Nieuwsbrief 17
Groningen, 25 november 2003
Volgens Den Haag moet Noord-Nederland op eigen benen staan. Akkoord, maar dan willen wel kunnen beschikken over een flink deel van de aardgasopbrengsten om onze regio verder te kunnen ontwikkelen!
Afbeelding: De gezamenlijke statenvergadering van 19 november: 122 statenleden in het congrescentrum Meerwold in Groningen (foto: Tjeerd Oliemans)
Redactie:
Dana Kamphorst en Hilbert Koetsier, m.m.v. Teun Jan Zanen, Haarm Diek en Peter Broer
Foto's:
Tjeerd Oliemans en Johannes Kramer
Hasselbramen 17
door Teun Jan Zanen
De Medianota
De VVD-fractie in de Provinciale Staten opende de afgelopen Statenvergadering het debat over de medianota opnieuw. De woordvoerster van die partij vond dat je als overheid je nooit of te nimmer met de programmering en de inhoud van programma’s mag bemoeien. Absolute journalistieke vrijheid. Gedeputeerde Gerritsen was de PvdA-fractie, de Groen Links-fractie en de fractie van de Partij voor het Noorden in hun ‘bedilzucht’ veel te veel tegemoet gekomen.
Maar als je veel geld spendeert aan de publieke, regionale omroep dan mag je toch best iets vinden van hun programmering? Het gaat toch om belastingcenten die behoorlijk dienen te worden besteed? Je kunt toch aangeven op welke punten het beter zou kunnen of waar ook aandacht voor zou moeten zijn (bijvoorbeeld meer jeugd en jongerenprogramma’s)?
De tegenwerping is, dat de kijkcijfers en de waardering van die kijkers voor de geboden programma’s wel zullen bepalen wat in de toekomst moet worden uitgezonden. Mij werd van journalistieke zijde zelfs voorgeworpen dat mijn opstelling uiteindelijk tot stalinisme zou leiden. En inderdaad: “jeder Konsequenz führt zum Teufel”.
Een dag later gaf de nieuwe staatssecretaris voor cultuur, Medy van der Laan (D66), haar mening over de (nationale) publieke omroep. Zij kan op dit punt zo bij ons lid worden!
Overigens draaide Groen Links een beetje weg voor de principiële kant van de zaak en benaderde het probleem puur bestuurlijk en kroop de woordvoerster van de PvdA weg achter de rug van haar Gedeputeerde. Dus RTV-Noord heeft de komende jaren alle ruimte om er iets moois van te maken. Helaas zullen ze door de provincie niet uitgedaagd worden om spannende, onverwachte dingen te doen.
Het najaarsakkoord
In Groningen vond op 29 oktober een ledenvergadering plaats van FNV-Bondgenoten. Het onderwerp was ja of nee tegen het najaarsakkoord. De opkomst was ver boven verwachting (ruim 100 leden) en de stemming strijdbaar. Naarmate de vergadering vorderde verdween de steun voor dit ‘historische’ akkoord meer en meer. Maar het landelijke referendum wees anders uit: zo’n 55% steunde het akkoord en zo’n 45% was tegen.
Dit akkoord betekent dat de nationale regering een vrijbrief krijgt om verder te gaan met de afbouw van de sociale zekerheid (al gaat het nu niet zo snel als aanvankelijk bedoeld). De vakbeweging moet zich nu vooral met secondaire arbeidsvoorwaar-den bezig houden. En op dat punt kan ze natuurlijk alleen daar succes boeken waar de organisatiegraad (het percentage werknemers dat lid is van de betreffende vakbond) nog wat voorstelt.
De vakbeweging blijkt dus niet meer in staat te zijn om zich echt te verweren tegen een rechts regeringsbeleid. Maar als zij op nationale schaal te veel verzwakt is, zou ze haar kracht ook opnieuw kunnen zoeken in de regio. Zo kent Duitsland in de metaal meerdere CAO-regio’s. Per regio moeten daar de arbeidsvoorwaarden worden vastgesteld. De krachtsverhouding werkgevers-werknemers bepaalt in hoge mate de uitkomst. De nu gesignaleerde feitelijke loonverschillen tussen Noord-Nederland en het Westen mogen door sommige economen als vanzelfsprekend en als goed voor de regionale economie beschouwd worden, een strijdbare vakbeweging tracht die verschillen uiteraard te nivelleren.
