Home > Nieuwsbrieven > Nieuwsbrief 12
Nieuwsbrief 12 PDF Afdrukken E-mail
woensdag, 16 december 2009 13:25
AddThis Social Bookmark Button

Nieuwsbrief 12

Groningen, 5 mei 2003

Bruisend Groningen?In deze twaalfde editie van de Nieuwsbrief veel aandacht voor onze ideeën over Noord-Nederland als Europese regio. Daarnaast informatie over de verdere uitbouw van de Partij voor het Noorden. Veel leesplezier!

Redactie:
Dana Kamphorst en Hilbert Koetsier
medewerkers: Teun Jan Zanen en Haarm Diek

Foto's:
Tjeerd Oliemans en Geert Staats

 

 


Hasselbramen 12 
door Teun Jan Zanen

Collegevorming in Groningen 
De stand van zaken ten tijde van het verschijnen van de vorige nieuwsbrief was als volgt:
De Partij voor het Noorden had zich, na ruggespraak met D66, gewend tot de tijdelijke fractievoorzitter van de PvdA, Marc Calon. 

Na het klaarblijkelijk mislukken van het gesprek met Groen Links (die eventueel, naast PvdA en CDA, als derde partij aan het college van Gedeputeerde Staten zou gaan deelnemen) besloten PvdA en CDA, buiten alle andere partijen om, om dan maar samen een college te vormen. Zij bedachten dat er dan maar vijf gedeputeerden behoefden te komen, ze wezen uit hun midden vijf kandidaten daarvoor aan, ze verdeelden de portefeuilles over die vijf personen (commissaris Alders kreeg daarenboven ook nog enkele zaken) en zij schreven een collegeprogramma. 

Te vroeg, oordeelde de fractie van de Partij voor het Noorden. Ook een gesprek met de combinatie Partij voor het Noorden/D66 (samen goed voor vier zetels, vergelijk Groen Links met slechts vijf) had niet alleen tot de mogelijkheden behoord, doch kon volgens die partijen alsnog gevoerd worden. Het idee was dat dan de zetelverdeling zou worden 3 - 2 – 0,5 – 0,5. Parttime gedeputeerden zijn volgens de wet mogelijk en hebben ook in enkele provincies al gefunctioneerd. Met de deelname van met name de Partij voor het Noorden zou de kiezersuitspraak meer recht gedaan worden. Immers, een onverwacht groot aantal kiezers stelde zich achter de ideeën van die partij. En dat feit behoort in een goed functionerende democratie ook in de nieuwe collegesamenstelling en in het collegeprogramma tot uitdrukking te komen.

Helaas, Marc Calon liet telefonisch weten daaraan geen behoefte te hebben. Achteraf bleek n.b. dat hij die brief niet eens in zijn fractie aan de orde heeft gesteld (nu al bang voor rebellie?). Nu blijkt er dus toch weer sprake te zijn van de arrogantie van de macht: ze hadden ons niet per se nodig, dus waarom zouden ze de moeite nemen serieus met ons in discussie te treden?

Zo volgde op de vrij open gestarte informatieronde een machtsspelletje in de achterkamertjes van het provinciehuis, met het hiervoor al genoemde resultaat. 

Jammer dat we onze brief aan Marc Calon niet als een open brief hadden gestuurd, dan had hij hem wellicht minder goed kunnen negeren.

In de Statenvergadering waarin het college uiteindelijk werd gekozen (15 april), heeft de Partij voor het Noorden zich nadrukkelijk als oppositiepartij gepositioneerd. Wij zullen het college kritisch gaan volgen, vooral waar visie gevraagd wordt van het provinciaal bestuur en vooral ook waar directe belangen van burgers in het geding zijn.

College- en regeringsvorming in Fryslân, Drenthe en Den Haag
In Friesland deed de FNP, na de schitterende verkiezingsoverwinning (ze kwamen van vier op zeven zetels), volop mee aan de collegeonderhandelingen. Net als in Groningen leek de VVD uit de boot te vallen. De FNP zou mogelijk voor hen in de plaats komen. Uiteindelijk konden PvdA, CDA, VVD en FNP het niet eens worden over het programma. Met name de tegengestelde opvattingen over de zweeftrein maakten het uiteindelijk voor de FNP onmogelijk om mee te doen. En toen deed de VVD, ondanks hun forse verlies, toch maar weer gewoon mee in het college. Ook de FNP dus in de oppositie!

