Nieuwsbrief 14
Groningen, 4 juli 2003
Het zomerreces in de provinciale staten is begonnen. Maar ons werk staat niet stil! Met deze Nieuwsbrief brengen wij u nog net voor uw vakantie op de hoogte van de laatste ontwikkelingen in ons kantoor en de rest van Europa. Alvast een prettige vakantie!

Nieuw uit te geven kaart: “Tabulae Dominii Groningae qvua et complectitur partem maximam Drentiae et Blauwe Stad” van A.F. de Wit.
Redactie:
Dana Kamphorst en Hilbert Koetsier
medewerkers: Teun Jan Zanen en Haarm Diek
Foto's:
Tjeerd Oliemans
Hasselbramen 14
door Teun Jan Zanen
Vaartocht over de Eems
De AG-Ems is een Duitse rederij die veerverbindingen vanuit Emden en vanuit de Eemshaven naar Borkum en naar Helgoland verzorgd. Vroeger deden zij vooral aan ‘Butterfahrten’, waarbij je op het schip belastingvrij drank en boter kon kopen.
Deze zomer zijn zij gestart met een veerverbinding tussen Delfzijl en de Knock. Dat wil zeggen dat zij daarmee een directe verbinding tussen Delfzijl en Emden realiseren. En dat is nu net iets waar de Partij voor het Noorden een groot voorstander van is. Die verbinding willen we gaan inspecteren. En wel op zaterdag 19 juli a.s.. Een hele club lieden van de Partij voor het Noorden zal zich die dag om 8.15 uur in Delfzijl inschepen. De fietsen gaan mee, want het wordt een dagje fietsen in Ostfriesland. ’s Avonds om 19.00 uur zijn we terug in Delfzijl.
We hopen erop dat onze vrienden van ‘das friesisches Forum’ ons dan opvangen om met ons naar enkele leuke plekjes te fietsen. Misschien naar Greetsiel (het geboortehuis van Ubbo Emmius bekijken) of naar de tentoonstelling over het onderwerp ‘De Friese Vrijheid’ die daar ergens loopt. En ondertussen kunnen en zullen we met hen filosoferen over een veel nauwer samen optrekken van onze beide regio’s (Noord-Nederland en Ostfriesland). Als u nog mee wilt, dan kan dat uiteraard. Bel dan even met Hilbert Koetsier (0642-201217). De volgende Nieuwsbrief zullen we, ijs en weder dienende, u over onze ervaringen van die dag berichten.
Verslag vergadering van de OSF
De Partij voor het Noorden is aangesloten bij de Onafhankelijke Senaatsfractie (OSF). Die OSF is als het ware de vereniging van onafhankelijke, regionale partijen. Die vereniging maakt het mogelijk dat er een onafhankelijke lijst aan de verkiezingen van de Eerste Kamer meedoet. In de vorige Nieuwsbrief is uitvoerig verslag gedaan van die verkiezingen in mei jongstleden en van de uiteindelijke keuze van Hendrik ten Hoeve tot onafhankelijk senator. Hij lost daarmee Martin Bierman af, die gedurende acht jaar als onafhankelijk senator actief is geweest. Dankzij Bierman is de OSF erkend als landelijke politieke formatie, die, als andere partijen, recht heeft op financiering tot op zekere hoogte van scholingsactiviteiten en van politiek wetenschappelijk onderzoek. Ook de Partij voor het Noorden kan een beroep op die gelden doen en doet dat ook. Hendrik ten Hoeve is vast van plan zich regelmatig te verstaan met de verschillende aangesloten partijen, vooral ook om na te gaan wat deze partijen eigenlijk precies bindt. Vanuit zo’n gemeenschappelijk uitgangspunt wil hij zich dan in de Eerste Kamer sterk maken voor ontwikkelingen die in het verlengde daarvan passen. Wij wensen hem succes met dit streven.
