Nieuwsbrief 18
Groningen, 19 december 2003
In de afgelopen, drukke decembermaand stonden veel belangrijke zaken op de agenda. Van een paar van deze zaken berichten we u in deze laatste Nieuwsbrief van ons eerste politieke jaar!
Afbeelding: Kijkje door de voorruit van de zweeftrein (foto: Tjeerd Oliemans)
Redactie:
Dana Kamphorst en Hilbert Koetsier, m.m.v. Teun Jan Zanen, Haarm Diek en Peter Broer
Foto's:
Tjeerd Oliemans en Hilbert Koetsier
Hasselbramen 18
door Teun Jan Zanen
Bodemdaling, aardbevingen en schade
“Jullie halen onze rijkdom weg en laten ons achter met scheuren in boerderijen en woningen”, ziedaar de overheersende mening van zo’n 350 verontruste Groningers. Zij reageerden op verhalen van het KNMI, de NAM en de Commissie Bodemdaling en Staatstoezicht op de Mijnen. Op 2 december vond namelijk te Middelstum een door de gemeente Loppersum georganiseerde informatieavond plaats over de drie achtereenvolgende aardbevingen die onlangs in Noord-Groningen plaatsvonden.
Al eerder stelde ook de Partij voor het Noorden deze zaak aan de orde op de gemeenschappelijke Noordelijke Statenvergadering van 19 november jl.. De daar ingediende motie werd toen niet direct in behandeling genomen. Eerst moest gewacht worden op een door dhr. Bleker, Groninger Gedeputeerde (CDA) en lid van het Dagelijks Bestuur van het Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN), toegezegde notitie over dit onderwerp. Bleker toonde zich bij die gelegenheid ook bereid te overleggen met de Noordelijke Overleggroep Bodemdaling en Bodem-trillingen (de groep “Willem Beton”).
Helaas vernam de Partij voor het Noorden begin december dat Bleker in eerste instantie niet op het verzoek van de Willem Betongroep tot een gesprek had willen ingaan. Dat was voor ons aanleiding tot het stellen van schriftelijke vragen aan het Dagelijks Bestuur van het SNN. Dat heeft er inmiddels toe geleid dat Bleker en de Willem Betongroep binnenkort alsnog om de tafel zullen zitten. Ook zal de Willem Betongroep de te verschijnen notitie ter inzage krijgen (zie kader).
Aan de orde in dat gesprek zal zijn het in kaart brengen van alle problemen die door delfstoffenwinning (gas- en zoutwinning) in Noord-Nederland zijn en mogelijk nog kunnen ontstaan.
Ondertussen zijn de deskundigen (NAM, KNMI) van mening, zo bleek op de informatieavond te Middelstum, dat echt zware aardbevingen hier niet te verwachten zijn: “een maximale kracht van 3,8 op de schaal van Richter verwachten we hier maar eens in de honderd tot tweehonderd jaar”, zei dr. B. Drost van het KNMI. En dat kan dus morgen zijn! En iets heviger kan misschien ook nog wel!
Indertijd is op voorstel van de Tweede Kamer een Technische Commissie Bodemdaling van ‘onafhankelijke deskundigen’ ingesteld. Deze commissie moet concrete schadeclaims als gevolg van de bodemdaling door aardgaswinning onderzoeken en daarin adviseren. Een onlangs door die commissie uitgebracht onderzoek naar schade als gevolg van bodemdaling in de buurt van Grouw heeft evenwel twijfel gezaaid over de onafhankelijkheid van die commissie. Leunend op geheime gegevens van de NAM kwam de commissie, geadviseerd door de bureaus TNO-NITG Bouw en Geo Delft, tot de conclusie, dat de betreffende schade alleen maar veroorzaakt was door een verlaging van het waterpeil en niet door bodemdaling als gevolg van de aardgaswinning. Door de Willem Betongroep is tegen de geheimhouderij en daarmee ook tegen de conclusie bezwaar aangetekend. Ook de FNP in Friesland heeft zich negatief over het rapport uitgelaten.
Afhankelijk van de door Bleker toegezegde notie zal de Partij voor het Noorden zich in deze zaak verder moeten vastbijten: het kan niet zo zijn dat rijk en oliemaatschappijen er met de buit er van door gaan en wij slechts met de schade als gevolg van het delven van de Noordelijke bodemschatten blijven zitten.
