|
Drie honderd! Terwijl er 1000 arbeidsplaatsen verloren dreigden te gaan. Het hele gezin en andere naaste familie meegerekend kom je toch gauw op 5 getroffen personen per arbeidsplaats. En dan nog met buren, sympathisanten en solidairen er bij heb je toch zo minstens 10.000 mensen. Het Koopmansplein zou veel te klein zijn. En wat gebeurde er? Komen er volgens de krant 300 man naar het Koopmansplein.
De gedweeë Drent bleef gewoon thuis of deed iets anders. De hoge heren in Den Haag zouden toch wel weten wat goed voor Drenthe was? Het is dus ook geen wonder dat de Drenten de eigen onafhankelijke Drentse partij, de OPD, in de kou hebben laten staan. Die wilde meer zeggenschap van Drenten zelf over Drentse zaken. Maar van de kiezers hoefde dat niet. Die bleven op de landelijke partijen stemmen. Samen met de Limburgers die hun regionale partij ook lieten stikken. De Friezen, Groningers en de Zeeuwen blijken toch uit wat ander hout te zijn gesneden. Daar is een regionale partij tenminste wel in het zadel gebleven, ook al is daar ook verlies opgetreden. Maar in Drenthe is nu helemaal geen regionale partij meer in de Staten vertegenwoordigd. Daarom kan Hillen nu ook gewoon zijn gang gaan en kan hij de JWF-kazerne sluiten. Collectief verzet is de Drenth vreemd. De bestuurderen hadden het kunnen weten. De Drenten zijn nog nooit ergens massaal tegen in het geweer gekomen. In geschiedenisboekjes staat weliswaar dat de Drenten de bisschop van Utrecht bij Ane een keer klop zouden hebben gegeven. Maar Ane ligt helemaal niet in Drenthe, maar in Overijssel. Dus waarschijnlijk zijn dat helemaal geen Drenten geweest. De laatste keer dat er wat reuring was in Drenthe was in Hollandseveld in 1963 met aanhangers van de Boerenpartij, die zich tegen het Landbouwschap keerden. Maar daar zijn heus geen dooien bij gevallen. Ook niet bij de veenopstanden in de turfperiode. Die waren veel meer in Groningen en Friesland.
Er is in het verre verleden wel eens wat mot geweest tussen de Drenten en de Groninger over de precieze grens tussen de beide provincies. Dat was toen het hoogveen economisch belangrijk werd vanwege de turf. Voor die tijd had men zich nooit om een grens bekommerd. Het schijnt dat Drentse en Groningse veenarbeiders en -eigenaren elkaar toen een keer met turven om de oren gegooid hebben, maar meer dan een vuile kop heeft niemand daar toen van gekregen. Die ”turfoorlog” was omdat men het over de grens niet eens kon worden. Daarop hebben de Staten van Drenthe en Groningen een landmeter ingehuurd om in de veenkoloniën een streep te trekken, net als andere koloniale machten dat tweehonderd jaar later in Afrika gedaan hebben. Pardoes een rechte lijn getrokken: de Semlinie. Toen was het gedonder afgelopen. Daarna hebben volgens mijn oom Groninger en Drentse boeren in de jaren dertig nog een keer met hooivorken en rieken tegenover elkaar gestaan. Maar ook daar zijn geen kleerscheuren bij opgelopen. Schelden doet niet zeer. Ten slotte kan ik het Ijzerkoekenoproer in Coevorden er nog wel bijslepen, maar dat is eigenlijk niet als een serieuze verzetsdaad te beschouwen en liep eveneens met een sisser af.
Het was dan ook een niet zo slimme zet van de organisatoren om een protestdemonstratie tegen sluiting van de JWF-kazerne te houden. Drenten krijg je niet gemakkelijk in beweging. Dat is nu eenmaal de volksaard. Daarin verschilt de Drent met de Fries en de Groninger. Misschien dat we hier ook de diepere grond voor de weerzin van de Drent tegen een samengaan met de Groningers moeten zoeken. Hij zou dan immers wel eens in verzet moeten komen tegen de overheersingsdrang van de Groningers die altijd ”nommer ain” willen zijn en daar heeft hij een broertje dood aan. Hij vreest ondergeschoffeld te worden.
Persoonlijk zou ik het verdwijnen van de JWF-kazerne wel erg jammer vinden. Als ex-Assenaar liep ik ook wel eens uit om de van een grote oefening in Duitsland terugkerende militairen te kunnen gadeslaan. Net als men dat tegenwoordig bij de uittocht van TT-gangers doet. Vooral de trekkers met de kanonnen van de 42e afdeling veldartillerie maakten indruk. Later kwam ik in mijn diensttijd zelf bij dit onderdeel terecht. Ook een verzetje voor de Asser bevolking was de stafmuziek die af en toe door de stad trok. Het maakte dat er in Assen nog eens iets te doen was. Want normaal kon je er op een zondagmiddag een kanon afschieten zonder iemand te raken. Maar goed, dat is allemaal lang verleden tijd, behalve het laatste dan. Misschien wordt de JWF kazerne nog een keer een museum. Als de gebouwen maar niet worden afgebroken.
Jan Lambers |