In Drenthe ging het nog raarder. De regionale partijen OPD en Drents Belang scoorden matig in de verkiezingen (elk één zetel, tegen de OPD in de vorige periode drie). De PvdA, als veruit grootste partij in Drenthe nam het initiatief tot de collegeonderhandelingen. En hoewel het CDA, waar de PvdA al jaren samen mee ‘regeerde’, ook gewonnen had en de VVD fors had verloren, liepen de onderhandelingen met het CDA spaak. Met als gevolg dat er in Drenthe een paars college van PvdA en VVD is gevormd. Het is nu nog even de vraag wat dit voor consequenties zal hebben voor onder andere de Noordelijke samenwerking.

In Den Haag liep het helemaal gek. Waar Balkenende Bos in januari in grootte net voor had weten te blijven, leek toch de combinatie CDA-PvdA de meest voor de hand liggende. Maar Balkenende had zijn ziel al voor de verkiezingen aan de VVD verkocht, dus na drie maanden smalltalk met de PvdA en een bijna akkoord hield hij er gewoon plotseling mee op. En toen, de Staphorster variant? De combinatie CDA-VVD moest er immers nog één of meerdere partijen bij zoeken om een meerderheid te krijgen. Het werd dus ….D66. Jawel, D66, de initiator van paars, maakt nu gewoon een rechts kabinet mogelijk. En dat zullen we, in het bijzonder de zwakkeren in de samenleving, de komende maanden weten ook. Mind my words.

(2 mei 2003)

 


Noord-Nederland in Europa 
door Hilbert Koetsier

De Partij voor het Noorden betoogt al langer dat Noord-Nederland een bijzonder landsdeel is: een vrij verspreid wonende bevolking, uitgesproken eigen identiteiten en een economie die niet automatisch profiteert van de bloei van de randstad Holland.

Een bevestiging van die gedachte kan wellicht worden afgeleid uit een kaart van het werkingsgebied van het Interreg 3b-programma (wat gaat over de ontwikkeling van regio’s in Europa) van de Europese Unie. Een onderdeel van dat programma richt zich op “Noordwest Europa”. En daar hoort Noord-Nederland (en ook Niedersachsen) niet bij! Zie de hieronder weergegeven kaart.

Noord-Nederland en de aangrenzende Weser-Ems-Region hebben uiteraard veel met elkaar te maken. Zo definieert de grensoverschrijdende vakbeweging haar werkgebied als de WENN-regio (Weser-Ems-Noord-Nederland). Hun logo (de tweede kaart) geeft de positionering weer van die regio ten opzichte van de rest van Nederland en Duitsland.


Interreg 3b: Noordwest Europa (donker gekleurd)



Weser-Ems-Noord-Nederland (WENN) regio.



(4 mei 2003)

 


Partij voor het Noorden bij de Jonge Democraten 
door Hilbert Koetsier

De Partij voor het Noorden was uitgenodigd om deel te nemen aan een debat op het 41ste congres van de Jonge Democraten – de jongeren van D66 – afgelopen zaterdag 26 april in Leeuwarden. Het debat was getiteld: “Opstandige regio’s!” en ging over de beperkte rol van de provincies en de achterstelling door Den Haag.

Ondergetekende is met twee partijgenoten, Leendert van der Laan en Robert Schliessler, naar het congres toe gegaan en heeft daar de ideeën van de Partij voor het Noorden uitgelegd. Partner in het debat was de fractievoorzitter van de Frysk Nasjonale Partij, Johannes Kramer, die, nog enigszins moe van alle aandacht van de pers – de FNP doet namelijk uiteindelijk toch niet mee in het college van Gedeputeerde Staten van Fryslân – zijn partij toelichtte.