~|~|~|~|~
Jan van de Baan, van de Willem Betongroep, bericht ons het volgende:
Aan de fracties van Partij v.h.Noorden , FNP en andere geïnteresseerden,
“Zojuist werd ik gebeld door de heer Vogelaar van de bodemdalingscommissie Groningen. Dit n.a.v. de schriftelijke vragen die na de gezamenlijke SNN vergadering in Groningen werden gesteld door T.J. Zanen aan gedeputeerde Bleker op diens onvolledige toezegging een notitie over de problematiek a.g.v. de gaswinning samen te stellen.
Aanvankelijk was Bleker niet van plan alle drie noordelijke provincies te benoemen. Hij wilde zich beperken tot de Groninger problemen. Het ligt thans in de bedoeling alle problemen door delfstofwinning in het noorden in kaart te brengen.
In gezamenlijkheid wordt nu door de betreffende provinciale ambtenaren een voorlopige notitie opgesteld die aan de Willem Betongroep wordt voorgelegd ter aanvulling en correctie.”
Met "noordelijke" groet;
Jan v.d. Baan
Groningen, hoofdstad van Noord-Nederland!
De Groninger Internet Courant heeft onlangs een onderzoek laten verrichten naar de mening van de Noorderlingen over Noord-Nederland en over de vraag welke plaats de beste hoofdstad van dat landsdeel zou kunnen zijn.
Ruim drie kwart van alle ondervraagden blijkt Groningen als vanzelfsprekende hoofdstad te zien. Zelfs van de ondervraagde Friezen blijkt een meerderheid die mening toegedaan (GIC, 16 december 2003).
Maar waar gaat deze discussie eigenlijk over? Dat Groningen in Noord-Nederland verreweg de grootste, maar toch slechts een nog betrekkelijk kleine stad is, is een feit. Eind negentiende eeuw zag het naar uit dat deze stad snel veel groter zou groeien. Drie factoren werkten zo’n proces in de hand: de landbouwcrisis, die velen vanuit het platteland deed uitwijken naar de stad; het einde van de turfwinning, waardoor vele arbeidsplaatsen in de Noordelijke provincies verdwenen; en de snelle groei van de werkloosheid die vanaf halverwege de jaren twintig tot eind jaren dertig het Noorden teisterde.
De achterblijvende industrialisatie in Groningen maakte dat de stad die bevolkingsinstroom niet vast wist te houden. Velen trokken terug naar het platteland of zochten hun heil elders.
Na 1945 leidde de leegstroom van het platteland als gevolg van mechanisatie en schaalvergroting van de landbouw niet alleen tot een groei van de stad Groningen, maar tot een groei van bijna alle grotere kernen in Noord-Nederland. In absolute zin was de groei van de stad nog wel vrij fors, maar de relatieve groei bleef toch beperkt. Na 1970 ging de bevolkingsomvang zelfs tijdelijk achteruit als gevolg van de zogenoemde suburbanisatie.

Waarom niet Leeuwarden? (foto: H. Koetsier)
Naast de wat oudere, grotere steden in Noord-Nederland als Groningen, Leeuwarden en Sneek ontwikkelden zich forse, nieuwe kernen als Drachten, Stadskanaal, Hoogeveen, Emmen, Heerenveen Hoogezand-Sappemeer en Assen. Eén van de gevolgen daarvan was, dat de oudere steden minder dominant werden. De aarzelende industrialisatie van na de oorlog, in het bijzonder in die steden, leidde dus niet tot een grote groei van de werkgelegenheid en groei van die steden.
De uitstoot van mensen vanuit het platteland sinds omstreeks 1900 heeft gedurende de twintigste eeuw meer geleid tot een emigratie uit Noord-Nederland, bijvoorbeeld naar het Westen.
Met de spectaculaire groei van het hoger onderwijs, in het bijzonder de Rijksuniversiteit Groningen, en de impact daarvan op bedrijvigheid en cultuur, lukte het Groningen vanaf 1965 toch uit te groeien tot een stad met enige allure en wist zij haar centrum-positie tot op zekere hoogte voort te zetten. De later gevormde hogescholen in vooral Groningen en Leeuwarden hebben een vergelijkbare stimulans betekend.
