het materieel aan allerlei eisen voldoen, de kaartverkoop moet in heel Nederland gelijk zijn, er moet volgens een zekere minimale dienstregeling gereden worden en de prijs van een kaartje is ook aan banden gelegd. De Partij voor het Noorden houdt deze concessieverlening nauwlettend in de gaten, want in het spoorvervoer is hier en daar nog heel wat te verbeteren. Helaas wordt er tegenwoordig meer gesproken over het grote, lange termijnproject de Zuiderzeelijn, waardoor discussies over de gewone spoorlijnen wat lijken onder te sneeuwen. Hieronder een analyse van de verschillende spoordiscussies.
Discussie I: nieuw vervoer op bestaande spoorwegen en behoud van bestaande lijnen
Vervoer op bestaand spoor in het noordelijke concessiegebied kan worden gezien als bestaande uit vier onderdelen:
1. spoorlijnen naar Noord-Groningen, t.w. Groningen-Delfzijl en Groningen-Roodeschool. Met de laatste is iets aan de hand, namelijk dat de lijn stopt in Roodeschool. Er lopen ook rails van Roodeschool naar de Eemshaven, maar die voldoen niet aan de eisen voor dagelijks treinverkeer. Dat is jammer, want er vertrekken jaarlijks zo’n 300.000 mensen vanaf de Eemshaven naar het waddeneiland Borkum en er wordt zelfs een nieuwe terminal voor dat veer gebouwd. Die terminal zou eigenlijk per spoor bereikbaar moeten zijn, vinden we.
2. spoorlijnen naar het westelijk deel van Friesland, t.w. Leeuwarden-Harlingen (haven) en Leeuwarden-Stavoren. De spoorlijn van Harlingen naar Harlingen Haven staat ter discussie, maar zou voor de compleetheid van het railvervoer wat ons betreft gewoon moeten blijven. Er varen vanuit die haven ongeveer 1 miljoen mensen naar Vlieland en Terschelling, waarvan tweederde met het openbaar vervoer komt.
3. de spoorlijn tussen Groningen en Leeuwarden. Over deze lijn hebben de provincies Groningen en Fryslân nog niets te zeggen; deze valt momenteel onder het ministerie van Verkeer en Waterstaat. Gesprekken over het overhevelen van deze lijn naar de provincies Groningen en Fryslân zijn gaande. Dit is wel de meest winstgevende spoorlijn in Noord-Nederland en het lijkt ons goed dat deze gewoon bij het noordelijke concessiegebied gaat horen.
4. de spoorlijn van Groningen naar Duitsland (Leer). In het nieuwe Groninger programma van eisen voor de concessie van 2005, is het duidelijk dat er een normale, directe dienstregeling moet komen tussen Groningen en Leer. De nieuwe treinen moeten dus op zowel Nederlands als Duits spoor kunnen rijden en zich in de beide dienstregelingen kunnen invoegen. Dat is een aardig begin, maar wat ons betreft niet genoeg. Daarover hieronder meer.

Spoorwegen in het Noorden (kaart: PvhN, bron: RailInfrabeheer, DB-Netz)
In het algemeen vindt de Partij voor het Noorden dat er goed regionaal openbaar vervoer moet zijn. In deze discussie willen we vooral benadrukken dat de Oost-West verbinding verbeterd moet worden. Die verbinding houdt niet op bij Nieuweschans; die zou tenminste moeten lopen van Leeuwarden, via Groningen en Leer naar Oldenburg. Dat deze verbinding er nu niet zo duidelijk is, is een technische en vooral een organisatorische kwestie.
Technisch gezien is het grootste gedeelte van het traject enkelbaans en niet geëlektrificeerd. In de toekomst willen we op deze trajecten graag elektrificatie en verdubbeling zien.
Organisatorisch doemen (en doemden de afgelopen 20 jaar) er allerlei problemen op. Zo kunnen Groningen en Fryslân allebei het vervoer gunnen aan afzonderlijke vervoerders. Verkeer en Waterstaat zou de lijn Groningen-Leeuwarden theoretisch nog aan een derde vervoerder kunnen gunnen. Het is dus mogelijk dat er drie spoorwegmaatschappijen gaan rijden! Over deze zaak hebben de provincies en het ministerie op 19 februari jl. gesproken. Het ministerie zal waarschijnlijk binnenkort een aanbeveling doen over het samenvoegen van de noordelijke concessiegebieden. Daarna zullen de provincies gezamenlijk een programma van eisen moeten vaststellen en moeten de colleges van GS een bestek laten maken. Misschien kunnen spoorwegmaatschappijen al vóór april een bod doen op de noordelijke concessie. De Partij voor het Noorden denkt dat het goed is als het ministerie inderdaad zou besluiten van de noordelijke spoorlijnen één concessiegebied te maken.