Zouden bij een meer zelfstandig landsdeel-Noord ook de arbeidsverhoudingen en de loononderhandelingen een eigen structuur en kleur kunnen krijgen?
(24 november 2003)
Staatssecretaris Van Gennip over Noord-Nederland:
“Die regio moet zich op eigen kracht ontwikkelen”
door Hilbert Koetsier
Het tweede kabinet van Balkende heeft een lastige taak: Nederland uit zijn slechte economische positie halen. Want het gaat niet zo best in deze natie; het aantal faillissementen rijst de pan uit, steeds meer werklozen, te weinig technisch geschoolde mensen en noem maar op. Tijd voor drastische maatregelen – ten koste van Noord-Nederland.
‘Terug naar onze core-business’, zo lijkt staatssecretaris Karien van Gennip (economische zaken) te denken. Ze wil het liefst alleen nog maar aandacht schenken aan een paar paradepaardjes van Nederland, lees: Schiphol, Rotterdam en de Randstad. Met name Schiphol prijst ze aan: “…Schiphol is één van de motoren waarop onze economie draait”.
Helaas is het niet allemaal koek en ei bij Schiphol. Het is slecht bereikbaar, het verkeer zit er vaak vast en er is te weinig plek voor bedrijventerreinen. Steeds minder bedrijven kiezen daarom voor de Randstad en vestigen zich elders in Europa. Slecht voor Nederland! Dus aan de problemen bij Schiphol moet wat gedaan worden. Een paar landelijke kranten maken melding van een uitgelekte notitie van Van Gennip. Daarin bevestigt ze bovenstaande zaken en voegt eraan toe dat ze niet meer lukraak in Nederland wil investeren. Ze wil liever €13 tot 17 miljard steken in de noordelijke Randstad.
U raadt al waar de staatssecretaris onze nationale gelden liever niet wil uitgeven: in Noord-Nederland. Die regio moet zich volgens haar op eigen kracht zien te ontwikkelen en zich daarbij richten op de “unieke landschappelijke kwaliteiten”.
Bedoelt ze daarmee dat Noord-Nederland een toeristisch woonparadijs moet worden? Over Nederland zegt ze dat ze niet wil dat het “een heel groot Volendam” wordt, “waar het leuk toeven is voor toeristen”, maar geldt dat dan wel voor Noord-Nederland? Of bedoelt ze misschien de unieke kwaliteiten die wij onder het landschap hebben: het aardgas..?
Uit alle signalen die uit Den Haag komen kan de Partij voor het Noorden maar één conclusie trekken: het kabinet wil na 2006 stoppen met de regionale steun aan onze regio. De Partij voor het Noorden beziet dit met gemengde gevoelens. Wij willen ook liever dat Noord-Nederland op eigen benen kan staan, zonder de hele tijd vergeleken te hoeven worden met een gebied als de Randstad. We hebben potentieel, maar ook achterstand. Er moet geïnvesteerd worden in de economische structuur van deze regio, dus goede spoorverbindingen met andere gebieden, goede wegen, etc. Die investeringen kunnen we zelf doen, als we kunnen beschikken over een goed deel van de aardgasopbrengsten. Daarover hierna meer.
~ | ~ | ~ | ~ | ~ | ~ | ~
“Schiphol wordt groter gemaakt dan het is”
...was de kop op de voorpagina van het tweede katern van Trouw van 2 oktober jl. Daarin komt de Groningse regionaaleconoom Jan Oosterhaven aan het woord. Hij twijfelt aan het belang van Schiphol voor de werkgelegenheid, omdat de “vervlechting van de transportsector met de rest van de economie” niet groot blijkt te zijn.
(23 november 2003)
Gezamenlijke statenvergadering van de provinciale staten van Groningen, Fryslân en Drenthe
door de redactie
19 November 2003 was een historische dag: de drie provinciale staten in Noord-Nederland vergaderden gezamenlijk in een bijeenkomst, georganiseerd door het Samenwerkings-verband Noord-Nederland (SNN). De rode draad in de vergadering was de beoordeling van de steun die de nationale regering aan het Noorden wil geven.