Dat Groningen hoofdstad is van de provincie Groningen is onbetwist en hetzelfde geldt voor Leeuwarden in Fryslân. Maar hoofdstad van het Noorden? Dat vergt eerst een noordelijke samenhang. Weliswaar werken de drie noordelijke provincies vandaag de dag nauw samen, dat wil nog niet zeggen dat het Noorden als samenhangende regio kan worden beschouwd. Zeker politiek niet. De Partij voor het Noorden vindt dat dit er wel van moet komen: het instellen van een landsdelig bestuur Noord-Nederland met een grote mate van autonomie op een veelheid van terreinen, met daaraan gekoppeld een direct gekozen Noordelijk parlement. Dat zal niet zomaar gebeuren. In Noord-Nederland zal dat actief bepleit moeten worden. Mogelijk ontstaat er, mede beïnvloed door de ontwikkeling in andere Europese landen, binnen enkele jaren een politiek klimaat dat de vorming van regio ’s met vergaande bestuurlijke competenties moge-lijk maakt. In dat geval maakt ook Noord-Nederland een kans.
Stel dat dit het geval zal zijn, dan krijgt Noord-Nederland (dat dan natuurlijk ook ‘Fryslân’ kan heten, of ‘tussen Vlie en Eems’) uiteraard als vanzelf een hoofdstad, namelijk daar waar het bestuur wordt gevestigd en het parlement zetelt. Groningen, als enige stad in het Noorden met een zekere omvang, gooit dan uiteraard hoge ogen. Maar dat laat onverlet dat bij de keuze daarvoor, het bestuursapparaat van dat nieuwe landsdeel zich zou kunnen verspreiden over Groningen, Leeuwarden en Assen. Zeker als de provincies zouden blijven bestaan en er een bestuurlijke taak voor hen blijft weggelegd. Bijvoorbeeld in de bevordering van taal, cultuur en onderwijs in de eigen subregio.
Teun Jan Zanen
(17 december 2003)
Waterberging – je zult er maar wonen!
door Hilbert Koetsier
Maandag 15 december jl. werd in Scheemda een alternatief plan gepresenteerd voor het waterbeheer in waterschap Hunze en Aa’s. De belangengroep “Lotgenoten waterberging” had de bijeenkomst georganiseerd. De Partij voor het Noorden was speciaal uitgenodigd op deze maandagmorgen en mocht, net als een aantal andere genodigden, een dik rapport in ontvangst nemen.
Waterbeheer is de laatste tijd een hot item geworden. De op handen zijnde klimaatverandering kan betekenen dat we in de toekomst vaker zeer zware regenbuien te verduren krijgen, maar soms ook grote droogte. Veel deskundigen twijfelen er weliswaar aan of een klimaatsverandering wel echt zo dramatisch zal worden – maar men moet het zekere voor het onzekere nemen. Daarom hebben provincie en het waterschap Hunze en Aa’s (gebied tussen Damsterdiep en Eems) bedacht dat er een paar waterbergings-gebieden moeten komen. Als er dan eens grote overstromingen dreigen zware regenval, omdat bestaande kanalen en rivieren het water niet meer kunnen afvoeren, dan kan het water tijdelijk in een polder opgeslagen worden.
Kortom: waterberging in noodgevallen. De plannen zijn nog niet helemaal klaar, maar toch hebben boeren en bewoners van de betreffende polders al een briefje gekregen dat hun huis en land misschien wel eens onder water gezet kan worden. Het is begrijpelijk dat deze mensen daar niet blij mee zijn! Als landbouwgrond onder water komt te staan met overtollig water, dan kan er jaren geen voedsel op verbouwd worden. Want dat water laat giftig slib achter; alle rommel uit de omgeving, zoals afgesleten rubber van autobanden op wegen, zal nadat het water is weggepompt, op het land achterblijven. Een agrariër in de zaal reageerde dat zelfs slachterijen niet meer het vee willen kopen dat dit land heeft begrazen, vanwege de zeer strenge voedselnormen die wij - gelukkig - hebben.
Om tegengas te kunnen geven is de commissie “Lotgenoten Water-berging” opgericht. Zij heeft, met ingenieursbureau Boorsma uit Drachten, een rapport gepresen-teerd waarin alternatieven voor het waterbeheer zijn onderzocht. Zoeken provincie en waterschap het in waterberging; Boorsma stelt voor moderne en klassieke technieken te combineren tot een waterafvoersysteem dat ook extreme hoeveelheden water kan afvoeren.