Een lastig probleem is de spoorlijn Groningen-Leer, die hierboven apart is genoemd. Deze kan in praktijk niet losgeknipt worden van het Groningse concessiegebied, zo heeft de provincie laten weten. Als we een rechtstreekse verbinding van Groningen naar Oldenburg zouden willen, dan zou de Deutsche Bahn (DB) deze misschien het beste kunnen exploiteren, omdat het grootste deel van de route dan in Duitsland ligt. Dat de Deutsche Bahn de spoorlijnen in geheel Noord-Nederland zou willen exploiteren lijkt onwaarschijnlijk (ze zitten krap bij kas). Dat NoordNed (mocht die de concessie krijgen) helemaal doorrijdt tot Oldenburg, lijkt ook onwaarschijnlijk. Maar er is misschien een uitweg: de Deutsche Bahn zou als subcontactor van NoordNed op het traject Groningen-Nieuweschans kunnen rijden…
Er lijkt momenteel op dit gebied iets te gebeuren. Er zijn geruchten dat de Deutsche Bahn vanaf eind dit jaar haar dienstregeling wat aanpast, waardoor er betere verbindingen met bestemmingen in Duitsland ontstaan. Ook schijnt de provincie aan het praten te zijn over een rechtstreekse verbinding naar Oldenburg. We zullen deze ontwikkelingen op de voet volgen! Dan krijgt een goede Oost-West verbinding meer kans.
Discussie II: gewenste nieuwe regionale spoorlijnen
Op bestaand spoor is veel te verbeteren, door de zaken beter te organiseren. Maar er blijven ook zwakke plekken in ons spoorvervoer, waarvoor eigenlijk nieuwe rails gelegd moeten worden. Zo mist er een goede Noord-Zuid verbinding in het Noordoosten van Nederland. Een verbinding Zuidbroek-Veendam-Stadskanaal-Emmen en dan door tot Enschede zou een goede aanvulling kunnen zijn, waarmee een groot gebied ontsloten wordt. De kosten en baten van dit traject moeten in ieder geval eens goed bestudeerd worden.
De provincies Groningen en Drenthe zijn al enige tijd met elkaar aan het praten over lightrail verbindingen tussen Assen en Groningen – het Kolibri project. Lightrail is een moderne vorm van de tram; lichte treinstellen die vaak rijden. De bedoeling is dat mensen dan meer met het OV gaan en minder met de auto. Een kanttekening bij dit project, is dat het veel geld kost en dat het een toevoeging is aan bestaand – goed – openbaar vervoer tussen deze steden. Dat geld zou je ook kunnen gebruiken om elders in de provincie – waar het aanbod van openbaar vervoer slecht is – het openbaar vervoer te verbeteren.
In Friesland gaan stemmen op voor een spoorlijn over de Afsluitdijk, die Leeuwarden via Harlingen met Amsterdam verbindt. De Afsluitdijk is daar in principe op voorbereid. We zullen deze optie in het achterhoofd houden.
Discussie III: nieuwe snelle verbindingen in Europees perspectief
De derde discussie heeft in de afgelopen jaren het meeste stof doen opwaaien. Dit is de discussie die gaat over de “Zweeftrein”, ofwel de Zuiderzee- en Hanzetrajecten. Helaas worden de discussies over de bestaande regionale spoorverbindingen door dit debat een beetje verdrukt.
De Partij voor het Noorden vindt dat de discussie over de “Zweeftrein” in wezen gaat over transnationale en trans-Europese verbindingen. Een magneetzweefbaan zou een groot Europees project moeten zijn, waarbij dit comfortabele vervoermiddel de concurrentie met het vliegtuig kan aangaan. Dat in de provincies Groningen en Fryslân al jaren zo heftig over de zweeftrein gedebatteerd wordt, geeft eigenlijk aan dat het om een té groot project gaat voor alleen deze betrekkelijk kleine regio. Misschien is het best gunstig voor ons om opgenomen te zijn in een Noordwest-Europese hoofdroute – en misschien is een magneetbaan dan wel de beste optie. Maar laten we eerst eens zorgen dat we onze “gewone” zaken op orde hebben. Als het goed is, dan rijden er tegen de tijd dat de magneetzweefbaan van de grond komt, al jaren normale intercity’s tussen Leeuwarden en Bremen.