Interessant is dat dit congres was georganiseerd door de landelijke Jonge Democraten en dat een aantal van hen – met name ook niet-Noorderlingen - zich zeer goed kon vinden in onze ideeën. Zo had het congres juist die morgen een motie aangenomen onder de titel “Jonge Democraten moeten federalisten zijn”, waarbij zij constateren dat de rijksoverheid alle besluitvorming naar zich toe heeft getrokken, de landelijke politiek zich te veel met lokale zaken uit de Randstad bezig houdt, te weinig aandacht schenkt aan de EU en internationale politiek en weinig aandacht heeft voor problemen in de regio. De JD wil verder dat Nederland gefederaliseerd moet worden: “bij voorkeur zes gewesten met ieder een eigen parlement en regering, een federaal parlement en een federale regering, een constitutioneel hof dat waakt voor de eenheid en de verdeling van taken en bevoegdheden”, zo schrijven ze. Niet persé helemaal hoe wij erover denken, maar toch zeker wel in dezelfde richting.

Er waren volgens de organisatie zo’n 130 jongeren aanwezig. Het debat duurde ongeveer een half uur, en er werd goed gediscussieerd. De gedachtewisseling bleek uiteindelijk in goede aarde te zijn gevallen. Een geslaagde missie dus.

(2 mei 2003)

 


Stichting Bruisend Groningen 
door de fractie

Onder leiding van ook ons lid Geert Spieker heeft de Stadspartij (Groningen) dezer dagen de stichting Bruisend Groningen opgericht. Deze stichting gaat de belangen behartigen van iedereen die direct of indirect betrokken is bij het huidige Bruisende Groningen, zoals cafés, discotheken, taxi’s, evenementenbureaus, studenten, jongeren, dertig+ers, artiesten, bands en dergelijke. 

De reden voor de oprichting van die stichting is volgens de Stadspartij dat de plaatselijke politiek afbreuk dreigt te doen aan het bruisende karakter van de stad Groningen. Voorbeelden van dat afbreuk doen zijn: 
· Cafés met live muziek worden massaal op de bon geslingerd.
· Bijna was besloten dat er geen popconcerten in de Euroborg zouden mogen komen. 
· Sloop van het cultuurcentrum Oosterpoort wordt overwogen.
· Er wordt zelfs gesproken over het weer invoeren van sluitingstijden voor de horeca. En: 
· Live muziek moet terug naar 85 decibel, zelfs als er geen klachten zijn.

Directe aanleiding voor het oprichten van de stichting was met name gelegen in deze laatste kwestie. Op de dag van de raadsvergadering waarin de notitie ‘feesten in balans’ werd besproken, las Geert Spieker ‘s morgens in de krant dat de PVDA het niet eens was met het voornemen van B&W om de 85 decibel – norm in te voeren. Een paar uur later was het diezelfde PVDA die wel een motie van de VVD, Student & Stad, D66 en Stadspartij over een jaar proeftijd voor de horeca (waarin feitelijke informatie zou kunnen worden verzameld teneinde een behoorlijk beleid te kunnen ontwikkelen) wilde ondertekenen, maar dan wel met de toevoeging dat dan wel die85 decibelgrens direct zou gaan gelden

Foto: Geert Spieker (rechts) controleert het aantal decibellen op Koninginnedag

Noodgedwongen stemde de Stadspartij uiteindelijk toch voor die motie, anders was het B&W-beleid in één keer doorgevoerd. Maar wel met de grootst mogelijke moeite. Nota bene, aldus de Stadspartij, op de 365 dagen van het jaar zijn er maar 12 Lawaai dagen in Groningen. En nu dreigen ook die aan banden gelegd te worden? Daarom dus de oprichting van de stichting Bruisend Groningen. De stichting wil de politiek laten horen en zien, dat het Bruisende van Groningen voor stad en ommeland belangrijk is en niet moet worden beknot. 

Sinds de start van dit initiatief hebben zich vele culturele instellingen en organisaties bij Bruisend Groningen aangesloten.