De algemene ledenvergadering van de OSF vond plaats op 21 juni jl. te De Bilt (nabij Utrecht). Een nabeschouwing van de hiervoor genoemde verkiezingen vond plaats. O.a. werd besproken waarom op het laatste moment de lijstverbinding met D66 niet door was gegaan. Geen van beide partijen kon dit keer echt beter worden van zo’n lijstverbinding. Toch werd die conclusie betreurd, omdat er met D66 wel degelijk een grote mate van overeenstemming bestaat over de noodzaak van staatsrechtelijke veranderingen ten behoeve van het democratisch functioneren van bestuur en politiek in Nederland. Die lijstverbinding was dus ook een politiek signaal. En inderdaad, ook in de Provinciale Staten van Groningen kunnen wij goed met D66 opschieten.
Deelname in deze OSF biedt naast financiële voordelen (subsidies voor scholingsactiviteiten) ook de mogelijkheid tot contacten met onafhankelijke geesten in de andere Nederlandse provincies. En dat is uiteraard leerzaam. Een nuttige zaak dus.
De Partij voor het Noorden en de anderen
Het was een strategische keuze om in Groningen aan de Statenverkiezingen deel te nemen. En die keuze had succes. Zowel in Fryslân als in Drenthe zaten al onafhankelijke, regionale partijen in de Staten en die gingen ook afgelopen keer weer aan de verkiezingen deelnemen. In Groningen bleken de Groningers ermee te zijn gestopt en de OPPG van Sjon Lammerts wilde zichzelf wel opheffen ten gunste van de Partij voor het Noorden. Zodoende kwam de weg vrij om aan die verkiezingen in Groningen deel te nemen. We maakten een programma dat zowel typisch Gronings alsook Noordelijk was en is.

PvhN en D66 zitten naast elkaar in de statenzaal. Teun Jan overlegt met Fleur Gräper (foto: Tjeerd Oliemans)
Het is nu tijd om te onderzoeken wat deze nieuw verworven positie in de Staten van Groningen kan betekenen voor ons Noordelijke streven.
Dan hebben we dus allereerst te maken met de in Fryslân en Drenthe opererende, onafhankelijke regionale partijen. De vraag is of dat onze partners zijn in een gemeenschappelijk streven naar de vorming van een landsdelig bestuur in Noord-Nederland of niet. Om dat uit te vinden zijn we gestart met een reeks gesprekken met achtereenvolgens de FNP (zie de vorige Nieuwsbrief), met Drents Belang, met de OPD en met de FGF. De FNP heeft zeven(!) zetels in de Staten van Fryslân. Het gesprek met hen was uiterst veelbelovend, vandaar dat we in september nader met elkaar zullen overleggen. Drents Belang en de OPD hebben beide één zetel in de Staten van Drenthe. We moeten afwachten hoe de toekomstige verhoudingen zich zullen ontwikkelen. En dat geldt ook voor de FGF (Federatie Gemeentebelangen Friesland). Al deze partijen zijn overigens aangesloten bij de OSF.
Tegelijkertijd staan misschien ook andere (regionale geledingen van) politieke partijen dicht bij ons, zoals bijvoorbeeld de regionale D66-organisaties.
We moeten proberen een brede beweging op gang te brengen, die het omvormen van Noord-Nederland tot een moderne, vooruitstrevende, Europese regio als doelstelling heeft geadopteerd. Bieden de Europese verkiezingen een mogelijkheid om in die richting wat op gang te krijgen?
De Blauwe Stad
De Blauwe Stad is een woningbouwproject voor dure woningen in het oosten van de provincie Groningen. De Partij voor het Noorden is tegen dit project vanwege de aantasting van landschap, ruimte en historie van het Oldambt. Bovendien geeft de instroom van enkele duizenden vermogende lieden, elders uit Nederland afkomstig, geen enkele zekerheid omtrent het ook feitelijk ontstaan van een positieve economische impuls voor deze regio. En sociaal gezien zal deze influx van op luxe en privacy georiënteerde “rijken” zeker geen versterking van de sociale structuur en de leefbaarheid van de streek als geheel betekenen. En daarenboven bestaat ook nog de kans dat dit project uiteindelijk de dorpen in de omgeving en het nabijgelegen Winschoten als het ware leegzuigt. Zeker als onder druk van de woningmarkt en de op winst uit zijnde bouwbedrijven uiteindelijk toch ook woningen in de iets minder hoge marktsegmenten gebouwd zullen gaan worden.