Tijdens de vergadering konden alle statenfracties zich uitspreken over de opstelling van het SNN ten opzichte van het Rijk. Het SNN voert de onderhandelingen met het rijk, onder meer over de financiën die de rijksoverheid aan Noord-Nederland toekent. Tijdens deze gezamenlijke vergadering diende de Partij voor het Noorden, samen met Friese en Drentse collega’s, te weten: de Fryske Nasjonale Partij (FNP), Gemeentebelangen Friesland (GBF), Onafhankelijke Partij Drenthe (OPD) en Drents Belang, twee moties in, beide gericht op het aardgas.
Claim op de aardgasbaten!
De Partij voor het Noorden is altijd terughoudend geweest met het ‘opeisen van ons aardgas’. Want de winst van de natuurlijke aardgasbronnen is nu deel van de nationale economie, waar Noord-Nederland zelf toe behoort. Met een rechtvaardig Haags beleid, komt automatisch ook een deel van die aardgasopbrengsten ten goede aan het Noorden.
Maar als de regering besluit dat de versterking van de nationale economie zich uitsluitend in de Randstad moet afspelen – dan wordt het een ander verhaal. Dan zal het Noorden zelf verantwoordelijkheid moeten nemen voor de versterking van de Noordelijke economie. Vanwege dat dreigende gevaar vanuit Den Haag, heeft de Partij voor het Noorden samen met anderen nu voor het eerst de Noordelijke politiek opgeroepen eendrachtig een claim te doen op een deel van de aardgasbaten. Daarbij wordt de volgende redenering gevolgd:
Van de netto opbrengst van het aardgas gaat bijna 4 miljard euro per jaar naar de staat. Die stort ruim 40% daarvan in het Fonds Economische Structuurversterking. Daaruit wordt dan vooral de aanleg van grote wegen en spoorlijnen gefinancierd (Betuwelijn, hogesnelheidslijnen, infrastructuur Schiphol, enz.); infrastructuur die het Noorden nooit bereikt!
De staat verdient nog meer aan het aardgas: vennootschapsbelasting van de oliemaatschappijen (ca. 1,3 miljard) en energieheffing (ca. 2,5 miljard) leveren nog aanzienlijke extra inkomsten op. Het komt er op neer dat de staat dik 6 miljard euro per jaar aan de noordelijke aardgasvelden verdient.
Noord-Nederland beslaat een kwart van de oppervlakte van Nederland. Het noorden moet dus geld hebben om wegen en spoorlijnen aan te leggen op een kwart van het Nederlandse grondoppervlak. Daarin vinden wij de rechtvaardiging om minimaal een kwart van de aardgasbaten voor Noord-Nederland op te eisen!
Conclusie: als Balkenende II besluit de regionale steun tussen 2007 en 2011 op te schorten, dan moet naar onze mening jaarlijks een kwart van de aardgasopbrengsten in Noord-Nederland geïnvesteerd worden (dus ca. 1,5 miljard euro per jaar). Dit plan is in een motie aan de gezamenlijke statenverga-dering voorgelegd. De motie werd door de partijen met een Haagse binding natuurlijk niet gesteund en heeft het dus niet gered.

De vijf samenwerkende fracties houden een ontbijtbespreking in het provinciehuis van Groningen, vóór de gezamenlijke statenvergadering (foto: J. Kramer).
Schade door aardgaswinning
Aardgas winnen is niet alleen geld verdienen! De winning betekent dat je iets uit de bodem weghaalt, met grote gevolgen: onder de grond stort de boel af en toe in (aardbevingen!) en de oppervlakte van het land daalt langzaam. Die bodemverzakkingen leiden tot allerlei problemen. Bijvoorbeeld: de waterhuishouding verandert. Het is als een kuil in de weg; daar blijft water in staan. Maar er is meer. Er treedt ook schade aan gebouwen op. Het is niet zo dat hele gebouwen ineens instorten, maar scheuren geven wel flinke schade.
Denkt u als particulier schade te hebben door bodemverzakking? Dan wensen we u veel succes met het verkrijgen van een schadevergoeding – dat wordt namelijk een moeizame klus; het is allerminst zeker dat u uw volledige schade uitgekeerd krijgt.
De Partij voor het Noorden heeft, samen met de andere onafhankelijke, noordelijke partijen, in een motie bepleit dat de aardgaswinners expliciet verantwoordelijk moeten worden gesteld voor schade die ze aanrichten. Ook pleiten we voor omgekeerde bewijslast: de aardgaswinners moeten aantonen dat gemelde schade niet door de aardgaswinning komt en anders moet er betaald worden uit een ruim, algemeen fonds.