Waarom maken wij u deelgenoot van dit verhaal?
Niet alleen omdat Geert Spieker lid is van onze partij. Maar ook omdat in de provincie met verbazing is kennis genomen van het plotselinge beleid van B&W van Groningen. De Partij voor het Noorden heeft hierover vragen gesteld aan het college van Gedeputeerde Staten. De Partij voor het Noorden is van mening dat Groningen het bruisend centrum moet zijn van de provincie. Is er over de invoering van de 85 dB(A) norm eigenlijk wel overleg geweest tussen gemeente en provincie? Immers de bruisende stad is er voor de hele provincie en zelfs voor nog ver daarbuiten!


(1 mei 2003)

 


t Grunneger Houkje - Valende Steerns 
door Haarm Diek

Deur steernhelder weer was t grode bezuik naar de boerenploatse tou komen. Mooie koamer zat stoppende vol. Boer zien vraauw haar t drok met bedainen. In ainen kwam ze oet keuken noar binnen runnen. 'In de lucht-bennen-belzendes valende steerns', ruip ze. Maiste bezuik vloog deroet. Te loat. Gain valende steern meer te bekennen. t Was nog aaid helder van steerns, aibels mooi. Maar binnen was t waarm. Doar zaten ze noa n zetje weer as eerder bie mekoar.

Vanzölf kregen ze t over valende steerns. Aine van heur haar vrouger voaren. Dij haar t in Indioa metmoakt, dat op n keer haile regens van valende steerns ommeneden kwamen. Lu daar werren hailemoal van slag. Haile nacht deden ze heur best om kwoade machten rusteg te kriegen. Volgende mörn haar der n doke van genoadeg stemmende ovvers over t laand hongen.

Aine vruig, of vraauw van boer zoëvent ook n wens doan haar. Dat mag ja, as je dij binnen drij tellen haardoet uterden. Zunder mekaar wer zo'n wens den vervuld. Moar vraauw haar doar nait zo gaauw om docht. Heur ainege reaksie haar west om d'andern te woarschaauwen.

Doarnoa kregen ze t derover, wat of zai zug zölf wenst haren, as ze der gelegenhaid tou had haren. Aine zee - haalf oaliazzend - , dat hai zal zug n zoale vol met mensen wenst hebben, dij aarm in aarm hupwaigend zongen, en doar nooit nait genogt van kregen; en dat hai der zölf maank- n dail van was. n Ander zal zukswat d'aigenste helle vinden. Dij zal zug in n waarm klimoat n stee in de schare bie n woatervale wensen, doar e nooit nait vandoan hufde. En n vraauw wol an n straand waarm en broen worden, zunder bakken en broaden, moar ook zunder blaik en kold worden noatied. - Dou vruig vraauw van boer n bedie schaarp, wat of der mis was an t waarm en gezelleg bie mekoar zitten op n kolle winteroavend.

Zeun van boer kwam thoes. Hai vertelde, dat e haar n steern valen zain. 'Hest ook n wens doan?', wer hom ofvroagd. Hai zee, hai haar in de gaauweghaid niks beders te bedenken wost as: dat der nog n steern valen zal (den kon e zug intied ja bedenken). En der wàs vanzölf nog n steern valen, dij wens haar e ja binnen toustoane tied doan. 'En wat hest dou wenst?', vruigen ze benijd. ' k Heb dou wenst - nait bloots veur miezölf moar veur de haile wereld -, dat ales zó verandern zal, dat der niks of naks meer te wensen overbleef', zee zeun. Aine vruig nog:' En hest zuks binnen toustoane tied doan?' Dat haar e. Dou zee Jlde kerel nog:' Den huft der ook nooit nait meer n steern ommeneden komen'.

(2 mei 2003)

 


BIJLAGE Regionalisme: stille Franse Revolutie? 
door de redactie - uit: Girugten

Het thema regionalisatie speelt zich niet alleen binnen de Partij voor het Noorden af. In heel Europa is dit een actueel thema. Zo vonden wij in het tijdschrift Girugten een artikel over regionalisme in Frankrijk, dat wij, met toestemming van Girugten, hier voor u afdrukken.