Marc Calon beweert bij hoog en bij laag dat niet de betrokken overheden het risico van niet te verkopen dure woningen zullen dragen. Dat risico zou uitsluitend gedragen worden door de drie grote bouwondernemingen. En die durven dat risico aan, zegt Calon en zeggen (nu) ook die bouwers, want zij allen geloven in het ontwikkelde concept. De overheden zullen volgens Calon dus nooit een voor een financiële strop komen te staan.
Voor de Partij voor het Noorden was de Statenvergadering van 25 juni het moment om kleur te bekennen. Gedeputeerde Staten vroegen een kredietverruiming van 45 miljoen euro om nog meer gronden, met name in de toegevoegde Zuidoost Hoek, te kunnen aankopen en om te kunnen starten met de aanbesteding van de grondwerkzaamheden. En hoewel de zekerheid van het grondeigendom, d.w.z. de waarde van de grond bij het niet doorgaan van het gehele project, voldoende leek om de kredietverruiming te rechtvaardigen, betekende het ja of nee daarover toch tegelijkertijd een principiële keuze voor of tegen de Blauwe Stad. Dat werd dus wat ons betreft “nee”.
Inmiddels is al wel zeker dat de overheden gezamenlijk fl 70 miljoen subsidie in de realisering van de Blauwe Stad stoppen. En ook als het gaat om aanvullende investeringen zoals vaarverbindingen, uitbouw van de infrastructuur in de omgeving en dergelijke zal de overheid in de toekomst nog wel vaker diep in de buidel moeten tasten. Deze dure grap is inderdaad niet meer terug te draaien, gezien ook de politieke support (alleen de Partij voor het Noorden en de SP stemden tegen) die het voorstel van GS verwierf. Ook wij zijn nu gedwongen te verhinderen dat dit project uiteindelijk negatief voor de streek als geheel zal gaan uitwerken. Wij zullen de ontwikkelingen dan ook kritisch volgen en aandacht vragen voor misstanden en/of kritieke ontwikkelingen in samenhang met dit project.
Om een juiste koers in deze te vinden hebben wij o.a. de hulp ingeroepen van alle in De Blauwe Stad geïnteresseerden. Op onze website hebben wij een discussieforum over de Blauwe Stad ingericht. Zie www.partijvoorhetnoorden.nl.
Wij hopen op veel bezoekers, op scherpe observaties en op waardevolle suggesties en ideeën.
(3 juli 2003)
Brief aan Thom de Graaf
door de redactie
Sinds de aanstelling van het nieuwe kabinet is Thom de Graaf (D66) Minister van Bestuurlijke Vernieuwing. Dit nieuwe ministerschap is voor de Partij voor het Noorden met haar streven naar de vorming van een landsdelig bestuur in Noord Nederland, zeer relevant. Daarom stuurde de Partij voor het Noorden Thom de Graaf onlangs (6 juni) een brief.
In deze brief feliciteerden we hem uiteraard met zijn ministerschap, en hebben we hem uitgenodigd met ons van gedachten te wisselen over de thematiek van landsdelige besturen, decentralisatie van rijksbeleid, en de positie van regio’s in Europa. Het kan bijna niet anders, of deze problematiek zal hem als minister van Bestuurlijke Vernieuwing interesseren! Tot nu toe geen reactie, maar we houden u op de hoogte.
(3 juli 2003)
Europa dichterbij de burger: het Rapport Napolitano
door Dana Kamphorst en Teun Jan Zanen
Sinds het Verdrag van Nice (2001) wordt door de Europese Unie onderstreept dat zij haar instellingen dichter bij de burger moet brengen. Mede omdat er binnen Europa een regionaliseringtrend lijkt plaats te vinden, zouden regionale en lokale besturen meer mogelijkheden moeten krijgen om direct een bijdrage te leveren aan de Europese besluitvorming. Dat is de mening die verwoord is in het Rapport Napolitano, dat op 13 januari 2003 in het Europees parlement werd gepresenteerd.