De Eems bij Delfzijl, een belangrijk afwateringsgebied (foto: Tjeerd Oliemans)
Het overstromingsgevaar is wel reëel. In 1998 regende het een tijdje zó hard dat overstromingen dreigden. Het waterschap kon het water niet meer tijdig afvoeren en toen is uit nood de Tussenklappenpolder onder water gezet; kosten 500 miljoen gulden. Ingenieursbureau Boorsma heeft dat geval nog eens goed bestudeerd en komt tot de conclusie dat deze inundatie niet had gehoeven! In het weekend vóór de noodlottige waterberging had het waterschap namelijk water via de bestaande weg preventief kunnen lozen. Maar de bedieners van de spuisluizen waren kennelijk weekend aan het vieren. Het water dat daarna kwam, kon niet meer afgevoerd worden. Er zijn bovendien problemen door zaken als achterstallig onderhoud (zie kader).
Na de presentatie van het plan door een ingenieur van Boorsma en door dhr. Boorsma zelf, en een emotioneel betoog van een gedupeerde, volgende een felle discussie met de zaal. Dat kwam mede doordat de Groningse gedeputeerde Henk Bleker zo moedig was op de bijeenkomst te verschijnen en de discussie niet uit de weg te gaan.
De Partij voor het Noorden is al enige tijd op de hoogte van deze nieuwe onderzoekingen en zal het nu verschenen rapport met veel interesse bestuderen. Ook zullen we nagaan of er dergelijk onderzoek ook in waterschap Noordzijlvest gedaan zou moeten worden. De fractie zal zich actief inspannen om het rapport op de politieke agenda te krijgen.
(18 december 2003)
Ingezonden opinie Robert J. Schliessler
Europese machtspolitiek
door Robert J. Schliessler
Als overtuigd Europeaan is het moeilijk leven met de ondemocratische kronkelingen die momenteel en de afgelopen jaren in Brussel worden klaargespeeld.
Hoogstwaarschijnlijk wil de helft van de Duitsers zich vandaag nog committeren aan het stabiliteitspact, maar door een paar procentjes winst heeft nu eenmaal premier Schreuder het namens 85 miljoen mensen te zeggen in Europa. Vergelijkbaar, is Chirac alleen maar president door een absurde eindronde in de verkiezingen tegen Le Pen. Maar ook hij doet zich gelden als vertegenwoordiger van alle Fransen en stuurt fanatiek mee op schip Europa.
Zolang iedereen zich blind staart op een Verenigd Europa van negentiende-eeuwse landen, zoals in de voorgestelde maar recent afgeblazen grondwet, wordt het nooit wat met de EU. Gelukkig beginnen steeds meer mensen zich te realiseren, dat als je iets groots wilt opbouwen, je soms eerst wat dingen op lager niveau moet weghalen. Op eindeloze daken en onzinnige trappenhuizen bouw je geen mooi gebouw met een goed dak. Een Europa van regio's is wél het begin van een mooi gebouw. Regio's - groot genoeg om je taal en cultuur te behouden, klein genoeg om te moeten samenwerken.
Nederland zou de twaalf provincies tot drie grote kunnen omvormen, (commissie Geelhoed) in Duitsland kunnen de Bundesländer zonder tussen stop in Pruisen, naar Brussel komen. Op het Britse eiland mogen de Schotten en Welsh zich eindelijk zelf besturen en zal er eindelijk vrijheid zijn voor Corsicanen, Basken, Italiaanse Tirolers en Catalanen en nog vele anderen.
Begrijp mij goed, ik heb persoonlijk niets met het fanatieke ‘wij-gevoel’ in sommige wijken, steden, regio's, landen en delen van de wereld. Maar ik geloof wel in ‘schattige’ diversiteit, in plaats van centralistische, bij elkaar geharkte machtsblokken.
Regio’s zouden confederaal moeten samenkomen in Brussel: gebaseerd op oude gebiedsindelingen en niet meer (in termen van de Europese geschiedenis) op de vrij recente negentiende-eeuwse, op macht en angst gebaseerde naties.