Het dagelijks bestuur van het Samenwerkings-verband Noord-Nederland heeft als reactie aangegeven dat ze met een notitie komen over hoe het nu precies zit met de schadeloosstelling. We hebben de motie daarom niet in stemming laten brengen, maar voor een later moment aangehouden.
(Eerste foto: Teun Jan Zanen spreekt de noordelijke vergadering toe (foto: J. Kramer))
(23 november 2003)
OSF-dag: Evaluatie van de verkiezingscampagnes
door Teun Jan Zanen
Op 15 november vergaderden de bij de Onafhankelijke Senaatsfractie (OSF) aangesloten partijen met elkaar. Onderwerp was het evalueren van de verkiezingscampagnes van de onafhankelijke partijen bij de provinciale statenverkiezingen in maart dit jaar.
Waarom had de FNP in Friesland zoveel gewonnen en had de Partij Nieuw Limburg zoveel verloren? De bijeenkomst werd voorgezeten door de voorzitter van het Instituut voor Publiek en Politiek (IPP), de club die ook de provinciale stemwijzers maakte. Het was interessant te horen hoe de andere partijen de verkiezingsstrijd waren aangegaan; wat goed werkte en wat niet.
Daarnaast werd gesproken over partijstructuren. De opvatting van de Partij voor het Noorden, dat onafhankelijke partijen ook onafhankelijk moeten zijn van plaatselijke onafhankelijke partijen werd breed gedeeld. Daar waar men toch voornamelijk op lokale partijen steunde, bleek men allemaal te zoeken naar een formule voor de introductie van het individuele lidmaatschap en naar het terugdringen van het collectieve lidmaatschap van lokale partijen. Wel zou je een regionale partij mogelijk ook lokaal kunnen uitbouwen, maar dan vanuit de ‘regionale filosofie’. Als voorbeeld gold daarvoor de FNP uit Friesland. Het idee van de Limburgse partij om de lokale binding te versterken leek wat tegenstrijdig, al zou dat streven daar een ‘Friese’ invulling kunnen krijgen.
Voor de Partij voor het Noorden geldt nog een ander probleem. Hoe verhoudt zij zich tot de andere Noordelijke OSF-leden (Fryske Nasjonale Partij, Gemeentebelang Friesland, Onafhankelijke Partij Drenthe en Drents Belang)? Een zaak die de komende tijd nauwkeurig onderzocht moet worden. Daarentegen lijkt een uitbouw van de Partij voor het Noorden naar het lokale niveau vooreerst nog niet aan de orde.
Al met al was het een leuke studiedag, mede door het goede gesprek ’s middags met het Eerste Kamerlid Hendrik ten Hoeve.
~ | ~ | ~ | ~ | ~ | ~ | ~
De Partij voor het Noorden heeft zich aangesloten bij de Onafhankelijke Senaats Fractie (OSF). Tezamen met Statenleden van de andere regionale partijen in den lande stemde ook de fractie van de Partij voor het Noorden ter gelegenheid van de Eerste Kamer-verkiezingen op 26 mei voor de OSF-lijst. De meeste stemmen werden verdeeld gegeven aan Fons Zinken uit Limburg en Hendrik ten Hoeve uit Friesland. Wij stemden voor de laatste en die bleek uiteindelijk ook te zijn gekozen.
(24 november 2003)
Haren, buitenwijk van Groningen?
door Hilbert Koetsier
Haren moet de komende jaren veel huizen bouwen, tot verdriet van veel natuurliefhebbers. Maar zijn al die huizen wel echt nodig?
Het groene en rustieke Haren ligt midden in het gebied van de Regiovisie Groningen-Assen 2030. Die regiovisie is een convenant tussen een aantal gemeenten rond Groningen en Assen om het gebied evenwichtig te ontwikkelen voor de toekomst. Een belangrijke taak van het convenant is een groeiende bevolking goed te huisvesten – liefst verdeeld over het gebied.
De verschillende regiovisie-gemeenten hebben daarom een woningopgaaf gekregen. Zo ook Haren - die gemeente moet tot 2030 ca. 2400 woningen bouwen. Dat is op het huidige bestand van 8500 woningen een forse toename. De vraag is gerezen of in de plannen wel het juiste type woningen gepland is.