Door Jean-François Andre; vertaling: Remco van der Stoep

Overal in Europa lijkt de regio een nadrukkelijker rol voor zich op te eisen. Niet alleen in Wales en Schotland, maar ook in Nederland waar de ‘Partij voor het Noorden’ een gooi doet naar provinciale macht. Zelfs in het centralistische Frankrijk bestaat recent een hang naar regionalisme. Jean-François Andre bericht vanuit Aix-en-Provence.

Binnen het geheel van lokale gemeenschappen, waaruit de Franse Republiek bestaat, bezet de regio een bijzondere plaats. Hoewel de regio in rang rechtstreeks onder de staat valt, heeft ze niet de status die Duitse, Italiaanse of Spaanse regio's hebben. Desalniettemin moet deze situatie geleidelijk gaan veranderen. Daarvoor heeft de staat onlangs een omvangrijk project ter bevordering van regionalisering geïntroduceerd. Het Franse ruimtelijk-administratieve systeem kenmerkt zich door vier lagen: de staat, de regio, het departement en de gemeente. Door de wet zijn aan ieder orgaan bepaalde bevoegdheden toegekend. In tegenstelling tot bijvoorbeeld het Italiaanse systeem kent het Franse systeem geen interne hiërarchie: elk orgaan beschikt over bepaalde bevoegdheden, maar geen van hen heeft direct of indirect zeggenschap over een ander. 

Na de revolutie van 1789 werd Frankrijk opgedeeld in departementen en gemeenten. De gemeente is de basiseenheid in het Franse systeem. Frankrijk kent er een aanzienlijk aantal van; meer dan 36 duizend. Vervolgens komen de departementen, die vergelijkbaar zijn met de Nederlandse provincies. Daarvan zijn er honderd (96 op het Franse vasteland, de overige vier zijn overzeese departementen). De departementen hebben, als erfenis van de Franse revolutie, een doorslaggevende plaats behouden binnen het land. Het Conseil Général, de gekozen volksvertegenwoordiging van een departement, bezit belangrijke voorrechten en is gerechtigd zelf belastingen te heffen. Daarnaast staan de departementen aan de basis van de zetelverdeling van de Franse volksvertegenwoordiging, hetgeen hen een elementaire plaats toekent in het nationale systeem. 

Hoewel gedurende de negentiende eeuw vele debatten en voorstellen met betrekking tot de regionalisering opkwamen, zag de regio pas in 1919 het levenslicht. Clémentel, destijds minister van handel, schiep toen vijftien zogenaamde regionale economische eenheden om de schade van de Eerste Wereldoorlog te herstellen. Zodoende was de regio bij haar ontstaan voornamelijk bedoeld als een economisch orgaan ten bate van de wederopbouw.

Het duurde tot 5 juli 1972, voordat de publieke grondslag van de regio's werd gecreëerd en daarmee de kaart van de Franse regio's. Als lokale overheid bestaat de regio pas sinds 2 maart 1982, toen de decentralisatiewet van Gaston Defferre van kracht werd. Nu was het nog wachten op de regionale verkiezingen van maart 1986: daarmee werd de regio een volledig functionerende overheidslaag. Dit ging gepaard met een verschuiving van de macht van het door de staat aangestelde regiohoofd naar de voorzitter van de regioraad. Bovenal werd deze decentralisatie gekenmerkt door de opheffing van alle formele zeggenschap en controle van de staat over de lokale overheden. 

bron: website Franse ambassade

Er zijn nu 26 Franse regio's: 21 op het vasteland, vier overzeese regio's (Guadeloupe, Frans Guyana, Martinique en La Réunion) en de territoriale eenheid Corsica. Hoewel de regio meer dan twintig jaar bestaat, blijft zij waarschijnlijk de minst prominente territoriale eenheid in Frankrijk. De opkomst bij regionale verkiezingen is het laagst van alle verkiezingen en de rol van de regio's is nog altijd enigszins onduidelijk voor de burgers. 