Ik ben in ons kikkerlandje, als 'geboren' Randstadter, lid van de Partij voor het Noorden. Ik woon dus niet in het Noorden (Groningen, Fryslân en Drenthe) maar onderschrijf wel de roep naar meer autonomie voor Noord-Nederland ten opzichte van het op de Randstad georiënteerde Den Haag. Ik wacht met smart op andere regio-partijen om ook tegengas te geven. De recente blamages met HSL en Betuwelijn, maar ook het falen van minister Zalm om in Brussel de groten te stoppen in hun Alleingang, hebben echt pijnlijk blootgelegd dat de schaal waarop Den Haag regeert niet meer past bij de schaal van deze tijd en wereld. Den Haag is geen laken meer, maar ook geen servet.
Tijd voor bestuur dicht bij de burger (regio) en een echt gezamenlijk, maar ook confederaal beleid in Brussel, met twee democratisch gekozen kamers. Niet in een dag haalbaar, maar wel een koers. Dat zou dan wel een democratische Europese grondwet zijn, waar ik als Europeaan voor wil tekenen. Ik hoop bij de verkiezingen in juni 2004 u ook.
Robert J. Schliessler
Soesterberg
(Lid Partij voor het Noorden)
(26 november 2003)
Burgerinitiatief in de provincie?
door de fractie
Begin dit jaar werd door D66 een idee gelanceerd ter vergroting van het democratisch gehalte van het openbaar bestuur: de mogelijkheid tot burgerinitiatief in de provinciale staten. Het idee van burgerinitiatief houdt in dat een burger die daarvoor een zeker mate van steun vindt (bijvoorbeeld in de vorm van een minimaal aantal handtekeningen), een punt op de agenda van de provinciale staten kan zetten.
Het van buitenaf inbrengen van agendapunten door burgers is in zoverre nieuw, dat burgers tot dusverre alleen in commissies konden inspreken over bestaande agendapunten. In de provincie Gelderland heeft dit idee inmiddels gestalte gekregen.
Ook in de Provinciale Staten van Groningen speelt dit idee. Inmiddels is er een concept verordening in de maak, waarin de vormgeving van dit burgerinitiatief zal worden uitgewerkt (dat wil zeggen aan welke voorwaarden het gebonden zou moeten zijn, aan welke regels het zou moeten voldoen enz.). De concept verordening wordt alleen behandeld als er voldoende steun voor is. Zodoende is de partijen gevraagd of ze het principe van introductie van het burgerinitiatief steunen.
En dus heeft de Partij voor het Noorden heeft zich over de concept verordening beraad. Aanvankelijk was er aarzeling over het idee binnen de Partij voor het Noorden: waarom hebben burgers deze extra mogelijkheid nodig? Zou men de weg naar politieke partijen niet goed meer kunnen vinden of zou men niet meer in staat zijn om een nieuwe partij op te richten?
De aarzeling verdween echter al snel. Het argument dat iedere barrière voor burgers om hun ei kwijt te raken bij de politiek het waard is om opgeheven te worden, won terrein. De Partij voor het Noorden heeft zich uiteindelijk positief uitgelaten over het voorstel. De mening van de andere partijen is nog afwachten. Afhankelijk daarvan wordt het voorstel binnenkort in behandeling genomen.
(19 december 2003)
Er zit muziek in het Noorden
door Anton Tiktak
De mediacampagne ‘Er Zit Muziek in het Noorden’ is een verzamelplaats van de noordelijke cultuurhistorie, die in grote samenhang bijeen is gebracht in een enorm audiovisueel gegevensbestand. De noordelijke cultuurhistorie wordt daarmee op een nieuwe aantrekkelijke wijze via alle vormen van media zoals het Internet, radio, televisie, de nieuwsbladen en tijdschriften ontsloten.
Via oorspronkelijke sporen door het gebied van Noord-Holland tot aan Esbjerg worden cultuurhistorische waardevolle componenten zoals volksverhalen, volksmuziek, beeldende kunst en toneel aan een cultuurtoeristisch spoor gekoppeld en in de eigen regiotalen (audiovisueel) gepresenteerd. Zo moeten de Friese Vrijheid, de Kerstening, de Reformatie en de latere cultuurgeschiedenis ertoe bijdragen dat de noorderling zich - zonder eng nationalisme - veel meer bewust wordt van zijn eigen identiteit. De noorderling moet deze eigen identiteit als basis gaan beschouwen van zijn uitingen, om zodoende te bouwen aan een nieuwe toekomst die kan wedijveren met die van andere gebieden in Nederland en Europa.