Eén van de stellingen van het rapport van Napolitano, dat werd opgesteld onder leiding van de Italiaanse Europarlementariër Giorgio Napolitano, is dat het subsidiariteitsbeginsel uitgebreid moet worden naar lokale en regionale besturen binnen de lidstaten. Het subsidiariteitsbeginsel zegt in het kort dat de EU alleen daar ingrijpt wanneer zij daartoe beter in staat is dan de lidstaten zelf. Kortom, maak beleid en bestuur op een zo laag mogelijk overheidsniveau, tenzij het beter is om zaken op een hoger overheidsniveau aan te pakken. Omdat er binnen Europa in de meeste lidstaten sprake is van een groeiende invloed van lokale en regionale overheden, zou het principe van de subsidiariteit dus ook op regionale en lokale besturen moeten worden toegepast.
Het proces van regionalisatie is echter in alle lidstaten verschillend, en de regionale besturen van de lidstaten laten zich moeilijk vergelijken. Een Nederlandse provincie is qua bestuursvorm een heel andere dan bijvoorbeeld de Länder in Duitsland. De uitbreiding van het subsidiariteitsbeginsel naar lagere overheden is dus praktisch gezien niet makkelijk. Daarom, zo staat in het rapport, moeten de lidstaten intern de mogelijkheid van lagere overheden (met name die met wetgevende bevoegdheden) om deel te nemen in Europese aangelegenheden bevorderen.
In het rapport wordt geconstateerd dat de ontwikkeling in de verschillende Europese landen parallel loopt, in zoverre dat steeds meer regio’s of soms zelfs lokale overheden verregaande bevoegdheden toegewezen krijgen. Per land verschillen de structuren evenwel aanzienlijk. Denk bijvoorbeeld aan de Länder in Duitsland en Oostenrijk, de gewesten en gemeenschappen in België, de autonome gemeenschappen in Spanje, regio’s met een bijzonder of een gewoon statuut, of autonome provincies in Italië, stadstaten in Duitsland, regio’s en departementen in Frankrijk en Griekenland, graafschappen in het Verenigd Koninkrijk en in Zweden, county boroughs in Ierland, provincies in België, Denemarken, Finland, Italië, Nederland en Spanje, enz..
Recentelijk hebben zowel in het Verenigd Koninkrijk als in Frankrijk vergaande staatsrechtelijke veranderingen plaatsgevonden. In het Verenigd Koninkrijk werden na veel discussie, en uiteindelijk gebaseerd op referenda, meer zelfstandige regio’s gevormd in Schotland en Wales (en Noord-Ierland). Onlangs hebben ook de 21 Franse regio’s vergaande bevoegdheden gekregen na een daartoe noodzakelijke grondwetsherziening (zie Nieuwsbrief 12). Vergelijkbaar met die trend is het streven van de Partij voor het Noorden om een landsdeel Noord-Nederland te vormen met vergaande, vanuit Den Haag te decentraliseren bevoegdheden. Ook het idee van het instellen van regionale parlementen gekoppeld aan dat bestuursniveau loopt parallel.
In Nederland hebben de provincies nu te weinig bevoegdheden om echt tot een aansprekende overheidslaag uit te kunnen groeien. De schaal van de provincies is bovendien te klein geworden om de meeste maatschappelijke vraagstukken adequaat te kunnen aanpakken (waterhuishouding, verkeer en vervoer, energieopwekking, ruimtelijke ordening, economisch structuurbeleid, enz.). Hoewel de twaalf gezamenlijke provincies de rijksoverheid hebben aangeboden om op een aantal terreinen een aantal uitvoerende taken van haar over te nemen (waarvan nog maar moet worden afgewacht of het kabinet er iets mee doet), blijft daarmee dat schaalprobleem onopgelost.
De Partij voor het Noorden is van mening dat wat Noord-Nederland betreft de vorming van een landsdelig bestuur een schaal zou kennen die het mogelijk maakt op de genoemde beleidsterreinen een effectief bestuur uit te oefenen. Daarbij haal je de besluitvorming uit Den Haag naar het Noorden toe. Noord-Nederland kan dan zijn eigen toekomst mee gaan bepalen.