Help, mijn woning is te groot
De stedenbouwkundigen Marten Bierman en Harkolien Meinsma hebben begin dit jaar een boekje uitgegeven met een filosofie over woningbouw. Het boekje, “Help, mijn woning wordt te groot” geheten, is toen uitgereikt aan staatssecretaris Van Geel – waar de Partij voor het Noorden bij aanwezig was. Bierman beredeneert dat er in de komende dertig jaar relatief meer ouderen zullen bijkomen dan jonge gezinnen.
Ouderen willen, nadat de kinderen uit huis zijn gegaan, over het algemeen graag kleiner gaan wonen. Ze willen liefst in het centrum van hun eigen dorp of stad wonen, dicht bij voorzieningen, en met een kleinere (of zonder) tuin. Maar aan deze woningen is een tekort, waardoor veel mensen noodgedwongen in een (te) groot huis wonen blijven. Daardoor blijven veel eengezinswoningen bezet en kunnen jonge gezinnen geen woonruimte vinden. Het gevolg is dat nieuwbouw voornamelijk gericht blijft op de bouw van eengezinswoningen. Daar wringt dus de schoen: hoewel er vraag is naar grotere woningen zijn er in werkelijkheid kleine nodig. Overigens zei de wethouder van Ruimtelijke Ordening van Haren dat daar meer vraag is naar de laatste categorie – wat het vermoeden bevestigt.
Aantasting van het landschap met verkeerde woningen?
Een aantal Harenaren is in protest gekomen tegen de woningbouwplannen. Ze willen graag het landelijke karakter van de plaats behouden en dat betekent dat op bepaalde plaatsen niet gebouwd zou moeten worden. De keuze voor het type te bouwen woningen is ook bepalend. Nieuwe appartementen in het centrum, leveren een kleinere aantasting van het landelijk gebied op dan nieuwe eengezinswoningen in het buitengebied.
Eén van de actievoerders is mw. T.M. Hulscher-Emeis uit Haren. Zij kende Marten Bierman en heeft zich ten doel gesteld de gemeenteraadsfracties van Biermans ideeën op de hoogte te stellen, met name omdat de bevolking van Haren aardig op leeftijd is. Wellicht kunnen ze die ideeën bij de besluitvorming meenemen en kan dan de gehekelde woningbouwopgaaf anders uitgevoerd worden. Ook kan dan misschien het landelijk gebied bespaard blijven.
De Partij voor het Noorden ondersteunt de actie van Mw. Hulscher en heeft een aantal boeken van Bierman ter beschikking gesteld. Tevens heeft ondergetekende Mw. Hulscher vergezeld bij haar rondgang langs een aantal fracties. We hebben contact met Bierman, die wellicht nog naar de specifieke situatie in Haren gaat kijken. Wordt vervolgd…
(23 november 2003)
Het nieuwe land.… oude of nieuwe politiek?
door Peter Broer
De commissie Geelhoed (‘Regionaal bestuur in Nederland) heeft Balkenende I geadviseerd om het aantal provincies in Nederland terug te brengen tot vijf a zeven. De commissie stelt voor om onder andere de drie Noordelijke provincies, Groningen, Friesland en Drenthe samen te voegen en hetzelfde geldt voor de provincies Noord- en Zuid Holland en Flevoland. Sinds ik een baan heb gevonden in Lelystad en ik met pijn in het hart “Stad en Ommeland” de rug toekeer, troost ik mij met de gedachte dat volgens deze indeling Groningen ‘gewoon’ mijn buurman zal zijn.