Hilbert Koetsier
ROVER actie: met de trein naar Leer
Op 7 februari jl. had reizigersorganisatie ROVER een demonstratieve treinrit naar Leer georganiseerd voor statenleden. Wij vinden dit een belangrijk onderwerp, en daarom had de Partij voor het Noorden zich met meerdere mensen opgegeven. Daarnaast kwamen enkele mensen van Nieuw FoArum vanuit Harlingen met de trein om het gezicht van de actie te verbreden naar Friesland. Dat is op Omrop Fryslân TV en radio verslagen.
Over alle extra mensen was ROVER wat ontstemd. Hoewel we ROVER hadden gewezen op de extra belangstelling, bleken ze niet bereid daarover eerst overleg te voeren – jammer, want de doelstelling van de aanwezige organisaties was gelijk.
Grappig genoeg reden er die dag geen treinen tussen Nieuweschans en Leer, omdat de brug over de Eems open was. In plaats daarvan waren bussen ingezet. Na een interessante en informatieve bijeenkomst in Leer kon men met de bus terug naar Nieuweschans – alwaar de trein juist weggereden was. In de bus werd – tot onze grote ontsteltenis – nota bene een paspoortcontrole gehouden!
Foto: Deelnemers poseren in de Ostfriesen Zeitung van Stadt und Landkreis Leer.
Met de trein naar Leer: alleen vanaf Groningen
Geert Staats uit Westerbroek merkte op dat op station Martenshoek de kaartjesautomaat geen kaartje afgeeft naar Leer. Hij moet in Groningen een internationaal kaartje kopen à €23,20 retour. Gelukkig is er een goedkoper alternatief: de strippenkaart. Martens-hoek-Leer kost 17 strippen heen, en 17 terug. Hij moet dus twee 15-strippenkaarten kopen (2 x €6,20) en twee 2-strippenkaarten (2 x €1,60) – totaal kost de trip dus €15,60. Dat is een redelijke prijs, gezien de tarieven op andere trajecten. Maar wel lastig!

Wachten in Nieuweschans op de volgende trein naar Groningen (Grrrrr…) (foto: Tjeerd Oliemans)
(26 februari 2004)
Kritiek op TNO-rapport blijft tijdens tweede publiekspresentatie in Grou
Waar kunnen gedupeerden van bodemdaling nu met schadeclaims terecht?
door Tjeerd Oliemans
In april 2003 presenteerde TNO een rapport, dat moest aantonen dat schade aan panden in Fryslân door bodemdaling niet het gevolg is van gaswinning op grote diepte, maar van de problematische waterhuishou-ding in de slappe veenweide-bodem van de bovenste aardlagen.
Op 26 januari 2004 organiseerde Jan v.d. Baan (voormalig fractievoorzitter van de FNP) als voorzitter van de Willem Betongroep in Grou(w) een tweede publiekspresentatie over dit rapport om tot een eindoordeel te komen over de conclusies ervan. Tientallen genodigden vonden de weg naar het Gemeentehuis: delegaties van TNO, de TCBB (de Technische Commissie Bodembewegingen, die overheid en publiek adviseert), politici, Provinciale Statenleden en, last but not least, gedupeerde boeren.
Ja, zelfs de incompetente, luie, met de Macht meeheulende, bevooroordeelde, dure, gevestigde, zieltogende media met hun talloze taal-, spel- en inhoudelijke fouten, hun onhandige, middeleeuwse krantenformaat en hun (zelf)censuur leken de voorlichtende taak even serieus te nemen. Ze stuurden tenminste een radioreporter en schrijvende journalisten. Uitgezonderd het Dagblad v.h. Noorden. (Gelukkig bestaat het vrije internet en is het geïnteresseerde publiek voor de nieuwsgaring en –voorziening niet meer zo van allerlei pipo’s afhankelijk. Zie bijv.: www.partijvoorhetnoorden.nl. Nieuw: met filmpjes!).
Teun Jan Zanen (PvhN) toonde opnieuw zijn grote vaardigheden als technisch voorzitter. Hij leidde met bezieling en humor de vergadering in heldere banen.
Zo toonde een boer - die al drie jaar zijn schadeclaim van een ton niet kon indienen - zich tegenover mij na afloop vol lof over de wijze waarop Teun Jan zich had ingezet om er aanvullend onderzoek bij de TCBB/TNO proberen uit te slepen.
Want dat bleek tenslotte in de ogen van de aanwezigen nodig. Het TNO-onderzoek was immers niet compleet en kende methodologische tekortkomingen, zodat er bij velen twijfels bleven bestaan over de betrouwbaarheid.