Zo’n nieuw gevormd landsdeel past heel goed in de gedachten van Napolitano. Immers, juist hij biedt ruimte aan vergaande betrokkenheid van regionale en lokale autoriteiten bij beleidsvorming en –uitvoering van het Europees bestuur. Wel wil hij de afzonderlijke staten de ruimte geven om aan de betrokkenheid van de eigen regio’s en lokale overheden een eigen invulling te geven.
Napolitano steunt dus ons idee als het ware (ons idee past in de gesignaleerde trend), maar, zo constateert hij, wij moeten in onze eigen nationale staat de door ons gewenste vorm van regionale autonomie zelf maar bevechten. En daarmee formuleert Napolitano uiteindelijk onze opgave!
Het rapport Napolitano biedt een zeer uitvoerige ontwerpresolutie, met daarbij een interessante, breedvoerige toelichting. Het rapport is o.a. terug te vinden op onze website(napolitano-nl.pdf, 182 kB).
(3 juli 2003)
Groningen Seaports: klaar voor de toekomst?
door Hilbert Koetsier
Vrijdag 13 juni 2003 konden we, een delegatie van de Partij voor het Noorden, op uitnodiging van directeur Harm Post een werkbezoek brengen aan het Havenschap Delfzijl - de havenautoriteit van Groningen Seaports. Onder het havenschap vallen twee zeehavens (haven van Delfzijl en de Eemshaven) en twee binnenhavens (de Farmsumerhaven en de Oosterhornhaven), zo werd ons verteld tijdens de ontvangst in hun prachtige kantoor met uitzicht over de Eems.
Na een informatieve lunch, konden we per luxe bus de uitgestrektheid van de havens en industrieterreinen aanschouwen. Op meer dan 800 hectare zijn er faciliteiten voor overslag van allerlei goederen - van en naar zeevaart, binnenvaart, spoor en wegvervoer - en is er onder meer chemische- en metaalindustrie. Het havenschap prijst zichzelf aan met ruimte, snelle toegang tot internationale zeeroutes en met scherpe tarieven. Directeur Post verwacht dit jaar een groei van 3 procent.
Een haven is een zeer interessant bedrijf, maar een werkbezoek is onderdeel van een groter plaatje. We moeten ons een beeld vormen van de positie van deze havens en de transportsector in Nederland en Europa. De scheepvaart en zware industrieën die daarvan afhankelijk zijn brengen werkgelegenheid, maar verstoren ook in zekere mate ons woonmilieu. Bovendien is er kostbare infrastructuur voor nodig. Hoe weegt een en ander tegen elkaar op? Hieronder een schets van de goederentransportsector in Nederland en Europa.

PvhN delegatie inspecteert krantenpapier voor de New York Times (foto: Tjeerd Oliemans)
Goederenoverslag
Een belangrijke functie van de havens is overslag. Zo namen we een kijkje in de ‘Bananenterminal’, een moderne overslagfaciliteit die nu gebruikt wordt voor de overslag van krantenpapier voor de New York Times. Enorme rollen papier worden op kleinere schepen vanuit Finland aangevoerd en in de Eemshaven opgeslagen totdat een groot zeeschip gevuld kan worden om het papier naar New York te transporteren. Dit levert het Noorden werkgelegenheid en inkomsten op, zonder de omgeving veel te belasten.
Daarnaast is er overslag van bulkgoederen (zoals zand of graan) en containers, tussen zeevaart, binnenvaart, weg en spoorweg. Containers zijn zeer geschikt om losse goederen van en naar het binnenland te vervoeren en overslag vindt dus meestal dichter bij de woonomgeving plaats. Eén categorie containers, koelcontainers, vormen hier een probleem: de koeling wordt verzorgd door dieselaggregaten. Omwonenden in Delfzijl klagen over het gebrom, waarop het havenschap reageert dat gemeente en provincie er voor moeten zorgen dat er geen woningen gebouwd worden in de buurt van industriële activiteiten.