Om eens te illustreren hoe het Noorden zich kan wapenen tegen verdere overheersing door - in Nederland - het ‘Westen’, en - in Duitsland - het ‘Zuiden’ (Baden-Würtemberg en Beieren), is het misschien verstandig om de leer van Paolo Freire voor de bevrijding en ontwikkeling van de derde wereld er eens op na te slaan. Eenvoudig gezegd: het bijbrengen van zelfbewustzijn via onderwijs.

Bedieningspaneel Internetportaal van de Mediacampagne ‘Er zit Muziek in het Noorden’
Het noorden is natuurlijk verre van een ontwikkelingsland. Maar de geschiedenis leert dat het noorden zich, na de uiterst succesvolle sociaal-culturele en economische periode van de Zeven Zeelanden tot en met de Hanzeperiode, de kaas van het brood heeft laten eten vanwege het verdringen van de eigen cultuurrijkdom en de eigen taal ten gunste van fictieve culturen en talen. Door het Algemeen Beschaafd Nederlands en respectievelijk het Hoogduits als voertalen te accepteren, heeft de noorderling zichzelf een verminderde assertiviteit en overdracht van emotie toegemeten. Die heeft vooral een gevoel van minderwaardigheid tot gevolg gehad en heeft ten onrechte de stempel van noordelijke nuchterheid gekregen.
Het wordt tijd dat de zogenaamde nuchterheid van de noorderling van reactief tot actief wordt. Het ‘Woar dat din mien jong’ als reactie op ‘Er zit Muziek in het Noorden’ moet plaats maken voor ‘Woar t verleden soest, t dammeet broest’, ‘Takomst hâld op grûn fan âld’ of ‘Im Glanz der Vergangenheit glänzt die Zukunft’, enz.
Dus geen oude wijn uit nieuwe kruiken, maar nieuwe verf die beter houdt op een goede, geschuurde ondergrond. ‘Er Zit Muziek in het Noorden’ is een initiatief van de Stichting Interregionale en Educatieve Mediaprojecten i.o. en zal op korte termijn worden gepresenteerd.
Anton Tiktak
Filmer van ondermeer ‘De Rivieren van Melk en Honing’ en talloze educatieve programma’s voor de schooltelevisie.
Meer informatie:
http://www.paulofreire.org/
http://www.infed.org/thinkers/et-freir.htm
http://www.perfectfit.org/CT/freire1.html
(15 december 2003)
Flevoland en de zweeftrein – Peter Broer
HSL: “Ondervoorbehoud financiering”
door Peter Broer
Daar waar ik in de vorige nieuwsbrief de Flevolandse bestuurders afschilderde als tamelijk in zichzelf gekeerd als het aankomt op grensverleggende politiek (lees: landsdelig bestuur), moet ik constateren dat de provincie ten aanzien van het onderwerp “infrastructurele werken” een meer grensoverschrijdende visie hanteert.
Zo staat het thema Magneetzweefbaan reeds sinds augustus 1996 op de politieke agenda. Op dat moment leek de magneetweefbaan een goed alternatief te kunnen worden voor de Zuiderzeespoorlijn. Dit positivisme werd nog versterkt toen in 1998 het technologieconcern Siemens tussen neus en lippen door meldde dat de waarde van de grond in Lelystad zou kunnen ver10voudigen door de magneetzweefbaan. Verder zouden er 4.000 nieuwe arbeidsplaatsen komen in Flevoland en 25.000 extra inwoners. Gevolg: er stonden gelijk een aantal financiers klaar die een flinke duit (€ 4.5 miljard) in het investeringszakje wilden doen. De ontbindende voorwaarde: vóór 2010 moet de magneetzweefbaan gereed zijn.
Het was voor de provincie Flevoland dan ook niet bezwaarlijk toen bleek dat de grote gemeenten in de Randstad geen interesse meer hadden in de magneetzweefbaan. “Plan C: Een magneetzweefbaan naar Groningen kan nog steeds doorgaan en anders gaan we gewoon terug naar plan A: de Zuiderzeespoorlijn of een opgewaardeerde Hanzelijn”, aldus vrij vertaald de mening van de provincie Flevoland.
Helaas. In 2001 kwam een planbureau met teleurstellende cijfers. De conclusie was dat de voordelen voor Flevoland en Noord-Nederland veel kleiner zouden zijn dan gedacht. Het gevolg: de gemeenten in Flevoland kozen eieren voor hun geld!