Van linksboven, met de klok mee: (1) Jan v.d. Baan (m) organiseerde de avond namens Willem Beton. (2) TNO-criticus staat de pers te woord. (3) H. ten Hoeve (4) Debat T.J. Zanen met B.M.Schroot (5) B.M. Schroot (NITG-TNO) en TCBB-vertegenwoordiger.
Aan het begin van de avond had een panellid al kritiek gegeven en zijn twijfel geuit over de betrouwbaarheid van de door TNO verwerkte meetgegevens.
Zo zou er bijvoorbeeld in Zuid-Afrika door delfstoffen ontginnende concessiehouders met data zijn gesjoemeld.
Uiteraard poogde Barthold Schroot (Senior geofysicus van NITG-TNO) - soms bijgestaan door zijn collega’s - het wantrouwen weg te nemen. Aan de hand van een PowerPoint-presentatie liet hij zien dat de bodemdaling in Fryslân als gevolg van gaswinning op 2 km diepte maximaal slechts 3,5 cm bedroeg. Verwaarloosbaar vergeleken bij de decimeters bodemdaling, veroor-zaakt door inklinking van de slappe veenweidegrond. De diepe aardlagen bevatten weinig breuken, in tegenstelling tot die in de bodem van Groningen en Drenthe en zouden dus geologisch stabiel zijn.
Het toeval wil dat er sinds 1970 in dit gebied zowel aardgaswinning plaatsvond, als dat er allerlei waterhuishoudkundige ingrepen waren o.a. door ruilverkavelingen.
Volgens de TNO-interpretatie van hun meetgegevens veroorzaken die laatste ingrepen de schade.
In deze visie zouden de water-schappen in beeld komen voor schadeclaims van gedupeerden.
Een kritische Jan v.d. Baan gaf aan te beschikken over grafieken van bepaalde meetgegevens die hij nog graag in aanvullend onderzoek zag verwerkt. Teun Jan Zanen wees erop, dat aanvullend onderzoek het rapport van TNO sterker zou maken.
TNO en TCBB toonden zich echter niet erg toeschietelijk. Gezien de vele vragen en opmerkingen uit de zaal - waaronder die van Hendrik ten Hoeve (OSF, FNP) - toonde TNO zich uiteindelijk bereid in beperkte mate nog aanvullende informatie te verstrekken. Dit om een aantal vragen die op deze avond naar voren kwamen alsnog helder te kunnen beantwoorden. Barthold Schroot vertelde mij later desgevraagd dat het TNO-onderzoek al enige honderdduizenden euro’s had gekost.
Tjeerd Oliemans
Foto’s: © Tjeerd Oliemans / PvhN
(24 februari 2004)
Partij voor het Noorden boos op Groningse hoogleraar: Noord-Nederland geen groot “Center Parcs”
door Teun Jan Zanen
De pers berichtte op 29 januari jl. dat de Groningse hoogleraar Gert de Roo Noord-Nederland aanbeval om zich tot één groot Center Parcs te ontwikkelen. Weg met de stilte en de ruimte, ten faveure van ‘gezellige’ recreatie met zwembad, golfbaan en wat al niet. Onze reactie.
De Partij voor het Noorden dit de zoveelste, door Randstedelijk denken ingegeven suggestie voor de ontwikkeling van Noord-Nederland. Weg met het Groningse landschap, en de karakteristieken van bijvoorbeeld de Veenkoloniën. Ruim baan voor recreatie en toerisme à la ‘Center Parcs’. Dat pakt naar het oordeel van de Partij voor het Noorden uiteindelijk slecht uit. Weg landschap, weg regionale cultuur, weg identiteit. En er voor in de plaats wat armzalige dienstverlening in de recreatieve sector.

Recreatie gaat vaak samen met de beleving van de rijke geschiedenis van Noord-Nederland – zoals te zien bij Schoonoord (foto: T. Oliemans)
Wel is de Partij voor het Noorden het eens met Gert de Roo, als hij zegt dat de noordelijke provincies gezamenlijk een visie op de toekomst van hun regio moeten ontwikkelen. Dat gaat dan naar de mening van de Partij voor het Noorden juist wel over het behoud van de grote diversiteit aan landschappen en van het eigene van de diverse streken, grotere plaatsen en kleine dorpen. Een leefbaar platteland, waar landbouw, industrie en dienstverlening op bescheiden schaal de inwoners de kans bieden tot het verdienen van een goede boterham. Recreatie en toerisme kunnen daarbij aanvullend worden ingevlochten.
