persbericht, 19 januari 2007 Open een printversie van deze tekst... Informatie:
Soort: persbericht
Geplaatst: 19 januari 2007
Auteur: Partij voor het Noorden
Foto's: -
Opmerking: -

Partij voor het Noorden over aanbevelingen Kok over één Randstadprovincie:
Dit is het begin van een hoogstnoodzakelijke vernieuwing van het binnenlands bestuur

De Partij voor het Noorden juicht de conclusies van de commissie-Kok over de vorming van één Randstadprovincie toe. Een vergelijkbare argumentatie als die van de commissie-Kok is naar haar mening ook van toepassing op de situatie van Noord-Nederland.

Kok roept, voor wat het nieuwe Randstadbestuur betreft, op tot een nieuwe politieke cultuur. De trefwoorden daarbij zijn volgens hem: politieke durf, bestuurlijk leiderschap en internationale oriëntatie.

Ook in Noord-Nederland heeft het de afgelopen jaren aan die kwaliteiten ontbroken. De wel bestaande samenwerking tussen Groningen, Friesland en Drenthe (SNN), eerder nog een toonbeeld voor de andere Nederlandse provincies, is aan het verworden van een ambitieuze politieke samenwerking tot een mager WGR-beleid. De colleges van GS van de drie provincies maken daar de dienst uit en gunnen elkaar alle ruimte. De afgelopen tijd zijn er dan ook geen gedurfde politieke keuzes meer gemaakt.

De noordelijke bestuurders hebben zich bijvoorbeeld neergelegd bij een steeds verdergaande centralisering van het beleid van de rijksoverheid: de afschaffing van het regionaal beleid, het beknibbelen op een instrument als de Noordelijke Ontwikkelingsmaatschappij (NOM), het overrulen van de provincies Groningen, Friesland en Noord-Holland inzake het gas wegpompen van onder de Waddenzee en het zelf de bevoegdheid behouden, wat de besteding van de middelen uit het ‘compenserende’ Waddenfonds betreft.

Ook het aarzelende verzet tegen het schrappen van de plannen voor de zweeftrein tussen Groningen en het noordelijk deel van de Randstad getuigt niet van een sterke politieke wil om Noord-Nederland als geheel echt vooruit te helpen.

Het pleidooi van de Partij voor het Noorden om, toen duidelijk werd dat het tweede kabinet-Balkenende een einde wilde maken aan het regionaal beleid naar het Noorden en ook trachtte het regionaal beleid van Brussel richting Noord-Nederland onmogelijk te maken, te gaan werken aan het scheppen van een andere financiële verhouding met de rijksoverheid, werd door het dagelijks bestuur van het SNN weggehoond. En dat, terwijl een structurele claim op een deel van de aardgasbaten in het geheel niet onmogelijk leek en lijkt. De rijksoverheid erkende immers met het creëren van het Waddenfonds dat er een relatie kan bestaan tussen (nationale) aardgaswinsten enerzijds en bijdragen voor een verdere regionale sociaal-economische en ecologische ontwikkeling anderzijds.

Zelfs toen duidelijk werd dat de afgelopen tien jaar slechts 1% van de aardgasbaten die gereserveerd werden voor de versterking van de Nederlandse economische infrastructuur (via het zogenoemde FES-fonds) in Noord-Nederland was besteed, tegen 88% in de Randstad, bleef een werkelijk protest uit. De commissie-Kok rept nu over de huidige stroperige besluitvorming in de Randstad. Het totstandkomen van een gezamenlijk appèl van de drie colleges van Provinciale Staten op de formateur om aandacht en daadkracht voor het Noorden te herstellen, bleek een voorbeeld te zijn van de huidige stroperigheid in de besluitvorming van de noordelijke provincies; zeker als het om samenwerking gaat.


Anders voor Noord-Nederland

Dat moet dus ook in Noord-Nederland anders, al heeft minister Remkes in zijn notities over de hervorming van het binnenlands bestuur gezegd, dat de prima noordelijke samenwerking het niet noodzakelijk maakt om een landsdeel Noord te creëren. Hij zat, wat de beoordeling van de huidige samenwerking betreft fout en zit dus ook fout met zijn conclusie om niets aan het politiek bestuur van Noord-Nederland te hoeven doen.

De Partij voor het Noorden heeft overigens wel kritiek op de conclusie van het rapport-Kok, dat het nieuwe Randstadbestuur geen rijkstaken behoeft te krijgen. Gezien de nabijheid van Den Haag is dat misschien vooreerst niet echt urgent, voor Noord-Nederland is dat uiterst noodzakelijk. Het dagelijks gebrek aan politieke aandacht van een ver weg liggend nationaal bestuur is nu juist één van de kernproblemen van Noord-Nederland.

Dat wordt alleen maar erger met de verdere aanbevelingen van de commissie-Kok over een nieuw beleid voor de Randstad. Die geeft namelijk aan dat het rijk zich nadrukkelijk moet blijven bemoeien met de verdere ontwikkeling van de Randstad, zeker wat de besluitvorming over een op te stellen urgentieprogramma betreft; een urgentieprogramma om knelpunten als de slechte bereikbaarheid, de achterblijvende kenniseconomie en het tekort aan hoogwaardige woonmilieus op te lossen. Het Noorden kan de komende decennia extra aandacht van de rijksoverheid dus wel vergeten.

De Partij voor het Noorden ziet maar één oplossing: het op korte termijn creëren van een landsdeel Noord, met juist wel vergaande bevoegdheden. Bevoegdheden die het rijk kan decentraliseren naar het nieuwe, in te stellen landsdelige bestuur. Dan kan eindelijk weer systematisch gewerkt worden aan het versterken van deze noordelijke regio.

Een bloeiende Randstad behoeft ons inziens ook bloeiende buurregio’s. Daar gaan wij voor.


Partij voor het Noorden: tel 050-3604442, www.partijvoorhetnoorden.nl
U kunt op het -symbool klikken om deze pagina met witte achtergrond te openen, zodat u deze kunt printen.