2003: Regeringspartij D66 heeft zich vorige week eveneens tegen de magneetzweefbaan gekeerd dus ook de financiers zullen gebruik maken van hun ontbindende voorwaarde. Wat rest is een goedkopere variant uit plan A: de Zuiderzeespoorlijn of een opgewaardeerde Hanzelijn. Onder voorbehoud financiering!
Peter Broer
Bronnen:
‘Stichting Regionale Omroep Flevoland’ (2003) en www.businessinflevoland.nl
(18 december 2003)
Haarm Diek: Mien Tied
door Haarm Diek
t Is al weer n haile zet leden, dat in Zwôl in ofleverns t bouk ‘Ach lieve tijd, Tien eeuwen Groningen en de Groningers’oetgeven wer. Lestdoags heb k t bouk nog ais n keer deurnomen. Wat hebben wie hier n riek verleden leggen!
Wie komen nou in t dail van t joar te lande, doar wie meer as aans nait bloots bie t verleden moar bie de tiedzölf as gebeuren stillestoan goan.
Wat t verleden anbelangt: as mensen doarover denken, komt mèt t gevuilen doarveur ook makkelk t verlangst noar vrouger met. Nostalgie! Dou was t beder! Laankmanstieden leden wer al proat over t priezen van t verleden boven t heden (in t letien:laus temporis acti). Wat der van zuks priezen woar is, is vanzölf woar. Moar wie leven nou, in t heden, met zien pluzzen en minnen. En dammee is dat heden ook weer vebie, as toukomst heden worden is... Den wordt t heden, dat verleden worden is, meugelk ook weer prezen...

Lestens was k getuge van t zeggen van n vraauw tegen heur klaainzeun: “Och, mien jong, dastoe in dizze tied groot worden most”. t Jong gaf as antwoord: “Grootmoe, joe hebben t in joen tied red, k zal pebaren t in mien tied te redden”.
In zien tied? Dat heur k ook voak olle mensen zeggen: 'In mien tied', terwiel dat ze nou leven. Dat zol aigelk beduden, dat de dag van vandoage nait heur tied is. Noar mien mainen zollen ze beder zeggen kennen: 'In mien jonge joaren', en den wieder bie al heur gedenken van vrouger joaren met heur baaide vouten in t heden stoan goan met ogen wied open veur de toukomst, veur wat der gebeuren gaait.

n Belangriek ding, dat overaal moar zekerliek ook bie ons in Grönnen gebeurt, is de verstedelken, nait bloots van t zogenoamde pladdelaand moar bevubbeld ook van de buurten van de steden zölf. Hou je derover denken maggen, dij verstedelken is der, ook met ale pluizen en minnen, krekt zo as in t verleden. n Pienlek proses van verandern! Op n wier zee n boer körtsleden tegen mie: “Dou k jong was, wollen ze laiver dood as boer worden hier, nou dak old ben, willen ze mie geern dood zain om op mien ploatse wonen te kennen.”

Dag en deur heur k nait met hoge verwachtens over komende tied, over toukomst proaten. Wat is toukomst aigelk? Wat ons toukomt? Wel zal dat in verleden, heden of toukomst bepoalen? Den: wat op ons ofkomt? Of: woar wie op ofgoan? t Zol wezen kennen. In aals gevaal dunkt mie, dat toukomst krekt zo min as de tied van t verleden of de dag van vandoage veur ons nmoakboare tied wezen zal. Meschains is toukomst ainlieks niks aans as: de vervolgtied op de tied van nou noar veuren tou.
Gain aine wait, wat of komende tied ons brengen of ofvaargen zal. Wat k aal wait en in dit stukkie zeggen wil: krekt zo as t verleden veur de mensen van dou 'mien tied' was, en de dag van nou veur ons 'mien tied' is, zal toukomst van dij dèn leven 'mien tied' wezen! Dat is n aigen, n waarm gevuil! De toukomst en wie! Der is gain moakboare tied, dat hebben wie ofleerd. Moar wie willen der mörgen en dernoa bie wezen, willen metdoun en biedroagen, wat in ons vermogen is! Wie willen nait zeggen: ‘t Zal mien tied wel oetduren’... Wie mouten en willenook mörgen en dernoa 'Mien tied' zeggen!
Haarm Diek