Ziedaar een ander toekomstbeeld, dat overigens wel aanvulling verdient - denk aan de steden Groningen, Leeuwarden en Emmen en de betekenis aldaar van kennis, kunst en cultuur, ook voor de economische structuur van Noord-Nederland.
(27 februari 2004)
Partij voor het Noorden steunt wetenschappelijk onderzoek naar regionalisering
door de redactie
De Partij voor het Noorden is betrokken bij twee verschillende initiatieven voor wetenschappelijk onderzoek.
Het ene is een filosofisch getint promotieonderzoek aan de Universiteit van Nijmegen: “Regionalisering- een nieuw perspectief voor duurzame sociaal-economische ontwikkeling”. De Biermanstichting is hiervan co-financier. De Partij voor het Noorden, als lid van de Biermanstichting, zal actief in het project participeren.
Het tweede onderzoeksproject loopt via de wetenschapswinkel van de Groninger universiteit. De Partij voor het Noorden heeft in dit geval de wetenschapswinkel benadert met de vraag onderzoek te doen naar de betekenis van cultuur op de regionale economie. Het onderzoek zal worden uitgevoerd door een aantal studenten van de universiteit.
Beide onderzoeken kunnen elkaar mogelijk bevruchten. Om dat te bevorderen zal binnenkort een gesprek plaatsvinden met alle betrokkenen, waaronder de Partij voor het Noorden.
(27 februari 2004)
Haarm Diek: Kaizen
door Haarm Diek
Dit keer wik t over kaizen hebben. Kaizen is op zien tied goud. Moar kaizen is óók: verlaizen. Zekerliek ook in de poletiek.
Wat veurbeelden.
1. Verbindens van ons Noorden met Hollaand. Veurs en tegens bennen bekend. Ken je zo op n riege zetten. Moar je kennen nait tougelieksverbinden, ontbinden, of zo loaten. Elke meugelkhaid het n aigen (on-)weerde, aans heurt e ja ook nait in de riege thoes. Moar as je d'aine kaizen, verlais je d'andre meugelkhaid.
2. Verbinden Delfziel-Emden. Met boten? Met n brugge? Met n tunnel? Met n ronddraaivleugeldainst? Ales zo loaten en n stuk omrieden?
3. Soamenvougen van gemaintes. Den bedere meugelkheden soamen? Of verluus van aigen weerden? Of dij t klaaine nait eert, is t grode nait weerd?
4.5.6....
Woar t mie nou om gaait.
Eerstens : tertium datur! Dat is n olle, letiense wieshaid veur: der bennen meer meugelkheden as twije. Maisttieds is der gain of-of moar n of-of-of, en t gevaal van nog meer offen is bepoald nait zeldzoam. Wit-swaart mag dudelk wezen, moar t is voak te makkelk. Der bennen zoveul meerkleuren. En regenboge het noast flitse van weerlicht zien aigen bekoren.
Twijdens: in de poletiek is t nait an te roaden te kaizen, as je nait eerst ale kanten bekeken hebben, zo as der bennen: bovenkaande, onderkaande, ziedkanten, binnenkaande en boetenkaande.
Daardens: moar der mout vroug of loat - asmis meer vroug as loat - kózen worden! Met zunder-ende omkeren en bekieken ken gain poletiek moakt worden. As de meugelkheden noar omstandegheden goud inschat bennen, is t kaizen nait onverantwoord.
Vaardens: met zo'n keur worden andre meugelkheden ofsneden. Maark op: kompremizzen bennen dege óók keuren! Neem bevubbeld t kaizen tuzzen rekreoatsie, netuurbeheer en an-aigen-ontwikkeln-overloaten.
Viefdens: ook bie t kaizen in de poletiek bennen der 'winners' en 'verlaizers'. As wie verloren hebben, ken we der vrede met hebben, as wie tot helderhaid van inzichten biedroagen hebben. Tegenstanders bennen mekanders medestanders in t keurgebeuren!
Zesdens: en as wie t kloarspeulen, dat onze bedoulens deurgoan? Den ben wie vanzölf bliede. Moar aigelk mout we verlaizers ook dankber wesen. As t goud is, hebben ze an onze inzichten biedroagen. En ook ons belúkte kaizen holdt verlaizen in.
Ofsloetend, en van aans onderwoorden brocht: wát je ook in poletiek ommaans hebben, schone hannen hol je der nait bie. Moar onze hannen bennen aal verneuden om t noodzoakelke waark oet t stro te zetten!- Van twijën ain: k heb n open deur intrapt of nait. Of: k heb, wat wie alemoal waiten, n luk bedie anschaarpt.
Haarm Diek