Niettemin heeft de regio belangrijke voorrechten, zoals beschreven in artikel 59 van de wet van 2 maart 1982: "de regionale overheid heeft de bevoegdheid economische, sociale, culturele en wetenschappelijke ontwikkelingen in de regio te bevorderen, alsmede de ruimtelijke inrichting en het behoud van de regionale identiteit.." Het specifieke probleem voor de regionale overheden in Frankrijk is de financiering van hun handelingen. Een deel van haar inkomsten ontvangt de regio uit belastingen, net als de gemeente en het departement; het grootste deel is echter afkomstig uit zogenaamde "Contrats de plan Etat-Région". Zoals de naam reeds doet vermoeden gaat het hierbij om contracten tussen de staat en de verschillende regio's, waarin duurzame ontwikkeling centraal staat. De meest recente plancontracten zijn van kracht op de periode van 2000 tot 2006. Ofschoon ze bedoeld zijn om een betere verdeling van middelen en een betere ruimtelijke ontwikkeling te waarborgen, vormen zij tevens de beperkende factor van de Franse decentralisatie. Zonder voldoende financiële middelen om hun bevoegdheden te benutten, blijven de regio's financieel afhankelijk van de staat en wordt hun autonomie ondermijnd. 

Afgelopen najaar heeft de Franse rijksoverheid een projectwet ingesteld, die de decentralisatie moet benadrukken. De grondwet zal moeten worden gewijzigd om Frankrijk tot een gedecentraliseerde organisatie te maken. Deze herziening zou de regio's een grondwettelijke status moeten geven, waarmee ze na dertig jaar eindelijk op gelijke hoogte komen met gemeenten en departementen. Bovendien voorziet de projectwet een werkelijke financiële zelfstandigheid voor de regio's. 

Tegenwoordig is het voornaamste probleem dat zich voordoet de Europese eenwording en de interregionale concurrentie die hier inherent aan is. De vraag dringt zich op of de Franse regio's groot genoeg zijn om met hun Europese buurregio's kunnen concurreren. Daarom gaan er geluiden op, onder meer bij voormalig president Giscard d'Estaing, om grotere Franse regio's te creëren, een soort super-regio's. Bij nadere vergelijking blijkt echter dat de oppervlakte van de Franse regio's niet in het minst onderdoet ten opzichte van de regio's in buurlanden. Bovendien zou het benadrukken van het belang van de grootte impliceren dat de macht van een regio samenhangt met haar oppervlakte. Het behoeft geen uitleg dat dit idee verre van gefundeerd is en sterk afgekeurd zou moeten worden. Er zijn binnen de Europese Unie voldoende voorbeelden te vinden. Een vergelijking tussen de regio's Hamburg en Extremadura zal duidelijk maken dat oppervlakte weinig uitmaakt. Het werkelijke probleem van de Franse regio's is hun gebrek aan daadkracht. Ze worden benadeeld door hun financiële afhankelijkheid en door hun beperkte wetgevende vermogen.

Al is de projectwet een uiterst belangrijke vooruitgang op het gebied van decentralisatie, Frankrijk zal altijd minder gedecentraliseerd zijn dan de meeste andere Europese landen. Frankrijk zal geen federale staat zijn, zoals Duitsland en Spanje, zelfs geen regionale staat zoals Italië dat is. Toch zouden de regio's, dankzij veranderde machtsverhoudingen, moeten kunnen aansluiten bij de wens van de burgers om meer democratie op een laag niveau. Ze moeten duurzame ontwikkeling van de ruimte kunnen waarborgen en op een natuurlijke wijze deel uitmaken van een Europa zonder grenzen.

De auteur is als promovendus verbonden aan de afdeling Geografie van de Université de Provence te Aix-en-Provence

Uit: Girugten jaargang 34 nr. 3, maart 2003 (Fac. der Ruimtelijke Wetenschappen, RuG)

Kaart: website Franse ambassade in Nederland

 


 

Partij voor het Noorden

Secretariaat:
Vossenkamp 124
9675 CM Winschoten
T: 0597 880054
postgiro: 9477607
kvk:02078982
© 2003-2011 Partij voor het Noorden

Perscontacten
Leendert van der Laan
06-40185410


 
 
 
Copyright © 2012 Partij voor het Noorden || tel: 050-3604442, www.partijvoorhetnoorden.nl
Realisatie: WDx2