Transport over land
Als goederen zijn overgeslagen, zal er transport plaatsvinden. Welke vervoersmethode is eigenlijk de beste? Over de weg vervoeren is goedkoop en flexibel. Deze sector is volgens cijfers van het CBS de grootste vervoerssector in Nederland. De sector staat onder druk, onder meer omdat Duitsland tolheffing (‘Strassengebühr’) invoert voor buitenlands vrachtverkeer. Ook loopt het wegverkeer op een aantal plaatsen in Europa behoorlijk vast, zodat overheden genoopt zijn wegtransport te ontmoedigen.

Vervoer per spoor kost minder energie per vervoerd gewicht. Helaas zijn de spoorwegen duur (mede door zeer grote investeringen) en zeer inflexibel. Dat laatste komt omdat in Nederland voorrang gegeven wordt aan personenvervoer, waardoor vrachtvervoer meestal alleen ‘s nachts plaats kan vinden - met geluidsoverlast en andere problemen ten gevolge. Goederentreinen zouden 90% van de tijd stil staan! In een ongunstig geval is de reisduur van Delfzijl naar Rotterdam van een container per spoor even lang als per binnenvaartschip. Mogelijk zal railtransport met de opening van de Betuwelijn en de sluiting van Zwitserse wegen voor vrachtverkeer, in de nabije toekomst weer aantrekkelijker gaan worden.
Ook pijpleidingen zijn een vorm van transport over land: met name een belangrijk Gronings product – aardgas - wordt met pijpleidingen naar elders vervoerd. Efficiënt, maar beperkt toepasbaar.
Transport over water
De binnenvaart en de short sea shipping (zeetransport over korte afstanden) is de efficiëntste manier van vervoeren – als er tenminste havens in de buurt zijn. Watertransport levert een fors aandeel in de sector: 40% van het containervervoer in Nederland gaat via de binnenvaart. Het Bureau Voorlichting Binnenvaart verwacht de komende jaren een toename hiervan met 10-15% per jaar.
De Europese Unie wil deze transportvorm verder stimuleren, schrijven ze in hun Witboek voor Europees vervoerbeleid tot 2010, vanwege de vele congestieproblemen op de weg in Europa – hoe meer vrachtwagens vervangen kunnen worden door watertransport, hoe beter.
Kort geleden is een initiatief genomen op dit vlak: de Noordelijke Maritieme Corridor, waarin EU-landen aan de Noordzee en Noorwegen en Rusland (Moermansk) samenwerken, heeft als doel vervoer over de weg van Noord- naar West-Europa naar het water te verplaatsen. Dat noemt men een Modal Shift. Wat er bijvoorbeeld gebeurt, is dat vis uit Noorwegen in Bergen op de vrachtwagen gaat en naar Hamburg gereden wordt. Het zou beter zijn als een schip vanuit Bergen direct naar West-Europa vaart. Met name de Eemshaven en Cuxhaven (Duitsland) zijn geschikt voor visoverslag, dus die zullen beide strijden om de Noorse vis naar zich toe te trekken.

Directeur Harm Post vertelt tijdens de lunch over Groningen Seaports (foto: Tjeerd Oliemans)
Scheepvaart is dus gunstig – en er zijn goede ideeën voor de toekomst. Flexibiliteit is een probleem en daarom probeert men verschillende vormen van vervoer beter op elkaar te laten aansluiten. Een voorbeeld is het recentelijk gelanceerde pilot-project Distrivaart, waarbij pallets geautomatiseerd van een binnenvaartschip, via een vrachtwagen, naar een winkel getransporteerd kunnen worden – handig voor bierbrouwers en grossiers. Dit heet Multi-modaal vervoer, waarbij je zo optimaal mogelijk gebruik maakt van alle mogelijke vervoersmogelijkheden. De pilot loopt onder meer in Meppel en Drachten.
Groningen Seaports bereidt zich ook voor op de multi-modale toekomst: er is besloten dat ze een groter aandeel in het Rail Service Centre Groningen (RSCG) in Veendam zullen nemen (tot ruim 40%). Dit RSCG is als het ware een grote containerterminal, die binnenkort flink uitgebreid zal worden. Zo zullen de Groningse havens een graantje mee kunnen pikken in de huidige sfeer van het taboe op wegtransport.