Terwijl ik dit stukje schrijf, zie ik mezelf dan ook als de buurman die over de ‘landsdelige grens’ heenkijkt: Waar is het gras groener? In het Noorden weet ik ondertussen dat de Partij voor het Noorden zich sterk zal maken voor de Noordelijke identiteit. Maar hoe denken de buren in Flevoland eigenlijk over een bestuurlijke herindeling? Ik geef graag het woord aan de Flevolandse bestuurder zelf. CDA-gedeputeerde van de provincie Flevoland Andries Greiner in de staatscourant van maandag 17 november 2003 antwoordt op de opmerking “Er gaan soms stemmen op Flevoland bestuurlijk vast te knopen aan het oude land”, als volgt: “Alleen de gedachte al! Nee, zo’n ontwikkeling zal in het nadeel uitpakken van dit gebied. Hier is alles nieuw, hier houden we de vaart erin. Wanneer je bestuurlijk kiest voor het oude land, verlies je alle voordelen, wij worden dan in onze ontwikkeling afgeremd. Daar is niemand bij gebaat”
Het lijkt erop dat het landsdelig bestuur van de commissie Geelhoed geen steun zal vinden binnen Gedeputeerde Staten van Flevoland. En in de Provinciale Staten van Flevoland, of daar politieke partijen vertegenwoordigd zijn die het voortouw durven te nemen om samenwerkingsverbanden met verwante partijen aan te gaan? Het CDA, de VVD, D66, Groen Links, Christen Unie, de PvdA, de LPF, de SGP en de SP…ik vrees met grote vrezen voor oude politiek op het nieuwe land!
Peter Broer
(23 november 2003)
Haarm Diek: Besturen en veuroet kieken
door Haarm Diek
t Nederlaanse gezegde 'Regeren is vooruitzien' toal k in ons Grönnegers om as: 'Besturen is veuroetkieken'. k Ben t met dat gezegde ains. Reden, woarom k der toch voak n klaaine touvougen in stop, dij nait onbelangriek is, goa k nou pebaren dudelk te moaken.
k Begun der met op te maarken, dat wie, mensen, nou leven en nog naitmörgen. Der bennen gounent onder ons, dij nog in anbaauw verkeren, de jeugd (doar k tou heurd heb), en ook, dij ofbaauwd worden (doar k miezölf bie reken), moar overgrode meerderhaid wordt vörmd deur mensen, dij midden in t leven stoan en dij op t heden an heur gerak komen mouten. Met dij in anbaauw of ofbaauw mot dege rekend worden, moar moat veur vandoage kennen ze nait wezen. En nou is besturen: t heden overzain en der met regels en moatregels richten an geven. Dag van vandoage mot nait over ons komen moar mot an- en biestuurd worden. Zuks gebeurt benoam ook in de poletiek.
n Gevoar is zekerliek - bepoald ook in n demekroatsie, doar ja voak de helfte plus aine t veur t zeggen krigt - zug op vandoageblind te stoaren. En den ook nog oet vandoage te hoalen, wat derin zit. Pluk de dag (Carpe diem)! Zuks is nait: verantwoord-in-t-heden-leven, moar: t heden met vel en bonk opvreten, en noa ons de zundvloud.
In de poletiek mouten wie t heden nait te krap bemeten. t Hangt ja met t verleden en met toukomst soamen. Moar t heden is nait niks. t Is t opschoevende nou, doar wie onder bedrieven midden maank leven.
Der bennen waitenschoppen, dij zug met toukomst bezeg holden. Doar is niks mis met. k Nuim bloots de futurologie en de proscopologie. Dij komen met plannen, verwachtens en medellen. Schaande genog bliekt meermoals, as toukomst heden wordt, oet, dat heur veurzeggens nait bepoald met waarkelkhaid overain komen… En toch hebben zukse waitenschoppen groot nut! Alerdeegs hebben de slakken – en doar vergliek k ditkeer ons mensen moar evempies met –vuilhoorns...
Aine, dij noar zeggen van Biebel boeten (en boven) poletiek stoan het, Jezus, zee in zogenoamde Baargrede, dat wie benoam met dag van vandoage bezeg wezen zollen. Moar hai vermoant bie ander gelegenheden ook, dat wie - zunder bezörgd te wezen - reken holden mouten met wat komt. Zörgen, nait bezörgd wezen! Ook aine, dij nait geleuft, zal t doar meugelk met ains wezen kennen.
k Zai n schipper veur mie. Op stevege vouten staait e in zien stuurhut en kikt veuroet om op t heden verantwoord sturen te kennen. Hai mot t smoken nog ofleren. Zai hom van zien piebe genaiten...
k Goa noar t begun van dit stukkie weeromme. 'Besturen is veuroetkieken'? k Ben t der met ains. Mien touvougen, invougen, is t woord 'ook'. 'Besturen is ook veuroetkieken.' Moar t is aigelk nòg meer: over t heden - met al zien verbindens met guster en mörgen - boas worden.
Haarm Diek
(23 november 2003)