| Globalisering, democratie en de nationale staat |
|
|
|
| zondag, 18 december 2011 16:14 |
|
Laat ik dit toelichten aan de hand van een voor Nederland min of meer realistisch voorbeeld. In ons land wordt driftig campagne gevoerd voor een “menselijker” bestaan van onze veestapel. Geen onverdoofd slachten meer, geen megastallen en alles moet biologisch verantwoord. Stel nu dat de Partij voor de Dieren voor al haar voorstellen in de Tweede en Eerste Kamer een meerderheid weet te winnen. Dan kunnen de Nederlandse vleesproducenten wel inpakken. Want de Europese Unie is een vrijhandelszone en door alle diervriendelijke maatregelen wordt de vleesproductie in Nederland waarschijnlijk zo duur dat onze export naar de rest van de wereld zal stil vallen en sterker nog, dat de Nederlandse supermarkten in hun inkopen grotendeels zullen overschakelen op buitenlandse aanbieders. Want niet alle consumenten zullen bereid en of in staat zijn het duurdere Nederlandse vlees te kopen. We zien hier meteen waarom een puur sang economische unie niet werkt. Als de nationale parlementen autonoom willen blijven, dan moeten de grenzen wel haast gesloten worden. Er is namelijk alleen maar gezonde concurrentie mogelijk als de aanbieders onder min of meer gelijke voorwaarden moeten opereren. Zo is het bijvoorbeeld prima als zij goedkoper kunnen aanbieden, omdat de lonen in hun land lager zijn. Dan werkt vrijhandel zoals het behoort, namelijk dat het de welvaart in beide landen vergroot. In het productieland, omdat dank zij de export naar het dure land de lonen in het eigen land omhoog zullen gaan. In het importland neemt de welvaart toe, omdat de prijzen er zullen dalen en dus de koopkracht van de burgers toeneemt. Op dit principe berustte het succes van de Europese Gemeenschap. Maar dat succes kon alleen maar geconsolideerd en uitgebouwd worden als het politieke beleid in de deelnemende landen in toenemende mate op elkaar werd afgestemd. Zo kwam er bijvoorbeeld belastingharmonisatie. Met de invoering van de Euro werd de noodzaak van politieke afstemming nog veel groter. Het feit dat de politici de politieke integratie niet hebben aangepakt is de voornaamste verklaring voor de huidige crisis waarin Europa zich nu bevindt. Hiermee is de juistheid van de stelling dat democratie, globalisering en een nationale staat niet structureel kunnen samengaan aangetoond. Een ander voorbeeld: het Europese Parlement zou kunnen aandringen om de EU- grenzen te sluiten voor of een importheffing op te leggen aan producten die met behulp van slaven-of kinderarbeid zijn voortgebracht. Of producten die met milieuonvriendelijke technieken zijn voortgebracht, terwijl Europa haar best doet om deze milieuonvriendelijke technieken te weren en daardoor voor de producenten een hogere kostprijs veroorzaakt. Het gevolg daarvan zou kunnen zijn dat de Europese staal- en aluminiumproducenten niet meer tegen de Amerikaanse import op kunnen, omdat Amerika zich om economische redenen niet wenst te houden aan het Kyoto-verdrag en dus staal met grotere uitstoot van broeikasgassen produceert dan de Europese concurrenten. In dat geval kan de politiek besluiten de import van Amerikaans staal te belasten. En daarmee wordt dan de globalisering opgeofferd. Want nogmaals, het is van drieën twee. In dit geval zijn Europa en de democratie over, er van uitgaand dat Europa democratisch bestuurd wordt. Wat nog lang niet volledig het geval is. In het geval van de diervriendelijke vleesproductie zit de nationale staat dus de globalisering en de democratie op Europees niveau in de weg. Terwijl in het tweede voorbeeld de globalisering de democratie binnen de nationale staat bemoeilijkt en daarmee de nationale staat zelf. literatuur
|
|
Partij voor het Noorden Secretariaat:
Vossenkamp 124
9675 CM Winschoten
T: 0597 880054
postgiro: 9477607 kvk:02078982 © 2003-2011 Partij voor het Noorden Perscontacten
Leendert van der Laan
06-40185410
|