Conclusie
Wegtransport is uit, railtransport is stervende, maar scheepvaart is in – dus we zullen onze kanalen, bruggen en sluizen moeten koesteren! Als we scheepvaart voorrang willen geven zullen we knelpunten moeten oplossen (zoals de te krappe zeesluis in Delfzijl) en ‘snelwegen’ voor de zeevaart moeten aanleggen.
Mensen, denkt u erom: als u iets vervoeren moet, bedenk dan of u het niet per scheepvaart doet!
Meer informatie:
Groningen Seaports: http://www.groningen-seaports.com/
Europa over binnenvaart:http://europa.eu.int/comm/transport/iw/nl/site_map_nl.htm
Europa over multi-modaal vervoer:http://europa.eu.int/comm/transport/intermodality/lt_28_en.html
Bureau Voorlichting Binnenvaart: http://www.inlandshipping.com
Nederland Distributieland: http://www.ndl.nl/
(3 juli 2003)
De Poletiek in onze woagschoal
door Haarm Diek
Wel ais van pefester Van Ruler (1908-1970) vernomen? Eerder was e van roadio toamelk algemain bekend. Hai het veul belangrieks schreven over zien aigen affeer (theologie), en - in verbaand doarmet - ook over poletiek. Man het onder hail wat meer ook n tuddel van n publekoatsie noaloaten: Politiek is een heilige zaak. Redens, woarom e zuks von, zak hier nait met joe bespreken goan. Dudelk is: dij van Ruler von poletiek n aibels verheven, hoogweerdege angelegenhaid!
Vanzölf ben der ook op-t-heden lu, dij n hoge dunk van poletiek en van poletiekers hebben. Of t der bot veul bennen, woag k te betwieveln. Te voak heur k male oetsproaken over de poletiek in t algemain en over poletiekers in t bezunder. Poletiek zol t begeer-regeren-van-hoge-heren, zol volksverlakkerij, zol schiendemekroatiese belangenmanepuloatsie wezen. En de poletiekers? k Heb over heur as over zakkenvullers, ego-trippers, bederwaiters, waarkelkhaidsvremden, ideoalistiese bobbeltjesbloazers, knechten van t kapitoal en twaalfambachters proaten heurd. k Ben dervan overtuugd, dat der nog n hall riegje van zukse en slimmere andudens en scheldnoamen bennen.
Noar mien mainen is t nait van belang om n verzoameln van dij oetdrukkens an te leggen (en den in loater tied alerdeegs ook nog n museüm veur dij verzoameln te stichten). Van meer petansie is der schaarp op te achten, dat poletiek n sentroale angelegenhaid van t menselk soamenleven is, en dat toak van poletiekers is dij angelegenhaid zo goud as even meugelk woar te moaken. Moar doar zit m nou juust de kneep. Mensen! Soamenleven! Zo goud as meugelk! - Angelegenhaid van de poletiek ken je met de mooiste kleuren oetschildern en begerensweerd moaken, moar óók met röntgenstroalen zunder begrip veur vel, vlaais, zenen, bloud en bonken deurlichten. Zukse utersten kennen op heur tied meugelk heur weerde hebben. Moar dag en deur gaait t om onze menselke waarkelkhaid, en bennen mensen as joe en ik der met an de loop. k Wait nait, hou t joe gaait, moar k wor dagdoagelks bie mien bepaarkens bepoald, en niks menselks is mie vremd. Hou zol t den met dij poletiekers van ons wezen?
Mie dunkt: t is goud om de poletiek as angelegenhaid van ons menselk soamenleven hoog te holden, èn om tougelieks te waiten, dat t in de poletiek menselk tougoan zal. En dij poletiekers? Loat dij heur beste best doun binnen heur meugelkheden, heur best, zo as wie mensen dat doun: met onze gebreken.
Poletiek een heilige zaak? Poletiek n smereg bedrief? Of: baaide, en doar midden maank: de waarkelkhaid van ons menselk soamenleven in mensenhanden!
Haarm Diek
(3 juli 2003)